Circular now!

Speech van SER-voorzitter Mariëtte Hamer bij het congres Circular Now!
28 juni 2018
Het gesproken woord geldt.  

Hartelijk dank voor de uitnodiging om vandaag met jullie te spreken.
Jullie bijeenkomst gaat over twee belangrijke onderwerpen: circulaire economie en arbeidsmarkt en scholing. Dat zijn twee onderwerpen die de sociale partners, die met Kroonleden samenwerken in de SER, aan het hart gaan.

Morgen, 29 juni, is een belangrijke dag voor circulaire economie. Dan vertelt het kabinet wat het met de uitkomst van de transitieagenda’s gaat doen. Het reageert op diverse opgestelde rapporten en adviezen, zoals ook de SER verkenning over financiële instrumenten voor een circulaire economie. Ik verwacht dat het kabinet aangeeft hoe deze voorstellen in actie kunnen worden omgezet.

Het is dus ook een belangrijke dag voor jullie. Hoe de circulaire economie eruit gaat zien, en hoe de energietransitie gaat verlopen is van groot belang voor jullie toekomst – en die van ons allemaal.

Ik wil eerst iets zeggen over de energietransitie. Die is volop gaande. Iedereen weet natuurlijk wel dat olie, gas en kolen eindig zijn. En dat het kabinet verstrekkende besluiten heeft genomen om de klimaatdoelstellingen te halen. Om een reductie van 49 procent van de CO2 uitstoot ten opzichte van 1990 te halen in 2030, moeten er miljarden worden geïnvesteerd. Maar niet alleen in technologie. Vooral in mensen moet worden geïnvesteerd. In scholing voor de huidige werknemers in de energiesector. In het aantrekken van heel veel mensen, ook uit andere sectoren. En in begeleiding naar ander werk voor wie z’n baan ziet verdwijnen omdat bijvoorbeeld de kolencentrales dichtgaan. Die investeringen in mensen, die zijn heel dringend nodig. We hebben ménsen nodig. Dat is waar we straks het succes van de energietransitie aan gaan afmeten.       

Voor de circulaire economie geldt ook dat de menselijke factor van groot belang is. Ik ga het met jullie niet hebben over wat een circulaire economie is en waarom we geen tijd te verliezen hebben. Ik ben ervan overtuigd dat jullie dat haarfijn kunnen beargumenteren.

Ik wil het hebben over hoe-vraag. Hoe bereiden we de arbeidsmarkt voor op de circulaire economie? 

Twee zorgpunten

In het Rijksbrede programma voor circulaire economie staan stevige ambities: Nederland circulair in 2050 en 50 procent minder verbruik van primaire grondstoffen in 2030. In het 
Grondstoffenakkoord zijn vijf transitieagenda’s neergezet voor biomassa en voedsel, kunststoffen, de maakindustrie, de bouw en consumptiegoederen. Dat zijn mooie plannen. Maar er zijn ook zorgen. Die heb ik, samen met anderen, geuit bij Staatssecretaris Van Veldhoven. Ik wil er twee met jullie delen: de hoeveelheid geschikte arbeidskrachten en het vrijwel ontbreken van een sociale agenda. 

Bij beide zorgpunten deel ik ook mijn ideeën voor acties. Maar uiteraard laat ik me vandaag graag door jullie inspireren.

Veranderende vraag naar arbeidskrachten

Ten eerste bestaat de zorg dat, net als bij de energietransitie, circulaire ambities stuklopen op een tekort aan geschikte arbeidskrachten. Het ontwikkelen van toekomstgericht onderwijs voor de circulaire economie staat in alle transitieagenda’s dan ook als onderwerp dat aandacht behoeft en moet worden uitgewerkt.

In sommige regio’s wordt daar ook al aan gewerkt. Een fantastisch voorbeeld vind ik Cirkelstad. Op verschillende manieren betrekken zij talenten uit de omgeving, zoals leer/werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, en het begeleiden van talenten om te ondernemen en initiatieven te ontplooien.

