Zicht op

De toekomst van Nederland vraagt om investeringen

Hoe krijgen we Nederland van het slot? Door te investeren in mensen, in verdienvermogen én in oplossingen voor het fysieke domein. Drie kroonleden van de SER delen hun blik op de toekomst van Nederland en benadrukken de noodzaak van samenwerking tussen politiek en polder.

Tekst: Corien Lambregtse | Leestijd:8 minuten

Aan het woord:

Femke Laagland
Femke Laagland hoogleraar (Europees) arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen
Bas ter Weel
Bas ter Weel hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam en directielid DNB
Steven van Eijk
Steven van Eijck speciaal regerings- vertegenwoordiger Circulaire Economie
 

Nederland is de afgelopen jaren steeds meer vastgelopen. De woningbouw stagneert, het elektriciteitsnet zit vol, de landbouw kan geen kant uit en werkgevers zoeken personeel, dat er niet is. Deze en veel andere vraagstukken vragen politieke keuzes van het nieuwe kabinet. Om die keuzes uitvoerbaar te maken, is maatschappelijk draagvlak nodig. In een gepolariseerde, versnipperde samenleving kan de SER helpen dat draagvlak te organiseren.

Foto: Shutterstock

De sociale partners en kroonleden vonden elkaar vorig jaar in een gezamenlijke visie op de toekomst. Een investerings- en hervormingsagenda met drie pijlers: arbeidsmarkt, verdienvermogen en fysiek domein. Samen met het nieuwe kabinet wil de SER hiermee aan de slag. De raad wil bijdragen aan doorbraken die economisch, sociaal én ruimtelijk houdbaar zijn. Kroonleden Femke Laagland, Bas ter Weel en Steven van Eijck hebben daar grondig over meegedacht.

Arbeidsmarkt: investeren in mensen én zekerheid

De arbeidsmarkt vormt de eerste pijler van de toekomstvisie. “De arbeidsmarkt verandert en banen worden anders”, zegt Femke Laagland, hoogleraar (Europees) arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit Nijmegen. “De grote uitdaging is om de arbeidskrachten die we hebben voor te bereiden op de banen waar straks behoefte aan is. Als we willen dat mensen perspectief houden en dat de verzorgingsstaat financieel houdbaar blijft, moeten we investeren in scholing en een arbeidsmarkt die mensen helpt en stimuleert mee te bewegen. Het wordt dus tijd om een leven lang leren daadwerkelijk mogelijk te maken en structureel te organiseren. Hoe lang praten we er al niet over? De politiek moet dit nu echt oppakken. Anders lopen mensen en bedrijven vast.”

Femke Laagland ‘Het wordt tijd om een leven lang leren echt mogelijk te maken’

Technologische ontwikkelingen versnellen volgens haar die noodzaak. “Nieuwe technologie, zoals AI, verandert werk sneller dan opleidingen zich aanpassen. Bij opleidingen gaat het er nu nog vaak over hoe je voorkomt dat studenten fraude plegen met AI. Maar veel interessanter is hoe professionals straks op een verantwoorde manier met die technologie kunnen werken. Daar moeten opleidingen veel meer op inzetten.”

Tegelijkertijd is er meer aandacht nodig voor praktische opleidingen: “Nederland heeft mensen nodig in praktische beroepen: zorg, energietransitie, techniek. De tekorten zijn hier groot. Jarenlang hebben we gedacht: hoe hoger opgeleid, hoe beter. Daar moeten we vanaf. Er is geen beter.”

Een belangrijk punt is volgens haar ook de sociale zekerheid. “Mensen willen zekerheid en houden daarom vast aan het systeem en de daaraan gerelateerde rechten die ze nu hebben. We kunnen die zekerheid echter ook op een andere manier organiseren, bijvoorbeeld door meer werk te maken van de begeleiding van werk naar werk. Maar ook door meer te investeren in preventie. We kijken vaak pas naar mensen om als ze al uitgevallen zijn. Terwijl inzetten op gezond en veilig werken voorkomt dat mensen langdurig langs de kant staan. Preventie is beter voor mensen én voor de economie.”

Sterke sociale partners zijn volgens Laagland van essentieel belang om breed draagvlak te vinden voor onderwerpen die lastig liggen. “Ik ben er best trots op hoe werkgevers en werknemers elkaar meestal weten te vinden. Het recente advies over arbeidsmigratie is daar een voorbeeld van. Hoe lastig en complex dit onderwerp ook is: werkgevers en werknemers hebben elkaar gevonden in gemeenschappelijke aanbevelingen. Arbeidsmigranten mogen geen wegwerparbeidskrachten zijn.”

In een veranderende samenleving zorgen de sociale partners volgens haar voor stabiliteit. “In dat kader zijn er inspanningen nodig om het cao-stelsel en het overleg tussen sociale partners toekomstbestendig te houden. Vakbonden verliezen leden en dat heeft gevolgen. Daar moeten we over nadenken. We moeten een arbeidsmarkt bouwen die niet alleen economisch sterk is, maar ook sociaal houdbaar.”

