‘De arbeidsmarkt heeft eenvoud en rust nodig’
Wat zijn de grootste uitdagingen voor de arbeidsmarkt? En hoe tackelen we die het beste? CNV-voorzitter Piet Fortuin en MKB-Nederland-voorzitter Jacco Vonhof (beiden zijn ook lid van het dagelijks bestuur van de SER, red.) gaan erover in gesprek. Hun gezamenlijke boodschap aan het nieuwe kabinet: het stelsel voor sociale zekerheid moet eenvoudiger en de komende jaren moet iedereen van het nieuwe pensioenstelsel afblijven.
Tekst: Berber Bijma | Leestijd: 7 minuten
Aan het woord:

Piet Fortuin

Jacco Vonhof
Piet Fortuin schiet in de lach. “Wat de grootste uitdagingen zijn waar de arbeidsmarkt op dit moment voor staat? Ja, laten we met een overzichtelijke vraag beginnen!” Met andere woorden: dat zijn er nogal wat, die uitdagingen. Toch springen er twee uit voor de vakbondsvoorzitter: de personeelskrapte en de doorgeschoten flexibiliteit. Mkb- boegbeeld Jacco Vonhof onderschrijft dat. En hij noemt een derde uitdaging: “We moeten het werkgeverschap aantrekkelijker maken, want zonder werkgeverschap geen arbeidsmarkt. En goed werkgeverschap is een voorwaarde voor goede arbeidsvoorwaarden.”
Is in dat kader de opkomst van kunstmatige intelligentie niet óók een grote uitdaging voor de arbeidsmarkt? Mwah, reageren beiden. “We moeten uitkijken dat we AI niet te veel hypen”, vindt Fortuin. “Ja, de inhoud van het werk gaat veranderen. En inderdaad: dat is ingrijpend, dat vraagt om scholing. We moeten leren samenwerken met AI. Maar er gaan geen massaontslagen vallen doordat AI werk overneemt.”
Vonhof: “Werk verandert door AI, maar dergelijke veranderingen hebben we eerder meegemaakt. Nieuw is wel dat AI waarschijnlijk vooral de middengroepen op de arbeidsmarkt zal treffen: mensen die veel met computers werken. We moeten mensen vooral AI-vaardig maken. Maar de structurele arbeidstekorten gaan er niet door verdwijnen.”
Evenwicht tussen vast en flex
De SER stuurde afgelopen najaar, goed en wel na de Tweede Kamerverkiezingen, een brief aan de informateur. Daarin pleit de raad onder meer voor een goed evenwicht tussen werk- en inkomenszekerheid voor werknemers en flexibiliteit voor werkgevers. Op dat punt ligt er voor het nieuwe kabinet nog werk te doen, vinden Fortuin en Vonhof. “We maken vaak beleid op basis van excessen”, zegt de laatste. “Aan de randen van gedrag tref je slechte mensen aan, zowel onder werkgevers als onder werknemers. We moeten ervoor oppassen dat niet zíj het uitgangspunt voor de discussie zijn, maar de 99 procent van de mensen daartussen, die van goede wil zijn. Los daarvan: we hebben flexibiliteit gewoon nodig. Dat zie je ook aan de werknemerskant, bijvoorbeeld door de opkomst van zzp’ers. Waar ik vooral voor zou willen pleiten, is: laten we de blik richten op de langere termijn en eens onderzoeken hoe de arbeidsmarkt er over tien of vijftien jaar uitziet. Laten we dáár beleid op maken. Dat gesprek moet nog beginnen.”
Fortuin beaamt dat flexibiliteit nodig is, maar vindt het wel nodig om te kijken waar die flexibiliteit op is gericht. “Gaat het om seizoensarbeid, om meebewegen met de economie of heel basaal om de prijs? Onlangs sprak ik een uitzendondernemer die op basis van dubbeltjes probeert te concurreren. Dat is een typisch voorbeeld van doorgeschoten flexibiliteit en ik ben ervan overtuigd dat dat soort ondernemers gaat verdwijnen. Van werknemerskant is flexibiliteit vooral aantrekkelijk als secundaire arbeidsvoorwaarde. Naast het loonstrookje kijken mensen steeds meer naar de zeggenschap en autonomie die ze in hun werk hebben. Regelvrijheid en keuzevrijheid zijn vormen van flexibiliteit die maken dat mensen zich aan een organisatie willen binden.”
Arbeidsongeschiktheid
Ook een meer inclusieve arbeidsmarkt is nodig, vinden beiden. Niet alleen met het oog op de krapte moeten meer mensen aan het werk, maar ook omdat het simpelweg voor niemand fijn is om aan de kant te staan. Fortuin: “Het is uitermate onwenselijk dat we richting 1 miljoen arbeidsongeschikten gaan. Samen met de ongeveer 400.000 werkzoekenden hebben we dan grofweg 1,5 miljoen mensen die niet meedoen in de samenleving.”
