Zicht op

Vraag en aanbod beter gestroomlijnd

De arbeidsmarkt wordt steeds krapper en verandert ook nog eens fors. Alle sectoren staan om mensen te springen. Hoe krijgen en houden we zo veel mogelijk mensen duurzaam aan het werk? Hoe maken we de arbeidsmarkt toekomstbestendig?

Tekst: Corien Lambregtse | Leestijd:8 minuten

Aan het woord:

Ruben van der Ploeg
Ruben van der Ploeg, beleidsadviseur CNV en lid van de Werkgroep Arbeidsmarktinfra- structuur bij de Stichting van de Arbeid
Antoine Reijnders
Antoine Reijnders, beleidssecretaris bij VNO-NCW en lid van de Werkgroep Arbeidsmarktinfrastructuur bij de Stichting van de Arbeid
 
 

De uitdagingen waar de arbeidsmarkt voor staat, zijn niet mis. Neem de vergrijzing: de uitstroom van gepensioneerden is groter dan de instroom van jongeren, waardoor het voor werkgevers steeds moeilijker wordt om voldoende mensen te vinden. Daarnaast zijn er de transities op het gebied van digitalisering en verduurzaming, waardoor het werk zelf ingrijpend verandert. Oude banen verdwijnen, er komen nieuwe voor in de plaats. Om de overstap naar nieuwe banen te kunnen maken, zijn vaak andere kennis en vaardigheden nodig.

Voor de sociale partners is het een topprioriteit: zorgen dat werkenden sneller op de juiste plek terechtkomen en beter van werk naar werk worden begeleid. Dat laatste wil zeggen dat als het werk stopt of als een werknemer zelf iets anders wil, hij of zij direct verdergaat met ander werk, eventueel bij een andere werkgever en/of in een andere sector. Dus zonder werkloosheidsperiode tussendoor. De Stichting van de Arbeid bracht hierover vlak voor de zomer een brief uit: Visie en aanpak sociale partners op Van-werk-naar-werkstelsel. De brief is opgesteld door de Werkgroep Arbeidsmarktinfrastructuur, samengesteld uit werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers. Onder hen zijn Antoine Reijnders (VNO-NCW | MKB-Nederland) en Ruben van der Ploeg (CNV). De visie en aanpak richten zich op een toekomstbestendige arbeidsmarktinfrastructuur, een leven lang ontwikkelen en van-werk-naar-werk- trajecten.

Het Regionaal Werkcentrum werkt als een vliegwiel dat werkgevers en werkzoekenden sneller en slimmer met elkaar verbindt. Werkgevers kunnen er terecht voor informatie over regelingen, subsidies en begeleiding bij het aannemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Werknemers kunnen er aankloppen met alle mogelijke vragen over hun loopbaan. | Foto: Rick Meinen

Sectorale en regionale infrastructuur

De arbeidsmarktinfrastructuur is het geheel van voorzieningen die mensen helpen aan het werk te komen c.q. te blijven en om zich te ontwikkelen. Bijvoorbeeld met behulp van scholingsfondsen, loopbaanbegeleiding en sociale plannen. Oftewel: het hele ecosysteem dat vraag en aanbod op het gebied van arbeid bij elkaar brengt. Dat ecosysteem bestaat uit twee delen: een regionaal en een sectoraal deel.

Het sectorale deel is privaat georganiseerd, legt Reijnders uit. “De sectorale arbeidsmarktinfrastructuur bestaat uit bedrijfstakken en beroepsgroepen. Denk aan de zorg, techniek, onderwijs en logistiek. Die bedrijfstakken, maar ook afzonderlijke ondernemingen, hebben hun eigen cao. Daar valt zo’n 70 procent van de werknemers onder. In die cao’s staan afspraken over scholing, ontwikkeling en loopbaanbegeleiding.

Ruben van der Ploeg ‘De Werkcentra bieden iedere werkende meer regie over zijn of haar loopbaan’

Veel sectoren, zoals techniek en zorg, hebben eigen opleidings- en ontwikkelingsfondsen (O&O-fondsen), waarmee zij medewerkers opleidings- en groei- mogelijkheden bieden. Er zijn echter ook werkenden en werkgevers die niet onder een cao vallen.”

Het regionale deel van de arbeidsmarktinfrastructuur richt zich op de 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland en daarmee op een geografisch gebied. In zo’n arbeidsmarktregio werken gemeenten, UWV, onderwijsinstellingen en sociale partners samen. Van der Ploeg: “De regionale arbeidsmarktinfrastructuur werkt als een toegangspoort tot alle voorzieningen en richt zich vooral op werkenden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt die niet kunnen terugvallen op een O&O-fonds of cao-afspraak. De betrokken partijen bieden hun een vangnet. Doel is dat werkzoekenden en werkgevers elkaar sneller kunnen vinden.”

