Publicatie

Maak de Wet op de ondernemingsraden (WOR) toekomstgerichter en actueler

Het belang van toekomstgerichte medezeggenschap wordt in een wereld die vraagt om wendbare organisaties alsmaar groter. Daarom moet de WOR toekomstgerichter en actueler worden, schrijft de SER Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) in een brief aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).

De CBM benadrukt in haar brief het belang van toekomstgerichte medezeggenschap. De CBM realiseert zich dat dit voor ondernemingen een opgave kan zijn, zeker als de dagelijkse bedrijfsvoering al alle aandacht vergt. Maar juist in een tijd waarin ontwikkelingen elkaar snel opvolgen en ondernemingen wendbaar(der) moeten zijn, is het belangrijk dat ondernemingen een duidelijke toekomstvisie hebben. Een toekomstvisie die aansluit bij voor de onderneming relevante (maatschappelijke) ontwikkelingen op de korte, maar zeker ook op de middellange en lange termijn.

Om die reden heeft de CBM in 2024 de handreiking Toekomstgerichte medezeggenschap: hoe voer je het gesprek over strategische onderwerpen? uitgebracht. De handreiking is een praktisch handvat om de dialoog tussen bestuurder en or/pvt over strategische onderwerpen op gang te krijgen. Om beter te borgen dat toekomstgerichte medezeggenschap op de agenda komt van de ondernemer en de ondernemingsraad, doet de CBM aanbevelingen om de WOR op punten aan te passen.

Breder artikel 24-overleg

Het artikel 24-overleg is volgens de CBM bij uitstek een geschikt overleg om de korte- en (middel)langetermijnvisie van de onderneming te bespreken. Een verbreding van het artikel 24-overleg kan hieraan bijdragen. Dit betekent een langere horizon dan het (half)jaar waar ondernemer en or op basis van het huidige artikel veelal overleg over voeren. Aan artikel 24 moet worden toegevoegd dat ondernemer en or minimaal één keer per jaar tijdens een artikel 24-overleg een dialoog voeren over strategische onderwerpen die mogelijk belangrijk zijn voor de (middel)langetermijn-ontwikkelingen van de onderneming. 

Aanvullend hierop pleit de CBM voor een uitbreiding van de verschijningsplicht, de taak van commissarissen en andere bestuurders aanwezig te zijn bij het artikel 24-overleg. Deze verschijningsplicht is op dit moment gekoppeld aan de rechtsvorm van een onderneming en geldt niet voor bijvoorbeeld verenigingen en stichtingen. De CBM vindt dat de verschijningsplicht moet gelden voor alle soorten organisaties. 

Scholing

Strategische onderwerpen zijn ingewikkeld en vragen om een andere vorm van 
medezeggenschap. Deskundigheidsbevordering, waaronder kwalitatief goede scholing is daarbij van groot belang. Een scholingsplan voor de ondernemingsraad en personeelsvertegenwoordiging (pvt) is hierbij behulpzaam en en moet steviger in de WOR worden verankerd. Het effect daarvan op het scholingsgedrag moet na verloop van tijd worden gepeild. 

Tot slot vraagt de CBM in haar brief ook expliciet aandacht voor de pvt. De pvt is een belangrijke vorm van medezeggenschap. De rechten en plichten van de pvt zijn op verschillende plekken binnen de WOR omschreven en dat komt de leesbaarheid en duidelijkheid niet ten goede. De CBM adviseert dan ook om de pvt duidelijker te positioneren binnen de WOR.

Verzoek minister

Aanleiding voor de brief van de CBM is de Kamerbrief van 21 december 2023 van de toenmalige minister van SZW. In deze brief sprak de minister zich uit over het belang van toekomstgerichte medezeggenschap en de betrokkenheid van de ondernemingsraad bij maatschappelijke en strategische thema’s. De Wet op de ondernemingsraden zou hier onvoldoende toe uitnodigen en de CBM werd gevraagd om met voorstellen te komen om deze wet hierop aan te passen.