SERmagazine

Hoe maken we de jeugdzorg beter? 4 perspectieven

De problemen bij de jeugdzorg bezorgen alle betrokkenen buikpijn. Waar lopen jongeren, zorgmedewerkers, bestuurders en organisaties tegen aan? Hoe kan het beter? De SER werkt aan een verkenning over dit thema. Vooruitlopend daarop geven vier betrokken hun perspectief op de jeugdzorg.

Felix de Fijter

Aan het woord

Carina Klinkvis
Carina Klinkvis, Jeugdhulp Friesland:
‘Er zijn zoveel bijzaken die me van de zorg afhouden’
Romena van Dooren
Romena van Dooren, Jeugdwelzijnsberaad:
‘Het gaat om mensen, en mensen zijn heel verschillend’
Bas Timman
Bas Timman, Jeugdformaat en Schakenbosch en Jeugdzorg Nederland:
‘Je kunt wel zeggen dat de decentralisatie destijds is onderschat’
Duco Stuurman
Duco Stuurman, Gemeente Amsterdam:
‘Er moeten simpelweg meer middelen beschikbaar komen vanuit het rijk’

‘Bezuinig nou niet op preventie’

Carina Klinkvis, gezinscoach bij Jeugdhulp Friesland

“Ik ga naar gezinnen waar opvoednood is. Het liefst twee keer per week ben ik er een uur tot anderhalf uur om ze te ondersteunen. Er gaat ergens in de opvoeding iets niet goed. Of de ouders hebben zelf aan de bel getrokken, of de rechter heeft hulp verplicht gesteld. Krijgen ze die niet, dan dreigt uithuisplaatsing.”

“Vanwege bezuinigingen en de toegenomen administratieve lasten lukt het meestal niet om twee keer per week bij een gezin op bezoek te gaan. Toen ik begon in deze functie kon ik per gezin zesenhalf uur besteden, nu nog maar vier, waar de reistijd nog vanaf moet.
Dat geeft echt dilemma’s. Of je doet meer, ten koste van je eigen tijd, of je verleent hulp die eigenlijk tekortschiet.”

Lees door onder de foto

Brainstormen op een whiteboard
© Shutterstock

‘Een uithuisplaatsing kost veel meer dan het extra budget dat ik nodig heb om deze te voorkomen’

“De ironie is dat een uithuisplaatsing de samenleving veel meer geld kost dan het extra budget dat ik nodig heb om een uithuisplaatsing te voorkomen. Want de problemen die ik tegenkom, zijn aan de basis vaak niet groot; alleen is de nood door een samenloop van omstandigheden wel hoog opgelopen. ‘Als mijn kind nou eens zou lúisteren! Fix mijn kind!’, zeggen ze. Maar in veel gevallen moeten de ouders hun eigen rol onder de loep nemen en dan gaat het over het algemeen echt beter.”

“Het frustreert me dat er zoveel bijzaken zijn die me van die zorg afhouden. Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg is de rapporteerdruk enorm hoog: elke stap in het traject moet geautoriseerd worden, elke keuze moet ik vastleggen; en elke gemeente heeft daar ook weer eigen richtlijnen voor. Dat getuigt toch van wantrouwen? Stel je voor dat een hartchirurg zo zou moeten werken?”

“Wat me op de been houdt is de dankbaarheid en de trots van de gezinnen, als een hulptraject succesvol is afgerond. Dat is keer op keer weer zo leuk, dat ik alle rompslomp die erbij komt kijken maar slik. Nog wel.”

‘Jeugdhulp is maatwerk, het gaat om mensen’

Romena van Dooren, jongerenbestuurslid Jeugdwelzijnsberaad

“Ik heb achttien jaar lang in een pleeggezin gewoond. Gelukkig in een netwerkgezin, zoals dat heet. Bij mijn oma. Ik woon nu sinds anderhalf jaar op mezelf en studeer Bestuurskunde en overheidsmanagement. Het gaat heel goed en ik vind het ook leuk om het studentenleven te leren kennen. Eens per week ga ik naar huis.”

“Dat ik bij mijn oma terechtkon, is echt heel fijn geweest. Bij haar voelde het echt als thuis. Lastig was de voortdurende wisseling van pleegzorgmedewerkers. Dan weer die, dan weer die. Op een gegeven moment wisten we niet eens meer wie onze pleegzorgmedewerker nu eigenlijk was.”

“Hoe het is om in een pleeggezin op te groeien, zal voor iedereen anders zijn. Ik heb het geluk dat ik niet tegen veel problemen ben aangelopen, maar een van mijn zusjes vindt het moeilijker. Ze wil er op school niet over praten, vindt het lastig om iemand mee naar huis te nemen. Het maakt haar onzeker.”

“Al vrij jong ben ik betrokken geraakt bij de Wat?!-krant, voor en door pleegjongeren. Zo kwam ik ook in de jongerenraad van onze jeugdzorginstelling terecht en tegenwoordig praat ik mee in het Jeugdwelzijnsberaad, dat de provinciale en landelijke overheid ook adviseren.”

] ‘Jongeren zijn vaak nog helemaal niet klaar met jeugdhulp als ze 18 zijn’

“Er is veel aan de hand. Denk bijvoorbeeld aan de leeftijdsgrens van achttien jaar. Dan zegt jeugdzorg: het houdt hier op. Maar jongeren zijn vaak nog helemaal niet klaar met jeugdhulp als ze achttien zijn. Ze vallen in een gat, weten niet waar ze vervolghulp kunnen krijgen of lopen aan tegen lange wachttijden. En het komt ook geregeld voor dat een pleeggezin zegt: we krijgen nu geen geld meer voor je, je kunt niet blijven.”

