De SER adviseert om overheidsbeleid rondom de energietransitie duidelijker en voorspelbaarder te maken. Hiervoor pleit de raad in het advies ‘Energie voor iedereen. Een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving’ dat dit voorjaar uitkwam en waarover voorzitter van de gelijknamige adviescommissie Mijntje Lückerath spreekt in dit artikel.
Iedereen moet mee kunnen met de energietransitie
Nederland wil de klimaatdoelen halen én ervoor zorgen dat energie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. In de praktijk blijkt dit een lastige opgave. Niet iedereen wíl meedoen en niet iedereen kán meedoen, schreef de SER dit voorjaar in het advies ‘Energie voor iedereen. Een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving’. Hoe staat het ervoor met de energietransitie en hoe krijgen we zo veel mogelijk mensen mee?
Tekst: Berber Bijma | Leestijd: 9 minuten
Aan het woord:

Mijntje Lückerath, hoogleraar corporate governance

Arie Alderliesten, directeur Autoschadeherstelbedrijf Alderliesten

Marieke Vollering, directeur Stichting Energiebank Nederland
Over vier jaar wil Nederland 55 procent minder CO2 uitstoten dan in 1990. In 2050 moet de uitstoot zelfs helemaal 0 zijn, met als gevolg dat we op dat moment een klimaatneutraal land zouden zijn. De doelstelling voor 2030 halen we zeer waarschijnlijk niet, berekende het Planbureau voor de Leefomgeving twee jaar geleden. Over de haalbaarheid van de doelen voor 2050 is nog niet veel te zeggen, behalve dat daarvoor nog veel moet gebeuren.
Er wordt onmiskenbaar hard gewerkt aan de energietransitie. Het aantal zonnepanelen en warmtepompen neemt toe en dat geldt ook voor windmolens op land en zee. Maar er gebeurt nog niet genoeg. Een van de redenen daarvoor is dat niet alle huishoudens en bedrijven mee kunnen of willen doen aan het verduurzamen van hun woning of bedrijfspand. Of dat ze niet goed weten waar ze moeten beginnen.
Mijntje Lückerath ‘Steeds veranderend beleid verzwakt het draagvlak voor de energietransitie’
Mijntje Lückerath was voorzitter van de SER-adviescommissie die dit voorjaar kwam met het advies ‘Energie voor iedereen. Een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving’. Ze ziet dat de gesprekken over de energietransitie vaak gaan over grote stappen van grote bedrijven, terwijl er minder aandacht is voor wat kleine bedrijven en huishoudens met lage en middeninkomens (kunnen) doen. Juist daar is volgens haar nog veel winst te behalen. “Verduurzaming draagt voor deze groepen bij aan meer grip op de energierekening.”
Het lukt niet altijd
De commissie zag bij mkb-bedrijven en huishoudens veel voorbeelden die duidelijk maken waarom het niet iedereen lukt om mee te gaan met de energietransitie, zegt Lückerath. “Voor iedereen speelt daarbij iets anders. Dat betekent niet dat er voor ieder individu of ieder bedrijf maatwerk moet komen, maar het laat wel zien dat de overheid moet onderzoeken waarom sommige bedrijven en huishoudens niet meegaan in de transitie.” Die inzichten kunnen volgens Lückerath aanleiding zijn om beleid te ontwikkelen dat beter aansluit op de dagelijkse praktijk van mensen.
“We onderscheiden grofweg drie redenen waarom mensen niet meegaan in de energietransitie. Sommige mensen kunnen niet, bijvoorbeeld omdat ze het financieel moeilijk hebben, een woning huren of omdat ze lid zijn van een Vereniging van Eigenaren waarvan de leden het niet eens worden. Andere mensen willen niet omdat ze niet geloven in klimaatproblemen of geen zin hebben in het gedoe van aanpassingen aan hun huis. En er is een groep die wel wil en kan, maar niet weet waar te beginnen. Ze weten bijvoorbeeld niet welke opties er zijn en welke financiële regelingen beschikbaar zijn.”
