SERmagazine

Verbetering van de jeugdzorg: wat is er volgens betrokkenen nodig?

Lange wachttijden, wisselende hulpverleners, weinig inspraak voor jongeren, torenhoge kosten, administratieve druk… de jeugdzorg kent vele kopzorgen. Wat moeten gemeenten en zorgaanbieders doen, zodat dit verbetert? Het SER-advies Van systemen naar mensen geeft 10 aanbevelingen voor kortetermijnverbeteringen. In dit artikel geven drie deskundigen hun visie op wat nodig is.

Tekst: Nicole Gommers

Te veel kinderen en gezinnen met ernstige problemen moeten te lang wachten op zorg, vindt de SER. De raad geeft in het advies Jeugdzorg: van systemen naar mensen tien aanbevelingen om snel stappen te kunnen zetten. Lees de aanbevelingen.

Lees door onder de foto

Tiener en hulpverlener
Tiener en hulpverlener | © Shutterstock / VH-studio

Afgelopen zomer sprak de SER met deskundigen en betrokkenen over de aanbevelingen. Onder hen ervaringsdeskundige Hannah Hollestelle, Kinderombudsman Margrite Kalverboer en Herm Kuipers. Hij is binnen de gemeente Amersfoort eindverantwoordelijk voor transformatie en innovatie van jeugdzorg. Wat is hun visie op wat er nodig is?

Hannah Hollestelle: al jong in contact met vele hulpverleners

Hannah Hollestelle (nu 27) kreeg al vroeg te maken met jeugdzorg, en voor haar 18e had ze contact met zo’n 150 hulpverleners. “Veel? Zeker”, zegt ze. “Maar er zijn jongeren die nog meer hulpverleners langs zien komen, waardoor ze steeds opnieuw hun verhaal moeten doen. Die grilligheid in combinatie met lange wachtlijsten geeft kwetsbare jongeren het gevoel niet gezien te worden.”

Hollestelle groeide op in een gezin waar sprake was van onveiligheid, liep een trauma op en stopte met het vwo. Bij gebrek aan passend onderwijs kwam ze thuis te zitten. Uiteindelijk haalde ze via deelcertificaten haar vwo-diploma en nu studeert ze politicologie – vastbesloten om in haar toekomstige carrière de jeugdzorg te verbeteren. Haar eigen ervaringen zullen daar zeker bij helpen. “Zonder inzicht in de leefwereld van ‘afnemers’ kun je processen niet verbeteren.”

‘Ervaringsdeskundigen betrekken en hun rol professionaliseren’

Hollestelle zet zich ook nu al in als ervaringsdeskundige binnen de jeugdzorg, onder meer voor ggz-aanbieder Parnassia Groep en JONG doet mee!, een platform voor jongeren met ervaring met jeugdzorg. Ook is ze bestuurslid van stichting ExpEx (Experienced Experts) en jongerenraadslid van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond.

“Ervaringsdeskundigen maken een vertaalslag tussen jongeren en hulpverleners”, zegt ze. “Het contact tussen jongere en hulpverlener is vaak eenrichtingsverkeer: er wordt gezegd wat de jongere moet doen. Dat vergroot de kans op conflict. In de hulpverlening ligt de focus bovendien op het probleem, terwijl herstelgericht te werk gaan meestal fijner is. Een ervaringsdeskundige snapt dat en brengt het gesprek op gang: wat heb je nodig? De rol van ervaringsdeskundige moet je daarom professionaliseren.”

Herm Kuipers: ‘Oppassen voor een papieren werkelijkheid’

Dat je alleen kunt helpen als je weet hoe het er echt aan toe gaat binnen jeugdzorg, is precies de reden dat Herm Kuipers elk jaar opnieuw direct betrokken wil zijn bij een aantal vraagstukken. Kuipers is binnen de gemeente Amersfoort eindverantwoordelijk voor transformatie en innovatie van jeugdzorg.

Kuipers: “Als ambtenaar moet je actief voorkómen dat je vanuit een papieren werkelijkheid redeneert. Ik loop daarom mee met professionals van bijvoorbeeld wijkteams, schuldhulpverlening en interventieteams. De praktijk laat zien hoe moeilijk het is om tot oplossingen te komen, waardoor ik weet dat ik er bovenop moet zitten om vertraging of fouten te voorkomen.”

‘Samenwerking tussen betrokkenen moet beter en simpeler’

Complexiteit ontstaat vooral als er veel verschillende partijen betrokken zijn, geeft Kuipers aan: “Zo hebben wij in onze regio te maken met een groot aantal zorgaanbieders, de Raad voor de Kinderbescherming, huisartsen en wijkteams. Die partijen hebben allemaal verschillende opdrachten en belangen. Die samenwerking moet beter en simpeler.”

In de regio Amersfoort gebeurt dat onder meer door het aantal aanbieders te beperken en door langjarige afspraken te maken met partijen die zich op de regio richten. “Werken organisaties landelijk of bovenregionaal, dan is dat een bureaucratie op zichzelf en verliezen partijen het overzicht. Zo komen kinderen soms op een plek waar zij niet goed behandeld kunnen worden of ver van huis, terwijl een ander er juist baat bij heeft op die plek in de stromen.”

Hollestelle herkent de moeilijkheden rondom het vinden van de juiste plek, en benadert die problematiek vanuit het perspectief van de jongere: “Om geholpen te worden moet je je probleem goed presenteren, bijvoorbeeld door te laten zien hoe depressief je bent. Dat kan niet iedereen, vaak is het door eerdere ervaringen lastig anderen te vertrouwen. En dan krijg je ook nog het gevoel dat je een hulpverleningstraject snel moet doorlopen, omdat er zoveel anderen wachten. Jongeren zo laten vechten voor een plek tast het gevoel van veiligheid aan.”