Als je de arbeidsmarkt voor de circulaire economie ontleedt dan kom je al snel tot de conclusie dat ‘de’ arbeidsmarkt voor de circulaire economie niet bestaat. Het maakt immers nogal uit of het hebt over het begin van de keten (of van de cirkel), over het midden (gebruik, onderhoud en reparatie) of juist over het eind, de recycle- of afvalfase. Er zijn kortom, diverse segmenten.

Maar het begint met de ondernemer.

Beginpunt: de ‘circulaire’ ondernemer

Wat zijn zijn/haar drijfveren? Deze kunnen heel verschillend zijn. Bijvoorbeeld maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef. Gelukkig zijn steeds meer ondernemers zich ervan bewust dat maatschappelijk verantwoord ondernemen het ‘nieuwe normaal’ is. Zorgvuldig omgaan met grondstoffen, energie en materialen is dan een vanzelfsprekendheid.

Circulaire ondernemerschap kan ook gebaseerd zijn op behoefte aan continuïteit: ook in de toekomst wil je als ondernemer immers verzekerd zijn van de broodnodige grondstoffen en materialen. 

Een derde categorie valt te typeren als de innovator. Deze ondernemer ziet marktkansen door processen slimmer te ontwerpen, nieuwe technologieën toe te passen en daarmee zowel kosten te besparen als nieuwe markten te betreden.

De vierde categorie is de idealistische ondernemer. Winst en omzet zijn dan ondergeschikt aan het nuttig zijn voor de samenleving. Circulaire bedrijfsprincipes passen hier goed bij. Anders dan de maatschappelijk verantwoorde ondernemer vallen veel idealistische ondernemer tegelijkertijd onder de noemer van sociale onderneming. 

In de praktijk lopen motieven natuurlijk vaak door elkaar, zeker naarmate circulaire concepten meer standaard worden. Hoe dan ook het is de ondernemer die verantwoordelijk is voor de keuze om vanuit circulaire beginselen het bedrijf te runnen.

De verschillende segmenten van de circulaire arbeidsmarkt

Eerste fase: productontwerp 
Als we naar de circulaire arbeidsmarkt kijken, dan begint het met de mensen die producten ontwerpen. Zij bedenken welke materialen gebruikt worden, of deze duurzaam geproduceerd zijn, en of ze weer opnieuw te gebruiken zijn in een tweede of derde leven. De ontwerpers hebben ook de mogelijkheid om producten zo te ontwerpen dat onderdelen makkelijk te repareren of te vervangen zijn als ze kapotgaan. Een prachtig voorbeeld van circulair ontwerp van Nederlandse bodem is Fairphone. 

Dit segment van de circulaire arbeidsmarkt wordt in belangrijke mate bemenst door hogere opgeleiden met een technische of design achtergrond. Gelukkig krijgen duurzaamheidsprincipes en de concepten van circulair ontwerpen steeds meer aandacht in de opleidingen.  

Gebruiksfase: onderhoud, reparatie en hergebruik

In de gebruiksfase van producten speelt levensduurverlenging door goed onderhoud en reparatie een belangrijke rol in de circulaire economie. Hier betreden we de arbeidsmarkt van de mensen met een technische achtergrond op mbo- of hbo-niveau. Het gaat hier niet alleen om technische kennis. Door de vele klantencontacten zijn ook sociale vaardigheden steeds belangrijker. Er zijn immers veel klantencontacten. Daarnaast bevatten steeds meer apparaten een flinke brok informatica, zodat ook de nodige informatiekennis nodig is. 

Hier is dus van belang dat mbo- en hbo-opleidingen hun studenten voorbereiden op de groeiende behoefte aan vakmensen die de levensduur van apparaten kan bevorderen. Tegelijkertijd is het belangrijk dat bedrijven in de regio met deze opleidingen samenwerken. Dat heeft meerdere vormen: studenten stageplaatsen aanbieden en ervaren werknemers als docent uitlenen om praktijkkennis met studenten (en docenten) te delen. Maar ook omgekeerd kunnen medewerkers worden in ROC’s en hbo-opleidingen worden bijgeschoold.

