SERmagazine

Karam Almohamad: ‘Mijn droom is een vaste baan in de horeca’

Utrecht is een van de eerste gemeenten in Nederland die taal, werk en opleiding bundelt in één leer- en werkprogramma om de arbeidsintegratie van nieuwkomers te verbeteren. Karam Almohamad doet mee aan het programma: ‘Ik wil zo graag verder met mijn leven.’

Dorine van Kesteren

Geroutineerd bedient Karam Almohamad de koffiemachine in taalrestaurant Queridon in Utrecht. Almohamad is 26, komt oorspronkelijk uit Syrië en is drieënhalf jaar in Nederland. Het is zijn droom om in de horeca te werken. ‘Het liefst als kok, maar achter de bar of in de bediening vind ik ook goed.’ In Libanon, waar hij enige tijd woonde, volgde hij een horeca-opleiding en liep hij stage in het Four Seasons Hotel als hulpkok. Vorig jaar probeerde hij een Nederlandse mbo-horeca-opleiding, maar de taal ging hem daar boven de pet. ‘Ik miste te veel van wat de docenten vertelden.’ Ook bij sollicitaties loopt hij tegen dit probleem aan. ‘Werkgevers in de horeca vinden mijn Nederlands niet goed genoeg, dus ik word nergens aangenomen.’

Almohamad staat te popelen om te beginnen aan het nieuwe integrale taal- en opleidingsprogramma van de gemeente Utrecht. De komende twee jaar leert hij binnen het programma Taal & Horeca het horecavak én de taal en cultuur van de werkvloer. In totaal doen er twintig mensen mee. Voor het grootste deel zijn dat statushouders, een deel woont al langer in Nederland. Volgend jaar start er nog een groep van twintig deelnemers. Het is de bedoeling dat ze het traject afsluiten met een horecadiploma mbo 1 of 2 en een taalniveau van B1. Jorinde Bliekendaal-Hof projectleider en strategisch accountmanager sociaal ondernemers bij de gemeente Utrecht: ‘Taal en werk combineren we vanaf dag één. Zo zorgen we dat mensen met een laag taalniveau toch snel aan de slag kunnen, sneller inburgeren en hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten.’

Eenzaam

De gemeente Utrecht doet precies waar de SER al enige tijd voor pleit: ‘Trajecten waarin mensen tegelijk (de taal) leren én werken, bijvoorbeeld op stage- of leerwerkplekken, zijn de sleutel tot succes’, aldus de SER. ‘Het klinkt zo logisch hè’, zegt Bliekendaal-Hof, ‘maar tot nu toe was dit aanbod voor mensen met een laag taalniveau er niet. Ja, voor mensen met taalniveau A2 en hoger zijn er leerwerktrajecten. De rest volgt, als ze dat moeten, taallessen in het kader van de inburgering. Maar dan gebeurt er te weinig op het gebied van de arbeidsintegratie.’

Inburgeren is meer dan taal alleen, is de gedachte achter de nieuwe aanpak. Statushouders willen mensen ontmoeten die Nederlands spreken en een vak leren. ‘Buiten de taallessen voor de inburgering had ik weinig contact met Nederlandstalige mensen. Ik woon in mijn eentje in Beesd, een klein dorp. Dat is best eenzaam’, vertelt Almohamad. Monique Romeijn, senior beleidsadviseur Werk en inkomen in Utrecht: ‘Inburgeraars krijgen doorgaans twee tot drie dagdelen per week Nederlandse les. De focus ligt dan enkel op de taal: woordjes stampen, los van de dagelijkse werkelijkheid.’

Bliekendaal-Hof: ‘Het is veel beter om de taal te combineren met het leren van een vak en meedraaien op de werkvloer. Dan leren mensen gelijk de vaktaal en kunnen ze het geleerde in praktijk brengen. Van statushouders horen we vaak: laat ons toch meteen beginnen met een praktijkgericht leerwerkprogramma, dan kunnen we zoveel tijd winnen.’

