SER-advies
SER-advies voor grenswaarden inhaleerbaar meelstof
De Subcommissie Grenswaarden Stoffen op de Werkplek van de Sociaal-Economische Raad (SER-GSW) adviseert de minister van Werk en Participatie.
- Een grenswaarde in te voeren van 4 mg/m3 (TGG-8uur) voor inhaleerbaar sojameelstof;
- De grenswaarde voor inhaleerbaar tarwe-, rogge-, haver- en gerstmeelstof terug te zetten op de waarde van 1,2 mg/m³ (TGG-8uur), zoals die al bestond vóór het SER-advies van maart 2021;
- Derhalve, deze grenswaarden apart te benoemen in de Arbeidsomstandighedenregeling, Bijlage XIII.
Dit advies is gebaseerd op het rapport van de Gezondheidsraad uit 2016 en het vorige SER-advies uit 2021.
Werkprogramma SER-GSW
Bij de recente vaststelling van het meerjarig werkprogramma heeft de gecombineerde meelstof grenswaarde hoge prioriteit gekregen. Doelstelling voor de subcommissie blijft om op de lange termijn de door de Gezondheidsraad afgeleide advieswaarde van 0,001 mg/m³ soja-allergenen in de lucht als TGG-8uur te adviseren. De commissie zal in overleg met het Expertbureau Blootstelling aan Stoffen op het Werk, een planning maken voor een nieuw haalbaarheidsonderzoek.Stoffen in behandeling bij de SER-GSW (werkprogramma)
Meer weten over gevaarlijke stoffen op de werkplek?
Soja-allergenen en luchtwegaandoeningen
Sojameel ontstaat na het pellen en fijnmalen van sojabonen. Daarin zitten allergenen. Blootstelling aan deze allergenen door inademing van sojameelstof kan uiteindelijk leiden tot chronische allergische luchtwegklachten, rhinitis en beroepsastma.Luchtwegaandoeningen die ontstaan door het inademen van sojameelstof leiden relatief vaak tot uitval. Omscholing is dan noodzakelijk. Dit is met name een risico voor werknemers in (banket)bakkerijen en sojameel producerende of verwerkende bedrijven. Vooral bij bulkverwerking van sojabonen worden zeer hoge blootstellingniveaus aangetroffen.