Hulp aan huis
Voor Marieke Vollering, directeur van de Stichting Energiebank Nederland, is wat Lückerath vertelt herkenbaar. De Energiebank richt zich op huishoudens met energiearmoede. Het gaat daarbij vaak om mensen die in verouderde huizen wonen en een hoge energierekening hebben, terwijl ze weinig te besteden hebben. Verduurzaming zou voor hen dubbele winst betekenen: een lagere energierekening én een comfortabeler huis.
De Energiebank bestaat sinds 2015 en werkt via een landelijk netwerk van 27 lokale energiebanken. Het initiatief draait grotendeels op vrijwilligers. Het belangrijkste doel is om mensen grip te laten krijgen op hun energierekening. Dat ze daarmee bijdragen aan de energietransitie, is bijvangst. “Wij praten nooit over de energietransitie. De mensen in onze doelgroep hebben vaak andere dingen aan hun hoofd. Ze zijn vaak allang blij als ze het einde van de maand halen. Besparen op de energierekening is het aanknopingspunt voor een gesprek.”
De Energiebank richt zich op mensen ‘bij wie de gemeente vaak niet meer binnenkomt’, vertelt Vollering. “Ze vertrouwen de overheid vaak niet en openen geen brieven, meestal omdat ze schulden hebben. Lokale Energiebanken en soortgelijke waardevolle wijkinitiatieven (zie ook de reportage in Arnhem vanaf pagina 27, red.) komen binnen omdat ze genesteld zijn in de gemeenschap. De mensen van de lokale Energiebank kennen bijvoorbeeld de kerk, de voetbalclub, de huisarts, de wijkteams of de moskee. Zo wordt de Energiebank bekend in de wijk en krijgen we toegang tot mensen met energiearmoede. Als we mensen hebben geholpen, vragen we vaak of ze ook anderen kennen die we kunnen helpen.”
Vol hoofd, lege portemonnee
“De hulp van de lokale Energiebank is vaak heel praktisch. Een voorbeeld: mensen die uit een warm klimaat komen, verwarmen soms uit gastvrijheid hun hele huis. We adviseren dan om de kachel uit te zetten op slaapkamers waar overdag niemand komt. Maar het kan ook gaan om het vervangen van een energieslurpende koelkast met behulp van een gemeentelijke regeling. Voor mensen die elke maand tientjes tekortkomen, kunnen zulke veranderingen het verschil maken. Omdat zij vaak een vol hoofd en een lege portemonnee hebben, is het niet realistisch om te verwachten dat ze zelf hun weg vinden in subsidies, offertes en technische keuzes.”
Arie Alderliesten ‘Vooruitstrevende bedrijven ondervinden nadeel in de energietransitie’
De aanpak van de Energiebank is niet voor niets gericht op ontzorgen. “Onze coaches komen vaak meerdere keren langs, bouwen vertrouwen op en helpen stap voor stap. Als mensen eenmaal merken dat ze grip krijgen op hun energierekening, ontstaat er ruimte om te denken aan andere dingen dan alleen hun financiële problemen. Dat kost tijd en aandacht.”
De meeste mensen die hulp krijgen van de Energiebank, hebben een huurwoning. Toch zijn er ook woningeigenaren. “In een verouderde boerderij op het platteland kun je óók energiearmoede hebben. Voor verduurzaming krijg je dan geen hulp van een woningcorporatie.”
