Column

Naar minder kankerverwekkende stoffen op de werkvloer

Jaarlijks overlijden in Nederland bijna 2500 mensen aan kanker nadat ze – vaak al lang geleden – op hun werk werden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen. Dat is vier keer zoveel als het aantal dodelijke verkeersslachtoffers per jaar. Demi Theodori, senior beleidsmedewerker bij de SER, probeert in deze column meer context te geven aan de huidige problematiek en deelt haar kijk op de toekomst van kankerverwekkende stoffen op het werk.

Column van:

Demi Theodori
Demi Theodori,
senior beleidsmedewerker SER, 
d.theodori@ser.nl
 
 
 

Op een onoplettend moment stemde ik ermee in om een column te schrijven over risico's van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op de werkplek. Ik kan gewoon niet goed 'nee' zeggen en nu zit ik ermee. Ik draai rondjes in mijn kamer op zoek naar een verfrissende invalshoek. Maar die is er misschien niet, want het thema is oud en vaak besproken. In ieder geval heb ik besloten om allereerst mijzelf te verklaren als iemand die geen esthetische problemen heeft met chemie. Ik stoor me geregeld aan mensen die een vies gezicht trekken wanneer ze iets als “chemisch” kwalificeren. Ik zeg niets, maar ik meen beter te weten. Eenzelfde eenzame positie ervaar ik als ik vertel dat jaarlijks bijna 2500 mensen in Nederland overlijden doordat zij in het verleden tijdens hun werk aan kankerverwekkende stoffen zijn blootgesteld. Een viervoud van het aantal dodelijke slachtoffers door het verkeer per jaar. De eerste reactie is ongeloof. Dat kan toch niet in onze hoogtechnologische samenleving? Heb ik het wel goed begrepen? In Nederland? Er volgt een ongemakkelijke stilte. In het gesprek dat volgt komt een van de volgende twee basisopvattingen naar voren (en ik kan het met beide eens zijn): Of men ziet achter de cijfers bedrijven die hun verantwoordelijkheid hierin niet (willen) nemen en roept om betere arbeidsomstandigheden en betere banen. Of men kiest voor het meer stoere perspectief van risicoacceptatie en risicobeheersing. Nul risico bestaat immers niet. Dat moet je durven accepteren.  

column over kankerverwekkende stoffen op de werkvloer

Kankerverwekkende stoffen

Dit zijn stoffen die de intrinsieke eigenschap hebben om schade aan het DNA te veroorzaken. Of een stof deze eigenschap heeft, blijkt uit testen in zowel celculturen als dieronderzoek en uit epidemiologisch onderzoek. De kans dat iemand kanker ontwikkelt door blootstelling aan een kankerverwekkende stof hangt echter af van een aantal factoren: genetische factoren, de hoogte van de blootstelling, maar ook andere factoren zoals levensstijl (roken, alcohol, beweging).

Factoren in het ontstaan van kanker

Uit onderzoek blijkt dat maar ongeveer 10 procent van alle kankers volledig door genetische factoren wordt bepaald. Aan de andere kant is inmiddels ook min of meer duidelijk dat de oorzaak in 7 tot 10 procent van de gevallen ligt in een blootstelling uit de omgeving (waaronder uit het werk). Voor de overige 80 procent geldt dat sprake is van een vaak nog onbekend samenspel tussen genetische aanleg (het ‘genoom’) en het totaal van blootstelling gedurende het leven – thuis, op school, vanuit het milieu, op het werk et cetera.

Werkgerelateerde kanker

Mensen brengen veel tijd door op hun werk. Hierdoor is beroepsmatige blootstelling een belangrijke factor. Blootstelling op het werk is bovendien vaak hoger en complexer dan in de privé omgeving en hangt nauw samen met levensstijl, gedrag en de sociaaleconomische status. Lager opgeleide werknemers, weten we, hebben vaak meer belastende arbeidsomstandigheden.

De vroegste beschrijvingen van kanker door het beroep is gedaan door Sir Percival Pott. Hij beschreef in 1775 enkele gevallen van scrotumcarcinoom bij jonge schoorsteenvegers in Londen. De oorzaak was intensief contact met roet (en de daarin aanwezige kankerverwekkende polycyclische aromaten). Sindsdien is een scala aan kankerverwekkende factoren ontdekt, waarvan een aanzienlijk deel (ook) in de werkomgeving voorkomt.

De lange periode tussen blootstelling en het ontstaan van de kanker en de interactie tussen factoren in en buiten het beroep maken het lastig om de relatie tussen kanker en werk vast te stellen in individuele gevallen. Ook zijn er in het algemeen geen unieke klinische of pathologische verschillen die op een werkrelatie duiden. Zelfs wanneer bij onderzoek asbestvezels in weefsel worden gevonden, ondersteunt dat weliswaar de relatie met het werk, maar vormt het geen sluitend bewijs. Om een oorzakelijk verband vast te kunnen stellen is daarnaast kennis nodig van de daadwerkelijke blootstelling (hoeveel en hoe lang), de blootstelling aan andere stoffen en wellicht ook andere factoren die we (nog) niet in beeld kunnen hebben.

Op groepsniveau kunnen op basis van epidemiologisch onderzoek wel schattingen worden gemaakt van het aandeel van werk bij het ontstaan van kanker. Dat er elk jaar circa 2.500 mensen in Nederland overlijden doordat zij in het verleden tijdens hun werk aan kankerverwekkende stoffen zijn blootgesteld, is ook gebaseerd op dergelijke schattingen van het RIVM. Uit onderzoek blijkt ook dat kanker door werk vooral bij mannen voorkomt. Hierbij hoort de kanttekening dat data voor vrouwen vaak minder betrouwbaar zijn. Specifiek onderzoek naar kanker door werk onder vrouwen is schaars en vaak is het aantal vrouwen opgenomen in epidemiologisch kankeronderzoek onder werkenden te klein om betrouwbare conclusies te kunnen trekken over hun risico.

Stand van zaken en de weg voorwaarts

Sommige zeer potente carcinogene stoffen — zoals asbest — zijn tegenwoordig verboden of onderhevig aan strikte controle. Andere worden echter nog steeds veel gebruikt, en er is wetgeving om goed beheer van de bijbehorende risico’s te waarborgen.
Toch lukt het in de praktijk niet altijd om deze risico’s te beheersen. Enerzijds zijn er nog steeds bedrijven waar men niet wil, of waar men zich nauwelijks bewust is van de risico’s. Maar het overgrote deel bestaat uit bedrijven waar men wel wil en denkt het goed te doen. Alleen is daar de inzet niet genoeg, omdat ze niet over de nodige expertise beschikken en men ook niet weet waar de informatie hierover te vinden is.

Sociale partners zijn ervan overtuigd dat de beheersing van de risico’s door bedrijven versterkt moet en kan worden. Op de lange termijn zijn echter grotere stappen mogelijk. Door gebruik te maken van het momentum dat ontstaat onder de transitie naar duurzame en circulaire productieketens en de mogelijkheden die digitalisering biedt, kan ook een transitie worden gerealiseerd naar productieprocessen en chemische stoffen die inherent veilig en gezond zijn.

Want het kan in het algemeen wel zo zijn dat er niet zoiets bestaat als nul risico, maar het specifieke risico door kankerverwekkende stoffen op het werk is een vermijdbaar risico en kan op termijn wel degelijk worden geëlimineerd.