Pensioenakkoord en de AOW-leeftijd

Een delegatie van de SER ging met Tweede Kamerleden van de commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid in gesprek over het pensioenakkoord en de AOW-leeftijd. Aanleiding vormde het coalitieakkoord van het nieuwe kabinet, waarin staat dat het kabinet inzet op een een-op-een stijging van de AOW-leeftijd met de levensverwachting. Gaat de gemiddelde levensverwachting een jaar omhoog, dan gaat de AOW-leeftijd ook een jaar omhoog. Daarmee wijkt het af van de afspraken uit het pensioenakkoord, waarin de stijging juist was afgeremd.

© Dirk Holl

SER-voorzitter Kim Putters legde uit wat er in het pensioenakkoord is afgesproken over een 2/3 koppeling van de AOW-leeftijd en wat daarvoor de argumenten zijn. “Afspraak is afspraak”, gaf hij aan in antwoord op vragen van de Kamerleden. De 2/3 koppeling is destijds niet zonder reden afgesproken, legde hij uit. Een een-op-een koppeling zou namelijk betekenen dat ieder extra jaar dat mensen langer leven, volledig wordt vertaald in een jaar langer werken. De extra levenswinst gaat dan geheel naar de arbeidsperiode, terwijl de pensioenperiode gelijk blijft. Dat gaat ten koste van de duurzame inzetbaarheid en legt vooral een zware last op mensen met een slechtere gezondheid of een zwaar beroep en vergroot het risico dat zij de AOW-leeftijd niet werkend halen en arbeidsongeschikt of werkloos worden. Daarnaast bracht hij naar voren dat pensioenbeleid om stabiliteit vraagt. “Mensen moeten hier jarenlang op kunnen rekenen en hun leven erop kunnen inrichten.” Tegelijkertijd benadrukte hij dat ook de inzet op duurzame inzetbaarheid, waaronder leven lang ontwikkelen en gezond werk volop de aandacht vraagt van werkgevers, werknemers en de overheid. Ook dat is onderdeel van het Pensioenakkoord.

De delegatie die het gesprek met de Tweede Kamerleden voerde bestond uit SER-voorzitter Kim Putters, Focco Vijzelaar (VNO-NCW), Jacco Vonhoff (MKB-NL), Dick Koerselman (FNV), Nic van Holstein (VCP) en Patrick Fey (CNV).