Werk en onderwijs

Vluchtelingen met verblijfsvergunning mogen in Nederland gewoon aan het werk. In de praktijk is het voor vluchtelingen vaak wel lastiger om een (fulltime) baan te vinden. Hoe staat het ervoor met de integratie van vluchtelingen op de Nederlandse arbeidsmarkt?

Aandeel werknemers onder statushouders neemt toe

Het CBS volgt periodiek de maatschappelijke positie van statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning hebben gekregen. De meest recente publicatie van deze cohortstudie CBS 2025 Asiel en Integratie is gepubliceerd in april 2025. Uit de CBS-studie blijkt dat na negen jaar 55 procent van alle 18- tot 65-jarige statushouders werk heeft. De meeste werkende statushouders werken in deeltijd (54 procent) en met een tijdelijk contract (73 procent). Niet alleen stijgt de arbeidsdeelname van deze statushouders gestaag; maar ook de verschillen in arbeidsdeelname tussen de nationaliteiten worden kleiner. Van de werkenden, werkt bijna 5 procent als zelfstandige.

Aandeel werknemers onder 18- tot 65-jarigen die in 2024 verblijfsvergunning asiel ontvingen, aantal maanden na ontvangen vergunning

  bron: CBS, Asiel en Integratie, 2025

Aandeel uitkeringsgerechtigden daalt verder

Anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning, ontvangt 89 procent van de 18-tot 65-jarigen die in 2014 een vergunning hebben gekregen, een uitkering. Drie jaar later – vier-en-een-half jaar na het verkrijgen van een vergunning – is dit percentage verder gedaald. Negen jaar na het ontvangen van een verblijfsvergunning krijgt 31 procent van
cohort 2014 een uitkering.

In dit onderzoek is ook gekeken naar werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, maar die komen, zoals verwacht mag worden wegens het ontbreken van een arbeidsverleden in Nederland. Van alle uitkeringsgerechtigde statushouders van vergunningscohort 2014, ontvangt 94 procent een bijstandsuitkering, 5 procent een werkloosheidsuitkering en 1 procent een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Aandeel uitkeringsgerechtigden onder 18- tot 65-jarigen die in 2024 verblijfsvergunning ontvingen, aantal maanden na ontvangen vergunning

 

 bron: CBS, Asiel en Integratie, 2025

Steeds meer statushouders volgen onderwijs

Van alle statushouders die in 2014 hun vergunning kregen, volgt 28 procent onderwijs op 1 oktober 2015. Drie jaar later (op 1 oktober 2018) volgt 39 procent van hen onderwijs. Dit percentage daalt daarna naar 38 procent in 2022.Vier jaar na het verkrijgen van een vergunning is dit percentage hoger voor recentere cohorten: voor de cohorten 2017 tot en met en 2019 is dit aandeel tussen 49 en 53 procent. Ook niet-leerplichtige jongeren vanaf 18 jaar oud volgen vaker onderwijs naarmate ze langer in Nederland zijn. Zij volgen vaak een opleiding binnen het middelbaar beroepsonderwijs.

Onderwijspositie vier jaar na verkrijgen vergunning, naar onderwijssoort, leeftijd en vergunningscohort, 2014

  

Bron: CBS, Asiel en Integratie, 2025

Toename mbo gestopt; stijging deelname aan hbo en wo

Naarmate statushouders langer in Nederland zijn, stromen zij van het voortgezet onderwijs vooral uit naar het middelbaar beroepsonderwijs en het praktijkonderwijs. Waar er van de personen die in 2014 een verblijfsvergunning asiel ontvingen ongeveer 350 personen (15 procent) praktijkonderwijs of vmbo volgen in 2015, zijn dat er in 2018 ongeveer 1 010 (23 procent). In 2022 is het percentage gedaald naar 14 procent (650 personen). Het lagere deelnamepercentage wordt veroorzaakt doordat het cohort 2014 inmiddels wat ouder is geworden en uit het onderwijs is gestroomd. 

