SERmagazine

Coronacrisis: Utrecht, Amsterdam en Den Haag over lokaal herstelbeleid

Corona zal mogelijk z’n stempel blijven drukken op onze samenleving. Het ‘nieuwe normaal’ is in dat perspectief behoorlijk onzeker. Maar gezien de prangende maatschappelijke uitdagingen die op tafel liggen, is afwachten geen optie. Hoe maak je in deze situatie toch beleid? Drie G4-wethouders delen hun uitdagingen en visie.

Tekst: Felix de Fijter

Aan het woord:

Linda Voortman
Linda Voortman,
wethouder werk en inkomen, diversiteit, publieksdienstverlening, personeel en organisatie, Utrecht
Marjolein Moorman
Marjolein Moorman,
wethouder Onderwijs, Armoede en Inburgering, Amsterdam
Saskia Bruines
Saskia Bruines,
wethouder Economie, Internationaal en Dienstverlening, Den Haag
 

1. Werkenden in de knel

Grote groepen werkenden raken op de arbeidsmarkt in de knel, constateerde de commissie Borstlap in 2020; omdat ze niet mee kunnen qua technologisering en flexibilisering, bijvoorbeeld. De Utrechtse wethouder Linda Voortman voor werk en inkomen onderschrijft dat.

“Maar het is geen eenvormige groep”, zegt ze. “Er is een deel zonder afgeronde opleiding, dat is aangewezen op laagbetaald, flexibel en onzeker werk, er is een deel dat te maken heeft met discriminatie wegens afkomst of beperking, en er is een groep mensen die nu nog gewoon aan het werk is, maar op termijn buiten de boot dreigt te vallen, omdat hun type werk verdwijnt of omdat het zich ontwikkelt in een tempo dat ze niet kunnen bijbenen.”

De coronacrisis heeft op al die verschillende groepen zo hun impact gehad, zegt Voortman. “Mensen met flexibele banen stonden het eerst op straat; veel jongeren ook. En nu de markt aantrekt, ligt het werk in verschillende sectoren weer voor het oprapen. Maar omdat de ontwikkeling van de coronamaatregelen zo ongewis is, is de werkgelegenheid dat soms ook.”

Lees door onder de foto

Winkelcentrum De Passage in Den Haag, oktober 2021
Winkelcentrum De Passage in Den Haag, oktober 2021 | Foto: Shutterstock / ColorMaker

De uitdaging: vraag en aanbod op de arbeidsmarkt bij elkaar brengen

Crisis of geen crisis, op verschillende manieren spant Utrecht zich in om de duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking te bevorderen, zegt Voortman. Het is zaak dat we daarbij inzetten op toekomstbestendige beroepen. “En dat we werknemers stimuleren om zich te blijven ontwikkelen.” Want gelet op de lage werkloosheidscijfers, zegt Voortman, is werkgelegenheid niet het grootste probleem. “De uitdaging zit er in vraag en aanbod bij elkaar te brengen.”

‘In techniek, onderwijs, zorg en ICT is veel vraag’

Met allerlei regelingen, loketten en netwerkorganen zet Utrecht daar op in. “Ook digitaal”, zegt Voortman. “Via een app om vraag en aanbod bij elkaar te brengen”, maar Utrecht verstrekt ook scholingsvouchers, waar werknemers met een inkomen tot 40.000 euro beroep op kunnen doen om zich te kunnen omscholen in de richting van een kansrijk beroep. “Met name in de sectoren techniek, onderwijs, zorg en ICT is veel vraag.”

Door de tijdelijke overbruggingsregeling meer ondernemers in beeld

De zelfstandig ondernemers vormen een aparte categorie. “Als gemeente hebben we, als gevolg van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) contact gekregen met een groep mensen die we nog niet goed kenden. Via de ondernemersdienstverlening kunnen we hen nu beter bedienen. Door bedrijfsadvies te geven, maar waar mogelijk ook door mee te deken over een andere toekomst op de arbeidsmarkt.”