‘Jeugdzorg alleen voor wie het echt nodig heeft’

Het gevoel van veiligheid komt ook onder druk wanneer er meer wordt gesproken over geld dan over jongeren zelf. “En dat is de laatste jaren het geval”, aldus Kuipers. Een kwalijke zaak, maar hij ziet gelukkig ook oplossingen: “Iedereen kan een beroep doen op jeugdzorg, zonder dat gemeenten de ruimte hebben om ‘nee’ te zeggen. Er moet een eind komen aan die onbegrensdheid, zodat professionals kinderen en jongeren kunnen helpen die dat het meest nodig hebben.”

Gemeenten kunnen zelf ook andere keuzes maken om de druk op jeugdzorg te verminderen: “Door krappe budgetten hebben veel gemeenten bezuinigd op minima- of armoedebeleid, maar geldzorgen leiden tot meer hulpvragen van gezinnen. Investeren in bestaanszekerheid verlaagt de druk juist. Gemeenten zijn in de positie om de problemen aan de voorkant en integraal aan te pakken. Dáár zit onze meerwaarde.”

Margrite Kalverboer: ‘Kijk breder, ook naar preventie en gelijke kansen’

Ook Kinderombudsman Margrite Kalverboer ziet complexe, systemische problemen. De Kinderombudsman helpt kinderen en jongeren tot 18 jaar voor hun rechten op te komen. “Van de 2.000 klachten en vragen die we jaarlijks krijgen, gaat een flink deel over jeugdzorg – van vragen over ondertoezichtstellingen tot meldingen van suïcidale jongeren die niet de juiste hulp krijgen.”

Kalverboer vindt de tien aanbevelingen in het SER-advies een goede aanzet tot verbetering, maar wijst er net als Kuipers op dat het dweilen met de kraan open blijft zolang we geïsoleerd naar problemen kijken en er geen grote maatschappelijke veranderingen plaatsvinden. “We moeten in Nederland toe naar minder kansenongelijkheid. Een mooi startpunt is de vraag: hoe gaan we met elkaar om? Doen we voldoende voor kinderen die opgroeien in arme buurten met veel onveiligheid? Voor kinderen die geen rustige plek hebben voor hun huiswerk? Vinden we de enorme druk op jongeren – studeren moet snel, je moet er een baan naast voor je cv en je loopt een studieschuld op – acceptabel? Door als samenleving beter te zorgen voor jongeren, voorkom je dat ze in de knel raken. Breder kijken en preventie, daar zit de crux.”

‘Laat hulpverleners doen waar ze goed in zijn’

Eenmaal in de jeugdzorg krijgen jongeren te maken met een systeem waaruit de menselijke maat is verdwenen. En die moet terug, zegt Kalverboer. “Voor jongeren is de beste hulpverlener degene die echt contact maakt en hen het gevoel geeft dat ze ertoe doen. Dat lukt niet als het slechts gaat over behandeldoelen. Juist het potje voetbal of samen een ijsje eten is belangrijk. Dat een hulpverlener na zijn of haar dienst nog even belt als het een moeilijke dag is. De aai over je bol.”

“Met onze hang naar efficiency hebben we hulpverleners die vrijheden ontnomen. We moeten professionals de ruimte geven en hen laten werken vanuit vertrouwen.” Ook Kuipers geeft graag die ‘ruime beschikkingen’, zoals de gemeente dat noemt: “Laat professionals doen waar ze goed in zijn, door de administratieve taken te beteugelen.”

‘Neem geldstromen onder de loep’

Kalverboer pleit er ook voor gescheiden financiële stromen onder de loep te nemen, want die leiden tot vreemde situaties. “Psychiatrische afdelingen in academische ziekenhuizen waar ouders behandeld worden, mogen bijvoorbeeld geen gezinstherapie geven omdat dat geld uit een ander ‘potje’ komt – terwijl we weten dat kinderen van een ouder met psychische problematiek meer risico lopen op dezelfde problemen. Maar om hen te helpen, moet weer een ander traject opgestart worden. Die bureaucratie kost geld en helpt jongeren van de regen in de drup.”

‘Organiseer het gesprek en geef jongeren een stem’

De problemen in de jeugdzorg zijn kortom complex, maar niet onoplosbaar. Kuipers: “We hoeven niet het wiel uit te vinden, maar moeten wel kritischer kijken om succesvol door te ontwikkelen.” Voor Hollestelle begint dat bij jongeren een stem geven. “JONG doet mee! houdt gesprekken met ambtenaren die de jeugdzorg organiseren, zodat zij meer inzicht krijgen in wat jongeren echt beweegt. Die gesprekken zouden geformaliseerd en verplicht moeten worden. Wat jongeren belangrijk vinden of juist storend binnen behandeltrajecten, hoort zwaar mee te wegen binnen het aanbod.”

Kuipers vindt die gesprekken een prima plan: “Dat is hartstikke zinvol. Sterker: verbeteren kan niet zonder deze waardevolle inzichten. Deze jongeren laten zien wat er echt leeft.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis

Jeugdzorg: van systemen naar mensen

Te veel kinderen en gezinnen met ernstige problemen moeten te lang wachten op zorg, vindt de SER. De raad doet in het advies Jeugdzorg: van systemen naar mensen tien aanbevelingen om snel stappen te kunnen zetten. Deze aanbevelingen moeten leiden tot 1) betere hulpverlening, 2) meer samenhang in het jeugdzorgaanbod, 3) betere aansturing en 4) betere randvoorwaarden.