‘Inzet van reservisten is geen luxe, maar noodzaak’
Het zijn bijzondere tijden. Als Europa, en dus ook Nederland, kunnen we niet langer uitgaan van bondgenootschappen die nog niet zo lang geleden vanzelfsprekend leken. We zijn meer op onszelf aangewezen en in dat kader heeft de Nederlandse krijgsmacht veel extra personeel nodig.
Tekst: Dorine van Kesteren | Leestijd:8 minuten
Aan het woord:
Ronald Vuijk, voorzitter van de belangenvereniging voor reserveofficieren KVNRO
André Morsman, vicevoorzitter van de belangenvereniging voor reserveofficieren KVNRO
Defensie is niet alleen op zoek naar beroepsmilitairen, maar ook naar reservisten: mensen die een gewone baan combineren met militaire taken. Dit vraagt iets van onze economie en van werkgevers, maar: “Zij profiteren van medewerkers die beschikken over nieuwe vaardigheden.”
Foto: ANP
Schieten, EHBO, kaartlezen, onder druk beslissingen nemen en bivak (een trainingsdeel van drie aaneengesloten dagen inclusief overnachtingen, red.): tijdens de opleiding tot reservist leren deelnemers de basisvaardigheden van het militaire vak en vergroten ze hun mentale en fysieke uithoudingsvermogen. De Nationale Weerbaarheidstraining (NWT) duurt tien dagen en staat open voor iedereen van 18 tot 55 jaar. Hoewel, iederéén… geïnteresseerden moeten eerst een serieuze conditietest en een intakegesprek doorstaan.
“Reservisten zijn niet fulltime in dienst bij Defensie, maar oproepbaar naast hun civiele baan. Het zijn niet alleen mensen die de NWT hebben gevolgd, maar ook oud-dienstplichtigen en voormalig beroepsmilitairen”, legt reserveofficier Ronald Vuijk uit, voorzitter van de belangenvereniging voor reserveofficieren KVNRO. Nederland telt momenteel ongeveer 6.000 actieve reservisten. Dat aantal moet in 2030 zijn gegroeid naar 20.000. “In een tijd van toenemende geopolitieke spanningen is de inzet van reservisten geen luxe, maar noodzaak. Omdat er geen politiek draagvlak is voor herinvoering van de dienstplicht, ligt de nadruk op vrijwillige inzet en op goede ondersteuning van de civiele werkgevers van de reservisten”, vult vicevoorzitter André Morsman aan.
Nederlands grondgebied
Reservisten vormen een flexibele schil die het leger in staat stelt snel op te schalen. Zij beveiligen bijvoorbeeld strategische locaties zoals vliegvelden en energiecentrales, treden op als erewacht, begeleiden buitenlandse troepen en worden ingezet bij rampen zoals wateroverlast en overstromingen. Daarmee ontlasten zij beroepsmilitairen, zodat die zich kunnen concentreren op hun kerntaak: internationale operaties.
Een veelvoorkomend misverstand is dat reservisten automatisch in oorlogs- situaties terechtkomen. Morsman nuanceert dat beeld. “Reservisten zijn meestal actief op Nederlands grondgebied. Uitzending naar het buitenland gebeurt alleen als zij dat zelf willen. Vaak gaat het dan om mensen met specifieke expertise, zoals weg- en waterbouwkundigen, tolken en cyberspecialisten.”
Defensie werft actief nieuwe reservisten, onder meer via campagnes, open dagen, bedrijvenbijeenkomsten en samenwerkingen met hogescholen en universiteiten. Vuijk: “Defensie doet een beroep op de maatschappelijke betrokkenheid van studenten, werknemers én werkgevers. De boodschap: lever een bijdrage aan de veiligheid van Nederland. De nadruk op teamwork en groepsbinding spreekt vooral jongeren aan. Dat het reservistenbestaan flexibel is en te combineren met werk en gezin, helpt om ook oudere doelgroepen te bereiken.”
Economische gevolgen
Van onderwijs en rechtspraak tot politie, transport en overheid: reservisten zijn te vinden in alle denkbare sectoren. Als zij in groten getale worden opgeroepen, dan vallen er gaten in talloze bedrijven en organisaties. Is dat problematisch? Vuijk: “In tijden van echte crisis gaat nationale veiligheid vóór tijdelijke economische gevolgen. In september 1939 werden zo’n 400.000 Nederlanders gemobiliseerd, van wie het merendeel reservist was. Ook toen wist de samenleving hun afwezigheid op te vangen, terwijl de bevolking aanzienlijk kleiner was dan nu.”
Morsman wijst erop dat reservisten zo veel mogelijk worden ingezet in functies die aansluiten bij hun civiele werk, zodat de opleidingstijd beperkt blijft. “Daar komt bij dat werkgevers profiteren van medewerkers die terugkeren met nieuwe vaardigheden. Denk aan leiderschap, discipline en stressbestendigheid.”
Convenanten
Reservisten bepalen zelf hoe vaak ze in actie komen: van een paar keer per jaar tot iedere week. Morsman: “De inzet is vrijwillig, maar sommige onderdelen zijn verplicht, zoals oefeningen en theorie- dagen. Het is belangrijk dat civiele werkgevers mensen de ruimte geven om deze onderdelen tijdens werktijd te doen. Over langere inzet kunnen aparte afspraken worden gemaakt.” Inmiddels heeft Defensie convenanten gesloten met ruim 75 werkgevers, waaronder Accenture, Randstad en Heijmans. “Dat aantal mag groeien, waarbij ook de (Rijks)overheid als werkgever een verantwoordelijkheid heeft.”
In de praktijk zijn de rechten en plichten van zowel werkgevers als reservisten niet altijd even duidelijk. Krijgen reservisten bijvoorbeeld bijzonder verlof voor hun militaire taken of moeten ze vakantiedagen opnemen? Worden ze doorbetaald? Wie is er aansprakelijk als er iets misgaat tijdens een oefening of klus? Begin 2025 riepen de Stichting van de Arbeid en het ministerie van Defensie decentrale sociale partners op om hierover afspraken te maken in cao’s (decentrale sociale partners zijn vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers op sector- en ondernemingsniveau, red.). Vuijk: “Heldere cao-afspraken geven zowel reservisten als werkgevers zekerheid. De SER kan hierbij een verbindende rol spelen. Zo zou het helpen als er een soort menukaart of een set standaardteksten komt voor cao-onderhandelaars, zodat afspraken eenvoudig in alle sectoren kunnen worden overgenomen.”
De inzet van reservisten sluit volgens Morsman en Vuijk aan bij de toekomst- visie van de SER, die pleit voor een weerbaar Nederland en het benutten van álle beschikbare arbeidskrachten. “Reservisten kunnen bijvoorbeeld tijdelijk politie, brandweer of crisismanagement ondersteunen. Zo blijven vitale sectoren doordraaien als de nood aan de man komt – precies zoals de SER schetst.”
Om het doel van 20.000 reservisten in 2030 te behalen, heeft Defensie in 2025 de Afdeling Reservisten en Samenleving (AReS) opgezet. Deze moet zorgen voor nieuwe vormen van regionale samenwerking tussen Defensie en civiele werkgevers. Geïnteresseerden kunnen er terecht met al hun vragen.