“De ondernemers die een langdurig beroep deden op de Tozo”, vervolgt Voortman, “hadden het in veel gevallen ook voor corona al moeilijk. Wellicht is voor hen het moment gekomen om hun ondernemerschap te heroverwegen?”

2. Maatschappelijke ongelijkheid neemt toe

De toenemende ongelijkheid in de wijk geeft veel gemeenten hoofdbrekens, en zeker ook Amsterdam, beaamt wethouder Marjolein Moorman van onderwijs en armoede. “Ongelijkheid is altijd een stapeling van factoren”, zegt ze. “Laaggeletterdheid leidt tot schuldenproblematiek, financiële problemen veroorzaken stress, wat weer baanverlies of psychische nood tot gevolg kan hebben. Et cetera. Steeds weer blijkt de kansarme groep het kind van de rekening. Wie wonen er klein behuisd, en kunnen lastig thuiswerken? Wiens huizen hebben de laagste energielabels en gaan de hoge gasprijs voelen? Juist.”

Lerarentekort drie keer groter in achterstandswijken

“Een van de vraagstukken die de ongelijkheid bij uitstek illustreert”, zegt Moorman, “is het grote lerarentekort. Dat zorgt op allerlei manieren voor slechter onderwijs. De werkdruk is hoger, de klassen zijn groter en uitval is moeilijk te ondervangen.” Je zou zeggen: dat raakt alle scholieren in Amsterdam. Maar dat ligt anders. “In de wijken waar de problemen het grootste zijn, waar meer armoede is, waar werkloosheid en schulden hoger zijn – juist daar is het lerarentekort verhoudingsgewijs drie keer groter.”

‘Bijna een kwart van de vijftienjarigen in Amsterdam is laaggeletterd’

En er zijn serieuze achterstanden ontstaan, zegt Moorman. “Bijna een kwart van de vijftienjarigen in Amsterdam is functioneel analfabeet. Hoe kan dat waar zijn? In een rijk land als Nederland?” Inmiddels is gebleken dat de coronacrisis de nood alleen maar heeft vergroot. “Als gevolg van de scholensluiting zijn de leerprestaties over de gehele linie lager.”

Ongelijkheid met ongelijkheid bestrijden

Amsterdam probeert de ongelijkheid tussen scholen onderling op verschillende manieren terug te dringen. Zo besloot de stad alle leraren een toelage te geven, “maar die is bij leerkrachten in de wijken waar de problemen het grootst drie keer zo hoog. Ongelijkheid moet je met ongelijkheid bestrijden”, vindt Moorman.

Het dichten van de kloof, zegt ze, is een opgave van de lange adem. “Vroeg beginnen is essentieel. Zet in op een voorschool! Zodat elke vierjarige in elk geval met gelijke bagage op school begint.”

Daarnaast is structurele verhoging van de lerarensalarissen essentieel, aldus de wethouder; een zaak die landelijk beklonken moet worden. En hoewel Amsterdam voorstander was van een nationaal onderwijsplan, is Moorman kritisch op het plan dat begin dit jaar gepresenteerd werd. Er is weliswaar 8,5 miljard euro beschikbaar gekomen, “maar dat zal de verschillen niet verkleinen. Want scholen die de boel goed op orde hebben, zullen veel beter in staat zijn om het geld effectief in te zetten, dan scholen die net de zoveelste interim-directeur hebben aangesteld.” Veel beter, zegt ze, “is te kiezen voor een structurele investering die het lerarentekort oplost. Verhoog de lerarensalarissen, en kom met extra geld over de brug waar de problemen het grootst zijn.”

