Wie geld krijgt van de overheid, moet erop kunnen rekenen dat dat geld niet terug hoeft. Toch zorgen toeslagen vaak voor onzekerheid en stress over terugvorderingen. Wat betekent dat voor uitvoerders van regelingen, zoals gemeenten? Gemeenten merken de gevolgen van dichtbij, zegt wethouder Marianne van der Sloot. We zouden moeten leren van de rust en zekerheid die inkomensónafhankelijke toeslagen bieden, vindt Diana Starmans van de Sociale Verzekeringsbank.
Tekst: Berber Bijma | Leestijd: 6 minuten
Aan het woord:
Marianne van der Sloot, wethouder Den Bosch en voorzitter VNG-commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie
Toeslagen zijn bedoeld om mensen in kwetsbare financiële situaties grond onder de voeten te geven. Huurkosten, zorgkosten, alle kosten die een kind met zich meebrengt – de overheid helpt je om overeind te blijven. Werkte het in de praktijk maar zo, zegt Marianne van der Sloot. Ze is wethouder in Den Bosch en voorzitter van de commissie Participatie, Schuldhulpverlening en Integratie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten. “Toeslagen werken supergoed als je voorspelbaar kunt leven. Als je weet wat je het hele jaar verdient, hoe je gezinssituatie eruitziet en er weinig verandert, dan helpen toeslagen. Maar bij de kwetsbare groepen waarmee wij als gemeente te maken hebben, werkt dat vaak niet zo. Juist dan wordt het spannend. Een relatief kleine verandering kan een groot effect hebben op je toeslagen.”
Foto: Shutterstock
Van der Sloot spreekt dan over de inkomensafhankelijke toeslagen. Voor bijvoorbeeld huurtoeslag, zorgtoeslag en kinderopvangtoeslag maakt het uit hoe groot je inkomen is. Voor de kinderbijslag is dat niet zo, die is inkomensonafhankelijk. Ieder huishouden waarin een kind wordt geboren, heeft recht op een vast bedrag, dat ieder kwartaal wordt overgemaakt.
Wij krijgen bericht van de gemeente bij de geboorte van een kind en vragen ouders dan hun bankrekeningnummer door te geven. Dat is het enige dat ze hoeven te doen. Worden er meer kinderen in hetzelfde gezin geboren, dan komt de kinderbijslag voor hen automatisch binnen, zonder nieuwe aanvraag. “Hoe eenvoudig is dat?”, vraagt Diana Starmans retorisch. Ze is bestuursvoorzitter van de Sociale Verzekeringsbank (SVB), die de uitvoering van de kinderbijslag in handen heeft. “De kinderbijslag is niet afhankelijk van het inkomen en je hoeft geen ingewikkelde formulieren in te vullen. Vooral daardoor zijn er nauwelijks mensen die er geen gebruik van maken.”
Precisie heeft een prijs
Starmans vindt dat Nederland is doorgeschoten in de nuances van de inkomensondersteuning: we willen iedereen precies geven waar hij of zij recht op heeft. “Voor veel toeslagen zijn er allerlei staffels om maar precíes te kunnen bepalen waar iemand bij een bepaald inkomen recht op heeft. Als je kijkt naar de maximale toeslagen die ouders kunnen krijgen op het gebied van kinderen, nog los van de kinderopvangtoeslag, dan is in ons land een groter deel inkomensafhankelijk dan inkomensonafhankelijk. In de landen om ons heen is dat precies andersom. Daar is het merendeel van de regelingen inkomensonafhankelijk en daarnaast alleen bedoeld voor die mensen die met hun inkomen echt aan de onderkant zitten.” De vergaande precisie in de inkomensafhankelijke regelingen in ons land is bedoeld om steun eerlijk te verdelen, maar zorgt in de praktijk voor stress. “Er hoeft maar íets te veranderen, of je komt in een andere categorie. Dat doet dus ook een enorm beroep op de aanvragers, die iedere wijziging moeten melden. Een wereld van verschil met de vanzelfsprekendheid van de kinderbijslag, die rust biedt.”
‘De vergaande precisie in de regelingen is bedoeld om steun eerlijk te verdelen, maar zorgt voor stress’
Onder de armoedegrens
Van der Sloot ziet wat er in gemeenten gebeurt als het landelijke toeslagenstelsel te ingewikkeld wordt. Sommige mensen maken uit angst of onwetendheid geen gebruik van een regeling waar ze recht op hebben, of krijgen het niet voor elkaar die aan te vragen. “Dit zijn de kwetsbare groepen waar vaak veel speelt in een huishouden en waar al stress is. Dit is ook de groep die toch al de meeste brieven krijgt van de overheid en vaak voor de ene regeling net wat andere gegevens moet aanleveren dan voor de andere. Daarbij speelt vaak ook nog wantrouwen, onder andere door de toeslagen. Alles opgeteld zeggen sommige mensen: ik doe het zelf wel. Dat is schrijnend, want ze leven daardoor onder het niveau dat wij met z’n allen als minimum hebben vastgesteld – de armoedegrens.”
