Speech van Kim Putters bij de stakeholdersbijeenkomst van ProRail

8 april 2026

Het gesproken woord geldt.


Geachte aanwezigen, van harte welkom allemaal,

Het is mij een eer u vandaag toe te mogen spreken. Niet alleen als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad, maar ook als iemand die zich dagelijks bezighoudt met de vraag hoe we samen een toekomstbestendige economie en samenleving kunnen realiseren.

De vraag hoe we samen richting geven aan die economie en samenleving is actueler dan ooit, maar de weg daarnaartoe is niet altijd even duidelijk. Eén ding is namelijk zeker: we bevinden ons midden in een periode van grote veranderingen. Een tijd van geopolitieke spanningen, technologische versnelling en een opwarmende aarde. Ook staan we voor grote uitdagingen. Denk bijvoorbeeld aan de vergrijzing van onze samenleving, de oplopende kosten van zorg en defensie en de toenemende druk op publieke infrastructuur en voorzieningen. Al deze ontwikkelingen veranderen de manier waarop we werken, ondernemen, leren, zorgen en samenleven.

We bevinden ons in wat antropoloog Jitske Kramer “tricky tijden” noemt. Een periode waarin oude systemen niet meer goed werken, terwijl nieuwe oplossingen nog niet volledig zijn ontstaan. In zulke tijden gaat verandering niet alleen over nieuwe technologie of beleid, maar ook over een andere manier van denken, samenwerken en het delen van macht in onze systemen. Dat vraagt iets van ons allemaal – overheid, bedrijven, werknemers en samenleving. We moeten opnieuw leren hoe we samen het gesprek aangaan, hoe we besluiten nemen, en op welke manieren we verantwoordelijkheid dragen.

Laat ik daarvoor eerst terug in de tijd gaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn in het voormalig kleinseminarie Beekvliet honderden politici, ondernemers, vakbondsbestuurders, kunstenaars en wetenschappers gegijzeld. Zij waren een levend onderpand voor de Duitsers. Onder de gegijzelden waren Jan de Quay en Willem Drees, beiden later minister-president, industrieel Frits Philips, SDAP-voorman Willem Banning, Rotterdams burgemeester Pieter Oud, de latere Nobelprijswinnaar Niko Tinbergen. De bezetter dreigde bij verzetsdaden in het land gijzelaars te fusilleren. Een dreigement dat tot uitvoer werd gebracht. Toch ontmoedigde dit de gijzelaars niet. Sterker: het gijzelaarskamp werd een broeinest van cultuur, kunst, politiek, filosofie.

Vanuit hun verschillende achtergronden dachten ze samen na over de toekomst van onze samenleving, de economie en het bestuur van ons land, na de bevrijding. En ze ontdekten, ondanks de sterk aanwezige en voelbare verzuiling, wat hen daarbij verbond. Hieruit vloeide wat we vandaag de overlegeconomie en de polder noemen. Een week na de oorlog werd de daar bedachte Stichting van de Arbeid opgericht en iets later de SER.

Toen ging het om de wederopbouw van Nederland. Vandaag staan we opnieuw voor een grote opgave: niet zozeer een wederopbouw, maar een wederombouw van onze economie en samenleving.

Deze wederombouw gaat gepaard met complexe maatschappelijke transities: een opstapeling van veranderingen en uitdagingen in onze manier van denken, werken en samenleven, waarvoor de oplossingen niet een, twee, drie duidelijk worden. Dit kan overweldigend zijn, waardoor het langetermijnperspectief soms verloren raakt. Het gevolg is dat beleid vaak reageert op directe problemen, zoals personeelstekorten of verstoringen in de keten, met aanvullende regels, beperkingen of uitzonderingen. Bedrijven en sectoren missen hierdoor het perspectief en de stabiliteit die nodig zijn om te innoveren en toekomstbestendig te worden. Tegelijkertijd zien we dat de verschillen tussen groepen in onze samenleving groter worden. Verschillen op zich zijn natuurlijk niet goed of fout, ze bestaan altijd. Maar ongelijkheid ontstaat wanneer mensen onrechtvaardig behandeld worden of geen eerlijke kans krijgen om hun plek in de samenleving of op de arbeidsmarkt te verbeteren. En, zowel bedrijven als huishoudens raken inmiddels verstrikt in een web van regels. Of dat nu over vergunningen, fiscaliteit of zorg gaat.

