Minister Ingrid van Engelshoven (OCW) over een Leven Lang Ontwikkelen: ‘Er moet een cultuuromslag komen’

Vooruitkijken in plaats van repareren. Dat staat centraal in de plannen van het kabinet om een doorbraak op het gebied van een Leven lang ontwikkelen te realiseren. ‘Dat vraagt om een cultuuromslag’, zegt Ingrid van Engelshoven, minister van OCW. ‘Leren en ontwikkelen moeten vanzelfsprekende onderdelen van werk en leven worden.’

Trudy van Dijk

Het kabinet wil een doorbraak realiseren op het gebied van een Leven lang ontwikkelen. Waarom is dat zo belangrijk?
‘Het wordt steeds belangrijker dat mensen breed inzetbaar zijn, zodat ze in hun eigen sector kunnen blijven werken of de overstap naar een andere sector kunnen maken. Enerzijds omdat we te maken hebben met tekorten, anderzijds omdat werk verandert. We hebben momenteel te maken met een hoogconjunctuur, dat betekent dat iedereen hard nodig is op de arbeidsmarkt. Vooral in het onderwijs, de zorg, de techniek en in de veiligheidsbranche zijn grote tekorten. Tegelijkertijd verdwijnt er werk door de gevolgen van automatisering, digitalisering, technologisering, verduurzaming en de energietransitie.’

In de plannen staat dat we van ‘repareren’ naar ‘vooruitkijken’ moeten. Wat betekent dat?

‘Werknemers en werkgevers moeten anticiperen op veranderingen en de competenties en vaardigheden ontwikkelen die nodig zijn om breed inzetbaar te blijven. En dus niet, zoals nu vaak gebeurt, pas binnen een sociaal plan of als onderdeel van een ontslagregeling afspraken maken over hoe je medewerkers om kunt scholen voor een andere functie of branche. Binnen sectoren moeten werkgevers en werknemers nadenken over hoe het werk er over pakweg tien jaar uitziet en wat dat betekent voor het behoud van medewerkers en banen. Dat betekent dat iedereen moet blijven leren.’

Leren en ontwikkelen moeten vanzelfsprekend worden?

‘Vroeger zagen mensen het behalen van hun diploma als eindpunt, nu is dat een startpunt. Leren en ontwikkelen moeten vanzelfsprekende onderdelen van werk en leven worden. Dat is voor hoogopgeleiden vaak al vanzelfsprekend, maar ligt voor mbo-ers, 50-plussers, flexwerkers en werkenden in kleine bedrijven ingewikkelder. Informeel leren en bij-, op- of omscholing krijgt bij hen vaak geen of te laat prioriteit. Daar moet verandering in komen.’

De ministeries van OCW, SZW en EZK vinden dat er een cultuuromslag nodig is om leren en ontwikkelen vanzelfsprekend te laten worden en trekken samen op om die mogelijk te maken. Daarbij staan vijf doelen centraal. Het kabinet wil de regie van mensen op loopbaan en werk stimuleren, een leven lang ontwikkelen stimuleren in het mkb, werkgevers- en werknemers meer ondersteuning bieden, het scholingsaanbod flexibiliseren en afspraken maken met sociale partners.

De SER creëert met de actie-agenda een beweging van onderop


Wat gaat u concreet doen om die cultuuromslag mogelijk te maken?

‘Ik ga aan de slag met de aanbodkant van scholing en met de realisering van een digitaal portal. Dit individuele portal maakt straks voor iedereen inzichtelijk wat scholingsmogelijkheden en rechten zijn. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om inzicht in publiek bekostigde opleidingen die iemand nog mag volgen, zoals een eerste bachelor of bepaalde publiek bekostigde mbo-opleidingen. Ook geeft het portal inzicht in welke budgetten beschikbaar zijn.

We willen naast die budgetten individuele leer- en ontwikkelbudgetten beschikbaar stellen. Deze zijn bedoeld voor mensen die niet automatisch scholing krijgen, en om mensen om te laten scholen voor ‘kansenberoepen’ – beroepen waar veel vraag naar is.