Samen

De gemeente werkt in dit project samen met de lokale taalschool Queridon en horecaonderneming The Colour Kitchen. Queridon voorziet in taallessen én horecapraktijk in het bijbehorende restaurant in een voormalig woonzorgcentrum voor ouderen. The Colour Kitchen is een sociale onderneming met acht horecalocaties – restaurants en catering – waar de deelnemers leer- en werkervaring opdoen. In een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) worden zij opgeleid tot drie beroepen: (hulp)kok, bediening en horeca-assistent. Interne docenten van The Colour Kitchen geven het onderwijs; erkende opleidingsinstituten nemen de mbo-examens af. De bijstandsuitkering van de deelnemers loopt door tijdens het traject, maar zodra zij volwaardig meedraaien bij The Colour Kitchen krijgen ze een salaris.

Kinderopvang

Het programma begint met een uitgebreide intake, waarbij Queridon en The Colour Kitchen het startniveau en de leermogelijkheden van de deelnemers in kaart brengen. ‘De inhoud en duur van het traject worden vervolgens toegesneden op de capaciteiten van de individuele deelnemers’, zegt Romeijn. De eerste stap is de zogenoemde oriëntatiefase van drie tot negen maanden. Bliekendaal-Hof: ‘In deze fase zorgen we dat mensen een goed beeld krijgen van het werk en de Nederlandse arbeidsmarkt. Zo kunnen ze bijvoorbeeld op bezoek bij bedrijven. Niet iedereen is immers geschikt voor de horeca en deelnemers moeten een afgewogen keuze kunnen maken. Daarnaast proberen we eventuele belemmeringen voor werk – denk aan schulden of een gebrek een kinderopvang – zoveel mogelijk uit de weg te ruimen. Ook in de oriëntatiefase is er overigens al aandacht voor het Nederlands: twee tot vier dagdelen per week zijn er extra taallessen.’

Twee jaar winst

Na de oriëntatiefase gaan de deelnemers daadwerkelijk aan de slag, vier dagen per week. In het begin ligt de nadruk vooral op taallessen, gaandeweg komen er steeds meer vakinhoudelijke theorie en praktijk bij. Indien gewenst kunnen deelnemers gelijktijdig het inburgeringsexamen doen bij Queridon. ‘Op dit moment doen statushouders er gemiddeld drie jaar over om het inburgeringsdiploma te halen. De verwachting is dat mensen met een normaal leerniveau dat in dit traject in een jaar kunnen. Dan heb je dus al twee jaar winst. En als je een van de twee jaren gebruikt om hun Nederlands te verbeteren en een mbo-diploma te halen, behaal je nog meer winst’, zegt Bliekendaal-Hof.

Aandurven

De komende tijd gaat de gemeente de aanpak uitbreiden van horeca naar andere sectoren. Bliekendaal-Hof denkt aan ‘tekortsectoren’ zoals de zorg, bouw, techniek en logistiek. Daarvoor moet zij dan wel voldoende werkgevers weten te porren – iets wat volgens haar niet vanzelf gaat. ‘Niet alle werkgevers durven het aan, mensen met een taalniveau lager dan A2 op de werkvloer.’ Romeijn vult aan: ‘Werkgevers moeten het zien als een investering. Daarna beschikken ze over gekwalificeerde, gemotiveerde medewerkers met hart voor hun vak. Bovendien ontstaat er meer diversiteit in de teams, waarvan het hele bedrijf profiteert.’

Om meer werkgevers over de streep te trekken, gaan Queridon en The Colour Kitchen een handleiding samenstellen over werken met mensen met een lager taalniveau, die ze daarna op maat maken voor andere branches.’