Voor de troepen uit
Verduurzamingsmaatregelen zijn voor mkb-bedrijven ook al niet eenvoudig, illustreert het verhaal van Arie Alderliesten. Hij is directeur van een autoschadeherstelbedrijf in Ridderkerk, ooit door zijn opa opgezet. “In die tijd had je eigenlijk nog geen schadeherstelbedrijven en spuiterijen. Mijn opa was dus een van de eersten en dat vernieuwende karakter heeft ons bedrijf sindsdien altijd gehad.” Nog altijd loopt Alderliesten graag voor de troepen uit, ook met energiebesparing. “In 2017 vervingen we de verlichting in onze spuitstraat door ledverlichting. Toen bleek dat dat licht door de ramen heen de hele avond en nacht in de tuinen van onze buren scheen. Dat was niet de bedoeling en dus zat er maar één ding op: de ramen vervangen door een dichte muur. Die hebben we natuurlijk ook maar meteen geïsoleerd.”
Extra stappen nodig
Dit voorbeeld laat zien dat verduurzamingsmaatregelen voor bedrijven in de praktijk ingewikkeld kunnen zijn en duurder kunnen uitpakken dan verwacht. Alderliesten: “Je moet rekening houden met je omgeving en dat betekent soms dat je extra stappen moet zetten die niet direct iets opleveren in energie- verbruik, maar wel nodig zijn. Die ledverlichting kostte me uiteindelijk 50.000 euro méér.”
Marieke Vollering ‘Als je tientjes tekortkomt, maken kleine veranderingen al verschil’
Zonnepanelen heeft het bedrijf niet. Op dit moment is dat een te kostbare investering die niet snel genoeg kan worden terugverdiend. “Maar onze grootste energiebesparing hebben we een jaar of drie geleden al gerealiseerd, door te gaan werken met een andere soort autolak. Vroeger moest een spuitcabine 40 minuten worden verwarmd tot 60 graden om de lak te laten harden. Met de nieuwste lak is 5 minuten op 40 graden al genoeg. Daarna hardt de lak ‘vanzelf’. Hiermee besparen we een derde van ons gasverbruik. Een welkome verbetering in de tijd dat de energieprijzen door de oorlog in Oekraïne ook al de pan uit rezen. Zo’n klapper zie ik ons niet nog eens maken.”
Instabiel beleid veroorzaakt vertraging
Wat moet er gebeuren om minder vooruitstrevende bedrijven en huishoudens mee te krijgen in de energietransitie? Duidelijkheid en voorspelbaarheid zijn de belangrijkste eerste stappen, zegt Lückerath. “Een voorbeeld: we hebben in de commissie gesproken over de keuze voor collectieve warmtenetten of individuele warmtepompen. Een huishouden dat al een warmtepomp heeft, zit niet te wachten op een warmtenet. Die twee verschillende verduurzamingspaden terugdraaien van de verplichting om een cv-ketel aan het einde van de levensduur te vervangen door een duurzamer alternatief, is een voorbeeld van hoe het níét moet. Sinds dit jaar mogen huishoudens hun cv-ketel ook weer vervangen door een ‘ouderwetse’ ketel op gas. Zwabberend overheidsbeleid zorgt voor verborgen kosten, stelt Lückerath. “Dat geldt bijvoorbeeld voor het afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen. Ik heb er geen oordeel over of die regeling er had moeten blijven, maar de overheid moet zich wel realiseren dat ze door steeds veranderend beleid draagvlak voor de energietransitie kwijtraakt. Mensen schakelen daardoor ook minder snel over op een duurzaam alternatief en daarmee verlies je waarde. Dat zijn verborgen kosten.”
Vertrouwensband opgebouwd
Om alle huishoudens mee te nemen in de energietransitie, is betere ondersteuning nodig voor de groepen die nu moeilijk meekomen, zegt Lückerath. “Je moet het mensen zowel financieel als praktisch makkelijker maken om het goede te doen.”
