Hoe wordt bepaald of een vakorganisatie of ondernemersorganisatie recht heeft op het lidmaatschap van de SER?
Voordat de Kroon de organisaties aanwijst die leden in de SER mogen benoemen, wordt de SER om advies gevraagd. De SER heeft beleidsregels opgesteld ten aanzien van de representativiteit van organisaties. Dit zijn kwalitatieve en kwantitatieve regels waaraan organisaties moeten voldoen om voor een benoemingsrecht in aanmerking te komen. Ook is daarbij bepaald hoe de beschikbare zetels moeten worden verdeeld over deze organisaties.
In hoofdlijnen komt het erop neer dat onder meer wordt gekeken naar de rechtsvorm en doelstelling van organisaties. De vakcentrales moeten bovendien voldoende leden hebben en hun ledenbestand moet een voldoende spreiding hebben over het hele land en de bedrijfstakken. Bij de ondernemersorganisaties wordt daarnaast gekeken naar het aantal ondernemers dat lid is van de organisatie en het gezamenlijke sociaal-economische gewicht van die leden.
De benoemingen in de SER zijn telkens voor twee jaar, van 1 april tot en met 31 maart twee jaar later. Elke twee jaar, voorafgaand aan de nieuwe zittingsperiode, vraagt de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de SER of er aanleiding bestaat het Koninklijk Besluit, waarin de benoemingsgerechtigde organisaties van ondernemers en werknemers worden aangewezen, te wijzigen. De SER doet dan een oproep in de Staatscourant aan organisaties om een verzoek in te dienen als ze voor het lidmaatschap van de SER in aanmerking willen komen. Daarnaast krijgen de al in de SER vertegenwoordigde organisaties de vraag voorgelegd hoe zij aankijken tegen de samenstelling en of zij de huidige zetelverdeling willen handhaven.
Uiteindelijk stelt de minister van SZW, rekening houdend met het advies van de SER, formeel de zetelverdeling vast.