Drie maatschappelijke transities

Concreet wil ik inzoomen op drie transities die cruciaal zijn voor de zijn voor de toekomst van de Nederlandse economie en samenleving en die opnieuw van ons vragen om er samen de schouders onder te zetten met een lange termijnvisie voor onze economie. Deze transities raken Nederland als geheel, maar onze transport en infrastructuur in het bijzonder.

Energietransitie en verduurzaming
Het Klimaatakkoord vereist dat we in 2050 de CO2-uitstoot vrijwel nul hebben. Tegelijkertijd staan we voor andere uitdagingen: netcongestie, stijgende energieprijzen, en de noodzaak om, gezien de huidige geopolitieke spanningen, minder afhankelijk te worden van grondstoffen uit andere landen.

Voor de transportsector betekent dit ingrijpende veranderingen:
• Schone voertuigen en alternatieve brandstoffen,
• Multimodaal vervoer om efficiëntie te vergroten,
• Circulaire processen in onderhoud, materialen en infrastructuur.

Het ‘slot op het fysieke domein’ moet eraf. Netcongestie hindert de energietransitie en de stikstofproblematiek vertraagt vergunningverlening voor woningbouw, infrastructuur, industrie én landbouw. Dit heeft grote gevolgen op de korte én lange termijn. Concreet betekent dit: versnel de uitbreiding van het elektriciteitsnet, zorg dat mensen meer grip krijgen op hun energierekening en versnel de verduurzaming van de (maak)industrie.

Hierover heeft de SER ook geadviseerd in het briefadvies ‘Verduurzaming maakindustrie’ en meer recent in zijn advies ‘Energie voor iedereen’ dat specifiek gaat over de energietransitie in de gebouwde omgeving. In de kern komt het erop neer dat realiseren van de energietransitie vraagt om enerzijds aanzienlijke investeringen in innovatie en infrastructuur, anderzijds om consistent beleid en aanpassing van beperkende regelgeving zodat mensen en bedrijven zelf ook mee kunnen doen. Met een `ventiel’ in energiecrisistijd, zoals een noodfonds, MKB’ers en huishoudens in nood te ondersteunen. Technologische oplossingen alleen zijn niet genoeg; samenwerking tussen mensen, bedrijven, overheid én wetenschap is essentieel om praktische, haalbare en structurele oplossingen te implementeren van isolatie tot de omschakeling naar duurzame energiebronnen.

De uitdaging is groot: we moeten balanceren tussen ambitie, haalbaarheid en kostenefficiëntie. Waarbij we de impact op mensen, ruimte en natuur ook niet uit het oog mogen verliezen, wat overigens ook weer verschilt per regio. Maar de wil om te veranderen is er, en er worden al veel stappen gezet. Wat nu nodig is, is opschaling en verbreding, zodat duurzame oplossingen breed worden toegepast en niet beperkt blijven tot enkele koplopers.

Arbeidsmarkttransitie
De arbeidsmarkt verandert snel en fundamenteel. Banen verschijnen, veranderen en verdwijnen. Tegelijkertijd blijven personeelstekorten bestaan, mede door de vergrijzing. Al met al neemt de druk op zowel werkgevers als werknemers toe. In de transport en infrastructuur zien we dit duidelijk: een tekort aan chauffeurs, planners, technisch personeel en andere cruciale functies. Wat de situatie extra uitdagend maakt, is dat in meerdere sectoren, waaronder de logistiek, het ziekteverzuim hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Fysieke belasting, werkdruk en stress spelen daarbij een grote rol.

