Speech bij de presentatie van Toekomstvisie Limburg 2050

26 februari 2026

Het gesproken woord geldt.


Geachte dames en heren,

Wat bijzonder dat ik vandaag te gast mag zijn op deze symbolische plek, waar niet alleen de schoonheid van het Limburgse landschap zichtbaar wordt, maar waar je bovendien over landsgrenzen heen kunt kijken.

De Provincie Limburg heeft een geweldige prestatie geleverd door de Toekomstvisie Limburg 2050 te formuleren. Daarmee is het een inspiratiebron voor ruimtelijke en maatschappelijke keuzes tot 2050. De visie heeft drie uitgangspunten:

  • over landsgrenzen heen kijken;
  • verder in de toekomst kijken; en
  • integraal over thema’s heen kijken.

Een sprekend voorbeeld van over de landsgrenzen heen kijken in de visie is de inzet van Limburg, samen met België en de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, om te werken aan de huisvestingvan de ondergrondse Einstein Telescope. Dat is Europa’s meest geavanceerde observatorium voor zwaartekrachtsgolven. Hier wordt duidelijk wat de kracht is van jullie regio: over grenzen heen kijken en samenwerken. Het toont het belang van de grensoverstijgende regionale dynamiek.

Er is alle aanleiding om over grenzen en buiten gebaande kaders te denken. Jullie overzicht van feiten en cijfers over Limburg in 2050 spreekt boekdelen. Het laat zien met welke trends we rekening moeten houden bij de grote beslissingen over wonen, economie, mobiliteit en gemeenschappen. Zo wordt uit de Toekomstvisie bijvoorbeeld duidelijk

  • dat 25 tot 30 procent van de Limburgers in 2050 ouder dan 50 jaar zal zijn;
  • dat Limburg in dat jaar nog maar 800.000 inwoners zal hebben als er geen sprake is van immigratie;
  • en tot slot: dat er in 2050 drie tot vier keer zoveel elektriciteit zal worden gebruikt dan nu het geval is.

De cijfers die ik net noemde, laten zien dat we niet op dezelfde wijze door kunnen gaan en dat lastige keuzes nodig zijn. We moeten economisch, ecologisch en sociaal meer en vooral ánders investeren. Dus; afwegingen voor brede welvaart. Deze visie biedt in dat opzicht een mooi en gewogen overzicht van de kansen en uitdagingen die de provincie de komende 25 jaar tegemoet gaat en ook waar jullie op inzetten; wat jullie de komende jaren hopen te bereiken. Voor de vijf thema’s die in de visie zijn geïdentificeerd - economie, wonen, energie, mobiliteit en landelijk gebied - geeft het jullie kaders om nu al te sturen op de gewenste leefomgeving, samenleving en economie. Wel benadruk ik al gelijk: het kan nooit allemaal tegelijk, het vraagt ook afwegingen tussen economie, leefomgeving, wonen en mobiliteit. Zorg ervoor dat dit niet gescheiden beleidsdomeinen worden of blijven!

Uitdagingen en kansen in een veranderende wereld

Anno 2026 staan we voor grote uitdagingen richting 2050. In een wereld die sneller verandert dan veel mensen kunnen bijbenen, nemen de onzekerheid over werk en betaalbare huisvesting en de druk om werk en zorg te combineren toe. Daardoor lijken onderlinge afstand en onbegrip te groeien. Ik zeg ‘lijken te groeien’ omdat er ook een groot deel van de samenleving is dat genuanceerd zoekt naar oplossingen en samenwerking. Ik heb het al eerder gezegd: ideeën van mensen liggen vaak dichter bij elkaar dan ze denken. Als ik kijk naar mijn eigen organisatie, de Sociaal-Economische Raad, dan is het onze taak om via een doorlopende en sterke sociale dialoog die tegengestelde belangen te overbruggen en polarisatie tegen te gaan. En ook in jullie toekomstvisie herken ik een verbindende aanpak die kansen signaleert en (in de letterlijke betekenis van het woord) grenzen overstijgt.

De enorme uitdagingen rond klimaat, vergrijzing, digitalisering, veiligheid en weerbaarheid, maar ook rond onderwijs, sociale ongelijkheid, zorg en geopolitiek, vragen om een samenhangende aanpak: voorbij de waan van de dag en voorbij onze eigen landsgrenzen. Kierkegaard zei al: Wie met de tijdgeest trouwt, wordt snel een weduwnaar! En zo is het, we moeten verder kijken dan vandaag en daar helpt deze Toekomstvisie 2050 bij. Daarbij blijft het belangrijk om alle belanghebbenden goed te betrekken bij de lastige afwegingen die moeten worden gemaakt. Maatschappelijk draagvlak creëren voor de nodige veranderingen die volgen uit deze transities, evenals toereikend beleid en acties vanuit overheid, bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld, zijn daarbij cruciaal. Vanuit die optiek zijn jullie aan de slag gegaan met de toekomstvisie voor Limburg. Wat belangrijk blijft zijn de uitwerking en uitvoering van de plannen.

