‘We moeten anders kijken naar onbetaalde zorg’
Steeds meer werkenden combineren hun baan met langdurige zorg voor een naaste. Dat kan ertoe leiden dat mensen minder gaan werken, dat ze overbelast raken of dat ze zelfs uitvallen. En dat terwijl de meeste mantelzorgers hun werk voor geen goud willen missen. Wat kunnen werkgevers doen en wat betekent de komst van de nieuwe Verlofwet? Hoogleraar Mara Yerkes en onderzoeker Susanne van den Buuse geven hun visie op een complex onderwerp.
Tekst: Berber Bijma | Leestijd: 6 minuten
Aan het woord:

Mara Yerkes, hoogleraar Sociaal Beleid aan de Universiteit Utrecht

Susanne van den Buuse, onderzoeker en belangenbehartiger bij Alzheimer Nederland
“De term ‘mantelzorg’ gaat er bij velen niet in. Het klinkt zo formeel, terwijl je als kind of partner toch ‘gewoon’ doet wat je hoort te doen? Wij spreken daarom liever van ‘hulp of zorg voor een naaste’”, vertelt Susanne van den Buuse. Ze is onderzoeker en belangenbehartiger bij Alzheimer Nederland. Haar uitleg laat precies zien waar de angel zit: mensen zien het als vanzelfsprekend dat ze zorgen voor hun naaste – bijvoorbeeld een (schoon)ouder met dementie – maar kunnen daardoor ernstig in de knel komen. Zeker als ze een baan en wellicht ook een gezin hebben. Van den Buuse: “Bij een progressieve aandoening als dementie wordt de mantelzorg steeds intensiever.” Uit onderzoek blijkt dat één op de vijf mantelzorgers voor iemand met dementie minder gaat werken. Gemiddeld is dat anderhalve dag per week minder, met uiteraard de financiële consequenties van dien.
Werken is fijn
Ook Mara Yerkes ziet dat mantelzorg en werk gaandeweg een knellende combinatie kunnen worden, zeker als de zorg toeneemt. Yerkes is hoogleraar Sociaal Beleid aan de Universiteit Utrecht. “Op een gegeven moment kunnen mensen uitvallen en zelfs stoppen met werken. Dat heeft niet alleen consequenties voor hun arbeidsproductiviteit en inkomen, maar ook voor hun gezondheid en welzijn.”
Werkende mantelzorgers hechten vaak erg aan hun werk, zien Yerkes en Van den Buuse. “Werk geeft afleiding en structuur”, zegt Van den Buuse. “Daar hoef je even geen mantelzorger te zijn.” Yerkes: “Hoe moeilijk de combinatie ook is, de gezondheid en het wel- zijn van de meeste mantelzorgers zijn beter als ze hun betaalde baan aanhouden dan wanneer ze helemaal stoppen.”
Vereenvoudigde wet
Het kabinet werkt aan een nieuwe Verlofwet als opvolger van diverse bestaande verlofregelingen. Deze is grotendeels in lijn met het SER-advies ‘Balans in maatschappelijk verlof’ (2024). De Verlofwet wordt in de loop van volgend jaar behandeld door de Tweede en Eerste Kamer en zou per 1 januari 2028 moeten ingaan.
Mara Yerkes ‘Al het regelwerk levert nog de zwaarste belasting op’
Yerkes juicht vereenvoudiging toe, maar ziet ook dat werknemers onder de nieuwe wet niet méér betaald verlof mogen opnemen dan nu het geval is. “Kortdurend en langdurend zorgverlof worden samengetrokken tot één regeling van acht weken, maar als werknemer krijg je – net als in de huidige situatie – nog steeds alleen de eerste twee weken betaald. Terwijl veel mantelzorgers om het langer te kunnen volhouden juist behoefte hebben aan ruimer betaald verlof. Dat kost de overheid meer, maar is door het voorkomen van uitval uiteindelijk goedkoper.”
“Drie op de tien mantelzorgers hebben inderdaad behoefte aan meer verlof”, zegt Van den Buuse. “Zeker rond intensieve periodes als een ziekenhuisopname of verhuizing naar een verpleeghuis. Maar voor 70 procent is extra verlof niét de oplossing. Zij hebben meer aan flexibiliteit op het werk, waardoor de combinatie langer is vol te houden.”
