‘Actualisering WOR draagt bij aan toekomstgerichte medezeggenschap’
De Wet op de Ondernemingsraden is toe aan actualisering, vindt de SER-Commissie Bevordering Medezeggenschap. De commissie doet in een brief aan de minister van SWZ aanbevelingen om medezeggenschap meer toekomstgericht en effectief te maken. Commissielid Renate Vink-Dijkstra licht de brief toe.
Tekst: Berber Bijma | Leestijd: 4 minuten
Aan het woord:
De SER-Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) vindt dat de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) op een aantal punten actueler kan. Dat schrijft de commissie in een brief aan minister Vijlbrief. Onder meer actuele maatschappelijke ontwikkelingen als de energietransitie en de opkomst van AI vragen om aanpassingen. Renate Vink-Dijkstra, onafhankelijk CBM-lid, advocaat medezeggenschapsrecht en promovenda, was nauw betrokken bij de totstandkoming.
Wat doet de Commissie Bevordering Medezeggenschap?
“Eigenlijk precies wat de naam zegt: de medezeggenschap in Nederland bevorderen. Dat gebeurt in een uitvoerende en een adviserende rol. We proberen bijvoorbeeld te bevorderen dat alle ondernemingen die volgens de WOR een or moeten hebben, die ook daadwerkelijk hebben – dat is helaas nog niet zo. Daarnaast werken we aan de verbetering van de kwaliteit van medezeggenschap, bijvoorbeeld met praktische handreikingen over actuele onderwerpen. Zo hebben we een handreiking uitgebracht over toekomstgerichte medezeggenschap. De commissie haalt ook signalen uit het veld op, bijvoorbeeld bij platforms van ondernemingsraden of werkgeversorganisaties. Daarnaast adviseren we de minister van SZW op verzoek, zoals nu met de brief over actualisering van de WOR.”
Waarom wil de minister advies over de WOR?
“In 2023 is onderzoek gedaan naar de naleving van de WOR. Uit dit onderzoek blijkt hoe ondernemingen omgaan met hun medezeggenschapsverplichtingen, maar ook hoe de kwaliteit van medezeggenschap binnen ondernemingen is. De minister heeft zich op basis daarvan uitgesproken over het belang van toekomstgerichte medezeggenschap en de betrokkenheid van de or bij maatschappelijke thema’s. Onder andere is geconcludeerd dat de WOR nog onvoldoende uitnodigt tot langetermijndenken, terwijl de betrokkenheid van de or bij strategisch beleid belangrijk wordt gevonden. De WOR is daarom mogelijk aan actualisering toe. De CBM is gevraagd daarover te adviseren.”
‘Als ondernemingsraden eerder worden betrokken bij belangrijke ontwikkelingen, kunnen ze beter anticiperen’
De commissie pleit voor toekomstgerichte medezeggenschap
“Precies. Daarmee bedoelen we dat het langetermijndenken van een onderneming ook onderwerp van gesprek moet zijn met de medezeggenschap. Daarom wordt het ook wel strategische medezeggenschap genoemd: wat is de toekomstvisie van de onderneming? Daarover gaat de handreiking die ik eerder noemde en dat is ook wat we in onze brief aan de orde stellen: de or zou moeten kunnen meepraten over de lange termijn. De huidige WOR geeft daar wel ruimte voor, maar in de praktijk wordt vaak niet meer dan een halfjaar vooruitgekeken. Door artikel 24 WOR iets te verbreden stimuleert de wet hopelijk het gesprek over de langere termijn voor de onderneming en de strategie en visie van de ondernemer. Achterliggend doel is dat ondernemingsraden eerder worden betrokken bij belangrijke ontwikkelingen, zodat ze beter kunnen anticiperen en vroegtijdig kunnen meedenken. Dan ontstaat er meer duidelijkheid over wat er op de onderneming afkomt en wat dat in een later stadium kan betekenen voor de formele besluitvorming.”
De commissie pleit ook voor een scholingsplan voor ondernemingsraden. Waarom?
“Uit het nalevingsonderzoek blijkt dat ondernemingsraden lang niet altijd volledig gebruik maken van hun wettelijke scholingsrechten. Om te stimuleren dat daarvan meer gebruik wordt gemaakt, kan het helpen om in de WOR een scholingsplan op te nemen. Met een scholingsplan kun je scholing meer strategisch inzetten: je bedenkt voor de komende periode welke onderwerpen er op de agenda staan en welke gerichte interne of externe scholing voor de or daarbij kan helpen. Denk aan scholing over AI, duurzaamheid of over pensioenen. De vraag of een scholingsplan verplicht moet worden, ligt bij de minister. Wij hebben het als mogelijkheid benoemd om een kwaliteitsslag te stimuleren. Je zou dan wel moeten evalueren of het benoemen in de WOR effect heeft op de scholing die ondernemingsraden volgen.”
Gerelateerde artikelen
- Podcast 18: De kracht van medezeggenschap | Brede welvaart | 10-11-2025
- De verbouwing van Nederland vraagt om medezeggenschap | 22-04-2025
Ook de personeelsvertegenwoordiging komt aan de orde in de brief. Moet daar iets mee gebeuren?
“Wat ons betreft zijn er geen inhoudelijke veranderingen nodig. De pvt is een soort kleine ondernemingsraad voor kleine ondernemingen van meestal tussen de tien en vijftig medewerkers. De pvt heeft beperktere rechten dan een or. In de WOR is dat prima geregeld, maar lastig leesbaar. Wij pleiten ervoor om de pvt een eigen, duidelijke plek in de wet te geven – meer een technische aanpassing dus.”
U steekt als advocaat, promovenda en CBM-lid een groot deel van uw tijd in medezeggenschap. Wat heeft u met dit thema?
“Ik heb echt een passie voor medezeggenschap. Het is mooi als werkgevers en werknemers samen nadenken over de inrichting van een onderneming en over belangrijke thema’s die de onderneming én de medewerkers raken. Medezeggenschap wordt nog weleens gezien als een hobbel, maar de betrokkenheid van medewerkers bij besluiten kan echt waarde opleveren voor een bedrijf. Om daaraan bij te dragen in drie verschillende rollen vind ik heel mooi werk.”