Arbeidsmarktsnelweg

Hoe goed bedoeld ook: de verschillende loketten en de veelheid aan regels, websites en regelingen maken de toegang tot de arbeidsmarkt ingewikkeld. Reijnders: “Werkenden hebben vaak geen idee waar ze moeten zijn met vragen over scholing of begeleiding. Ook werkgevers, met name in kleinere bedrijven, raken al snel de weg kwijt. Als je bijvoorbeeld iemand met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst wilt nemen, waar klop je dan aan en hoe werkt dat?”

Zijn ideaalbeeld is een ‘arbeidsmarktsnelweg’. “We rijden met z’n allen op een snelweg. Als iemand merkt dat het werk te belastend wordt, moet hij de weg weten naar een andere baan binnen of buiten zijn sector om te voorkomen dat hij uitvalt. Het is belangrijk dat mensen tijdig de juiste afslag kunnen nemen. Zo blijven ze behouden voor de arbeidsmarkt.”

Daar hoort volgens hem ook preventie bij. “We richten ons nog te vaak op mensen die al in de problemen zitten, terwijl we veel meer moeten doen aan de voorkant: zorgen dat iemand niet uitvalt, maar tijdig kan schakelen.”

Regionale Werkcentra

De visie en aanpak van de Stichting van de Arbeid hebben als doel de arbeidsmarkt eenvoudiger, overzichtelijker en beter toegankelijk te maken. Dat betekent: bestaande voorzieningen met elkaar verbinden, versnippering tegengaan en de arbeidsmobiliteit van mensen vergroten. Deze ambitie bouwt voort op de ervaring met de Regionale Mobiliteitsteams (RMT’s), die in coronatijd zijn ontstaan. Binnen de RMT’s werken gemeenten, UWV, onderwijs en sociale partners nauw samen om mensen die hun baan kwijtraken zo snel mogelijk aan het werk te krijgen in sectoren die mensen nodig hebben.

Die integrale aanpak – één loket, gezamenlijke begeleiding en oog voor preventie – krijgt een structureel vervolg met de Regionale Werkcentra (RWC’s), die in 2026 in elke arbeidsmarktregio operationeel zullen zijn. Werkzoekenden, werkenden en werkgevers kunnen daar digitaal of fysiek terecht met vragen over werk, scholing of loopbaan. Het Werkcentrum heeft een gidsfunctie en helpt mensen de juiste route te vinden: naar de gemeente, UWV, vakbond of een sectorfonds.

De Werkcentra vormen de knooppunten waar sectorale en regionale structuren samenkomen. Werknemers in sectoren zonder scholingsfondsen krijgen via de Werkcentra toch toegang tot loopbaanadvies en begeleiding. Regionale partners profiteren van de expertise en middelen van sectorale fondsen. De bundeling van krachten leidt tot een meer samenhangende, wendbare arbeidsmarkt.

Voorwaarde is wel dat de nieuwe Werkcentra de tijd krijgen om zich te bewijzen, zegt Reijnders. “De overheid moet niet elke drie jaar met een nieuw programma of project komen. Laat dit nou eens een tijd lopen, dan kun je echt iets opbouwen.”

Wat werkgevers winnen

Voor werkgevers betekenen de nieuwe Werkcentra minder bureaucratie en meer overzicht. Reijnders: “Werkgevers hoeven straks niet bij tien verschillende loketten aan te kloppen, maar kunnen bij één regionaal loket terecht voor informatie over regelingen, subsidies en begeleiding bij het aannemen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Dat is vooral voor kleinere bedrijven, zonder eigen HR-afdeling, een enorme verbetering.”

Volgens hem kent slechts 12 procent van de werkgevers momenteel de weg naar bestaande werkgeversservicepunten. “Eén vast aanspreekpunt maakt het veel eenvoudiger. Bovendien worden werkgevers via de Werkcentra betrokken bij regionale netwerken, waardoor vraag en aanbod lokaal beter op elkaar worden afgestemd.”

Van der Ploeg vult aan: “Werkgevers die investeren in duurzame inzetbaarheid zien minder verloop en ziekteverzuim. Het voorkomt dat mensen te vroeg uitvallen en dat werkgevers steeds opnieuw moeten werven. Het levert dus ook economisch voordeel op.”

Wat werknemers winnen

Voor werknemers betekenen de nieuwe Werkcentra meer regie over hun loopbaan. Van der Ploeg: “Alle werkenden kunnen bij het Werkcentrum terecht met vragen over hun loopbaan, ook buiten de huidige werkgever om. Vakbonden bieden begeleiding aan werknemers die vanuit hun sector of werkgever geen voorzieningen hebben. Dit maakt overstappen naar een andere baan of sector makkelijker en voorkomt uitval of werkloosheid.”

Hij ziet het als een kans om de arbeidsmarkt toegankelijker te maken. “We hebben in Nederland veel regelingen voor scholing en loopbaan, maar de mensen die deze het hardst nodig hebben, weten die vaak niet te vinden. Een Werkcentrum moet juist voor hen de ingang worden.”

De Werkcentra bieden begeleiding en opleidingsadvies, maar ook hulp bij bijvoorbeeld taalachterstanden of schulden. “Die problemen moeten eerst worden opgelost voor iemand verder kan. Dat wordt dan via het Werkcentrum geregeld, zodat je daarna goed met scholing of werk aan de slag kan.”