Om deze uitdagingen op te lossen zal moeten worden ingezet op meerdere sporen. De SER heeft eerder gesignaleerd dat een verantwoorde inzet van arbeidsbesparende technologie en AI kan bijdragen aan zowel een verlaging van de werkdruk als de verhoging van de kwaliteit van arbeid, hier zal ik zo nog wat meer over vertellen.

Daarnaast is er een groot onbenut arbeidspotentieel dat beter kan worden ingezet om de krapte op de arbeidsmarkt het hoofd te bieden. Denk aan deeltijders, mensen met een migratieachtergrond of anderen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Investeringen in inclusie, werkzekerheid en vitaliteit zijn hierbij cruciaal. Onze ervaringen binnen SER Diversiteit in Bedrijf tonen aan dat investeringen hierin niet alleen ten gunste van werknemers komen, maar ook aantoonbaar de productiviteit, het innovatievermogen en de weerbaarheid van bedrijven vergroot. Ook is meer grip op arbeidsmigratie nodig, minder waar het kan beter waar het moet. Dat doe je door gerichter te kijken naar de grote opgaven die aan de economie van de toekomst bijdragen, zoals de bouw, zorg en de digitale en energietransities.

Daarnaast pleit de SER voor een collectieve verantwoordelijkheid voor een leven lang ontwikkelen en van-werk-naar-werk. Bij- en omscholing en coaching zijn daarbij essentieel. Het is niet voldoende om dit individueel aan werknemers over te laten; dit vraagt een gezamenlijke inspanning van overheid, onderwijs, bedrijven en werkenden zelf.

Als randvoorwaarde hiervoor geldt dat de basis van de arbeidsmarkt en de achterliggende infrastructuur op orde moet zijn. In 2021 publiceerde de SER het MLT-advies waarin het oproept tot meer zekerheid voor werkenden en voldoende wendbaarheid voor ondernemingen. Inmiddels is het vijf jaar later en zijn veel van de aanbevelingen uit dit advies nog altijd niet uitgevoerd. Het is inmiddels vijf over twaalf. De problemen van de oude arbeidsmarkt zijn nog steeds niet opgelost, waardoor we te weinig bezig zijn met de arbeidsmarkt van de toekomst. Denk aan AI en aan nieuwe sectoren die opkomen en de afbouw van anderen. Denk aan combinaties met zorgen en leren en aan manieren om gezond de eindstreep te halen.

Onze ambitie is duidelijk: ondernemers, werkenden en overheden kunnen gezamenlijk werken aan een gedragen aanpak voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt. De SER werkt hier graag aan mee.

Digitale transitie
Digitalisering en technologische innovatie bieden enorme kansen. Denk bijvoorbeeld aan een efficiëntere inzet van middelen en voertuigen, aan digitale personeelsplanning en aan automatisering van bedrijfsprocessen.

Daarbij kunnen we het belang van de sociale kant van innovatie niet vergeten, zoals de SER al eerder adviseerde. Te vaak ligt de focus op technologie, terwijl vergeten wordt dat het de mensen zijn die het moeten doen. Dat vraagt om leren en ontwikkelen: nieuwe vaardigheden voor werknemers én werkgevers, maar ook en om gedrags- en cultuurverandering op de werkvloer. Bijvoorbeeld hoe zelfsturende teams beter kunnen werken en zelf kunnen roosteren, hoe je op de werkvloer met elkaar samenwerkt en daarvoor ruimte schept. Als we hier geen aandacht aan schenken, dan benutten we de kansen van technologische innovatie niet of onvoldoende.

In zijn advies ‘AI en werk’ roept de SER op tot een verantwoordelijke inzet van AI, waarbij menselijke waardigheid, medezeggenschap en scholing van werkenden voorop moeten staan. Want niet iedereen heeft de kennis of ervaring om met geavanceerde systemen te werken en de scholingsmogelijkheden zijn nog te ongelijk verdeeld. Cruciaal hierbij is de samenwerking tussen wetenschap, onderwijs en bedrijven. Alleen samen kunnen we ervoor zorgen dat mensen de vaardigheden leren die nodig zijn om te werken met AI en andere digitale technologieën — en die tegelijkertijd aansluiten bij wat de werkvloer vraagt.

