SERmagazine

‘Hanzementaliteit’ in Overijssel: de kracht van de polder in 5 argumenten

De tegenstellingen in de samenleving lijken steeds groter te worden. Toch geloven SER Overijssel-voorzitter Harry Weber en gedeputeerde Eddy van Hijum meer dan ooit in het belang van de sociale dialoog en maatschappelijke coalities. SER Overijssel werkt samen met de provincie aan de opgaven in de regio en loopt daarmee soms landelijk voorop. Wat is volgens hen de kracht van de polder – ofwel de ‘Hanzementaliteit’?

Tekst: Corien Lambregtse

Aan het woord:

Harry Webers
Harry Webers,
voorzitter SER Overijssel
Eddy van Hijum
Eddy van Hijum,
gedeputeerde Economie van de provincie Overijssel
 
 

1. De polder overbrugt tegenstellingen

Harry Webers, voorzitter SER Overijssel, en Eddy van Hijum, gedeputeerde Economie van de provincie Overijssel, trekken veel samen op. De regionale SER is al 40 jaar een belangrijke overleg- en samenwerkingspartner voor de provincie. “Nederland is er eeuwenlang goed in geweest om tegenstellingen te overbruggen en compromissen te sluiten. Het lijkt alsof we die kunst een beetje zijn verleerd”, zegt Webers. “Wij willen laten zien dat ‘polderen’ nog steeds de beste manier is om consensus te bereiken en stappen vooruit te zetten. In Overijssel werkt het.”

“Als de SER niet bestond, zouden we hem moeten uitvinden”, stelt van Hijum. “Als overheid kun je van alles willen, maar uiteindelijk heb je de samenleving nodig om dingen voor elkaar te krijgen. De adviezen van de SER Overijssel zijn voor ons als provinciebestuur heel waardevol. We zitten daarmee aan tafel met de partijen die het advies ook kunnen helpen waarmaken. Door samen te werken met werkgevers en vakbonden benutten we de kracht van de samenleving.”

Webers: “Hier in Overijssel noemen we het de ‘Hanzementaliteit’. De Hanzesteden langs de IJssel hebben eeuwenlang samengewerkt en de regio economisch sterk gemaakt. Die mentaliteit en kracht zijn er nog steeds.”

In Overijssel gaan overheden, werkgevers en vakbonden met elkaar in overleg over vraagstukken die van belang zijn voor de regionale economie en arbeidsmarkt. Van Hijum: “We onderzoeken hoe we de brede welvaart kunnen verbeteren. Wat er nodig is voor duurzame groei van het bedrijfsleven? Wat we kunnen doen om de tweedeling in de samenleving tegen te gaan, bijvoorbeeld tussen hoogopgeleiden en laagopgeleiden en tussen ouderen en jongeren? Het antwoord op deze vragen begint niet bij de overheid, maar bij ondernemers en werkenden die een actieve bijdrage leveren aan de brede welvaart.”

Lees door onder de foto

Rodetorenbrug in Zwolle
Rodetorenbrug in Zwolle | Foto: Shutterstock / Frans Blok

2. De polder lost meerdere problemen tegelijk op

SER Overijssel denkt bijvoorbeeld mee over de digitale transitie, de aanpak van laaggeletterdheid, de aansluiting tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt en de inclusieve arbeidsmarkt. “Voor ons als regionale SER ligt de nadruk op de ‘factor mens’. Wat is er nodig om mensen mee te nemen, op te leiden en kansen te bieden”, zegt Webers.

‘Als overheid kun je van alles willen, je hebt de samenleving nodig om dingen voor elkaar te krijgen’

“We hebben vorig jaar bijvoorbeeld een advies uitgebracht over basisvaardigheden”, legt hij uit. “Er zijn in Nederland 2,5 miljoen mensen die moeite hebben met schrijven, lezen en rekenen, en 4 miljoen mensen die te weinig digitale vaardigheden hebben om alle (digitale) veranderingen mee te maken. Daar zitten we in Overijssel natuurlijk ook mee. Door in te zetten op basisvaardigheden, pakken we veel problemen tegelijk aan: een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, een meer inclusieve samenleving én een betere gezondheid. Want er is een duidelijke link tussen basisvaardigheden en gezondheid. Oftewel: onvoldoende basisvaardigheden leiden tot een slechtere gezondheid.”

In de adviezen die de SER Overijssel aan de provincie geeft, staat ook wat werkgevers en vakbonden kunnen doen en nodig hebben om het advies in praktijk te brengen. Webers: “Zo zijn de provincie en de SER Overijssel een traject gestart om bedrijven te stimuleren om ervoor te zorgen dat hun medewerkers zich op het gebied van laaggeletterdheid kunnen ontwikkelen. Er worden ambassadeurs van naam en faam ingezet en werkbezoeken en webinars georganiseerd om aandacht te vragen voor basisvaardigheden van medewerkers en voor de kansen van de digitale transitie. De kracht van onze aanpak is dat we er samen onze schouders onder zetten en daarmee meetbare resultaten bereiken.”

3. De polder laat de kracht van regionale oplossingen zien

De Overijsselse aanpak kan volgens Webers en Van Hijum als voorbeeld dienen voor de rest van Nederland. Ze vinden dat er vanuit Den Haag sowieso meer naar de regio’s moet worden gekeken. “Er gaat veel aandacht naar de Randstad, omdat daar veel mensen wonen. Toch wordt twee derde van het nationaal inkomen in de andere regio’s verdiend. Dat lijken ze in Den Haag wel eens te vergeten”, zegt Webers.