Statushouders die het voortgezet onderwijs verlaten, stromen met name door naar het middelbaar beroepsonderwijs. Het aandeel statushouders uit 2014 dat een mbo-opleiding volgt is eerst gestegen van 12 procent in 2015 naar 55 procent in 2018 en vervolgens iets gedaald naar 53 procent in 2024. De daling van het aandeel mbo gaat gepaard met een stijging van deelname aan hbo en wo (van 2 procent in 2015 naar 10 procent in 2024), met name onder Turkse statushouders zien we dit. In de meest recente jaren zien we daarnaast ook een stijging van het aandeel personen dat een brugklas of internationale schakelklas volgt. Dit kan verklaard worden door een toename van kinderen uit cohort 2014 die de brugklasleeftijd hebben bereikt.

Uitkering nog steeds belangrijkste inkomstenbron

Het aandeel statushouders met werk als voornaamste inkomstenbron loopt voor cohort 2014 gestaag op tot 38 procent negen jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning. Voor de statushouders uit 2015 en 2016 zien we vergelijkbare patronen. Hoewel steeds meer statushouders een (deeltijd) baan hebben, leveren die banen vaak onvoldoende inkomsten op. Hierdoor kan een uitkering ook voor deze groep de voornaamste inkomstenbron zijn.

Bij personen uit Eritrea is dat nog een stuk hoger: 61 procent van de Eritreeërs die in Nederland verblijven heeft werk als belangrijkste inkomstenbron negen jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning. Mannelijke statushouders hebben vaker werk als belangrijkste inkomstenbron dan vrouwelijke statushouders. Vrouwelijke statushouders zijn dan vaker schoolgaand (34 procent tegen 17 procent van de mannen) of hebben een uitkering als belangrijkste inkomstenbron (31 procent tegen 22 procent van de mannen).

Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv's) hebben een stuk vaker werk als belangrijkste inkomstenbron vergeleken met de totale groep statushouders. Ook zijn ze minder afhankelijk van een uitkering. Als alleen de statushouders uit cohort 2014 die in nog Nederland zijn worden meegerekend, heeft 62 procent van de amv’s werk als belangrijkste inkomensbron, tegen 41 procent van alle statushouders.

Belangrijkste bron van inkomen van personen die verblijfsvergunning asiel ontvingen in 2014

Bron: CBS (2025) Asiel en integratie 2025. Cohortonderzoek asielzoekers en statushouder 

Opleiding onder Syriërs

Het grootste deel van de statushouders die bij het krijgen van hun vergunning 12 tot 18 jaar oud zijn volgt in eerste instantie onderwijs in een internationale schakelklas (ISK). Van de jonge Syriërs volgt 44% onderwijs in de ISK in het jaar nadat zij hun verblijfsvergunning kregen.

Naarmate de 12-18-jarige statushouders ouder worden en langer in Nederland wonen, stijgt het aandeel jonge statushouders dat onderwijs volgt op het mbo. In eerste instantie volgen zij voornamelijk onderwijs op mbo-1-niveau.

In de jaren die volgen stroomt een substantieel deel van de statushouders via mbo-1 of het vmbo door naar de hogere mbo-niveaus. Met het behalen van een diploma op mbo-2-4-niveau is een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt behaald. Vier jaar nadat zij hun vergunning kregen, volgt 38% van de Syriërs die toen 12 tot 18 jaar oud waren onderwijs op mbo-2-4-niveau. Onder de overige statushouders is dit met 30% wat lager.

Het overgrote deel van de niet-leerplichtige statushouders die 18 tot 30 jaar oud waren toen zij hun vergunning kregen, volgt geen onderwijs in Nederland. Wel stromen zij steeds vaker op een later moment alsnog het onderwijs in. Dit is voor een deel te verklaren doordat zij eerst het verplichte inburgeringstraject volgen. Pas daarna komen zij in aanmerking voor het bekostigd onderwijs.

Grafiek onderwijspostiie Syriërs in Nederland

Bron: SCP, Syrische statushouders op weg in Nederland: de ontwikkeling van hun positie en leefsituatie, 2020.


Geactualiseerd februari 2026