Piet Fortuin ‘Misschien moeten we een stelsel accepteren waarbij niet alles tot achter de komma vastligt’
“Dat is een maatschappelijk probleem”, zegt Vonhof. Dat veel mensen niet mee kunnen doen, is volgens hem mede een gevolg van het stelsel van sociale zekerheid, dat veel te ingewikkeld is geworden en ook niet stimuleert; vaak loont het niet of onvoldoende om te gaan werken. “Vroeger zei de VVD dat een uitkering geen hangmat, maar een trampoline moet zijn. Ik zou daaraan willen toevoegen dat een uitkerings- situatie vandaag de dag een spinnenweb is. Als je er eenmaal in terechtkomt, ben je gevangen. Dat geldt bijvoorbeeld bij arbeidsongeschiktheid, met name bij de WIA. Het mag niet zo zijn dat we mensen maar permanent afschrijven, omdat het UWV niet de capaciteit heeft om iedereen te keuren.”
Fortuin: “We – de politiek, de vakbonden en de werkgevers – hebben het heel complex gemaakt met elkaar. We willen alles het liefst tot de laatste man en vrouw dichtgeregeld hebben. Maar misschien moeten we een stelsel accepteren waarbij niet alles tot achter de komma vastligt. Zeker bij arbeidsongeschiktheid moet het anders. Mensen zijn bang om weer aan het werk te gaan, omdat ze dan uitkeringen kwijtraken. Andersom zijn werkgevers bang om mensen vanuit arbeidsongeschiktheid aan te nemen, omdat ze loondoorbetaling bij ziekte riskeren. Die hobbels moeten er van beide kanten uit.”
Nieuw pensioenstelsel
Nog een punt waar beide heren het roerend over eens zijn: het Pensioen- akkoord moet onverkort en snel worden geïmplementeerd. Ook dat staat in het SER-advies aan de informateur. Het Pensioenakkoord is “één van de beste akkoorden die de afgelopen jaren in de polder zijn gesloten”, zegt Fortuin. “Bij de eerste fondsen die zijn overgestapt, zie je dat de pensioenuitkeringen in één keer fors omhooggaan. Het is goed dat we uit het oude, rigide stelsel zijn gestapt waarbij we alles maar in zekerheden zochten.” Hij heeft nog wel een aanvullend advies aan het nieuwe kabinet: “Blijf er de komende jaren van af. Laat het nieuwe stelsel nu eerst even functioneren en ga er niet meteen weer aan rommelen zoals het nieuwe kabinet nu toch lijkt te willen gaan doen.”
Dat laatste is Vonhof uit het hart gegrepen. “We hebben de laatste jaren vaker gezien dat als je gaat interveniëren in een proces dat aan de gang is, er toch weer onduidelijkheid ontstaat. Een akkoord komt dan in een soort politieke wasstraat terecht, waardoor we iedere keer weer een kleine afslag nemen en opgeteld uiteindelijk het hele akkoord onder druk komt te staan. Dat hebben wij althans ervaren met eerdere akkoorden die we hebben gesloten.”
Jacco Vonhof ‘Een uitkeringssituatie is een spinnenweb: als je er eenmaal in terechtkomt, ben je gevangen’
Duidelijkheid is zeker voor mkb- ondernemers van groot belang, zegt Vonhof. “Er zijn pensioenen die niet zijn ondergebracht bij pensioenfondsen, maar bij verzekeraars of premiepensioen- instellingen. Daar zitten veel mkb’ers. Die wachten nu met overstappen, omdat ze eerst willen zien dat de overheid zeker weet wat ze wil. Duidelijkheid over de koers is van groot belang, omdat het risico bestaat dat deze bedrijven anders te laat invaren. Met een enorme fiscale claim voor de werknemers als gevolg.”
Andere dynamiek
Beide poldervoormannen hopen dat het nieuwe kabinet zal zorgen voor stabiliteit. “Reinheid, rust en regelmaat”, in de woorden van Fortuin. “Gewoon een kabinet dat de rit uitzit.” Vonhof: “Ik ben benieuwd hoe de dynamiek in de polder wordt nu we een minderheidskabinet hebben. Voorheen sloten sociale partners grote akkoorden, die als onderlegger dienden voor meerderheidskabinetten. Het zou nu weleens andersom kunnen worden: er komen politieke akkoorden van het kabinet met partijen aan de flanken, met daarbij het verzoek aan de polder om die akkoorden te helpen bestendigen. Dat biedt veel kansen voor het werk binnen de SER, waarbinnen we gelukkig kritisch op elkaar kunnen zijn, maar wel altijd verder komen. Ik zou het kabinet willen oproepen daar gebruik van te maken.”
Ook Fortuin denkt dat grote sociale akkoorden de komende tijd niet aan de orde zijn. “De politiek is nu aan zet en die kan vervolgens maatschappelijk draagvlak in de polder zoeken.” Op de sociale partners kan het nieuwe kabinet wat de beide voorzitters betreft rekenen. Fortuin: “Als je alleen al kijkt naar de geopolitieke uitdagingen, kunnen we het ons niet veroorloven om met de rug naar elkaar toe te gaan staan.”