Openheid op het werk
Flexibiliteit op het werk komt uit zo’n beetje alle onderzoeken naar voren als belangrijkste wens van werkende mantelzorgers. Andere werktijden, deels thuiswerken of tijdelijk andere taken: het zijn zaken waarover je als werkgever met een medewerker in gesprek kunt gaan. Flexibiliteit heeft wel een schaduwzijde, ziet Yerkes. “Het kan ertoe leiden dat mensen op allerlei tijden hun werk proberen in te halen, soms zelfs méér gaan werken, hun grenzen overschrijden en daardoor alsnog uitvallen. Het is dus belangrijk dat de leiding- gevende blíjft vragen hoe het gaat.” Van den Buuse onderschrijft dat: “Mensen merken soms te laat dat ze er langzaamaan onderdoor gaan.”
Een belangrijke voorwaarde om flexibiliteit goed te regelen, is wel dat medewerkers open zijn over hun situatie en zich vrij voelen die met hun leiding- gevende te bespreken. Daar schort het nog weleens aan, ziet Van den Buuse: “Niet iedereen praat op het werk over zijn of haar privésituatie.” Onderzoek van de Stichting Werk en Mantelzorg bevestigt dit beeld: gemiddeld vertellen zeven op de tien mantelzorgers op hun werk dat ze voor een naaste zorgen.
“Een open werkcultuur met een belangstellende leidinggevende is belangrijk om te bevorderen dat mensen delen wat er in hun privéleven speelt”, stelt Van den Buuse.
Gerelateerde artikelen
- Breng de arbeidsmarkt bij de tijd | 20-10-2026
- Werken en mantelzorgen in balans | 21-10-2025
- Maak beleid en regelgeving voor mantelzorgers specifieker | 15-04-2025
Regelwerk: een extra baan
De grootste uitdaging bij dit alles is nog niet benoemd: de ‘derde’ baan die werkende mantelzorgers hebben aan al het regelwerk rond de zorg. Zowel Van den Buuse als Yerkes zien dat dit regelwerk voor veel mantelzorgers de zwaarste belasting oplevert, meer dan hun betaalde baan en de zorg die ze geven aan hun naaste. Yerkes: “Je moet zaken regelen met de gemeente, het zorgkantoor, de verzekeraar, meerdere zorgverleners in en buiten het ziekenhuis en natuurlijk je werkgever. Je belandt feitelijk in een labyrint van systemen, die allemaal een eigen taal hebben en die je allemaal moet doorgronden. Je moet op allerlei manieren geletterd zijn en er ook nog eens een omvangrijke administratie op nahouden. Dat lukt niet iedereen. Daar kunnen mensen echt aan onderdoor gaan.”
Susanne van den Buuse ‘Mantelzorgers zijn geholpen met meer flexibiliteit op het werk’
Bij mensen met dementie kan een casemanager helpen bij de organisatie van zorg. Maar veel mensen hebben geen casemanager, ziet Van den Buuse. “In veel regio’s zijn wachtlijsten. En als er geen casemanager beschikbaar is, moet je het toch echt zelf doen.” Voor mensen met andere aandoeningen is er soms een ‘mantelzorgmakelaar’ beschikbaar, maar feitelijk is dat de omgekeerde wereld, vindt Yerkes. “We hebben de systemen zo complex gemaakt dat er een professional nodig is om ze te doorgronden.” Ze ziet een achterliggend, veel groter probleem: onze maatschappij waardeert onbetaalde zorg onvoldoende. “We doen alsof betaald werk het belang- rijkste is en noemen vrouwen die in deeltijd werken ‘deeltijdprinsesjes’, terwijl een deel van hen minder is gaan werken om voor een kind of een andere naaste te kunnen zorgen. We zetten hen onder druk om meer te werken, terwijl ze de maatschappij met hun onbetaalde zorg juist heel veel besparen. Om die onbetaalde zorg mogelijk te blijven maken, zouden we de zorg veel meer centraal moeten stellen. Dat betekent: een ruimer, betaald verlofpakket, waarmee je erkent dat het werk dat mensen thuis doen even waardevol is als een betaalde baan. Het aan- pakken van complexiteit, zoals de Verlofwet doet, is belangrijk. Maar zolang de manier waarop wij naar onbetaalde zorg kijken niet ter discussie wordt gesteld, verandert er niet zoveel.”