Vragen en antwoorden rondom meten en monitoren

Ons brede bedrijvennetwerk van meer dan 500 organisaties in mkb en grootbedrijf die werken aan diversiteit en inclusie weet onze helpdesk goed te vinden. Deze pagina bevat de antwoorden op de meest gestelde vragen van onze netwerkleden. Staat jullie vraag er niet bij of heb je extra ondersteuning nodig? Neem dan contact op met onze helpdesk.
Meten en monitoren
Welke mogelijkheden zijn er volgens de AVG?

Cijfers over de samenstelling van het personeelsbestand mag je altijd meten en monitoren, want daarvan kan je aantonen dat je een gerechtvaardigd belang hebt om de gegevens te vragen en verwerken (namelijk het meten en monitoren van je D&I-beleid). Zorg ervoor dat je de gegevens alleen voor dat doel gebruikt.

De AVG en het meten en monitoren van je D&I-beleid

De AVG maakt onderscheid tussen: 

  • Reguliere persoonsgegevens, bijvoorbeeld geslacht, leeftijd en nationaliteit.
  • Bijzondere persoonsgegevens, bijvoorbeeld etniciteit, gezondheid en seksuele gerichtheid. Deze persoonsgegevens zijn extra beschermd door de AVG.

Het uitvragen en verwerken van bijzondere persoonsgegevens is volgens de AVG toegestaan als je kunt aantonen dat er sprake is van:

  • Een gerechtvaardigd belang – namelijk het meten en monitoren van de personeelssamenstelling en de werksfeer. Zo mogen gegevens over de leeftijd en het geslacht van medewerkers gebruikt worden om ontwikkelkansen in kaart te brengen. 
  • Uitdrukkelijke en vrijwillige toestemming van je medewerkers. Daarbij moet je aantonen dat ze bij het geven hiervan volledig geïnformeerd zijn over wat je met de gegevens gaat doen. Sommige organisaties - zoals bijvoorbeeld Eurofiber Nederland - zetten een vrijwillige D&I-enquête en pulse surveys uit. Dit zijn korte, regelmatige medewerkerspeilingen die snel inzicht geven in hoe collega's zich voelen en wat er leeft in de organisatie.

In de handreiking Meten is weten: Het meten en monitoren van diversiteit en inclusie staan o.a. tips voor AVG-conform registreren.

Etnisch-culturele achtergrond, arbeidsvermogen en seksuele oriëntatie

Bijzondere persoonsgegevens zoals etnisch-culturele achtergrond, gezondheid (van belang vanwege het arbeidsvermogen van medewerkers) en seksuele oriëntatie krijgen binnen de AVG extra bescherming. De wetgever staat de verwerking van deze gegevens toe onder de voorwaarde dat een werknemer uitdrukkelijke toestemming verleent. Om bijvoorbeeld een beeld te kunnen krijgen van deze diversiteitskenmerken, kan een werkgever vrijwillige zelfregistratie hanteren. 

Wil je meer weten over vrijwillige zelfregistratie en hoe andere organisaties dat aanpakken? Neem contact op met onze mensen van de helpdesk, die kunnen je in contact kunnen brengen met organisaties uit ons bedrijvennetwerk die hier ervaring mee hebben.  

 

Hoe kun je diversiteit en inclusie meten en monitoren?

Jullie huidige situatie kun je in kaart brengen met gegevens die je al hebt. Bijvoorbeeld cijfers over de samenstelling van het personeelsbestand, en meningen over de werksfeer. Je kunt ook nieuwe gegevens en data verzamelen.