Voor het behoud van draagvlak komt het dan aan op

  1. de inhoudelijke brede welvaart-agenda, en
  2. de betrokkenheid en participatie van belanghebbenden.

Laat ik daarop inzoomen, want papier is geduldig – ook van een toekomstvisie.

We zien allereerst dat onze economie zich op een te smal welvaartsbegrip heeft ontwikkeld, namelijk op materiële welvaart en BBP, terwijl ook (en juist) gezondheid, leefomgeving, veiligheid, opleiding en sociale contacten moeten meetellen om brede welvaart te creëren. De belofte van sturen op brede welvaart betekent: een meer duurzame en inclusieve economie en samenleving met een rechtvaardige verdeling over bevolkingsgroepen, regio’s en generaties. Zo kan er een betere balans ontstaan tussen people, planet en profit, de brede welvaartsaspecten die ook aan de orde komen in jullie scenario’s voor 2050. Maar we weten allemaal, de financiële doorrekeningen van onze rekenmeesters op alle bestuurlijke niveaus zijn sterker dan vaak andere geluiden aan tafel. Het vergt dus echt dat ook andere informatie over sociale en ecologische trends op tafel blijven komen. De seat at the table van belanghebbenden, in de tweede plaats, blijft dus ook cruciaal, zodat het samenspel anders gaat dan `this is the way we always did it’. We weten dit al heel lang. Al bij de oprichting van de SER in 1950 zei premier Drees: “Een sociaal-economische politiek die door ons volk niet begrepen wordt, kan op den duur nimmer succes hebben. Ze kweekt misverstand en wanbegrip, waarmede wantrouwen meestal gepaard gaat.” Begin jaren zeventig wees de Club van Rome al op de uitputting van onze planeet die al onze economische en maatschappelijke systemen op termijn ontwricht, we merken dat vandaag. En in de Pauselijke Encycliek van wijlen Paus Franciscus, die ik in het Katholieke zuiden van ons land zeker niet onvermeld wil laten, staat: “Een echte ecologische aanpak is altijd een sociale aanpak. Het ecologische debat moet gaan over rechtvaardigheid en zowel de schreeuw van de aarde als die van de arme horen.”

SER-aanpak: streven naar brede welvaart

Een nieuwe aanpak is dus noodzakelijk. Bij de SER hebben wij daarom een aantal jaren geleden onze doelstelling herijkt. Sindsdien is ons uitgangspunt om brede welvaart te bevorderen en ernaar te streven dat samenleving, economie en milieu in balans zijn: hier en nu, later en elders. Dat betekent onder andere dat we in een land zouden moeten willen leven waarin niemand achterblijft en waarin de economie duurzaam kan groeien. Ook moeten we proberen om de schade in onze leefomgeving te herstellen én verdere schade te voorkomen. Onze leefstijl en economie hebben namelijk ook impact op mensen die elders in de wereld leven en op toekomstige generaties. Ik vind het daarom onze plicht om goed voorouderschap te tonen.

Maar wat betekent dat concreet – wat voor economie willen we vormgeven om die brede welvaart daadwerkelijk te bereiken? In onze visie op de inrichting van de economie van de toekomst, Perspectief op brede welvaart in 2040, kiest de SER voor een sociale markteconomie gebaseerd op brede welvaart. We willen geen vechteconomie of race to the bottom in de strijd om natuurlijke hulpbronnen en menskracht, maar een economie waarin een sterke sociale dialoog centraal staat — in Nederland, in Brussel. Dat zou ook in uw regionale toekomstvisie meer centraal mogen staan. Hanteer het als richtsnoer, als morele richtlijn. Streef naar een Rijnlands model 2.0, met stevige afspraken over werk en arbeidsomstandigheden die leiden tot meer werk- en inkomenszekerheid, betere toegang tot scholing gedurende de gehele levensloop en het soepel combineren van werken, leren en (mantel)zorgen. In onze visie op de economie van de toekomst formuleerden we vanuit deze denkwijze aanbevelingen in drie domeinen:
  • waardig werk en inkomenszekerheid;
  • verdienvermogen; en
  • natuur en ruimte.

Ik herken deze pijlers ook in jullie toekomstvisie, vertaald naar de regio en de behoefte om de stap naar voren te zetten.In de Toekomstvisie 2050 stellen jullie de vraag: wat voor Limburg willen we zijn? Een van de conclusies in het beantwoorden van die vraag is dat er oog moet zijn voor brede welvaart: ‘het menselijke, de gemeenschapszin en natuurwaarden’. Mijn aanvullende boodschap zou zijn: zorg ervoor dat tussen alle bouwstenen van jullie toekomstvisie dialoog bestaat, met en tussen bedrijven, werknemers, gemeenten, onderwijsinstellingen en bouwers. Jullie zullen gezamenlijk die race to the bottom tegen moeten gaan en dat ook expliciet moeten afspreken. Het komt namelijk niet vanzelf goed, voor de mensen die hier al wonen.

