Speech van Kim Putters bij de Nationale LLO conferentie

6 mei 2026

Het gesproken woord geldt.


Beste aanwezigen,

Wat een prachtige plek om vandaag samen te komen. De Fokker Terminal. Een plek waar ooit aan vliegtuigmotoren werd gesleuteld, waar techniek en innovatie letterlijk de lucht in gingen. Vandaag sleutelen wij hier niet aan motoren van staal, maar aan de motor van onze samenleving: het menselijk kapitaal.

U hoorde eerder al de krachtige woorden van Lucebert: “ik draai een kleine revolutie af”. Lucebert, de ‘omroeper van oproer’, dwingt ons om anders naar de actualiteit op de arbeidsmarkt te kijken. Hij beschrijft de overgang van de starre vastigheid van het land naar de wendbaarheid van het water. Die gedaanteverandering is precies wat onze arbeidsmarkt en ons onderwijsveld nodig hebben. We moeten van de vastigheid van diploma’s en eenmalige initiële scholing naar de wendbaarheid van een leven lang ontwikkelen.

Diezelfde Lucebert herinnert ons ook aan iets anders. Hij schreef de onvergetelijke woorden: “alles van waarde is weerloos”. En dat geldt ook voor ons menselijk kapitaal. Onze vaardigheden, onze creativiteit en ons vermogen om mee te doen in de samenleving zijn van onschatbare waarde voor onze brede welvaart. Maar zolang wij Leven Lang Ontwikkelen (LLO) niet stevig verankeren, blijft die waarde weerloos en daarmee onderbenut in het omgaan met de disruptieve transities waar we middenin zitten.

Vandaag wil ik u meenemen in een toekomstvisie op een structureel LLO-stelsel, stevig verankerd in onderwijs, arbeidsmarkt en publieke dienstverlening.

SER: Briefadvies 2023

In mijn gesprekken door het hele land, van de regionale SER-en tot aan de werkvloer, zie ik de enorme inzet voor LLO. Maar ik zie ook hoe versnipperd, tijdelijk georganiseerd en kwetsbaar het LLO-veld nog is.

Mijn toekomstvisie begint daarom bij beleidszekerheid en continuïteit. LLO mag geen ‘nice to have’ zijn, maar een absolute ‘must have’. Als we namelijk pas in actie komen wanneer mensen hun baan hebben verloren, zijn we simpelweg te laat. In een tijd waarin het aanpassingsvermogen van onze arbeidsmarkt door grote transities en structurele krapte wordt getest, moet LLO veel nadrukkelijker worden gezien als preventieve oplossing. LLO helpt namelijk om mensen wendbaar te houden, overstappen Van-Werk-Naar-Werk makkelijker te maken en daarmee uiteindelijk ook de druk op ons stelsel van sociale zekerheid te verminderen.

LLO als Publieke Taak

Waarom pleiten we bij de SER voor het erkennen van LLO als een taak voor het publieke onderwijs? We pleiten hiervoor omdat de baten van scholing verder reiken dan het belang van een individu of bedrijf. LLO versterkt het aanpassingsvermogen van mensen, organisaties en de samenleving als geheel. Het is een vereiste voor duurzame inzetbaarheid, bevordering van productiviteit en een gevoel van eigen regie en werkplezier. Dit zijn collectieve waarden die we als samenleving moeten borgen.

In de visie die ik vandaag schets, laten we de kunstmatige scheiding tussen ‘jongerenonderwijs’ en ‘volwassenenonderwijs’ los. Publieke onderwijsinstellingen krijgen ook een structurele rol en zorgplicht om werkenden en werkzoekenden te bedienen. Dat betekent niet dat ze alles alleen moeten doen, integendeel. Juist in een wendbaar systeem is de samenwerking met private opleiders, die uitblinken in vraaggestuurd werken en hierbij maatwerk en flexibiliteit bieden, essentieel. Maar de overheid moet hierbij wel het fundament leggen, door LLO als publieke taak voor het onderwijs te vast te leggen en de regelgeving en bekostiging hierop aan te laten sluiten.

Leerrechten:

Een cruciaal onderdeel van dit publieke fundament zijn leerrechten, een concept dat we ook terugzien in het coalitieakkoord. In lijn met het SER-briefadvies 23’ pleiten we voor een systematiek waarbij ruimte voor verdere ontwikkeling mede wordt gerelateerd aan het onderwijs dat iemand al heeft gevolgd. Zo geef je juist mensen die nog niet maximaal hebben geprofiteerd van publieke onderwijsmiddelen een steviger steun in de rug. 

Daarnaast zijn individuele ontwikkelrekeningen belangrijk, waaraan overheden en O&O-fondsen kunnen bijdragen. Juist die O&O fondsen moeten we meer stimuleren om niet alleen binnen de eigen sector, maar ook over sectorgrenzen heen mobiliteit te ondersteunen om zo de grote transities te kunnen klaren (energie, defensie, zorg). 

Een goed voorbeeld van hoe verschillende branches al samenwerken om bovensectorale mobiliteit te bevorderen is het Aanvalsplan Techniek. Hierin werken techniekbranches en vakbonden samen aan de ‘Techniekroute’, wat o.a. staat voor een werk- en ontwikkelgarantie van tien jaar(!). Dat is precies de langjarige samenwerking die we in deze cruciale sectoren nodig hebben. 

Skillsgerichte arbeidsmarkt

Maar zulke samenwerking heeft pas echt effect als we ook fundamenteel anders leren kijken naar talent en potentieel. Dus niet alleen naar het diploma wat ooit behaald is, maar vooral naar wat iemand vandaag daadwerkelijk kan.

