Werk voor statushouders en Oekraïense ontheemden: ‘Mensen wíllen bijdragen, laten we zorgen voor perspectief’
De weg naar werk is voor statushouders en Oekraïense ontheemden geen strak aangeveegd paadje. Ze willen wel werken, maar vinden niet altijd een baan. Of ver onder hun niveau. Of pas na zo lang wachten, dat hun motivatie flink is gedaald. In een verkort adviestraject verkent de SER mogelijke oplossingen. ‘Werken helpt om als mens tot je recht te komen.’
Tekst: Berber Bijma | Leestijd: 4 minuten
Aan het woord:
Saniye Çelik, SER-kroonlid en bijzonder hoogleraar Diversiteit en Inclusie bij de Politie (Universiteit Leiden)
Désirée Majoor, SER-kroonlid en toezichthouder/bestuurder in het beroepsonderwijs en in de culturele sector
Natuurlijk is het belangrijk voor de BV Nederland dat mensen die wíllen werken, daar ook de kans voor krijgen. In een krappe arbeidsmarkt is immers iedereen nodig. Maar ook voor mensen zelf is het van wezenlijk belang dat ze na de vlucht uit hun eigen land zo snel mogelijk van betekenis kunnen zijn op hun nieuwe plek. “Werk helpt om als mens tot je recht te komen, maar ook om in te burgeren,” zegt Désirée Majoor.
Samen met Saniye Çelik is ze voorzitter van de SER-commissie die een advies voorbereidt over het verbeteren van de arbeidsparticipatie van statushouders en Oekraïense ontheemden. Het is een verkort adviestraject, omdat er al veel rapporten over dit onderwerp liggen. De commissie wil vooral op zoek naar praktische oplossingen om, zoals Çelik zegt, “de gaten in het traject te dichten”.
Mensen met een vluchtverleden staan klaar om mee te doen. Hun vakkennis en ervaring krijgen nog niet altijd de ruimte die ze verdienen. | Foto: Shutterstock
Het systeem hapert
De problematiek is deels verschillend voor statushouders en Oekraïense ontheemden. Oekraïners hoeven niet in te burgeren. Zij mogen vrijwel meteen na aankomst in Nederland aan het werk. Statushouders hebben eerst – vaak jarenlang – moeten wachten op een vluchtelingenstatus en moeten daarna Nederlands leren en een inburgeringsexamen doen. Formeel mogen zij betaald werk doen zodra de asielprocedure zes maanden loopt, maar in de praktijk blijkt de stap naar werk vaak groot. Die verschillende trajecten zorgen deels voor verschillende problemen. Oekraïners leren bijvoorbeeld de Nederlandse taal niet snel (genoeg). Bovendien mogen ze zó snel aan het werk, dat het verleidelijk kan zijn om op het niveau van hun eerste baan te blijven werken. Die eerste baan is dan niet altijd een opstap naar duurzaam werk op het eigen niveau. Twijfel over een mogelijke terugkeer naar Oekraïne kan mensen er ook van weerhouden om zich door te ontwikkelen. Statushouders hebben juist zo lang gewacht tot ze aan de slag mogen, dat ze “in de deactivatiestand” zijn beland, zegt Majoor. Hun motivatie om een nieuwe loopbaan op te bouwen, is in de wachttijd vaak flink gedaald.
Ondanks die verschillen in problematiek, zijn er wel degelijk paralellen aan te wijzen. Voor beide groepen hapert het Nederlandse systeem. Çelik: “Het is bijvoorbeeld niet altijd duidelijk wie in welke fase waarvoor verantwoordelijk is en wie de regie houdt als iemand eenmaal aan het werk is.” Voor beide groepen geldt volgens haar ook dat “werk en taal in beleid vaak gescheiden eilandjes zijn, terwijl ze in de praktijk onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.” Beide groepen werken vaak ver onder het niveau waarop ze in hun land van herkomst functioneerden. Majoor: “Mensen hebben moeite om de weg te vinden naar hun oorspronkelijke niveau toe.”
Werk en taal combineren
Wat moet er gebeuren om de ‘werkketen’ voor statushouders en Oekraïense ontheemden beter te laten functioneren? Die vraag onderzoekt de SER-commissie momenteel in samenspraak met diverse betrokkenen, waaronder de beide doelgroepen zelf, gemeenten, de regionale werkcentra en regionale verbinders. Die laatsten houden zich specifiek bezig met het helpen van statushouders op de arbeidsmarkt. De commissie heeft daarbij ook speciale aandacht voor de lage arbeidsparticipatie van vrouwelijke statushouders. De commissie wil voor de zomer haar advies uitbrengen.
Een belangrijke oplossingsrichting is om werk, taal en (in het geval van statushouders) inburgering te combineren, in plaats van als losse trajecten te zien. Wet- en regelgeving maakt dat lastig, maar wachten op nieuwe wetgeving is geen goed idee, zegt Majoor resoluut. “Van wachten is nog nooit iemand beter geworden”. Een hoopvolle ontwikkeling vormen volgens haar de sectorale ontwikkelpaden die momenteel worden ontworpen waarin werk en taal worden gecombineerd. “Je leert de taal dan op de werkvloer, zodat het één niet op het ander hoeft te wachten”.
Ook beter en eerder inzicht in talent kan helpen. Çelik: “Daarin ontbreekt nu nog de regie: wie zorgt dat er een talenten- en competentiescan is, zodat mensen sneller op de juiste plek op de arbeidsmarkt terechtkomen?” Die ‘plek’ kun je ook letterlijk opvatten, vult Majoor aan. “Als je een beeld hebt van iemands achtergrond en talenten, kun je kijken in welke regio die persoon daarvoor het beste terechtkan.” Minder verhuizen zorgt voor stabiliteit en een snellere integratie, benadrukt ze.
Perspectief
Oekraïense ontheemden en statushouders zouden tot slot ook geholpen zijn met een meer overzichtelijke weg naar werk en betere toegang tot alle hulp daarbij. “Zelfs voor wie in Nederland is geboren, zijn alle regels en instanties op de arbeidsmarkt soms al enorm ingewikkeld”, zegt Çelik. “Als je van buiten komt, is het helemaal abacadabra. Mensen wíllen bijdragen aan de samenleving. Laten we hen perspectief bieden met een systeem dat samenhang biedt tussen werk, taal en ontwikkeling.”
Meer lezen? Zicht op verschijnt ook 4 keer per jaar als papieren tijdschrift.
U-match biedt zorgorganisaties, personeel en vluchtelingen perspectief
Medisch hoogopgeleide vluchtelingen kunnen in Utrecht over dementie leren en tegelijkertijd vertrouwd raken met de Nederlandse taal. Het project U-match biedt hun taalonderwijs in combinatie met een zorgopleiding. Binnen een jaar werken ze als verzorgende individuele gezondheidszorg (IG). Zo werken de gemeente, MBO Utrecht, Hogeschool Utrecht en werkgevers samen aan een oplossing met veel maatschappelijk voordeel.