Daarnaast zien we dat investeringen in technologie niet van de grond komen, door gebrek aan kennis, financiële mogelijkheden, of faciliterende infrastructuur. Dit is vooral het geval in het mkb. In kleinere bedrijven is er vaak geen capaciteit om innovaties aan te jagen of toe te passen binnen de eigen organisaties. Er zijn geen innovatie taskforces, vaak ook geen HR-afdelingen. Daarom moeten er platforms zijn waar je kennis deelt, best practices kunt ophalen en bad practices kunt voorkomen. Brancheorganisaties kunnen dat faciliteren, net als de overheid of wij bij de SER. Daarnaast kunnen bedrijven ook vaker samenwerken om de risico’s van investeringen gezamenlijk te dragen en om knelpunten op te lossen. Maar dit alles moet wel gebeuren, dat is nog veel te weinig het geval.

Het is daarom van groot belang dat digitalisering wordt gezien als een kans én als een verantwoordelijkheid. We moeten werkgevers en werknemers toerusten, ondersteunen en begeleiden, en het aantrekkelijk maken om erin te investeren, zodat zij mee kunnen doen in de nieuwe digitale economie.

Brede welvaart als kompas

Ik zei eerder dat oplossingen voor complexe transities niet meteen duidelijk worden, tegelijkertijd zijn juist die oplossingen nu zo hard nodig. De vraag is dan natuurlijk: hoe komen we daar wél? Hoe gaan we deze transities verwezenlijken? En hoe gaan we om met de lange termijn uitdagingen waar Nederland voor staat? Economische ontwikkeling moet duurzamer worden, ondernemerschap meer gestimuleerd en mensen moeten gelijke kansen krijgen. Niet eenvoudig, gezien de vele opvattingen hierover.

Bij de SER hanteren we brede welvaart als kompas bij het nadenken over de toekomst van Nederland. Niet als abstract doel, maar als een concreet raamwerk waarin economie, samenleving en milieu in balans zijn – hier en nu, later én elders.

Brede welvaart betekent concreet werken aan:
• Het bevorderen van ondernemerschap en waardig werk;
• Het bevorderen van duurzame groei;
• Het creëren van een inclusieve samenleving met een evenwichtige inkomensverdeling.

Deze balans lijkt in de praktijk niet altijd aanwezig. Uit de Monitor Brede Welvaart en SDG’s 2024 blijkt dat Nederland relatief sociaal en welvarend is, maar dat niet iedereen profiteert. Sommige regio’s en groepen blijven achter, en de ongelijkheid groeit. Dit moet niet de bedoeling zijn: de economie van de toekomst moet een economie zijn waarin iedereen meedoet en waarin schaarse middelen en ruimte eerlijk worden verdeeld. Dit betekent niet dat alle regio’s hetzelfde moeten worden, de kracht van regionale verschillen moet juist benut worden. Dit gebeurt nu te weinig.

Toch zie ook goede voorbeelden van hoe regionale diversiteit wél wordt omarmt en benut. Zo ben ik, naast mijn rol bij de SER, ook als hoogleraar Brede Welvaart actief bij de Academische Werkplaats van de Tilburg University. Samen met onderzoekers ben ik daar bezig met verschillende projecten in de regio Midden-Brabant: misschien wel het logistieke hart van Nederland waarin veel bedrijven actief zijn. In de regio zie ik dat brede welvaart steeds meer wordt omarmd en daar wordt in de praktijk ook werk van gemaakt. Een voorbeeld hiervan is de Regio Deal Midden-Brabant, een samenwerking tussen overheden, ondernemers, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Met als doel om regionaal de kwaliteit van leven, wonen en werken van inwoners en ondernemers te versterken. Dit gebeurt met concrete projecten om duurzame digitale innovatie te verankeren en te versnellen, de leefbaarheid en het welzijn in wijken te vergroten, en door samen te werken aan duurzamere transportvormen.

