Bevorderen van deelname medewerkers aan or en medezeggenschap

De SER heeft in 2019 verschillende obstakels benoemd die werknemers ervan weerhouden zitting te nemen in de ondernemingsraad (or). Ook beschreef de SER daarvoor een aantal oplossingsrichtingen. Als vervolg daarop noemt hij in een briefadvies aan minister Koolmees enkele mogelijkheden om een aantal van de geïdentificeerde obstakels te verminderen.
Bevorderen van deelname medewerkers aan or © Shutterstock

SER adviseert WOR op onderdelen aan te passen

De SER adviseert onder meer om de Wet op de ondernemingsraden (WOR) op enkele punten aan te passen en informeert de minister over aanpassingen in het ‘SER-voorbeeldreglement ondernemingsraden’ (‘Voorbeeldreglement’) en over een nieuwe serie voorlichtingsfilmpjes over or-werk.

Enkele onderdelen uit het SER-advies zijn:

Aanpassingen WOR

Medewerkers denken vaak dat zij te weinig tijd hebben voor or-werk. Dit komt mede door de verplichte zitting van or-leden in meerdere gremia. Het zorgt ervoor dat medewerkers aarzelen zich kandidaat te stellen voor de or. In het bijzonder geldt dat voor de ‘vaste commissie’ (artikel 15 lid 2 WOR) en de samenstelling van de centrale ondernemingsraad (cor).

In de WOR staat dat in een vaste commissie een meerderheid van de leden ook lid is van de or en daarnaast ook andere in de onderneming werkzame personen zitting kunnen hebben. De SER adviseert dit aan te passen en te zorgen dat:

  • In het Instellingsbesluit kan worden afgeweken van de hoofdregel dat een vaste commissie voor de meerderheid bestaat uit or-leden;
  • Indien hiervan gebruik wordt gemaakt en de meerderheid van de vaste commissie uit niet-or-leden bestaat, het advies- of instemmingsrecht bij de or blijft.

Het beoogde effect is dat:

  • De tijdsbesteding over or- en niet-or-leden kan worden verdeeld;
  • De individuele tijdsbelasting van het or-werk kan verminderen, waardoor de drempel voor medewerkers om zich kandidaat te stellen voor de or wordt verlaagd;
  • Ook niet-or-leden kunnen participeren in medezeggenschap.

Digitalisering

De CBM constateert dat de WOR op diverse punten nog vereist dat zaken schriftelijk moeten gebeuren. Zij stelt voor de wet te moderniseren en aan te passen aan de dagelijkse praktijk. Zo kunnen in organisaties veel zaken digitaal worden vastgelegd.

Aanpassing SER-voorbeeldreglement ondernemingsraden

De SER kan enkele van de geopperde mogelijkheden om obstakels te verminderen adresseren in het Voorbeeldreglement. Daartoe is het Voorbeeldreglement al aangepast. Concreet gaat het om:

  • Het uitdragen dat ondersteuning van een or door een ambtelijk secretaris de kwaliteit van medezeggenschap bevordert;
  • Het bevorderen dat bestuurder en or een convenant opstellen met nadere afspraken over faciliteiten om verschillende obstakels te ondervangen;
  • Voorlichting en informatie over wat mogelijk is aan vernieuwing van medezeggenschap binnen de huidige regelgeving. De WOR biedt namelijk meer ruimte dan veel gebruikers zich realiseren.

Nieuwe aanpassingen Voorbeeldreglement

Ook is de SER van plan om in het modelreglement voor de cor nadrukkelijker te benoemen dat leden van een cor direct worden gekozen uit de onderliggende or’s en dat het geen verplichting is dat zij daarnaast ook zitting hebben in een groepsondernemingsraad (gor), zoals nu vaak wordt aangenomen. Uiteraard is het wel mogelijk een dergelijke verplichting in het reglement van de cor op te nemen als dat de medezeggenschap ten goede komt. De SER geeft in het Voorbeeldreglement aan wat de voor- en nadelen van beide opties zijn.

De SER beoogt hiermee de bewustwording te vergroten over de gevolgen voor de belasting van or-leden door de keuze voor de samenstelling van cor en/of gor. Zo probeert de SER indirect bij te dragen aan het slechten van de obstakels ‘tijd voor or-werk’ en ‘werkdruk’.

Verder zal het beoogde effect zijn:

  1. Het or-lid zit in minder gremia, waardoor de tijdsbelasting minder wordt en de drempel voor kandidaatstelling voor de or wordt verlaagd.
  2. Het verminderen van de noodzaak om or-leden volledig vrij te stellen van hun reguliere functie zodat het risico dat deze or-leden de verbinding met de werkvloer verliezen kleiner is. Dit verlaagt ook het risico dat volledig vrijgestelde or-leden na afloop van hun zittingstermijn, niet meer terug kunnen naar hun reguliere functie.

Over dit briefadvies

Dit advies is opgesteld naar aanleiding van een brief van minister Koolmees van 8 oktober 2018 aan de Commissie Bevordering Medezeggenschap van de SER. Daarin stelde de minister een aantal vragen in het kader van de bevordering naleving WOR.

Hij verzocht onder meer te onderzoeken of kiesdrempels een belemmering vormen voor de betrokkenheid van flexkrachten bij de or en deelname van flexkrachten aan de or. Ook vroeg hij de SER te onderzoeken of er andere obstakels zijn die werknemers tegenhouden om zitting te nemen in de or en of de commissie mogelijkheden ziet om deelname van werknemers aan de or te bevorderen en eventuele belemmeringen weg te nemen.

Daarop bracht de SER al eerder adviezen uit te weten:

Bevordering medezeggenschap

De Sociaal-Economische Raad (SER) adviseert de regering en het parlement over het sociaal-economisch beleid. Ook faciliteert de SER akkoorden en convenanten. Daarnaast heeft de SER onder meer de wettelijke taak om medezeggenschap te bevorderen.

Download advies