Reflectie op de TV2050

Bij een brede welvaartsaanpak gaat het dus ook om het herijken van fundamentele inrichtingsvragen. Jullie kijken in de Toekomstvisie Limburg 2025 op basis van feiten en cijfers bijvoorbeeld naar welk type bedrijvigheid jullie wenselijk en nodig achten voor de regio, wat er nodig is om de natuur de ruimte te geven en een duurzame leefomgeving te creëren. Mijn boodschap is dus ook: Blijf die feiten en cijfers op tafel leggen met dit document! Hoe verschillend we ook kunnen denken over oplossingsrichtingen, als we de urgentie van de problemen op basis van feiten en cijfers delen, dan geeft dat de mogelijkheid er altijd uit te komen! Dergelijke keuzes werken door op verschillende niveaus. Want de keuze voor een bepaald type bedrijvigheid, betekent ook een keuze voor opleidingen die in de regio moeten worden aangeboden. De verbinding tussen economie en opleidingen, maar ook wat dat voor de woningbouwopgave betekent, zou ik verder aanzetten in de komende tijd. Laat het geen losse besluiten en domeinen zijn!

De SER publiceerde recent een advies over het bevorderen van een gezonde samenleving en het verminderen van sociaal-economische gezondheidsverschillen, dat raakt hier ook aan.We pleitten in het advies onder andere voor het versterken van gebiedsgerichte programma’s en het verlenen van urgentie aan de kwetsbaarste wijken. Op die manier kan de gezondheid worden vergroot.Een gezonde samenleving, waarin je betaalbaar en gezond kunt wonen, in de buurt van je werk, is ook van invloed op bedrijvigheid en arbeidsproductiviteit. Geef dat meer aandacht en maak er afspraken over!

Ook van belang zijn de keuzes die je maakt over leefomgeving en woningbouw. Waar ga je bouwen, en wat voor soort huizen zijn er nodig voor de inwoners die Limburg nodig heeft voor de gewenste bedrijvigheid in 2050? Welke faciliteiten bied je aan? En het is dan ook belangrijk te blijven monitoren op de effecten van die keuzes. Welke impact hebben ze op werkgelegenheid, onderwijs en kansen voor kwetsbare groepen? Hoe zorgen we ervoor dat we iedereen meenemen en niemand achterlaten?

En een ander voorbeeld dat de moeite van het noemen waard is, is de internationalisering van jullie economie. Uit de Toekomstvisie wordt duidelijk dat veel economische ontwikkeling in jullie provincie grensoverstijgend is. Eerder in mijn verhaal noemde ik al het voorbeeld van de Einstein Telescope. Technologische investeringen in de regio lonen en werken zowel regionaal, nationaal als internationaal door. Het is inspirerend om te zien hoe Limburg dergelijke kansen herkent en benut.

De stip op de horizon die jullie met deze visie zetten, maakt duidelijk waar jullie je op richten en helpt daarmee om complexe keuzes te maken om die visie ook echt te realiseren. Dat is niet makkelijk en vereist ook continu bijsturen, daar waar plannen toch niet helemaal realistisch blijken of financieel onhaalbaar. Dat is dus ook een boodschap die ik afgeef: breng de brede welvaart-effecten en -uitruilen doorlopend in kaart. Er is geen goed of slecht in het algemeen, maar maak de afwegingen tussen economie, leefomgeving en sociale cohesie duidelijk. Zoals ik eerder zei, blijft het meenemen van belanghebbenden daarbij een belangrijk aandachtspunt.

Een brede samenwerking tussen verschillende partijen en stabiel beleid zijn daarbij onmisbaar. Niet alleen voor Limburg, maar voor heel Nederland. Boodschap: zorg voor serieuze participatie, door gemeenten, bedrijven, werknemers, instellingen en anderen. De SER doet dat via een participatiewijzer die opties voor meedoen schetst. Wees er helder over.

In november stuurde de SER een brief naar de formerende partijen. Daarin stelden we dat stabiel beleid en brede samenwerking onmisbaar zijn om Nederland door de grote transities van deze tijd te loodsen, op het gebied van de onderwerpen waar u zich druk om maakt:

  • verdienvermogen en arbeidsproductiviteit;
  • sociale cohesie en bijvoorbeeld leren en ontwikkelen;
  • omgaan met schaarse natuur en energie.

Mijn boodschap is: we onderschatten vaak de lange termijnontwikkelingen op deze onderwerpen en we overschatten de crises op korte termijn. We moeten vooruitdenken, lange termijnbesluiten nemen, en jullie Toekomstvisie 2050 biedt daar kansen.

Het formuleren van stabiel beleid vraagt om intensief overleg en samenwerking tussen overheid, bedrijven, kennisinstellingen en bewoners. Betrek hen en laat het geen tekentafelscenario’s zijn: houd focus, blijf stappen richting uitvoering zetten. De Limburgse Toekomstvisie biedt daartoe een inspirerende en hoopvolle start. En misschien is ook een goed advies; als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan. Houd flexibiliteit.

Na deze reflectie wil ik jullie tot slot van harte feliciteren met de Toekomstvisie, waarin inspiratie en daadkracht samenkomen!