Dit vereist wel een andere manier van doen en denken. Vanuit brede welvaartsoogpunt moeten we werken aan een sociale markteconomie. Dit is geen vechteconomie waarin de sterkste partij wint ten koste van anderen, maar een overlegeconomie gebaseerd op dialoog, samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid. Een sociale markteconomie vraagt om concreet handelen: doelen stellen, resultaten meten, en acties vertalen naar beleid en praktijk. Daarbij is het vergroten van de brede welvaart een kompas voor zowel de lange termijn als voor dagelijkse keuzes in bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. Daarnaast vraagt het om samenwerking. Voor verandering is ook draagvlak nodig. Dit geldt niet alleen voor een minderheidskabinet, maar ook voor individuele bedrijven en mensen. Alleen als we gezamenlijk werken aan zo’n toekomstvisie kunnen we concrete stappen zetten richting het vergroten van onze brede welvaart. Wellicht biedt de nieuwe politieke werkelijkheid ons hierbij ook kansen.

Oproep aan het kabinet

Het nieuwe kabinet wil namelijk met de grote uitdagingen aan de slag en keuzes maken voor de lange termijn. The proof of the pudding wordt natuurlijk the eating. De SER heeft het kabinet eerder al meegegeven dat stabiel beleid en brede samenwerking onmisbaar zijn om Nederland door de grote transities van deze tijd te loodsen. Net als in de beginjaren van de SER. Daarbij hebben wij drie prioriteiten:
• Nederland staat voor de kwaliteit van werk en kan niemand missen
• Nederland vooruit: ruimte voor kennis, verdienvermogen en ondernemerschap
• Nederland van het slot: oplossingen in het fysieke domein

Dit vraagt om afwegingen en om een gezamenlijke agenda. Dit is iets wat Wennink ook noemt in zijn rapport. Hierin wordt een urgent beeld geschetst: zonder ingrijpen stevent Nederland af op een financieel onhoudbare situatie. Om het toekomstige verdienvermogen van Nederland op peil te houden zijn stevige investeringen nodig, in: onze economie, ons innovatievermogen en de publieke infrastructuur. Dit vraagt onder meer ook om minder regeldruk en een slagvaardige uitvoering.

Daar moet het kabinet mee aan de slag. In het coalitieakkoord wordt beschreven dat voor de komende tien tot twintig jaar grote investeringen nodig zijn in onze defensie en economie, zodat ons land veilig blijft en Nederlandse ondernemers internationaal concurrerend kunnen blijven opereren. Daarom nemen ze de doelstelling over die Wennink in zijn rapport formuleert: een structurele economische groei van 1,5%. Dit moet volgens het kabinet samengaan met een innovatief klimaatbeleid.

Laten we hier alsjeblieft het brede welvaartsperspectief niet uit het oog verliezen. Nog te vaak formuleren we in ons land economisch beleid, zonder hierbij ook de gevolgen voor de arbeidsmarkt, onderwijs en sociale zekerheid mee te wegen. En andersom maken we voortdurend sociaal en arbeidsmarktbeleid dat niet in verbinding staat met de keuzes voor de economie van de toekomst. Dat kan dus niet langer. Dat moet anders. Ervoor zorgen dat Nederland welvarend is, is alleen bereikbaar als wij voldoende verdienvermogen hebben én dit kunnen behouden. Tegelijkertijd draagt verdienvermogen alleen bij aan onze welvaart, als dit niet ten koste gaat van onze mensen en de leefomgeving.

Richting kabinet zeg ik dan ook: het kan niet louter over investeringen in het toekomstig verdienvermogen gaan. We moeten ook blijvend investeren in een sterke arbeidsmarktinfrastructuur. Meer van het ene, kan niet ten koste gaan van minder van het andere. Dit betekent niet alleen dat er een vangnet moet zijn, maar dat we blijvend aan de slag kunnen. Dit vergt ook (publieke) investeringen in werkloosheidspreventie, van werk naar werk, snellere re-integratie en een leven lang ontwikkelen. Doen we dat niet, dan is de begroting misschien ogenschijnlijk op orde, maar missen we de boot en zullen op termijn de problemen rond werkloosheid en sociale zekerheid alleen maar groter worden.

Samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid

Uiteraard is niet alleen het kabinet aan zet, waar het gaat om het vormgeven van de economie en samenleving van de toekomst. Wij kunnen allen een belangrijke bijdrage leveren. Mijn oproep aan u vandaag is dus om dit langetermijnperspectief te blijven aanjagen. Dit dwingt ons om keuzes te maken, prioriteiten te stellen en vooruit te kijken, zonder ons te verliezen in de waan van de dag. Jaren van voorspoed hebben ons welvaart gebracht, maar voorspoed biedt geen garantie voor de toekomst.

Ingewikkelde transities kunnen niet alleen binnen sectoren worden opgelost. Ze vereisen samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, onderwijs en maatschappelijke organisaties. Dialoog en co-creatie zijn essentieel. Elke sector zal zijn eigen invulling moeten geven aan brede welvaart en keuzes zullen soms moeilijk zijn. Maar door samenwerking kunnen we oplossingen vinden die zowel effectief als breed gedragen zijn.

Er zijn al mooie voorbeelden van samenwerking in de praktijk. Zo zijn er verschillende initiatieven opgezet waarin sociale partners, bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden samenwerken om mensen op te leiden voor banen in transport, infrastructuur en logistiek. Denk aan initiatieven van Sectorinstituut Transport Logistiek (STL) of InfraBindt, waardoor volwassenen de kans krijgen technische vaardigheden op te bouwen of te verbreden en zo het tekort aan ervaren vakmensen in de sector tegen te gaan. Of initiatieven vanuit de Rotterdamse haven, zoals het PEOPLE Project of de Port of Energy om het innovatie-ecosysteem en de arbeidsmarkt in de regio Rijnmond te versterken.

Wat deze initiatieven kenmerkt, is dat zij actief de samenwerking opzoeken om mensen praktijkgericht op te leiden, met opleidingen die goed aansluiten op de dagelijkse werkzaamheden en met flexibele aanpakken die de instroom naar een beroep makkelijker maakt. Het doel is helder: tekorten op de arbeidsmarkt tegengaan, een duurzame instroom van vakbekwame professionals realiseren, en deze mensen de vaardigheden laten ontwikkelen waarmee zij kunnen bijdragen aan het realiseren van de maatschappelijke transities rond energie, digitalisering en klimaat.

Ik zou u veel meer kunnen vertellen over alle goede voorbeelden die ik in de praktijk zie, maar ik roep u vooral op om in gesprek te gaan met andere aanwezigen. Ook in deze zaal zijn veel inspirerende voorbeelden te vinden.

Dames en heren,

Vorig jaar vierden we het 75-jarig en 80-jarig bestaan de SER en de StvdA. Al die tijd hebben we ons ingezet voor samenwerking, rechtvaardigheid en dialoog. Laten we deze waarden blijven toepassen in de praktijk. Ook op regionaal en sectoraal niveau. Samen kunnen we veel meer bereiken dan ieder voor zich. Alleen als wij onze krachten bundelen en samen op zoek gaan naar oplossingen voor de toekomst van Nederland, kunnen we échte stappen gaan zetten.

De uitdagingen zijn groot, maar de kansen zijn dat ook. Brede welvaart is geen vrijblijvende ambitie: het is een kompas, een leidraad en een uitnodiging tot actie. Het vraagt collectieve verantwoordelijkheid, samenwerking en moed om moeilijke keuzes te maken.

Juist in deze tricky tijden, waarin oude zekerheden verdwijnen en nieuwe oplossingen worden gebouwd, moeten we verder kijken dan de korte termijn, voorbij wij-zij, en bouwen aan een samenleving waarin iedereen kan meedoen, waarin economie, samenleving en milieu in balans zijn, en waarin toekomstige generaties ons als goede voorouders zullen beschouwen. Net als destijds na WOII. We zijn aan zet!

Dank u wel.