Monitoren

Het ministerie van SZW volgt en evalueert de Utrechtse aanpak. Dit onafhankelijke onderzoek maakt deel uit van de pilot Leren en werken van het programma Verdere Integratie op de Arbeidsmarkt (VIA). Het doel van VIA is om te achterhalen welke instrumenten om de arbeidsparticipatie en arbeidsmarktpositie van Nederlanders met een migratieachtergrond te verbeteren, daadwerkelijk vruchten afwerpen. Romeijn: ‘Wij zijn blij met dit onderzoek. Wat levert de aanpak op, wat kan er anders en beter? De geleerde lessen kunnen ook voor andere gemeenten als inspiratie dienen.’

De initiatiefnemers zien de afloop met vertrouwen tegemoet. Romeijn: ‘We werken nauw samen met taalscholen, opleiders, werkgevers en statushouders. Iedereen staat achter dit programma. Het zit gewoon goed in elkaar, dat durf ik wel te zeggen.’ Bliekendaal-Hof: ‘Een betaalde baan is het einddoel. Of bij The Colour Kitchen, of bij een andere horecaonderneming in de stad. Ons netwerk is zo groot; ik weet zeker dat we alle deelnemers na afloop ergens aan het werk kunnen. Ga maar na: ze zijn gekwalificeerd, spreken prima Nederlands, hebben een vak geleerd én werkervaring opgedaan.’ Aan Almohamad zal het in ieder geval niet liggen. ‘Het lijkt me fijn om studeren en werken te combineren. Ik wil zo graag verder met mijn leven. Een vaste baan in de horeca, als dat toch eens zou kunnen.’


Kroonlid Geert ten Dam, voorzitter van de SER-werkgroep Vluchtelingen en werk

‘Het draait allemaal om maatwerk’

‘Door te werken, burgeren statushouders in. En door in te burgeren, vergroten zij hun kansen op werk en participatie. Gelukkig biedt de nieuwe Inburgeringswet meer mogelijkheden voor parallelle trajecten’, zegt kroonlid Geert ten Dam, die met de werkgroep Vluchtelingen en werk de verkenning voorbereidde. Maatwerk is volgens haar dé voorwaarde voor een succesvolle integratie. ‘Persoonlijke begeleiding van de statushouders en dienstverlening die specifiek op hen is toegesneden. Hiervoor is een overkoepelende, regionale basisinfrastructuur nodig, met voorzieningen waaruit gemeenten, werkgevers en werknemers kunnen putten. Denk onder meer aan bemiddeling en matching, opleiding, taalvoorzieningen, training van werknemersvaardigheden en de instrumenten die werkgevers ontzorgen.’

SER-verkenning Meer kansen op werk voor nieuwkomers

De arbeidsmarktpositie van statushouders in Nederland is zeer ongunstig. Slechts een kwart van de volwassen statushouders die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, had drieënhalf jaar later werk. Twee derde van hen was afhankelijk van een uitkering. In de SER-verkenning Integratie door werk: Meer kansen op werk voor nieuwkomers, die mei 2019 verscheen, zet de SER op verzoek van de minister van SZW de mogelijkheden om de arbeidsmarkparticipatie van nieuwkomers te vergroten op een rij. De belangrijkste aanbevelingen zijn:

  • Maatwerk op lokaal niveau: zorg voor een vraaggerichte benadering van zowel statushouders als werkgevers.
  • Een samenhangend regionaal beleid op het niveau van de arbeidsmarktregio, met voldoende afstemming, samenwerking en gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen.
  • Lokaal maatwerk moet ingebed zijn in een sluitende regionale sociale basisinfrastructuur, met een breed aanbod van voorzieningen. Om dit te realiseren, moet het Rijk centrumgemeenten aanwijzen.
  • Het Rijk kan een succesvolle arbeidsintegratie bevorderen via wettelijke kaders. Het Rijk moet ook nadrukkelijker sturen op de kwaliteit van de dienstverlening en uitvoering, zorgen voor een goede kennisinfrastructuur en knellende financiële kaders zoveel mogelijk wegnemen.
  • De SER doet een appel op werkgevers en werknemers om de achterblijvende arbeidsmarktparticipatie van statushouders lokaal en regionaal te agenderen en zich in te zetten voor een open en diverse cultuur binnen arbeidsorganisaties.