Marieke Vollering van de Energiebank ziet bij de lokale energiebanken hoe succesvol de hulp van iemand uit het eigen netwerk kan zijn. Ze pleit daarom voor behoud van steun aan die lokale organisaties. “Van isolatie-experts of lokale aannemers kun je niet vragen dat ze elf keer langskomen voor praktische hulp bij verduurzaming. De coaches van de energiebanken kunnen dat wél. Zij kijken bovendien verder dan energie, vanuit de vertrouwensband die ze hebben opgebouwd. Als het nodig is, kunnen ze mensen doorverwijzen naar bijvoorbeeld schuldhulpverlening, verslavingszorg of hulp voor schoolspullen.”
Toch dreigt de financiering van de lokale energiebanken op te houden. “Het heeft jaren gekost om het vertrouwen, het netwerk en de bekendheid op te bouwen die de energiebanken en andere lokale hulpinitiatieven nu hebben. Dat is superbelangrijk voor de mensen zelf, maar ook voor de energietransitie. Als je alles wat we nu hebben opgebouwd weggooit, kost het járen om het weer op te bouwen. Vandaar ons vurige pleidooi om de financiering in stand te houden.” De Energiebank draait overigens niet helemaal op overheidssubsidie; er komt ook geld binnen uit fondsen.
Gerelateerd artikel
Nulmeting pas na energiebesparing
Alderliesten ziet op verschillende vlakken de eisen aan zijn bedrijf toenemen. Hij zal op een gegeven moment bijvoorbeeld met vervangende auto’s moeten gaan werken die elektrisch zijn. “Sinds de verzekeraar bepaalt waar iemand zijn auto moet laten repareren, geven wij mensen een gratis vervangende auto mee. Auto’s worden echter steeds duurder, ook de kleinste exemplaren. Het is voor ons daardoor straks niet meer te betalen om die aan te schaffen als leenauto. Bovendien hebben we de gewoonte dat mensen hun leenauto afgetankt inleveren. Hoe gaan we dat doen met een elektrische auto? Dat is voor ons nog een puzzel, al verwacht ik dat we daar wel iets op bedenken.”
Lastiger is dat hij duurzaamheidsrapportages moet aanleveren bij de verzekeraar, die deze gegevens gebruikt voor de eigen CSRD-verplichtingen ten aanzien van Europese duurzaamheidsrapportages. “De nulmeting voor die rapportages was vorig jaar. Vanaf dat punt moeten wij besparingen realiseren. Maar we hebben onze grootste besparing al daarvóór gemaakt, met die nieuwe laksoort. En dat mag je niet meerekenen. We kunnen wel iets doen met zonnepanelen, maar nog eens een energiebesparing realiseren van bijvoorbeeld 20 procent, zie ik niet zomaar zitten.” Juist vooruitstrevende bedrijven ondervinden daardoor nadeel in de energietransitie, aldus Alderliesten.
Mensgericht en consistent beleid
De SER adviseert een mensgerichte aanpak voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving, ondersteund door consistent overheidsbeleid. “Daardoor kun je uiteindelijk meer”, vertelt Lückerath. “We snappen dat je tot 2050 niet alles in beton kunt gieten en dat nieuwe kabinetten nieuwe keuzes zullen maken. We leven, gelukkig, in een democratie. Maar je kunt wel duidelijke keuzes maken, met daarbij een heldere uitleg over wat verduurzaming oplevert, hoelang je bijvoorbeeld op een regeling kunt vertrouwen en waar je de juiste informatie vindt. Dit alles levert niet alleen financiële winst of klimaatwinst op, maar ook een comfortabele leefomgeving. Het is bovendien gunstig voor de gezondheid van mensen én voor het politieke draagvlak. Consistent beleid kan helpen om bedrijven en huishoudens over de streep te trekken om wél mee te doen aan de energietransitie.”
De eerste reacties op het SER-advies vanuit de ministeries van Economische Zaken en Klimaat en van Volkshuis- vesting en Ruimtelijke Ordening zijn positief. “We zijn niet bang dat dit rapport in een la belandt”, zegt Lückerath. “Maar natuurlijk houden we de vinger aan de pols om te kijken wat het kabinet ermee doet.”