De gevolgen van het niet-gebruik van landelijke toeslagen komen niet op het bord van de landelijke overheid, maar op dat van de gemeente, ziet Van der Sloot. “Altijd. Maar helaas pas laat. Het duurt inmiddels gemiddeld acht jaar voor mensen die in de schulden zijn geraakt, bij de gemeente aankloppen. Vaak zijn de landelijke toeslagen een groot onderdeel van die financiële problemen, doordat mensen er geen gebruik van hebben gemaakt of een hoge terugvordering hebben gekregen. Stel je eens voor wat er allemaal al is gebeurd als mensen na die acht jaar bij ons aankloppen. We kunnen vaak achteraf wel iets repareren, onder meer door met terugwerkende kracht alsnog aanvragen in te dienen, maar je zou mensen natuurlijk al veel eerder willen helpen om te krijgen waar ze recht op hebben.” De Wet proactieve dienstverlening SZW moet daar verandering in brengen door onder andere betere gegevensuitwisseling tussen instanties. Het kabinet lijkt echter op de uitvoering van die nieuwe wet te willen bezuinigen.
Lokale regelingen
Ook Starmans, die jarenlang bij gemeenten werkte, ziet dat gemeenten noodgedwongen in het gat springen dat ontstaat door de problemen rond landelijke toeslagen. “Als rijksvoorzieningen te moeilijk of te laag zijn, komen er steeds meer lokale regelingen voor inkomensondersteuning. Natuurlijk gebeurt dat met de beste bedoelingen, maar voor de mensen om wie het gaat, wordt het er niet eenvoudiger op.”
Van der Sloot ziet net als Starmans veel in toeslagen die worden overgemaakt zónder dat mensen ingewikkelde aanvragen hoeven te doen. “Als je mensen simpelweg kunt overmaken waar ze recht op hebben, zou dat goed zijn. Tegelijk geloof ik ook in menselijk contact: er kan altijd meer spelen dan het recht op een regeling. Laat gemeenten dat maatwerk doen en mensen vooruithelpen. Dat is precies waar wij als gemeenten goed in zijn.”
Meer rust en zekerheid rondom toeslagen kan op de lange termijn een groot verschil maken. Van der Sloot: “Soms gaat het om iets wat klein lijkt, bijvoorbeeld twaalf in plaats van acht uren werken. Voor een individu kan dat een hele belangrijke stap zijn in de richting van zelfstandigheid en toekomstperspectief. Maar dan moet je wel zeker weten dat je daardoor geen toeslagen kwijtraakt of terugvorderingen krijgt. Zolang die onzekerheid er is, zit het stelsel de ontwikkeling van mensen in de weg.”
‘De onzekerheid van toeslagen zit de ontwikkeling van mensen in de weg’
Starmans kijkt graag naar buitenlandse voorbeelden om te zien hoe het anders kan. “In sommige landen gaan de kindregelingen uit van het kind. De vraag is dan niet: hoeveel verdienen de ouders, maar: wat heeft een kind in de eerste achttien jaar nodig om op te groeien? Onder meer in Vlaanderen worden toeslagen gebaseerd op gebeurtenissen in het leven van een kind, zoals geboorte en naar school gaan. Zulke momenten zijn meestal beter voorspelbaar dan inkomensontwikkeling. Dat maakt ook het risico op terugvorderingen klein.”
“Het allerbelangrijkste aan een regeling is dat die eenvoudig is en goed te begrijpen”, vult Van der Sloot aan. “We moeten toe naar voorspelbaarheid vooraf, zodat mensen weten wat ze krijgen én dat dat geld ook echt van hen is. Mijn ideaalbeeld is dat niemand in armoede hoeft te leven doordat diegene niet krijgt waar hij of zij recht op heeft.”
Meer lezen? Zicht op verschijnt ook 4 keer per jaar als papieren tijdschrift.
Het kabinet streeft naar een vereenvoudiging van het belasting- en toeslagenstelsel. De SER heeft op eigen initiatief besloten om het kabinet in 2026 een advies over dit onderwerp aan te bieden. Uitgangspunten voor het kabinet zijn eenvoud in de uitvoering, duidelijkheid en voorspelbaarheid voor mensen en werken moet lonen.