Als het over reparatie gaat is het ook interessant dat er in talloze plaatsen repaircafe’s zijn ontstaan. Gerund door vrijwilligers die buurtbewoners helpen bij eenvoudige reparaties aan meestal dagelijkse gebruiksvoorwerpen. Denk aan strijkijzers, koffiezetapparaten, stofzuigers en dergelijke. 

Een bijzonder punt van aandacht is de toenemende rol van hergebruik en de deeleconomie. 
Ook de wereld van het hergebruik is groeiende en bestaat voor een belangrijk deel uit vrijwilligers. Denk aan de kringloopwinkels. Hier kan de circulaire economie een belangrijke rol spelen om de sociale cohesie te versterken. 

De deeleconomie is een complexe vorm van de circulaire economie en heeft vele uitingsvormen. Ik ga hier niet in op de diensteneconomie die door de circulaire economie ontstaat. Het voorbeeld van Philips die licht verkoopt in plaats van lampen is hier een wel bekend symbool van. 

Ik wil wel even stilstaan bij enkele vormen van de deeleconomie. Door de enorme groei van ICT-toepassingen zijn nieuwe bedrijfsmodellen opgekomen die we allemaal kennen en waar velen van ons ook graag gebruik van maken. Dat loopt uiteen van Marktplaats.nl tot Airbnb en Uber. Hier ontstaan veel nieuwe banen. Probleem hierbij is dat dit kan leiden tot uitwassen, zoals onderbetaling, geen scholingsmogelijkheden, geen pensioenopbouw, onvoldoende veiligheidsvoorschriften enzovoorts. Dit voorbeeld laat zien dat ook in een circulaire economie de kwaliteit van de arbeid onze volle aandacht verdient.   

Recyclen en hergebruik 

De derde fase van de circulaire economie richt zich op het sluiten van de keten. Recyclen en hergebruik staan hier centraal

Recyclen kan heel arbeidsintensieve vormen aannemen. Zo zijn er vaak kleine of middelgrote bedrijven die gebruikte apparaten inzamelen en deze vervolgens demonteren. Dat is grotendeels handwerk waar weinig scholing voor nodig. Deze typen werk leent zich ook goed voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt.

Daar staat het technologisch geavanceerde recyclen tegenover. Zo zijn er recyclebedrijven die werken met intelligente sorteerrobots die razendsnel afvalstromen kunnen detecteren en scheiden. Deze robots zijn bovendien zelflerend zodat ze in staat zijn steeds verfijndere afvalstromen te maken. Het type werk dat hier aan de orde is loopt uiteen van vakmensen die zich richten op beheer, onderhoud en reparatie van het dagelijkse proces tot de specialisten die de robots moeten programmeren en repareren.

Tot slot ontstaat er een groeiende markt van materialen en onderdelen die hergebruikt kunnen worden. Ook hier weer grote variatie. Het loopt uiteen van geavanceerde vormen van upcycling van herwonnen materialen en grondstoffen (bijvoorbeeld oude printplaten) tot nuttige toepassingen uit oude auto’s. Hier zijn zowel vakspecialisten nodig als mensen met minder opleiding nodig die gericht onderdelen uit apparaten halen.

Mijn conclusie is dat de arbeidsmarkt van de circulaire economie veel kansen biedt voor mensen met heel verschillende achtergronden, opleidingsrichtingen en opleidingsniveaus. De grote vraag blijft of deze mensen ook beschikbaar zullen zijn, vooral gezien de grote arbeidsvraag uit andere sectoren, waaronder die van de energietransitie.

Wat in ieder geval duidelijk is, is dat onderwijs en scholing hier een belangrijke rol hebben.