Verdienvermogen: investeren in innovatie

Verdienvermogen vormt de tweede pijler in de toekomstvisie van de SER. Bas ter Weel, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, zet dat Nederlandse verdienvermogen in een veranderende internationale context. “De wereld is veranderd. We hebben ons land lang zo efficiënt mogelijk ingericht, maar daardoor zijn we afhankelijk geworden van andere landen, ook buiten Europa. In coronatijd zagen we al dat leveringen helemaal niet vanzelf- sprekend zijn. En nu de wereld zich meer in blokken organiseert, merken we dat opnieuw. We zijn economisch kwetsbaar geworden.”

Voor Nederland betekent dit dat Europese samenwerking steeds belangrijker wordt. “Binnen Europa hebben we de interne markt. Voor goederen is die markt goed geregeld en voor diensten grotendeels ook. Maar voor wat betreft regelgeving kunnen we nog stappen zetten. Verschillende nationale regels maken het voor bedrijven lastiger om op te schalen. Daar valt winst te behalen.” Om het verdienvermogen van bedrijven te vergroten, moeten drie grote knelpunten worden opgelost. Het eerste is financiering. “Bedrijven die willen groeien, hebben financiering nodig. In Nederland is op zich voldoende geld beschikbaar, maar bij grotere financieringsrondes – vanaf ongeveer vijftig miljoen euro – is in Nederland vaak onvoldoende risicokapitaal beschikbaar. Daardoor wijken bedrijven geregeld uit naar bijvoorbeeld de Verenigde Staten. We hebben daarom een Europese kapitaalmarkt nodig. Als je financiering op Europees niveau organiseert, krijgen bedrijven meer groeimogelijkheden. Dan komt er ook meer privaat kapitaal los en hoef je minder snel naar nationale overheden te kijken. Dit betekent wel dat Nederland actief en constructief moet deelnemen aan Europese samenwerking.”

Bas ter Weel ‘Onze belangrijkste grondstof is goedopgeleide mensen’

Het tweede knelpunt is de arbeids- productiviteit. Ter Weel: “Een hogere arbeidsproductiviteit begint bij goed onderwijs, talentontwikkeling en een betere aansluiting tussen opleidingen en arbeidsmarkt. We kunnen jongeren die een beroepsopleiding gaan volgen bijvoorbeeld beter informeren over de arbeidsmarktperspectieven van opleidingen.”

Een hogere arbeidsproductiviteit vraagt ook om innovatie. Dat moet volgens Ter Weel breed worden opgevat. “Nederland is meer dan alleen hightech. Innovatie zit ook in bijvoorbeeld dienstverlening, onderwijs en duurzaamheid. Ons verdienvermogen zit in slimme mensen. Investeringen in kennis, duurzaamheid en innovatie dragen bij aan economische stabiliteit en maatschappelijke kwaliteit.”

Het derde knelpunt dat moet worden opgelost is onzekerheid over randvoorwaarden en beleid. “Bedrijven gaan pas investeren als de publieke randvoorwaarden goed geregeld zijn en beleid voorspelbaar is. Dat vraagt om structurele oplossingen voor bijvoorbeeld de stikstofproblematiek, de netcongestie en vergunningverlening. Maar ook om een gelijk speelveld voor bedrijven binnen Europa. Op korte termijn kunnen we kijken hoe we cruciale industrie voor Nederland behouden. Veel belangrijker is het om op Europees niveau te kijken hoe we op de langere termijn de industrie beter kunnen organiseren. Zodat elk land doet waar het goed in is en meerwaarde levert.”

De kern van het toekomstadvies van de SER is volgens hem: investeren in kennis en talent. “We hebben weinig natuurlijke grondstoffen in dit land; onze belangrijkste grondstof zijn goed- opgeleide mensen.”

Fysiek domein: goede randvoorwaarden

De derde pijler in de toekomstvisie draait om de fysieke leefomgeving. Voor Steven van Eijck, speciaal regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie, bepaalt dat domein steeds vaker wat economisch en maatschappelijk moge- lijk is. “Het fysieke domein is vooral randvoorwaardelijk. Zonder energie- infrastructuur, ruimte en vergunning- verlening blijven plannen voor economie, woningbouw en verduurzaming steken. Daardoor investeren bedrijven minder of ze vertrekken. Daarnaast vertraagt de woningbouw en wordt de energietransitie moeilijker uitvoerbaar. Dat raakt aan de brede welvaart: werkgelegenheid, voorzieningen en economische stabiliteit.”

