Werk en onderwijs

Vluchtelingen met verblijfsvergunning mogen in Nederland gewoon aan het werk. In de praktijk is het voor vluchtelingen vaak wel lastiger om een (fulltime) baan te vinden. Hoe staat het ervoor met de integratie van vluchtelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt?

Aandeel werknemers onder statushouders neemt toe

Het CBS volgt periodiek de maatschappelijke positie van statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning hebben gekregen. De meest recente publicatie van deze cohortstudie CBS (2021) Asiel en Integratie is gepubliceerd op 15 april 2021.Voor dit cohort zien we dat na vijf-en-een-half jaar ruim twee vijfde (41%) van deze statushouders een baan heeft. Van deze groep hebben veruit de meesten een baan in deeltijd (73 procent) en met een tijdelijk contract (84 procent). Van de werkenden, werkt gemiddeld drie procent als zelfstandige. Bijna 30 procent van de statushouders met een baan werkt in de uitzendbranche, daarnaast komen banen in de horeca (22 procent) en de handel (19 procent) veel voor. Verschillen tussen nationaliteiten zijn klein. Alleen Eritreeërs vallen op met een hoog aandeel dat een baan heeft in de uitzendbranche (45 procent).

  bron: CBS, Asiel en Integratie, 2021

Aandeel bijstandsgerechtigden daalt verder

Uit het cohortonderzoek Asiel en Integratie 2021 van het CBS blijkt ook dat statushouders met het toenemen van de verblijfsduur in Nederland, steeds minder afhankelijk van een bijstandsuitkering zijn (zie figuur 3.10.1). Anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning, ontvangt 90 procent van de 18 tot 65-jarigen die in 2014 een vergunning hebben gekregen, een bijstandsuitkering. Vijf-en-een-half jaar na het verkrijgen van een vergunning – is dit percentage gedaald naar 40 procent. De daling in de meest recente maanden verloopt minder snel dan in de maanden daarvoor. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de coronacrisis: statushouders hebben vaker een tijdelijk contract en zijn vaker werkzaam in die sectoren die hard door de crisis worden geraakt (horeca, uitzendbranche). Onderscheiden naar nationaliteit zien we dat de daling het sterkst afneemt voor Eritreeërs. 

Zoals in de figuur is te zien, ontvangt niet iedereen meteen een bijstandsuitkering. Veel statushouders verblijven de eerste maanden nog in de asielopvang, waar zij geen uitkering ontvangen, maar leefgeld. Pas wanneer statushouders worden gehuisvest in een gemeente, komen ze in aanmerking voor een bijstandsuitkering. Met het verstrijken van de tijd worden de verschillen tussen de verschillende groepen steeds kleiner.  In dit onderzoek is ook gekeken naar werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, maar die komen, zoals verwacht mag worden wegens het ontbreken van een arbeidsverleden, in de eerste vijf-en-een-half jaar na verkrijgen van de vergunning nauwelijks voor.

Grafiek aandeel uitkeringsgerechtigden statushouders bron: CBS, Asiel en Integratie, 2021

Steeds meer statushouders volgen onderwijs, vaak een opleiding binnen het MBO

Van alle statushouders die in 2014 hun vergunning kregen, volgt 28 procent onderwijs op 1 oktober 2015 en drie jaar later (op 1 oktober 2018) volgt 39 procent van hen onderwijs. Dit percentage daalt daarna naar 36 procent in 2020. Statushouders die later in Nederland een vergunning kregen, volgen vaker een opleiding. Niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud volgen vaker onderwijs naarmate ze langer in Nederland zijn. Zij volgen vaak een opleiding binnen het middelbaar beroepsonderwijs.

 Grafiek onderwijspositie statushouders naar onderwijssoort

Bron: CBS, Asiel en Integratie, 2021

Toename mbo gestopt

Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroepsonderwijs. Het lagere deelname percentage wordt veroorzaakt doordat het cohort 2014 inmiddels wat ouder is geworden en uit het onderwijs is gestroomd. Met betrekking tot het niveau van de mbo-opleiding volgt men in de eerste jaren met name niveau 1 (ca. 70% van alle statushouders die mbo volgen in 2016), maar dat verandert geleidelijk naar niveau 2. In oktober 2019 volgen er meer statushouders niveau 2 dan niveau 1. Ook de andere niveaus (3 en 4) nemen in aantal toe, zij het niet zo hard als niveau 2.Relatief gezien volgen veel statushouders uit Eritrea een mboopleiding (75 procent van alle onderwijsvolgende Eritrese statushouders in 2018). Dat heeft te maken met de leeftijdsverdeling van de statushouders: er zijn relatief veel Eritrese statushouders in de leeftijd van 18 tot 23 jaar.

Eritrese en Syrische asielzoekers uit 2015

Na vijf jaar minder uitkeringsontvangers
Van de asielzoekers die in 2015 een verblijfsvergunning hebben gekregen, had 53 procent van de Syriërs en 64 procent van de Eritreeërs een jaar later een uitkering als voornaamste bron van inkomen. Vier jaar later is dat percentage gedaald naar 32 respectievelijk 37 procent.

Vooral het aandeel Eritreeërs dat werk als voornaamste bron van inkomsten heeft is toegenomen, van 0,5 procent na een jaar, naar ruim 30 procent vijf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning. Verschillen in voornaamste bron van inkomsten hebben vooral te maken met verschillen in de leeftijdsopbouw van de verschillende nationaliteiten.

Zo is het aandeel kinderen onder Syrische statushouders groter dan onder Eritrese statushouders.

Voornaamste bron van inkomen, statushouders uit 2015

bron: CBS, 2022

Opleiding onder Syriërs

Het grootste deel van de statushouders die bij het krijgen van hun vergunning 12 tot 18 jaar oud zijn volgt in eerste instantie onderwijs in een internationale schakelklas (ISK). Van de jonge Syriërs volgt 44% onderwijs in de ISK in het jaar nadat zij hun verblijfsvergunning kregen.

Naarmate de 12-18-jarige statushouders ouder worden en langer in Nederland wonen, stijgt het aandeel jonge statushouders dat onderwijs volgt op het mbo. In eerste instantie volgen zij voornamelijk onderwijs op mbo-1-niveau.

In de jaren die volgen stroomt een substantieel deel van de statushouders via mbo-1 of het vmbo door naar de hogere mbo-niveaus. Met het behalen van een diploma op mbo-2-4-niveau is een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt behaald. Vier jaar nadat zij hun vergunning kregen, volgt 38% van de Syriërs die toen 12 tot 18 jaar oud waren onderwijs op mbo-2-4-niveau. Onder de overige statushouders is dit met 30% wat lager.

Het overgrote deel van de niet-leerplichtige statushouders die 18 tot 30 jaar oud waren toen zij hun vergunning kregen, volgt geen onderwijs in Nederland. Wel stromen zij steeds vaker op een later moment alsnog het onderwijs in. Dit is voor een deel te verklaren doordat zij eerst het verplichte inburgeringstraject volgen. Pas daarna komen zij in aanmerking voor het bekostigd onderwijs.

Grafiek onderwijspostiie Syriërs in Nederland

Bron: SCP,Syrische statushouders op weg in Nederland: de ontwikkeling van hun positie en leefsituatie, 2020.