‘Kijk naar het talent van nieuwkomers’
Nieuwkomers zijn onmisbaar op de Nederlandse arbeidsmarkt. Werken is ook voor henzelf positief: ze zijn van betekenis. Snel aan de slag gaan na een goede voorbereiding en met de juiste begeleiding levert dus aan beide kanten winst op
In de praktijk ís dat ook echt zo, bleek medio september tijdens een panelgesprek bij de vaststelling van het SER-advies Van aankomst naar toekomst.
Tekst: Berber Bijma | Leestijd: 4 minuten
Toen de werkmogelijkheden voor asielzoekers enkele jaren geleden werden verruimd, besloot de gemeente Meijerijstad (Veghel en omgeving) daar meteen werk van te maken, vertelt burgemeester Kees van Rooij. Hij was een van de drie panelleden die in de raadsvergadering van de SER op 17 september met elkaar in gesprek gingen over de inzet van nieuwkomers op de arbeidsmarkt. ‘Als 80 procent van de asielzoekers uiteindelijk een status krijgt, gaan wij vanaf dag één doen alsof ze onze nieuwe inwoners zijn: aan het werk, kinderen naar school, Nederlands leren.’
Die aanpak werpt inmiddels zijn vruchten af. ‘Werk geeft mensen betekenis, of ze nu uiteindelijk een status krijgen of niet. Werk geeft rust en doorbreekt de stilstand in hun leven.’ In zijn gemeente zijn nu 70 tot 80 procent van de asielzoekers aan het werk, aldus Van Rooij.
‘Werk doorbreekt de stilstand in iemands leven’
TenneT-directeur Manon van Beek belicht het onderwerp graag van de andere kant: werkgevers kunnen niet zonder nieuwkomers, met het oog op alle uitdagingen waar Nederland voor staat. TenneT maakt met het oog op de energietransitie veel werk van het aantrekken van nieuwkomers. ‘Voor de energietransitie hebben we mannen, vrouwen, internationaal talent, neurodivers talent en ook nieuwkomers nodig. Ik zeg weleens: we zoeken ongeschikt talent met de goede mindset. Je gaat in de energietransitie niet alle mensen vinden die helemaal klaar zijn voor de beschikbare functies. We zoeken mensen die we kunnen helpen om geschikt te worden.’ TenneT werkt daarvoor met andere energiebedrijven samen in het programma Energy Skills. Nieuwkomers krijgen daar technische scholing en worden ook klaargestoomd voor de Nederlandse werkcultuur en de taal, inclusief vaktaal. Van Beeks advies is: denk groot en begin klein. ‘Maar begín in ieder geval.’
Basismodel voor duurzaam werk
Karin Boelens is als FNV-bestuurder van het Aanvalsplan Bouw, Energie en Techniek betrokken bij het onderwerp. In het Aanvalsplan werken brancheverenigingen, vakbonden en opleidings- en ontwikkelingsfondsen samen om de personeelskrapte in de genoemde sectoren op te lossen. Het Aanvalsplan heeft een aparte ‘actielijn’ voor statushouders. Boelens: ‘Er zijn in de techniek ongeveer zeventig losse initiatieven rond statushouders, vaak met incidenteel geld en erg op personen gericht. Wij willen die initiatieven met elkaar verbinden en komen tot een soort basismodel waarmee je statushouders duurzaam aan werk helpt.’
Een vakopleiding is daarbij belangrijk, maar de begeleiding op andere terreinen verdient zeker ook aandacht, benadrukt Boelens. ‘Je moet aandacht hebben voor waar iemand vandaan komt, voor culturele sensitiviteit en voor financiële zaken die geregeld moeten worden. Het duurt een tijd voor iemand echt geland is.’ Daarbij spelen leidinggevenden en collega’s een belangrijke rol. ‘Hoe ga je om met iemand met een andere culturele achtergrond? Iemand die het lastig vindt om jou aan te kijken, kan bij ons als onbeleefd worden gezien, terwijl dat in een ander land een teken van respect is. Als je als werkgever de andere medewerkers niet meeneemt in wat het betekent om een statushouder in de groep op te nemen, sla je alsnog de plank mis.’
Van Beek wijst ook op het belang van doorontwikkeling. Veel nieuwkomers worden in eerste instantie vaak op een voor hen te laag niveau ingezet. ‘Ik sprak onlangs een vrouw uit Iran die bij ons werkt. Zij was te laag ingeschaald; na een halfjaar bleek dat ze veel meer kan. Dat moet je haar niet een verplicht proces van vijf jaar laten doorlopen. Dan moet je zeggen: foutje, we passen het aan.’
Regierol voor gemeenten
Van Rooij is blij dat in het SER-advies staat dat gemeenten een belangrijke, coördinerende rol moeten krijgen. ‘Gemeenten moeten de regierol krijgen en pakken. Voor een deel van de nieuwkomers staat nu eigenlijk niemand aan de lat.’ Gemeenten kunnen de regierol ook voor deze groep oppakken, mits ze daarvoor de middelen en de mogelijkheden krijgen, aldus Van Rooij. Hij kan zich ook vinden in het advies van de SER om geen nieuwe structuren op te tuigen, maar de bestaande beter te gebruiken. ‘Het is gewoon een kwestie van beginnen. Je moet het niet te moeilijk maken.’
‘Het duurt een tijd voor iemand echt geland is’
Gerelateerd artikel
De drie panelleden zien genoeg mogelijkheden om meer nieuwkomers duurzaam aan een baan te helpen. Zorg voor duurzame financiering in plaats van potjes voor specifieke trajecten, adviseert Boelens. Van Beek pleit voor een talentenpaspoort, waarbij belangrijker is wat iemand kan en wil dan waar iemand vandaag komt. Ook samenwerking verdient volgens haar meer aandacht. ‘Elk bedrijf van enige grootte kan een klas nieuwkomers aan het werk zetten. Maar als je het over duizenden hebt, dan moet je naar samenwerkingsverbanden zoals Energy Skills.’ Van Rooij pleit ervoor om succesvolle voorbeelden op het podium te zetten. ‘Laat zien hoe het bedrijven gelukt is om mensen aan de slag te krijgen en waar daarvoor nodig is.’