3. In winkelgebieden dreigt verloedering door leegstand

Veel binnensteden kampen met leegstand in de winkelgebieden als gevolg van de coronacrisis. “Daarin zijn twee bewegingen zichtbaar”, zegt wethouder Saskia Bruines van economie in Den Haag. “Enerzijds is er de verandering van het retaillandschap; retail is steeds meer the place to be en steeds minder the place to buy.” Die ontwikkeling was al gaande, net als de voortgaande opmars van webwinkels en andere onlineconcepten, maar corona heeft toch ook zeker z’n stempel gedrukt. “In Den Haag valt de leegstand nog relatief mee, maar wel toegenomen. Vooral in de binnenstad. En de leegstand houdt ook langer aan dan gebruikelijk.”

Risico van foute beleggers ligt op de loer

“Corona is echt wel een extra slag voor de retail. Toenmalig staatssecretaris Keijzer zei dit voorjaar dat de G4-steden de schade beperkt weten te houden, maar dat klopt niet. Juist in steden met een sterk profiel krijgt de retail harde klappen. En er dreigt een negatieve spiraal”, geeft Bruines aan.

Hoe dat zit? Wel, zegt Bruines, in sommige winkelgebieden dreigt verloedering. “Leegstand maakt straten minder aantrekkelijk, trekt ‘dumpwinkels’ aan, wat meer chique winkels hun vestiging doet heroverwegen.” En dan wijkt het winkelend publiek uit, en voor je het weet glijd je die negatieve spiraal in. “Dat willen we voorkomen, omdat dan ook het risico van ‘foute vastgoedbeleggers’ op de loer ligt.”

Leegstandsoffensief

Den Haag probeert dat te ondervangen door met een aantal sterkhouders de grip op de winkelgebieden te vergroten. In dit ‘leegstandsoffensief’ zijn vastgoedeigenaars, belangenbehartigers en grotere beleggers aangesloten. “We willen er een gezamenlijke opgaaf van maken.”

Met het vizier op de hoge woningprijzen, zou transformatie van winkelgebied naar woongebied wellicht een mogelijkheid zijn. Bruines beaamt dat, maar “vaak is bewoning boven winkels lastig, omdat winkeliers geen meters willen afstaan om de woning bij de onderpui te ontsluiten. Toch dringt deze oplossing zich nadrukkelijker op, omdat het financieel steeds interessanter wordt om in wonen te beleggen.”

In de Spuistraat is dat inmiddels zichtbaar, waar zo’n tien initiatieven lopen om leegstaande bovenwoningen bewoonbaar te krijgen, zegt Bruines. “Daarnaast kijken we of winkels in de aanloopstraten, waar nog maar één, twee of drie retailers zitten, een alternatieve plek kunnen aanbieden. Zo creëren we meer woongebied en ondervangen we het leegstandsprobleem.”

Gemeente zou op cruciale plekken vastgoed willen aankopen

Maar de wethouder benadrukt dat het voor een groot deel neerkomt op de goede wil van de betrokken partijen. “Veel wettelijke middelen om de medewerking af te dwingen zijn er niet. Wel zou Den Haag graag de handen ineenslaan met het Rijk om op cruciale plekken vastgoed aan te kunnen kopen, om zo bijvoorbeeld te voorkomen dat ongewenste beleggers een te grote vinger in de pap krijgen. Maar ook om een impuls geven aan stadsvernieuwing en gelijk stappen te zetten voor de broodnodige verduurzaming.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


Denktank Coronacrisis

SER-voorzitter Mariëtte Hamer nam ruim anderhalf jaar geleden het initiatief voor de Denktank Coronacrisis. Behalve sociale partners nemen hierin ook instellingen als het CPB, het SCP, het CBS, De Nederlandsche Bank, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid deel. De Denktank onderhoudt via het netwerk van deelnemende partijen ook contacten met andere organisaties. Een van de recente wapenfeiten was dit najaar een bijeenkomst met SER-kroonleden, denktankleden en wethouders uit de G4-gemeenten over de sociale, economische en maatschappelijke uitdagingen waar de grote steden mee kampen.