Diversiteit in kaart brengen

Meten hoe divers je personeelsbestand is kan op verschillende manieren:

  • HR-systeem: de stand van zaken qua gender, leeftijd, aantal jaren in dienst en salarisniveau kun je in kaart brengen met gegevens uit jullie personeelsadministratie.
  • Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) of enquête: Zowel etnisch-culturele diversiteit en lhbti+ achtergrond als andere vormen van bijzonder arbeidsvermogen, kun je via deze weg uitvragen.Bekijk deze voorbeeldvragen om inclusie te meten.
  • Barometer Culturele Diversiteit: Heb je 250 of meer werknemers? Dan kan het CBS de etnisch-culturele samen­stelling van je personeelsbestand meten met de Barometer Culturele Diversiteit.
  • Inschatting: Soms is het in kaart brengen van het personeel lastig. Bijvoorbeeld omdat op korte termijn een nieuw onderzoek uitvoeren niet realistisch is. Of omdat je zo weinig collega's hebt dat persoonsgegevens snel herleidbaar zijn tot individuen. In zulke gevallen kun je een visuele inschatting maken van de huidige samenstelling. Doe dit in samenspraak met minimaal twee medewerkers van de HR-afdeling en/of uit de top. Let op: vanwege gebrek aan objectiviteit heeft dit niet de voorkeur.

Inclusie in kaart brengen

Hoe inclusief jullie werkklimaat is, meet je aan de hand van reacties van collega's. Vraag bijvoorbeeld in hoeverre medewerkers gelijke kansen ervaren, of te maken krijgen met ongewenst gedrag of uitsluiting. Dit kan onder andere via:

  • Medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO) of enquête: Dit is het voornaamste instrument om anoniem in kaart te brengen hoe medewerkers de werksfeer ervaren. Je kunt gebruik maken van deze voorbeeldvragen om inclusie te meten.
  • Groepsgesprekken: Gesprekken binnen en tussen teams en organisatieonderdelen - ook inclusiedialogen genoemd - zijn een goede manier om het delen van ervaringen te stimuleren.
  • Medewerkersnetwerken: Dit zijn groepen collega's uit alle onderdelen van de organisatie die een achtergrond of persoonskenmerken delen. Zij kunnen informatie verstrekken over de ervaringen van deze medewerkers.
  • Exitgesprekken: Vraag je hoe vertrekkende medewerkers de werksfeer hebben ervaren? Neem je deze reacties mee in de nulmeting. Zo niet, begin hier dan snel mee. Exitgesprekken bieden een schat aan informatie over problemen die tot vertrek van bepaalde groepen leiden.
  • NIM (Nederlandse Inclusiviteitsmonitor): Heb je meer dan 200 werknemers? Dan kan de Nederlandse InclusiviteitsMonitor in kaart brengen in hoeverre jouw werknemers het werkklimaat als inclusief ervaren.
Waarom inclusie en diversiteit meten en monitoren?

Als jouw organisatie acties onderneemt om te komen tot een divers(er) samengesteld personeelsbestand en een inclusief werkklimaat, wil je weten wat hiervan de resultaten zijn. Het is niet alleen belangrijk beleid te formuleren met concrete doelen en duidelijke termijnen. Je wil ook weten wat het beleid in de praktijk oplevert.

Wat je niet meet, kun je ook niet verbeteren

Wat je niet meet, kun je ook niet verbeteren. Door het meten en monitoren van zelf gestelde doelen voor D&I krijgt je organisatie zicht op successen en knelpunten. Daarmee ontstaat een scherper beeld van de bijdrage van D&I-beleid aan het presteren van de hele organisatie (de businesscase). Dat is ook van belang voor het draagvlak en de steun voor diversiteitsbeleid in de organisatie.

Samenstelling van je personeelsbestand geeft al veel inzicht

Het in kaart brengen van de samenstelling van je personeelsbestand geeft al veel inzicht. Dat is als het ware de nulmeting die aangeeft welke diversiteitsgroepen op welke plekken minder goed zijn vertegenwoordigd. Door deze gegevens te koppelen aan variabelen, bijv. bedrijfsonderdeel, salarisschaal, functieverblijfsduur en aantal dienstjaren, zie je al gauw verschillen tussen bepaalde groepen medewerkers. Op basis daarvan kun je bepalen of en waar actie nodig is.

In deze video vertelt één van onze netwerkleden hoe ze dit in hun organisatie aanpakken: