Column

Overheid moet burgers betrekken bij vorming klimaatbeleid

Biedt de overheid burgers wel voldoende ruimte om mee te praten over het klimaatbeleid? Om op structurele wijze grotere betrokkenheid van de samenleving te krijgen ziet Amy Eaglestone, senior beleidsmedewerker bij de SER, een aantal mogelijkheden tot verbetering.

Column van:

Amy Eaglestone
Amy Eaglestone,
senior beleidsmedewerker SER, 
a.eaglestone@ser.nl
 
 
 

In zijn regeerakkoord gaf het kabinet Rutte-IV aan dat het burgers meer wil betrekken bij het klimaatbeleid. Dat wil zeggen, burgers mogen in ieder geval meepraten over waar windmolens komen, minder duidelijk is of ze mee mogen praten over óf ze er moeten komen.

In het Beleidsprogramma Klimaat wordt de tot dan magere invulling iets uitgebreid. Dit op 2 juni 2022 gepresenteerde programma voorziet in burgerparticipatie op gemeentelijk niveau. Ook denkt het kabinet na over een nationaal burgerberaad en een maatschappelijke dialoog over het klimaatbeleid. Prachtige voornemens, maar wil de regering werkelijk ruimte bieden aan burgers om mee te denken over een toekomstbestendig klimaatbeleid? Ik vrees van niet. 

Burgerparticipatie

Regering volgt geest advies niet

Kabinet Rutte-IV heeft keurig de adviezen van de door Alex Brenninkmeijer geleide adviescommissie Burgerbetrokkenheid bij Klimaatbeleid overgenomen. Tenminste, in nieuwe regeringsstukken worden de praktische adviezen over het uitvoeren van een burgerberaad herhaald. Maar in dezelfde stukken wordt nauwelijks gepraat over anders beleid maken, des te meer over het stroomlijnen van de bestaande besluitvorming op de korte termijn. Efficiëntere besluitvorming, maar geen aandacht voor de nodige veranderingen in de relatie tussen burger en overheid, en de bredere ruimte die nodig is in beleidsprocessen om dit werkelijkheid te maken.

Burgers werkelijk betrekken bij beleidsvorming behelst meer dan het organiseren van een inspraakavond.

Je zou het een gemiste kans kunnen noemen. Temeer omdat de commissie-Brenninkmeijer de betrokkenheid van burgers bij beleid- en besluitvorming rond het klimaat cruciaal noemt. De maatschappelijke opgaven rond klimaatbeleid en energietransitie zijn volgens de commissie immers dermate groot en vergen dusdanig veel van de samenleving, dat een brede betrokkenheid onmisbaar is. Het klimaatbeleid dat alle burgers zal gaan raken, vraagt om engagement en steun van diezelfde burgers.

Zetje aan zoektocht

Burgers werkelijk betrekken bij beleidsvorming behelst meer dan het organiseren van een inspraakavond of een eenmalig burgerberaad. Het gaat over een zoektocht naar nieuwe manieren om op structurele wijze grotere betrokkenheid van de samenleving te krijgen. Dat gebeurt nog te weinig. Om de zoektocht een zetje te geven, kan de overheid drie dingen doen.

Meer ruimte creëren

Ten eerste kan de overheid in haar eigen organisatie meer ruimte creëren voor een nieuwe vorm van beleidsvorming. Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) bijvoorbeeld heeft in zijn beleidsprogramma plannen opgesteld om burgers meer te betrekken bij de uitvoering van beleid. Moeilijkheid hier is dat de voorgestelde initiatieven onderdeel behoren te zijn van een breder proces van vernieuwing en verbinding en niet op zichzelf staande activiteiten.

Instelling van bijvoorbeeld een burgerberaad moet onderdeel zijn van een bredere beleidsvernieuwing
Nieuwe beleidsprocessen, met nauwere relaties tussen burger en overheid, kunnen en hoeven niet in één keer tot stand te komen. Wel is het nodig dat nieuwe initiatieven worden ingezet om het denken hierover een flinke boost te geven. EZK kan hiermee ervoor zorgen dat op bepaalde beleidsterreinen op korte termijn extra aandacht wordt gegeven aan de bredere vragen rondom beleidsprocessen.

Anders bespreken

Ten tweede moet de overheid burgers de gelegenheid bieden om zich al in een vroeg stadium inhoudelijk met beleidsthema’s te kunnen bemoeien. Instelling van bijvoorbeeld een burgerberaad moet onderdeel zijn van een bredere beleidsvernieuwing, waarin onderwerpen ook anders worden besproken dan nu het geval is. Daarvoor is het nodig dat (beleids)ambtenaren uit hun vaak besloten bureaucratische wereld stappen en vraagstukken leren benaderen vanuit de belevingswereld van gewone burgers. De menselijke maat is cruciaal als de overheid samen met burgers tot gedragen beleid wil komen.

Inzake het klimaatbeleid spreken politiek en overheid nog te vaak in termen van hoeveel huishoudens er van het gas af moeten, of op elektrisch rijden moeten overstappen, zonder dat ze een beeld kunnen schetsen van de impact op of de zorgen van de mensen over wie het gaat, in kaart te brengen.

Dialoog over verandering

Ten slotte moet de overheid het gesprek over het klimaatbeleid een centrale plek in de samenleving geven. Het ministerie van EZK wil het voortgangsoverleg van het Klimaatakkoord ombouwen tot een platform voor maatschappelijk dialoog en onderbrengen bij het Overleg voor de Fysieke Leefomgeving.

Een maatschappelijk dialoog is essentieel onderdeel van een succesvol veranderingsproces. Het brengt mensen, groepen en overheid nader tot elkaar en leert hun elkaar beter te begrijpen zonder meteen oplossingen te hoeven formuleren. Het is prima om hiervoor specifiek plek te bieden, maar zoek die midden in de samenleving, zodat iedereen mee kan doen. Zodat er een waarlijk openbaar gesprek ontstaat, en het Klimaatbeleid niet in achterkamertjes verdwijnt. Allicht dat er dan wat minder boeren met hun tractoren op uit trekken.

_________

In SERmagazine pleitte cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver David van Reybrouck al eerder voor een burgerberaad. In het interview ‘Burgerberaad geeft stem aan wie niet worden gehoord’ beantwoordde hij hier vijf vragen over.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Sociale Vraagstukken.