O&O-fondsen en SER in gesprek over de toekomst van werk
Hoe zorgen we dat mensen zich kunnen blijven ontwikkelen in een arbeidsmarkt die krap blijft en snel verandert? Die vraag stond centraal tijdens de conferentie Kiezen voor de toekomst van werk, georganiseerd door de samenwerkende O&O-fondsen in samenwerking met de SER.
© Jeroen Poortvliet
Op 30 juni kwamen bestuurders van O&O-fondsen, sociale partners, het Landelijk Ondersteuningsteam Regionale Arbeidsmarkt, vertegenwoordigers vanuit OCW en SZW en vertegenwoordigers vanuit de SER-organisatie samen bij de SER. De bijeenkomst draaide om één duidelijke vraag: welke keuzes zijn nu nodig voor de arbeidsmarkt van morgen?
Tijdens de conferentie kwam naar voren dat “meer van hetzelfde” niet genoeg is. Als arbeid schaars blijft, vraagt dat om scherpere keuzes. De samenwerkende O&O-fondsen benoemden drie belangrijke opgaven: het verbeteren van de kwaliteit van werk, het verhogen van de arbeidsproductiviteit en het maken van duidelijke keuzes in samenwerking en prioriteiten.
Daarbij ging het onder meer over sociale innovatie op de werkvloer, het slimmer organiseren van werk, het voorkomen van uitval en het beter benutten van wat mensen kunnen en willen. Ook werd benadrukt dat werkgevers, werknemers, opdrachtgevers en onderwijs ieder een eigen rol hebben, maar alleen samen echt vooruitgang kunnen boeken.
De SER-voorzitter benadrukte dat O&O-fondsen een sterke positie hebben, juist omdat zij dicht bij sectoren, bedrijven en de beroepspraktijk staan. Zij kennen de vragen van werkgevers en werknemers en kunnen leren en ontwikkelen dichtbij het werk organiseren.
Tegelijk hield hij de aanwezigen ook een duidelijke vraag voor: lukt het voldoende om over de grenzen van sectoren heen te kijken? De arbeidsmarkt houdt zich immers niet netjes aan sectorgrenzen. Tekorten in techniek, bouw, onderwijs, zorg en defensie staan niet los van elkaar. En loopbanen van mensen lopen ook niet altijd langs de lijnen van sectoren of instituties.
Daarom is boven-sectorale samenwerking een praktische noodzaak. Zeker als we mensen tijdig van werk naar werk willen begeleiden en willen voorkomen dat sectoren elkaar vooral beconcurreren om dezelfde schaarse mensen.
De gesprekken lieten zien dat er veel energie is om samen te werken aan de belangrijke vraagstukken die vandaag de dag spelen op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd vraagt dit iets van alle betrokkenen. Tijdens de dialoogtafels werd dan ook concreet opgeroepen om te kijken wat iedere partij aan tafel morgen al kan ondernemen om de uitdagingen binnen de arbeidsmarkt op te lossen. De SER is hierin bereid om samen met O&O fondsen te verkennen hoe die bovensectorale samenwerking vorm kan worden gegeven. Zo maken we gezamenlijk de actie van denken, naar doen.
De nieuwe Werkcentra kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Zij zijn bedoeld als herkenbare plek in de regio voor vragen over werk, scholing en personeel. O&O-fondsen brengen kennis van sectoren en toegang tot bedrijven mee. Werkcentra hebben regionale zichtbaarheid en contact met werkenden, werkzoekenden en werkgevers. Door die werelden beter te verbinden, kan ondersteuning voor mensen en bedrijven eenvoudiger en effectiever worden.
De opgave voor de komende periode is om die kracht beter te verbinden: tussen sectoren, met de regio en met publieke partijen. Zo kan Leven Lang Ontwikkelen bijdragen aan een arbeidsmarkt waarin mensen zich kunnen blijven ontwikkelen en organisaties beter voorbereid zijn op de toekomst.
Meer doen met schaarse arbeid
Nederland heeft te maken met een structureel krappe arbeidsmarkt. In veel sectoren zijn mensen hard nodig. Tegelijk nemen werkdruk en uitval toe en blijft de groei van arbeidsproductiviteit achter. De vraag is daarom niet alleen hoe we meer mensen aan het werk krijgen, maar ook hoe we werk slimmer organiseren.Tijdens de conferentie kwam naar voren dat “meer van hetzelfde” niet genoeg is. Als arbeid schaars blijft, vraagt dat om scherpere keuzes. De samenwerkende O&O-fondsen benoemden drie belangrijke opgaven: het verbeteren van de kwaliteit van werk, het verhogen van de arbeidsproductiviteit en het maken van duidelijke keuzes in samenwerking en prioriteiten.