Toekomstgericht onderwijs en scholing

Het voorgaande rechtvaardigt de zorg is dat er misschien niet genoeg mensen zijn die goed zijn opgeleid. Het ontwikkelen van toekomstgericht onderwijs voor de circulaire economie staat in alle transitieagenda’s dan ook als onderwerp dat aandacht behoeft en moet worden uitgewerkt. Dat toekomstgericht onderwijs is geen zaak voor de onderwijsinstellingen alleen. Het gaat er juist ook om dat het onderwijs goed aansluit bij wat het bedrijfsleven en de maatschappij willen. En bij wat burgers willen: de regie hebben over hun eigen ontwikkeling. Want autonomie is voor veel mensen een kostbaar bezit.

Om dat te bereiken, is het nodig dat alle groepen in de samenleving over de juiste vaardigheden – of skills - beschikken om mee te doen in een snel veranderende wereld. En om vervolgens die skills, bij te houden en verder te ontwikkelen, om mee te kunnen blijven doen. We noemen dat een leven lang ontwikkelen.

Dat vraagt een enorme omslag bij mensen, werkenden en bedrijven, namelijk naar een leercultuur waarin het vanzelfsprekend is dat iedereen zich ontwikkelt. Studenten, werkenden, maar ook werkzoekenden, statushouders, en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.

In veel regio’s wordt daar al aan gewerkt. Een fantastisch voorbeeld vind ik Cirkelstad. Onder de noemer ‘Geen afval, geen uitval’ zoekt Cirkelstad allerlei manieren om grondstoffen en materialen opnieuw te gebruiken. En daarnaast bieden zij leer-werkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en begeleiden zij jonge talenten om te ondernemen en initiatieven te ontplooien. Een ander voorbeeld is House of Skills, waar bedrijfsleven, werknemers- en werkgeversorganisaties, onderwijs en bestuurders uit de regio samenwerken om de opleiding en werkplek van mbo-studenten naadloos op elkaar aan te sluiten.

Enkele weken geleden heeft SER een grote bijeenkomst georganiseerd waar veel van dit soort voorbeelden besproken zijn. Betere samenwerking tussen scholen, gemeentelijke instellingen, werknemers en werkgevers, regionale en nationale overheden gaat ervoor zorgen dat mensen op verschillende manieren leren en zich ontwikkelen, hun leven lang.

Samen met al die partijen, én met de verantwoordelijke ministers, streven we ernaar een nationale ‘doe-agenda’ te ontwikkelen met initiatieven waardoor een leven lang ontwikkelen voor iedereen een vanzelfsprekendheid wordt.

Oog voor de sociale agend

Een tweede zorgpunt is de beperkte aandacht voor de sociale agenda. Juist de omschakeling naar een circulair bedrijfsmodel vereist vaak fundamenteel andere werkprocessen en vaardigheden. Naar verwachting leidt dit tot forse verschuivingen op de arbeidsmarkt. Betrokkenheid van werknemers speelt hierbij een belangrijke rol.

Met andere woorden, circulaire bedrijfsvoering vereist draagvlak (zoals we dat bij de SER noemen) en sociale innovatie binnen ondernemingen.

Ook vergt een circulaire economie nieuwe relaties tussen bedrijven in de keten.

Wij vinden het daarom verstandig om in een vroeg stadium in overleg met werkgevers en werknemers na te gaan welke elementen van sociale innovatie en veranderende arbeidsmarktbehoeftes meer aandacht behoeven. Ik hoor zo meteen graag van jullie welke elementen volgens jullie meer aandacht behoeven. 

Als voorzitter van de bij het Klimaatakkoord ingestelde taakgroep “arbeidsmarkt en scholing” wil ik ook circulaire economie meenemen en jullie input kan mij hierbij helpen.

Beste mensen, de SER vindt de inbreng van jongeren belangrijk. Daarom hebben we een jongerenplatform en voeren we gesprekken met studenten over allerlei onderwerpen. Onlangs heb ik mbo-studenten gevraagd om hun ideeën over de energietransitie. Ze hadden daar een goed antwoord op: zonder mbo geen energietransitie! Ook met jonge werknemers willen we graag in gesprek. Ik ben dan ook heel benieuwd naar jullie visie!

 
Mariëtte Hamer, Voorzitter SER © Christiaan Krouwels
Bouwerken in de stad.
Scholing en ontwikkeling.