“Het is belangrijk dat we nooit vergeten dat jeugdzorg maatwerk is. Dat het om mensen gaat, en mensen zijn heel verschillend. Als we dat voor ogen houden, ben ik best hoopvol voor de toekomst.”

‘We moeten het ook over de gezinnen en de scholen hebben’

Bas Timman, bestuurder Jeugdformaat en Schakenbosch, bestuurslid Jeugdzorg Nederland

“De jeugdzorg was voor de decentralisatie sterk versnipperd. Een deel lag bij justitie, een deel bij de langdurige zorg, een deel bij de provincie enzovoort. Nu is het vijf jaar na de decentralisatie, maar we zijn nog lang niet waar we zijn moeten. Je kunt wel zeggen dat de operatie destijds is onderschat.”

“Er lag geen goed, gefaseerd plan om de decentralisatie in een behapbaar tempo uit te rollen. Ondertussen is de vraag naar jeugdzorg sterk toegenomen, blijft de administratieve druk erg groot en stijgt het aantal zorgaanbieders, waarmee de concurrentie toeneemt. Bezuinigingen hebben nog niet het gewenste effect, er is een groot tekort bij gemeenten.”

‘De terugkerende aanbestedingsprocedures van gemeentes geven veel onrust’

“Daarbij geven de terugkerende aanbestedingsprocedures van gemeentes veel onrust. Bij jeugdzorgorganisaties, maar zeker ook bij de medewerkers: ‘Als mijn werkgever de aanbesteding verliest, heb ik dan straks nog werk?’. Het afgelopen jaar vertrokken in de jeugdzorg 9.000 medewerkers, de instroom liep met 6.000 flink achter. En dat is best zorgwekkend.”

“Toch ben ik niet pessimistisch. We zijn echt wel stappen aan het maken. Denk bijvoorbeeld aan landelijke rapportagestandaarden om de administratieve druk te verlichten, of aan regionale of bovenregionale samenwerking om bijvoorbeeld de crisisopvang te verbeteren. Ook zijn standaardtarieven in de maak, zodat de inzet van een gezinscoach in elke gemeente evenveel kost en ook overal dezelfde voorzieningen verwacht mogen worden.”

“En er gaat ook heel veel goed in de jeugdzorg. Kijk eens naar het grote aantal van circa 25.000 pleeggezinnen en gezinshuizen in Nederland; en het systeem erachter dat erg goed functioneert.”

“Waar we het echt over moeten hebben is de grote toename van het aantal jongeren dat een beroep doet op jeugdzorg. Terwijl de VN ons land qua welbevinden in de top-5 plaatst, klopt 1 op de 12 jongeren in Nederland bij jeugdzorg aan. Er gaan dingen structureel niet goed in de gezinnen en op de scholen. Er is sprake van handelingsverlegenheid. Laten we het gesprek daarover óók voeren.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.


‘Is jeugdzorg bedoeld voor kinderen onder prestatiedruk?’

Duco Stuurman, stedelijk directeur Sociaal bij de Gemeente Amsterdam

“In de jeugdzorg zijn een paar grote knopen te ontwarren. De eerste is financieel: in 2019 was het financieringstekort bij gemeenten 1,8 miljard. Er gaan steeds meer kinderen naar jeugdzorg en ze zitten er langer in. Ook zijn de kosten per cliënt gestegen. Bezuinigen gaat dat probleem niet oplossen, omdat daarmee de toegankelijkheid van zorg wordt ondermijnd.”

“Er moeten simpelweg meer middelen beschikbaar komen vanuit het rijk. Maar niet zonder dat we het ook hebben over de sterke toename van de vraag. Vechtscheidingen nemen toe, maar wat we ook zien gebeuren is dat vooral kinderen van hoogopgeleide ouders steeds vaker lijden onder prestatiedruk. Papa en mama willen dat het kind gymnasium gaat doen. Het kind kan de druk niet aan, raakt een beetje van stuk en komt bij de jeugdhulpverlener terecht. Maar is de jeugdzorg daar nu voor bedoeld? Of moeten we de verschillen in competenties en kwaliteiten juist koesteren?”

‘Personeel in de jeugdzorg wijkt uit naar minder belastend en beter betaald werk’

“We kampen daarnaast met een stevig arbeidsmarktvraagstuk. Ik vind dat we een goed bureau Jeugdzorg hebben in Amsterdam, maar er is wel een hoog verloop bij het personeel. Waarom? Het werk is zwaar, de betaling is relatief slecht. Mensen wijken uit naar minder belastend en beter betaald werk. Als je daar het aspect van diversiteit bijneemt – mensen in de jeugdzorg zijn vooral witte hbo’ers – ligt hier een grote opgave.”

“De decentralisatie is weleens de kop van jut. Maar het is niet zo dat het daarvoor allemaal prachtig en eenvoudig was. Ja, het is evident dat sommige dingen beter regionaal opgepakt kunnen worden, maar daarnaast moeten we vooral goed kijken naar waar de schoen knelt en daar oplossingen bieden: zorgpersoneel beter betalen, goede cao-afspraken maken, werken aan diversiteit en de vraag blijven stellen: voor wie doen we het nu? Voor wie is de jeugdzorg bedoeld? En voor wie niet.”


SER-verkenning naar Jeugdzorg

Medio vorig jaar publiceerde de SER de verkenning Zorg voor de toekomst, over de toekomstbestendigheid van de zorg. Daarin ging het om vragen als: hoe kunnen we meer doen aan preventie in de gezondheidszorg? Hoe houden we zorg betaalbaar en maken we de zorg aantrekkelijker voor zorgprofessionals? Als vervolg hierop werkt de SER aan een verkenning naar de jeugdzorg, en de problemen en zorgen die er spelen op gebied van regeldruk, financiering, toegankelijkheid en kwaliteit.