De les van Hongarije
In landen met sterke instituties presteert de economie beter en wordt de welvaart eerlijker verdeeld. Dat is geen politieke opvatting, maar een breed gedragen inzicht uit de economische wetenschap.
De Amerikaanse economen Daron Acemoğlu, Simon Johnson en James Robinson ontvingen in 2024 de Nobelprijs voor hun onderzoek naar de rol van instituties in economische ontwikkeling. Zij toonden aan dat in landen waar macht en tegenmacht in balans zijn, de economie beter werkt voor meer mensen.
Leestijd: 2 minuten
Column van:
Die balans was de afgelopen jaren in Hongarije onder premier Viktor Orbán ver te zoeken. Instituties werden uitgehold, de sociale dialoog buiten spel gezet. Zo ontstond een economie waarin macht en invloed zich concentreerden bij een kleine groep ondernemers die dicht tegen de politieke macht aan zaten. Het leidde tot groeiende verschillen binnen de samenleving en een steeds schevere verdeling van de welvaart.
De overwinning van de oppositie in Hongarije geeft hoop op het herstel van instituties en de opbouw van de sociale dialoog. Hoop op een nieuw tijdperk maar het herstel zal tijd en veel moeite kosten. Vertrouwen bouw je niet in één keer op.
Hongarije laat zien dat de sociale dialoog kan verdwijnen en dat dit grote impact heeft op de economie en de verdeling van de welvaart. Dat is een les die we als Nederland ter harte moeten nemen. De sociale dialoog is geen vanzelfsprekendheid, maar moet actief worden onderhouden, vernieuwd en georganiseerd.
Ook in ons land staat de sociale dialoog onder druk, door groeiende polarisatie en wantrouwen. Juist nu hebben we elkaar nodig: werkgevers, werknemers en overheid. We kunnen de opgaven waar we voor staan alleen samen oplossen. Dat kan soms schuren en botsen. Daar weten wij in de polder alles van, maar spanningen tussen politiek en sociale partners horen erbij: als het nooit knettert, zetten we ook geen stap vooruit.
In een democratische rechtsstaat worden belangen afgewogen, is er tegenspraak en houden macht en tegenmacht elkaar in balans. Daarbij is het essentieel dat instituties zich vernieuwen. Vernieuwing is een voorwaarde om het systeem van macht en tegenmacht te laten werken. Als instituties onvoldoende aansluiten bij de samenleving, verliezen ze hun kracht en gezag.
Daar ligt ook een opgave voor de SER. Daarom gaan wij de komende jaren aan de slag met nieuwe vormen van participatie om de samenleving nadrukkelijker te betrekken bij adviestrajecten. Bijvoorbeeld via commissies, klankbordgroepen, enquêtes, dialogen en mogelijk ook burgerberaden. Daarnaast investeren we in de verbinding met politieke en maatschappelijke partijen, over de volle breedte van politiek en samenleving. Daarmee versterken we de legitimiteit van ons werk en behouden we het evenwicht tussen belangen.
De situatie in Hongarije de afgelopen jaren laat zien wat er op het spel staat. De sociale dialoog is geen vanzelfsprekendheid, maar iets dat we actief moeten blijven organiseren en vernieuwen, omdat het voor iedereen van belang is. Als macht en tegenmacht in balans zijn, werkt de economie beter en wordt de brede welvaart eerlijker verdeeld.