Een skillsgerichte arbeidsmarkt begint niet pas in de beroepspraktijk. Die begint juist al in het onderwijs. Juist hier, vandaag, in een zaal vol mensen uit het onderwijsveld, ligt dus een cruciale sleutel. Want als wij willen dat mensen zich hun hele loopbaan kunnen en willen blijven ontwikkelen, dan moeten onderwijsinstellingen ook zo georganiseerd zijn dat zij die blijvende ontwikkelambitie al in het initiële curriculum verankeren.

Dat vraagt om een fundamenteel ander perspectief op de rol van onderwijs. Een diploma kan niet langer worden gezien als het eindpunt van leren. Het markeert hooguit het moment waarop iemand startbekwaam is om een loopbaan te beginnen, en vervolgens zich een leven lang wil blijven ontwikkelen. 

In een economie en samenleving die voortdurend veranderen, hoort verdere ontwikkeling daar onlosmakelijk bij. De opdracht voor het onderwijs is dus breder geworden: niet alleen voorbereiden op een eerste baan, maar ook bijdragen aan leren en ontwikkelen tijdens de rest van de loopbaan. Dat vraagt van onderwijsinstellingen ook de bereidheid om uit hun eigen bubbel te komen. Om niet alleen te denken vanuit opleidingen en stelsels, maar vanuit de ontwikkelvragen van mensen, de vraag van werkgevers en de erkenning van vaardigheden die in de beroepspraktijk zijn opgedaan. 

Dat vraagt om onderwijs dat ook gericht is op flexibele en erkende vormen van leren tijdens de loopbaan, bijvoorbeeld in losse modules en microcredentials. Maar daar mag het niet bij blijven. Veel van wat mensen in hun loopbaan leren, leren zij juist in de praktijk: op de werkvloer, in nieuwe rollen en in samenwerking met anderen. Wie LLO serieus neemt, moet praktijkleren dus ook serieus nemen. In het SER-kennisdocument Op weg naar een skillsgerichte arbeidsmarkt, dat binnenkort verschijnt, benadrukken we daarom ook dat vakmanschap dat in de praktijk is ontwikkeld niet onzichtbaar mag blijven, maar moet kunnen meetellen bij vrijstellingen, toelating en gerichte vervolgscholing.

Arbeidsmarktinfrastructuur

In deze toekomstvisie mogen ook de regionale werkcentra niet ontbreken. Zij zijn een belangrijk onderdeel van de nieuwe arbeidsmarktinfrastructuur. Maar daarover hoort u straks meer van Roos Vermeij en Judith Duveen.

Van Werk Naar Werk: Wendbaarheid als Sociale Zekerheid

Als skillsgericht werken en de arbeidsmarktinfrastructuur beter op elkaar aansluiten, wordt Van-Werk-Naar-Werk geen vorm van reparatie achteraf, maar een robuust onderdeel van een gezonde en volwassen arbeidsmarkt.

In het verleden zagen we momenten van baanwisseling vaak als een risico dat we met sociale zekerheid moesten opvangen nadat het was misgegaan. Omdat maatschappelijke en technologische ontwikkelingen elkaar steeds sneller opvolgen, verandert ook de arbeidsmarkt sneller dan voorheen. Digitalisering/AI en de klimaat- en energietransitie veranderen niet alleen hoeveel werk er is, maar ook wát voor werk er is en welke vaardigheden daarbij nodig zijn. 

Een overstap naar een andere rol of functie is dan geen bedreiging die we moeten repareren, maar een beweging die we actief moeten organiseren en begeleiden. Door mensen tijdig te ondersteunen — met behoud van (toekomstige) inkomenszekerheid en gebruik makend van hun skills — maken we de overstap van een krimp- naar een tekortsector makkelijker. Het succesvolle Twents Fonds voor Vakmanschap laat zien dat je mensen met loopbaanadvies, ontwikkelvouchers en gerichte scholing eerder in beweging kunt brengen, nog vóórdat een beroep op sociale zekerheid nodig is.

Wanneer we mensen preventief succesvol van werk naar werk begeleiden, verkleinen we het beroep op uitkeringen zoals de WW. Die wendbaarheid fungeert dan als een nieuwe vorm van zekerheid. Het vangt de druk op de sociale voorzieningen op, omdat we investeren aan de voorkant (inzetbaarheid) in plaats van te repareren aan de achterkant (werkloosheidsuitkering).

Slot

Ik wil afsluiten met een duidelijke oproep aan iedereen die hier vandaag aanwezig is. De toekomstvisie op het stelsel van Leven Lang Ontwikkelen die ik heb geschetst, vraagt om gedeelde urgentie en om concrete stappen.

Het onderwijs heeft de maatschappelijke opdracht om mensen te ondersteunen bij het ontwikkelen van de vaardigheden en het aanpassingsvermogen dat deze tijd van hen vraagt. Daarvoor is actieve verbinding nodig met het bedrijfsleven, regionale werkcentra en andere partijen die samenbouwen aan een veerkrachtige arbeidsmarkt.

Mijn oproep aan u is: kom in actie. Doe wat u zelf kunt doen binnen uw eigen invloedssfeer om het LLO-landschap mede vorm te geven. Het onderwijs moet in actie komen en de verandering met beide handen aanpakken, hoe lastig ook. De opgave is te groot en te urgent om op anderen te wachten. 

Dank u wel