Antoine Reijnders ‘Werkgevers kunnen straks bij één regionaal loket terecht voor al hun vragen’

Volgens Reijnders verloopt 85 tot 95 procent van de arbeidsmarktbewegingen op dit moment buiten de publieke infrastructuur om, via uitzendbureaus of directe contacten. “Juist daarom is het belangrijk dat de resterende groep die ondersteuning nodig heeft, goed wordt geholpen.”

Minder dubbel werk, meer maatwerk

De nieuwe structuur levert ook de uitvoerende partijen winst op, doordat dubbel werk wordt voorkomen. De koppeling met sectorale netwerken zorgt bovendien voor meer maatwerk, vooral voor groepen die nu makkelijk buiten de boot vallen: werkenden zonder cao-dekking, werkenden met tijdelijke contracten en zelfstandigen. “Ook jongeren, herintreders en mensen met een WIA-achtergrond (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, red.) profiteren van deze aanpak”, zegt Van der Ploeg. “Ze krijgen zicht op hun mogelijkheden en de kans om zich te ontwikkelen.”

Geen wondermiddel, wel een doorbraak

De Werkcentra zijn niet de eerste poging om de arbeidsmarktinfrastructuur te verbeteren. Gaat het deze keer wel lukken? De nieuwe structuur is geen wondermiddel, beseffen Van der Ploeg en Reijnders. Maar het is wel een structuur die publieke en private middelen efficiënter inzet en mensen sneller naar duurzaam werk begeleidt.

Reijnders: “Het verschil met eerdere initiatieven is dat we dit nu samen doen: werkgevers, vakbonden, gemeenten, UWV. We zien allemaal dat we niet verder komen als ieder zijn eigen ding blijft doen. Het vertrouwen tussen partijen is gegroeid. Ook omdat we tijdens corona hebben gezien dat het kan; de Regionale Mobiliteitsteams hebben dat bewezen. Deze nieuwe aanpak wordt niet van bovenaf opgelegd, maar is in de praktijk ontstaan. Dat stemt mij hoopvol.”

Van der Ploeg: “Er gebeuren echt veel goede dingen, zeker in sectoren waar werk- gevers en werknemers elkaar weten te vin- den. Door te bundelen wat goed gaat, maken we de arbeidsmarkt toegankelijker. Dus geen revolutie, maar wel een stap vooruit.”

De voorstellen van de Stichting van de Arbeid voor een Van-werk-naar-werkstelsel zijn voor hen geen eindpunt, maar een bouwsteen voor een groter stelsel dat de komende jaren verder wordt uitgebouwd. Een robuuste infrastructuur richting een toekomstbestendige, inclusieve arbeidsmarkt.


Dit artikel is ook verschenen in het papieren nummer van Zicht op arbeidsmarktinfrastructuur.

Abonneer nu gratis


Vijf verbeterpunten Van-werk-naar-werkstelsel

De visie en aanpak van de sociale partners op het Van-werk-naar-werkstelsel (Stichting van de Arbeid, juni 2025) bevat 5 verbeterpunten waaraan de komende jaren wordt gewerkt:

  1. Betere cao-afspraken. Meer sectoren moeten structurele afspraken opnemen over loopbaanbegeleiding, scholing en van-werk-naar-werk. De Stichting ontwikkelt hiervoor een handreiking en een cao-aanbeveling en monitort de voortgang.
  2. Samenhangende digitale infrastructuur. Bestaande platforms als Leeroverzicht, Werk.nl en CompetentNL worden samengebracht tot één digitaal systeem dat inzicht biedt in scholing, vacatures en vaardigheden.
  3. Inrichten Regionale Werkcentra. De tijdelijke Regionale Mobiliteitsteams worden omgevormd tot Regionale Werkcentra waarin publieke en private partijen vanuit eigen verantwoordelijkheden samenwerken aan werk en ontwikkeling.
  4. Overgang naar een skillsgerichte arbeidsmarkt. Sollicitatie en matching moeten draaien om vaardigheden in plaats van diploma’s. Sectoren ontwikkelen daarvoor skills-paspoorten en ontwikkelpaden.
  5. Gerichte begeleiding voor wie buiten de boot valt. Voor werkenden zonder cao-dekking komt een laagdrempelige voorziening die helpt bij loopbaanoriëntatie, ontwikkeling en van-werk-naar-werk.

De partijen in de Stichting van de Arbeid coördineren alle acties en zorgen voor kennisdeling en afstemming tussen sectoren en regio’s. De SER vervult de rol van aanjager en bewaker: de raad monitort de uitwerking, verbindt initiatieven en brengt de resultaten samen in adviezen aan het kabinet.

Meer informatie over ‘Visie en ambities van sociale partners op ‘Van werk naar werk’’
Arbeidsmarkt. Onderweg naar het werk.
Studenten in actie in loods van het Zadkine College in Rotterdam, ze leren hier hoe te werken in een magazijn. Foto: Frank de Roo