Daarbij ging het onder meer over sociale innovatie op de werkvloer, het slimmer organiseren van werk, het voorkomen van uitval en het beter benutten van wat mensen kunnen en willen. Ook werd benadrukt dat werkgevers, werknemers, opdrachtgevers en onderwijs ieder een eigen rol hebben, maar alleen samen echt vooruitgang kunnen boeken.
Over sectorgrenzen heen kijken
SER-voorzitter Kim Putters ging in zijn bijdrage in op het belang van Leven Lang Ontwikkelen en boven-sectorale samenwerking. Werk is volgens hem meer dan een productiefactor. Werk geeft mensen inkomen, maar ook structuur, sociale contacten, erkenning en het gevoel bij te dragen aan de samenleving. Als werk verandert, raakt dat dus niet alleen de economie, maar ook het toekomstvertrouwen en de kwaliteit van leven van mensen.De SER-voorzitter benadrukte dat O&O-fondsen een sterke positie hebben, juist omdat zij dicht bij sectoren, bedrijven en de beroepspraktijk staan. Zij kennen de vragen van werkgevers en werknemers en kunnen leren en ontwikkelen dichtbij het werk organiseren.
Tegelijk hield hij de aanwezigen ook een duidelijke vraag voor: lukt het voldoende om over de grenzen van sectoren heen te kijken? De arbeidsmarkt houdt zich immers niet netjes aan sectorgrenzen. Tekorten in techniek, bouw, onderwijs, zorg en defensie staan niet los van elkaar. En loopbanen van mensen lopen ook niet altijd langs de lijnen van sectoren of instituties.
Daarom is boven-sectorale samenwerking een praktische noodzaak. Zeker als we mensen tijdig van werk naar werk willen begeleiden en willen voorkomen dat sectoren elkaar vooral beconcurreren om dezelfde schaarse mensen.
Van gesprek naar actie
In de dialoogtafels werd de stap gezet van denken naar doen. De deelnemers gingen met elkaar in gesprek over wat samenwerking nu nog in de weg staat, waar partijen in de praktijk tegenaan lopen en wat nodig is om verder te komen.De gesprekken lieten zien dat er veel energie is om samen te werken aan de belangrijke vraagstukken die vandaag de dag spelen op de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd vraagt dit iets van alle betrokkenen. Tijdens de dialoogtafels werd dan ook concreet opgeroepen om te kijken wat iedere partij aan tafel morgen al kan ondernemen om de uitdagingen binnen de arbeidsmarkt op te lossen. De SER is hierin bereid om samen met O&O fondsen te verkennen hoe die bovensectorale samenwerking vorm kan worden gegeven. Zo maken we gezamenlijk de actie van denken, naar doen.
Verbinding met de regio
Ook de verbinding met de regionale arbeidsmarktinfrastructuur kwam aan bod bij de dialoogtafels. Bij 1 van de tafels stond onder andere de vraag centraal hoe de regionale arbeidsmarktinfrastructuur beter aangesloten kan worden op de kennis, netwerken en praktijkervaring van O&O-fondsen.De nieuwe Werkcentra kunnen daarin een belangrijke rol spelen. Zij zijn bedoeld als herkenbare plek in de regio voor vragen over werk, scholing en personeel. O&O-fondsen brengen kennis van sectoren en toegang tot bedrijven mee. Werkcentra hebben regionale zichtbaarheid en contact met werkenden, werkzoekenden en werkgevers. Door die werelden beter te verbinden, kan ondersteuning voor mensen en bedrijven eenvoudiger en effectiever worden.
Rol O&O fondsen
De conferentie maakte zichtbaar dat O&O-fondsen een belangrijke rol kunnen spelen in een arbeidsmarkt waarin leren en ontwikkelen vanzelfsprekender wordt. Door hun kennis van sectoren, hun bereik bij bedrijven en hun ervaring met scholing en ontwikkeling kunnen zij helpen om mensen wendbaar te houden en werk toekomstbestendig te organiseren.De opgave voor de komende periode is om die kracht beter te verbinden: tussen sectoren, met de regio en met publieke partijen. Zo kan Leven Lang Ontwikkelen bijdragen aan een arbeidsmarkt waarin mensen zich kunnen blijven ontwikkelen en organisaties beter voorbereid zijn op de toekomst.