Publicatie

Bemiddelingsverzoek 25.005

Ondernemer wil geen or instellen

Datum indiening:
30 september 2025
Verzoeker:
Werknemers
Onderwerp:
Ondernemer wil geen or instellen
Trefwoorden:
Geen ondernemingsraad, naleving WOR, werknemers vragen om or
Afhandeling:
Bemiddelingszitting

Kern van het geschil

Werknemers zijn van mening dat de ondernemer verplicht is een ondernemingsraad (or) in te stellen. De ondernemer meent dat medezeggenschap in de huidige vorm van een personeelsvergadering voldoet. 

 

Tijdens de bemiddelingszitting komen de volgende onderwerpen ter tafel:

Wat is de onderneming

De onderneming heeft twee locaties. Een locatie met vier bv’s waar in totaal 73 mensen werken. Op de andere locatie zijn drie bv’s met in totaal 61 werknemers. De werkzaamheden van de werknemers in de verschillende bv’s zijn per locatie zodanig met elkaar verweven dat in de praktijk gesproken wordt van één organisatie per locatie. De werknemers zien hun locatie als hun onderneming en voelen zich daarmee verbonden.
Voor beide locaties gelden andere arbeidsvoorwaarden en er is geen cao.
De beide vestigingen delen de afdeling HR en leveren mensen voor het managementteam waarmee overleg wordt gevoerd. De ondernemer heeft de wens om naar buiten op te treden als een onderneming. De onderneming maakt deel uit van een buitenlands concern. 

Communicatie en medezeggenschap in de organisatie

De werknemers van locatie A benadrukken dat het initiatief om een or op te richten tot doel heeft hen structureel een stem te geven bij belangrijke beslissingen en veranderingen, omdat zij het gevoel hebben dat zij er minder toe doen voor de ondernemer, dan locatie B. Dit gevoel wordt nog versterkt doordat beslissingen genomen worden zonder dat er input wordt gevraagd. Ook durven werknemers vaak niet met hun manager in gesprek over organisatorische kwesties vanwege de slechte bedrijfseconomische situatie en angst voor verlies van hun baan. 
De ondernemer stelt dat er voldoende gelegenheid is om vragen te stellen en zorgen te uiten. Werknemers worden periodiek geïnformeerd over ontwikkelingen, plannen en besluiten. Daarnaast hebben werknemers volgens hem de mogelijkheid om in de 1-op-1 gesprekken met hun manager input te leveren op organisatorische kwesties. Veel strategische beslissingen worden volgens de ondernemer echter op het niveau van het moederbedrijf genomen en is er geen sprake van medezeggenschap, ook niet als er een or zou zijn.  

Inzet van middelen voor het oprichten en in stand houden van een ondernemingsraad

De ondernemer geeft aan dat de onderneming in financieel zwaar weer zit en dat alle zeilen bijgezet moeten worden om 2026 overleven. Zijn zorg is dat als er ondertussen een ondernemingsraad opgericht moet worden, dit ten koste gaat van de productiviteit en dat er juist daardoor ontslagen zullen gaan vallen. Ook is de ondernemer bezorgd over de kosten die het hebben van een ondernemingsraad met zich mee zou brengt en wil hij voorkomen dat deze de bedrijfsvoering ook negatief zullen beïnvloeden.

Uitkomst van de zitting

Voldoen aan de wettelijke verplichtingen

De geschillencommissie van de Bedrijfscommissie wijst op artikel 1 van de Wet op de ondernemingsraden (hierna: WOR) waarin wordt uitgelegd wat er onder ‘onderneming’ verstaan wordt: elk in de maatschappij als zelfstandige eenheid optredend organisatorisch verband waarin op grond van arbeidsovereenkomst arbeid wordt verricht. Tevens wijst zij op artikel 2 van de WOR over de verplichting voor ondernemingen met in de regel minstens 50 werknemers een ondernemingsraad in te stellen en ten opzichte daarvan de WOR na te leven. 
De geschillencommissie merkt op dat er een aanzienlijke kans is dat de rechter de werknemers in het gelijk zal stellen en de ondernemer zal verplichten tot het instellen van een ondernemingsraad, gezien de omvang van de organisatie en het functioneren van de bv’s als onderneming(en) in de zin van de WOR. Een rechterlijke uitspraak is daarnaast openbaar en kan gevoelige informatie over de onderneming blootleggen. De commissie adviseert beide partijen daarom om met behulp van bemiddeling dit geschil zelf op te lossen en samen ernaartoe te werken dat de WOR wordt nageleefd.

Meerwaarde voor werknemers én organisatie

De geschillencommissie wijst beide partijen erop dat een ondernemingsraad zich inspant voor zowel het belang van de werknemers als dat van de gehele organisatie. Een ondernemingsraad kan vooral in tijden van onzekerheid en uitdagingen, helpen om focus te houden en gezamenlijk richting doelen te werken. Daarnaast helpt een ondernemingsraad om draagvlak te creëren voor plannen en besluiten, en kan het hebben van een dergelijk vertegenwoordigend orgaan veel onrust voorkomen dan wel wegnemen.
De geschillencommissie merkt tevens op dat veel van de genoemde onderwerpen die spelen in de organisatie raken aan het advies- en instemmingsrecht van een ondernemingsraad. De houdbaarheid van besluiten komt onder druk te staan als er geen advies of instemming wordt gevraagd terwijl dat volgens de wet wel had gemoeten. Daarnaast vervult medezeggenschap een belangrijke rol wanneer er sprake is van herstructurering. Gezien de onzekerheid die er bestaat over de toekomst is het des te belangrijker om een ondernemingsraad in te stellen en samen op een constructieve manier te werken aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers en een gezonde organisatie.

Maatwerk in overleg

De geschillencommissie geeft aan partijen mee dat zolang er constructief overleg wordt gevoerd er geen strijdigheid met de wet bestaat en zij passende keuzes kunnen maken over het niveau waarop medezeggenschap wordt georganiseerd, welke faciliteiten er beschikbaar zijn en welke procesafspraken werkbaar zijn voor zowel ondernemingsraad als bestuurder. De commissie beveelt partijen aan om gezamenlijk scholing te volgen op het gebied van medezeggenschap. 

 

 


Er kunnen geen rechten worden ontleend aan dit bericht/deze tekst. Deze geanonimiseerde samenvatting van een bemiddelingsadvies van de bedrijfscommissie wordt gepubliceerd om inzage te geven in de aard van het uitgebrachte advies. Met deze publicatie wordt geen jurisprudentievorming beoogd, aangezien de commissie steeds met maatwerkoplossingen komt, gericht op het(/de) specifieke (omstandigheden van het) geval.