U-match biedt zorgorganisaties, personeel en vluchtelingen perspectief
Medisch hoogopgeleide vluchtelingen kunnen in Utrecht over dementie leren en tegelijkertijd vertrouwd raken met de Nederlandse taal. Het project U-match biedt hun taalonderwijs in combinatie met een zorgopleiding. Binnen een jaar werken ze als verzorgende individuele gezondheidszorg (IG). Zo werken de gemeente, MBO Utrecht, Hogeschool Utrecht en werkgevers samen aan een oplossing met veel maatschappelijk voordeel.
Tekst: Ton Bennink | Leestijd: 4 minuten
Een klasje met zestien hoogopgeleide zorgmedewerkers, variërend van specialisten tot verpleegkundigen, op het MBO Utrecht. Vandaag staan de verschillende vormen van dementie op het programma. De oren spitsen zich, vooral vanwege de medische taal. De vluchtelingen uit onder meer Turkije, Syrië en Oekraïne luisteren aandachtig naar docent Marielle Drost.
Drost wil weten hoe de afgelopen week verliep voor de cursisten. “In twee woorden”, voegt ze er quasi streng aan toe. Sommigen waren bij medecursist Wendi om taart te eten, anderen vierden een bruiloft, verhuisden of bezochten familie in Duitsland.
De studenten in de klas van Marielle Drost zijn gevlucht uit onder meer Turkije, Syrië en Oekraïne. | Foto: Hans Vissers
Het komt er soms wat haperend uit. Want de cursisten mogen dan vaak universitair zijn opgeleid; Nederlands is verdraaid moeilijk. Als docent Drost aan de les wil beginnen, krijgt ze een koekje van eigen deeg. “Hoe was jouw week? In twee woorden!”
‘Het kost per deelnemer maar twintig procent van de normale kosten voor inburgering ’
Stan Koedam is namens de gemeente Utrecht projectleider van U-match. Het project is een initiatief van de gemeente en MBO Utrecht. In september startte ‘de club van zestien’ met een opleiding tot verzorgende IG of verpleegkundige. In februari volgt een stage van een dag per week en na een jaar wacht een baan bij een van de bij het project aangesloten werkgevers. Koedam somt de voordelen op: “We kunnen dit mede dankzij een EU-subsidie doen. En het kost ons per deelnemer maar twintig procent van de kosten die we normaal maken voor inburgering. Na een jaar gaan de cursisten uit de bijstand, omdat ze een BBL-contract (Beroepsbegeleidende Leerweg) krijgen van hun werkgever. Bovendien zitten werkgevers, zoals thuiszorgorganisatie Warande, echt te springen om personeel.”
Wijziging regelgeving
Deze lichting bestaat uit statushouders; in de volgende groep zitten ook asielzoekers zonder verblijfsstatus. Volgens Koedam kan dat omdat Utrecht en het mbo gebruikmaken van een wijziging in de regelgeving: ook asielzoekers mogen sinds eind 2023 na een halfjaar starten met opleiding en werk. “We willen graag dat de SER zich inspant om soortgelijke projecten in heel Nederland te promoten. En dat we niet alleen studenten in de zorg opleiden, maar ook in bijvoorbeeld de autotechniek en het onderwijs. Zo pakken we zowel het tekort aan mbo’ers aan als de krapte op de arbeidsmarkt.”
Maar er is nog een reden om te pleiten voor dit soort initiatieven in de rest van het land en dat heeft ermee te maken dat sommige cursisten nog in een azc zitten, zegt Koedam. “Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) kan besluiten dat één van hen wordt overgeplaatst naar bijvoorbeeld Drenthe en hij of zij zou de opleiding daar dan kunnen vervolgen.”
Onder hun niveau
Ordeproblemen kent docent Marielle Drost niet. Wel moet ze soms didactisch ingrijpen als het te gezellig wordt. Nu spreekt ze Marwan aan, die opzichtig met zijn vinger wijst. Dat is onbeleefd. Marwan wil ondersteuning bieden aan een jeugdarts tot hij op eigen benen kan staan en de Nederlandse taal beheerst.
Overigens is er meer nodig dan het leren van de taal om straks aan het werk te kunnen. Zo moeten de cursisten zich ook de Nederlandse medische context eigen maken. In sommige landen van herkomst zorgen familieleden bijvoorbeeld voor patiënten door hen te wassen en te kleden; hier doen zorgprofessionals dat.
Het werk dat een verzorgende IG uitvoert ligt vaak onder het niveau dat deze cursisten gewend zijn. Vooraf is goed gecheckt of dat een probleem is. Koedam: “De meesten vinden dat prima. Het is een opstap naar de BIG-registratie (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Dat ze daarna verder gaan in hun vakgebied, is oké. Voor de werkgevers werkt dit ook: die krijgen als het goed is weer een nieuwe lichting nieuwkomers met een medische achtergrond.”
Hosen Ahmed (31) hoopt zich in Nederland te vestigen als huisarts. Hij komt uit Syrië en is een derdelander (persoon met een andere nationaliteit dan die van een EU-land, Noorwegen, IJsland, Liechtenstein of Zwitserland, red.). In 2015 vertrok hij naar Moskou om daar zijn artsdiploma te halen. Hij was net een jaar bezig met zijn specialisatie tot plastisch chirurg, toen Rusland Oekraïne binnenviel en hij naar Nederland vluchtte. Hij spreekt Arabisch, Russisch, Engels en inmiddels behoorlijk goed Nederlands. “Ik had hier familie en vrienden. Bovendien spreken Nederlanders goed Engels en is de zorg goed. Daarom ben ik hiernaartoe gegaan. Ik heb gewerkt als vrijwilliger binnen het azc en het Rode Kruis. Ik wil mijn diploma laten omzetten naar een Europees diploma.”
‘We willen graag dat de SER zich inspant om soortgelijke projecten te promoten’
Ahmed heeft inmiddels een studioappartement in de Utrechtse wijk Leidsche Rijn. Zijn familie zag hij voor het laatst in 2015. Met de taal komt het nu hopelijk goed. “De vorige cursus was niet goed. Hier wel.” Volgens Koedam komt dat ook doordat er, wanneer dat nodig is, wat meer nadruk ligt op taal. Dat kan bijvoorbeeld door een extra les. “En aan motivatie geen gebrek: sommigen studeren zelfs in de vakanties door.”
“When I finish the talk, then I change my diploma”, zondigt Hosen Ahmed tegen de regels. Docent Drost kijkt gespeeld streng. Het is de toekomstige huisarts of plastisch chirurg vergeven, voor deze ene keer.
De gemeente Utrecht onderstreept het belang van een project als U-match. Wethouder Asiel en Integratie Rik van der Graaf: “Ik ben erg blij dat inburgeraars op deze manier sneller mee kunnen doen. Binnen een jaar is er zicht op een arbeidscontract, waardoor ze sneller financieel onafhankelijk zijn en werk hebben in hun eigen vakgebied. Dat is goed voor deze nieuwkomers én we dringen de personeelskosten in de zorg terug. Echt een win-winsituatie!”