Steven van Eijck ‘Door beter te recyclen worden we minder afhankelijk van andere landen’

Van Eijck pleit voor een brede blik en integrale oplossingen. “De oplossing van netcongestie vraagt investeringen in het elektriciteitsnet. Er zou zo’n 200 miljard euro nodig zijn om het net te verzwaren. Dat laat wel zien hoe groot de opgave is. Maar we moeten zeker ook breder kijken. Naar batterijopslag bijvoorbeeld, slimme netten en andere energiebronnen. Daarmee voorkom je piekbelasting en vergroot je tegelijk de geopolitieke onafhankelijkheid.” Bij stikstof zijn volgens hem oplossingen nodig die economie en duurzaamheid verbinden. “We hebben in Nederland meer grondstoffen boven de grond dan er- onder. Als we beter recyclen en hergebruiken, worden we minder afhankelijk van andere landen. Circulariteit is niet alleen een milieuthema, maar ook een slimme economische en geopolitieke strategie.” Dit vraagt volgens hem om duidelijke keuzes van het kabinet. “Circulariteit ontstaat niet vanzelf. Daar zijn normering, prijsprikkels en consistent beleid voor nodig.”

Bij dit soort randvoorwaarden horen volgens Van Eijck ook financiële randvoorwaarden. Hij leidt een SER-commissie die werkt aan een advies over de hervorming van het belasting- en toeslagenstelsel, dat voor de zomer bij het nieuwe kabinet op tafel moet liggen. “Het huidige systeem is complex en moeilijk uitlegbaar. Ons advies helpt om het stelsel eenvoudiger te maken, financiële stress te verminderen en vertrouwen te herstellen. Daarmee vergroten we de weerbaarheid van mensen en scheppen we ruimte voor de transities die gaande zijn.”

Drie pijlers, één agenda

De drie pijlers van de toekomstvisie hangen nauw met elkaar samen. Een nieuwe infrastructuur voor duurzame energie bijvoorbeeld vraagt ruimte en investeringen, maar creëert tegelijk banen en innovatie. Nieuwe technologie en maatschappelijke veranderingen vragen op hun beurt om nieuwe vaardigheden. Als daar niet op wordt ingezet, blijven innovatie en economische ontwikkeling achter. Zonder vakmensen stokt de uitvoering, zonder infrastructuur stokt de economie.

Die onderlinge samenhang vraagt om integraal beleid op de lange termijn. Met het toekomstadvies wil de SER daar richting aan geven: een samenhangende agenda voor een economisch sterk, sociaal inclusief en fysiek duurzaam Nederland. Maar dat gaat alleen lukken als overheid, sociale partners en andere maatschappelijke partijen samenwerken. Ter Weel ziet de toekomstvisie als “een uitgestoken hand” naar het kabinet. “Als sociale partners gezamenlijk ergens achter staan, vergroot dat de kans dat beleid uitvoerbaar en houdbaar is.” Hij ziet een economie voor zich die innovatief en duurzaam genoeg is om internationaal concurrerend te blijven. “Investeringen in kennis, duurzaamheid en innovatie dragen uiteindelijk bij aan economische stabiliteit en maatschappelijke kwaliteit. Daarmee versterk je niet alleen het verdienvermogen, maar ook de brede welvaart.”

Ook Laagland vindt samenwerking met het kabinet en parlement van essentieel belang: “Kabinetten komen en gaan, maar sociale partners kunnen helpen om beleid stabiel te houden.” Zij ziet een arbeidsmarkt voor zich waarin mensen die daartoe in staat zijn zich blijven ontwikkelen en kunnen mee- bewegen met technologische en maatschappelijke veranderingen. “Brede welvaart betekent bovendien niet alleen economische groei, maar ook zekerheid, gelijke kansen en veilig en gezond werk.” Investeren in mensen is daarbij essentieel, zodat veranderingen de ongelijkheid niet groter, maar kleiner maken.

Van Eijck ziet uit naar een fysieke leefomgeving die transities ondersteunt in plaats van belemmert. “Als energie- infrastructuur, ruimte en vergunningverlening op orde zijn, kunnen economische en maatschappelijke ontwikkelingen versnellen.” Op het gebied van samenwerking verwacht hij dat de SER de komende jaren een cruciale rol gaat spelen. “Voor een minderheids- coalitie en een versnipperd parlement is het noodzakelijk dat beleid op maatschappelijk draagvlak kan rekenen. De SER kan helpen draagvlak te organiseren.”

De kroonleden beseffen dat het aan de politiek is om keuzes te maken en besluiten te nemen. “Het toekomst- advies is geen blauwdruk, maar wijst de richting naar een land dat economisch sterk en sociaal inclusief is, waarin de fysieke ruimte duurzaam wordt benut. Een land dat transities niet alleen ondergaat, maar actief vormgeeft.”


Dit artikel is ook verschenen in het papieren nummer van Zicht op de toekomst van Nederland.

Abonneer nu gratis


Arbeidsmarkt. Onderweg naar het werk.
Studenten in actie in loods van het Zadkine College in Rotterdam, ze leren hier hoe te werken in een magazijn. Foto: Frank de Roo
Plaatsen van zonnepanelen als geluidsschermen langs de snelweg.
Bouwerken in de stad.