Ik richt me bovendien op de flexibilisering van onderwijs voor volwassenen. Er loopt op dat gebied al van alles. In februari sloot OCW met de MBO-raad bijvoorbeeld al een akkoord over een Leven lang ontwikkelen. Er is veel energie in het mbo-onderwijs om maatwerk mogelijk te maken waardoor het onderwijs beter aansluit op de behoeften van volwassenen. Dat geldt ook voor de private sector. En in het hbo experimenteren we met vraagfinanciering. Daarbij kunnen mensen door de overheid uitgegeven vouchers inzetten voor modules binnen een opleiding en zo hun collegegeld verlagen. We verwachten dit te kunnen uitbreiden naar het mbo.’

Waarom is het zo belangrijk dat de ministeries van OCW, SZW en EZK samen optrekken?

‘Alle ministeries zijn nodig om tot een doorbraak op het gebied van een Leven lang ontwikkelen te komen, maar het raakt het meest aan onze werkvelden. OCW is verantwoordelijk voor de aanbodkant. SZW voor de rechten van werknemers en de arbeidsmarkt van de toekomst. En voor EZK is het voor de economische ontwikkeling van Nederland belangrijk dat we geen potentieel laten liggen.’

Het kabinet kan dit niet alleen. Wie moeten er aan de bak?

‘We hebben de werkgevers- en werknemersorganisaties, O&O-organisaties, onderwijsinstellingen, uitvoeringsorganisaties en alle andere betrokkenen nodig om dit van de grond te krijgen.’

De SER is aanjager van de actie-agenda rond een Leven Lang Ontwikkelen. Wat verwacht u van de SER?

‘De SER heeft goede adviezen gegeven rond een Leven lang ontwikkelen en een actie-agenda opgesteld. Met die agenda creëert de SER een beweging van onderop door goede voorbeelden te laten zien en te delen. Deze maken het mogelijk van elkaar te leren. De SER doet dit buitengewoon goed en ik verwacht dat hij dat blijft doen. Je kunt voor deze cultuuromslag niet één systeem uitrollen. Individuele werkgevers moeten hun werknemers faciliteren om te blijven leren en ontwikkelen en dat georganiseerd zien te krijgen. Dat is overal net even anders.’

De Tweede Kamer vindt dat er wel wat meer tempo gemaakt mag worden. Wat vindt u daarvan?

‘Wouter Koolmees en ik willen natuurlijk ook zo snel mogelijk vooruit, maar je moet wel realistisch zijn. Een leercultuur creëren krijg je niet snel voor elkaar. Bovendien moet je niet vergeten dat wij het internationaal gezien erg goed doen. Dat staat in schril contrast met hoe ongeduldig men is.’

U heeft een voorbeeldfunctie als het gaat om een Leven lang ontwikkelen. Hoe zorgt u er zelf voor dat u blijft leren en u blijft ontwikkelen?

‘In de Tweede Kamer werd onlangs gekscherend gezegd dat wij als ministers zelf een nogal onzeker beroep hebben en erop moeten anticiperen dat we mogelijk ander werk moeten vinden. Maar daar maak ik me geen zorgen over: als minister heb ik elke dag een hoge leercurve. Tegelijkertijd verlang ik weleens terug naar de schoolbanken als ik bij onderwijsinstellingen kom. Dat geldt overigens zeker niet voor iedereen. Binnen een Leven lang ontwikkelen richten we ons dan ook veel op informeel leren tijdens het werk.’

Arbeidsmarktproblematiek kunst- en cultuursector

Vooruitkijken en de eigen regie bevorderen is ook iets waar het ministerie van OCW de kunst- en cultuursector mee wil ondersteunen. Onlangs stelde minister Van Engelshoven 4 miljoen euro beschikbaar om ondernemerschap te stimuleren in onder meer het onderwijs, en om de sociale dialoog in de sector te versterken.

Hoe kijkt u aan tegen de arbeidsmarktproblematiek in de kunst- en cultuursector?