Van Hijum vult aan: “Overijssel heeft het zesde industriecluster van Nederland, met heel veel mkb- en familiebedrijven. Een tapijtcluster in Genemuiden, een bouwcluster in Rijssen, een kunststoffencluster rond Zwolle, textielrecycling en een medisch-technisch cluster in Twente. Daarnaast hebben we ook nog bakstenen-, keramiek- en papierfabrieken in Oost-Nederland. En al die clusters kennen koplopers die van nationaal belang zijn en bijdragen aan de transitie-opgaven waar Nederland voor staat.”

‘Het zou goed zou zijn als Den Haag meer oog krijgt voor wat de regio’s voor Nederland kunnen betekenen’

Zij vinden het opmerkelijk dat Europa relatief veel meer aandacht heeft voor de regio’s dan de Nederlandse overheid. Van Hijum: “In de laatste zeven jaar heeft Overijssel voor 480 miljoen euro steungeld uit Europa ontvangen voor regionale ontwikkelprogramma’s, bijvoorbeeld voor bedrijven die nieuwe technologie zoals membraanfiltratie en nanotechnologie ontwikkelen. Vanuit de Regiodeals ontvingen de regio’s Twente, Zwolle en de Cleantech Regio respectievelijk 30 en 22,5 en 7,5 miljoen euro. Als oud-Tweede Kamerlid zeg ik dat het goed zou zijn als Den Haag meer oog krijgt voor wat de regio’s voor Nederland kunnen betekenen.”

Webers: “De gezamenlijke oplossingen die in de regio’s worden bedacht, kunnen het hele land verder helpen. Dat is ook het punt dat wij samen met de andere regionale SER’en vorig jaar hebben willen maken met ons advies Brede welvaartgroei in alle regio’s’ (zie kader Advies regionale SER’en). Het was de input vanuit de regio’s voor het middellange termijn advies van de landelijke SER aan het nieuwe kabinet. Maar in het coalitieakkoord komen de regio’s er toch wat bekaaid af.”

4. De polder zorgt voor maatschappelijke coalities en transities

Toch laten de SER Overijssel en de provincie Overijssel zich door dit gebrek aan aandacht niet ontmoedigen. Ze blijven op zoek naar maatschappelijke coalities om de transitie-opgaven in de regio samen op te pakken. Een mooi voorbeeld is de coalitie rond Leven Lang Ontwikkelen (LLO).

Van Hijum: “De arbeidsmarkt is enorm in beweging. Daarom heeft de provincie een groot regionaal scholingsprogramma opgezet. Alle relevante partijen zijn erbij betrokken en stoppen er geld in: provincie, werkgevers, vakbonden, onderwijsinstellingen en regionale scholingsfondsen. Het programma biedt mensen de kans om bij te scholen of zich om te scholen. Het richt zich op een brede doelgroep, want iedere werkende moet zich blijven ontwikkelen, al was het maar op het gebied van digitalisering.

‘Leven lang ontwikkelen? Wij dóen het hier gewoon’

“Daarnaast richten we ons op mensen die in sectoren werken waar banen verdwijnen. Zij kunnen zich laten omscholen naar sectoren die mensen nodig hebben of waar nieuwe banen ontstaan. Het programma richt zich ook op mensen die thuis zitten. Zij krijgen een opleiding en hulp om de stap naar de arbeidsmarkt te zetten. Op landelijk niveau wordt er al jaren geworsteld met dat leven lang ontwikkelen, wij dóen het hier gewoon.”

5. De politiek heeft de polder nodig om resultaat te bereiken

De SER Overijssel vierde op 11 november 2021 zijn 40-jarig jubileum. Op de vraag wat er nodig is om als regionale SER relevant te blijven, hebben de heren meteen een antwoord klaar. Webers: “We moeten dynamisch blijven, een open mind hebben en oog houden voor alle belangen. Door alle geledingen en sectoren, jongeren en ouderen, hoger- en lageropgeleiden, werkenden en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te betrekken, zorgen we ervoor dat onze adviezen meerwaarde en impact hebben, en er voor het provinciebestuur toe blijven doen.”

Van Hijum: “De provincie heeft een regionale SER nodig die kwalitatief goede adviezen uitbrengt. Aan de andere kant zijn er politici nodig die snappen dat de overheid geen deuk in een pakje boter kan slaan als ze niet samenwerkt met de maatschappelijke organisaties die in de regio actief zijn en er het verschil kunnen maken.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


Advies regionale SER’en ‘Brede welvaartgroei in alle regio’s’

Brede welvaartsgroei in alle regio’s (2021) is het eerste advies dat de vier regionale SER’en gezamenlijk hebben opgesteld. Zij vroegen de landelijke SER om het streven naar brede welvaartsgroei centraal te stellen in zijn sociaaleconomische (MLT-)advies voor de nieuwe kabinetsperiode. Het advies benoemt drie speerpunten: structurele inzet op een duurzame economie, een wendbare en inclusieve arbeidsmarkt en extra aandacht voor de kwaliteit van leven Het streven naar een gelijke verdeling van de brede welvaartsgroei loopt als een rode draad door het advies.

SER in de provincie

Er zijn vier provinciale SER-organisaties. Ook in deze organisaties zijn ondernemers en werknemers vertegenwoordigd. De SER is medefinancier van deze organen. Meer weten over de regionale SER’en?