‘Er is door voorgaande kabinetten fors bezuinigd in de sector. Tegelijkertijd is het aanbod grotendeels in stand gebleven. Dat is ten koste gegaan van salarissen en heeft ertoe geleid dat sommige mensen een vaste baan hebben moeten opgeven en zzp’er zijn geworden. Vooral in de muziek is het probleem nijpend. Kijk bijvoorbeeld naar het Metropole-orkest. Eerder is daar zo op gekort dat orkestleden parttime moesten gaan werken en er een tweede baan naast moesten nemen. Tegelijkertijd moesten ze wel altijd beschikbaar blijven voor concerten en natuurlijk blijven repeteren. Nu er financieel wat ruimte is, gaat daar geld naartoe voor reparatiewerk.’

Hoe kunnen dergelijke problemen structureel opgelost worden?

‘Het is belangrijk dat ondernemerschap bevorderd wordt. Al in de opleiding moeten studenten zich realiseren dat ze met dit werk ook een normale boterham moeten gaan verdienen. Bovendien moet de sector onderzoeken hoe ze hun onderhandelingspositie kan verbeteren. Mijn rol daarbij is faciliterend en ondersteunend. Het is aan de sector zelf om aan te geven wat nodig is. Dat pakken ze gezamenlijk met de arbeidsmarktagenda goed op (zie kader). Een mooi voorbeeld is de Fair practice code: een normatief kader dat de sector zelf aan het opstellen is om eerlijke betaling van mensen in de cultuursector mogelijk te maken. Ik kan de code vervolgens als voorwaarde gaan stellen voor kunstsubsidies.’

U verwacht veel van de sector, maar bent u op bepaalde gebieden ook mild?

‘Als je de inkomenspositie in de kunst- en cultuursector versterkt, betekent dit dat je voor hetzelfde geld minder kunt produceren. Daardoor bereik je minder publiek en heb je minder opbrengsten. Dat betekent dat ik van mijn kant ook de eisen die wij als overheid stellen met betrekking tot bereik en opbrengsten zal moeten verlagen.’

Wat is uw persoonlijke voorkeur als het gaat om kunst?

‘Ik ben een liefhebber van toneel en modern ballet. Als minister bezoek ik wekelijks minimaal twee voorstellingen. Onlangs was ik bijvoorbeeld in hetzelfde weekend bij het Internationaal Kamermuziekfestival op Schiermonnikoog en bij een theatervoorstelling in Amsterdam.’


De SER en een Leven lang ontwikkelen

Op de conferentie Een leven lang ontwikkelen: hoog tijd voor actie! van 30 mei 2018 gaf de SER het startsein om samen met regionale en sectorale partijen tot een doorlopende actie-agenda te komen. Met de opbrengst van de startconferentie, de recente SER-adviezen over een Leven lang ontwikkelen en gesprekken met stakeholders zijn de eerste actiepunten geformuleerd. In de komende maanden gaat de SER samen met regionale partijen bijeenkomsten organiseren om met de actiepunten aan de slag te gaan en vooral te leren van bestaande goede initiatieven zijn.

De SER brengt daarnaast knelpunten en verbetermogelijkheden in kaart die mensen en organisaties ervaren bij een Leven lang ontwikkelen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om knelpunten bij zij-instroom en bij combinaties van werken en leren voor uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.


De SER en de arbeidsmarktagenda in de kunst-en cultuursector

Sinds eind 2017 werkt de kunst- en cultuursector aan de uitvoering van een arbeidsmarktagenda. Deze bestaat uit 21 actiepunten en is gebaseerd op de belangrijkste aanbevelingen uit het SER-advies Passie gewaardeerd: Versterking van de arbeidsmarkt in de culturele en creatieve sector uit 2017. Via de uitvoering van de agenda wil de sector de arbeidsmarktpositie van werkenden in de culturele en creatieve sector verbeteren en zo een bijdrage leveren aan een duurzame, toekomstbestendige en bloeiende culturele en creatieve sector in Nederland. De SER volgt de ontwikkelingen op de voet in de verwachting dat de oplossingen die deze sector vindt voor zijn arbeidsmarktproblematiek ook voor andere sectoren van belang zijn. De volledige arbeidsmarktagenda is te vinden op www.kunsten92.nl.