SERmagazine

Hybride werken: 6 vragen aan hoogleraar Femke Laagland

Hybride werken is here to stay. Ook na de coronacrisis willen veel mensen deels thuis blijven werken. De SER adviseert het kabinet over de toekomst van tijd- en plaatsonafhankelijk werken. Kroonlid en hoogleraar Femke Laagland licht toe.

Tekst: Dorine van Kesteren

Aan het woord:

Femke Laagland
Femke Laagland,
hoogleraar (Europees) arbeidsrecht, Radboud Universiteit Nijmegen, en SER-kroonlid

1. Hybride werken: wat is het precies?

Hybride werken is niet nieuw. Ook voor de coronacrisis werkten sommige mensen al deels op kantoor en deels thuis, in een café of in de trein. Maar de pandemie heeft de schaal waarop dit gebeurt natuurlijk enorm vergroot: de afgelopen twee jaar werkten veel mensen grotendeels of volledig thuis, terwijl dat eerder veel minder was. Niet alleen de plaats van het werk ligt niet langer vast, mensen werken ook steeds meer tijdsonafhankelijk. Ze beginnen eerder, gaan juist langer door of halen tussendoor een kind van school. Ook digitaal samenwerken is een vorm van hybride werken.

Naar verwachting gaat deze nieuwe manier van werken niet meer weg. ‘Hybride werken heeft de toekomst. Het is een van de leerpunten van de coronacrisis: Nederland heeft laten zien dat thuiswerken werkt en veel mensen willen dat gedeeltelijk blijven doen’, schreef minister Van Gennip van Sociale Zaken vorige maand aan de Tweede Kamer.

De vraag is hoe de overheid en sociale partners het hybride werken het beste kunnen vormgeven. Daarover heeft het kabinet de SER vorig jaar advies gevraagd. “Hybride werken krijgt een structurele plaats in onze maatschappij. In het advies analyseren wij op basis van verschillende onderzoeken wat er nodig is om de kansen hiervan te benutten”, zegt kroonlid Femke Laagland, in het dagelijks leven hoogleraar (Europees) arbeidsrecht aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

2. Wat zijn de voor- en nadelen?

Hybride werken kan voordelen hebben voor alle partijen. Voor werknemers: minder reistijd, een betere werk- en privébalans en een betere concentratie. Voor werkgevers: gelukkigere medewerkers en een hogere arbeidsproductiviteit. Voor de maatschappij: minder files en mogelijk minder CO2-stoot.

‘Werken is ook een sociaal proces en ideeën ontstaan vaak door interactie’

Aan de andere kant vervagen de grenzen tussen werk en privé en lopen werknemers daardoor het risico op overbelasting en gezondheidsklachten. Daarnaast kan de sociale cohesie in een bedrijf in gevaar komen als te veel medewerkers te lang achter elkaar elders werken. “Aansturen, overleggen en sparren wordt ingewikkelder. Werken is ook een sociaal proces en ideeën ontstaan vaak door interactie. En wat gebeurt er met het opleidingsklimaat als jonge medewerkers niet meer de kunst kunnen afkijken van fysiek aanwezige senioren?”

Laagland geeft het voorbeeld van bij haar op de universiteit. “Promovendi kunnen prima thuis aan hun proefschrift werken, maar we moeten niet uit het oog verliezen hoe belangrijk het is voor hun vorming om te horen waar mede-promovendi en meer ervaren collega’s mee bezig zijn.” De opgave is om het beste van twee werelden met elkaar te verenigen, vervolgt ze. “Hybride werken is een ontwikkeling die nog gaande is en de ideale balans zal per werknemer en arbeidsorganisatie anders zijn.”

3. Wat moeten werkgevers en werknemers afspreken?

De SER adviseert dat werkgevers en werknemers samen overleggen over de mogelijkheden om op afstand te werken, op een manier die past bij de organisatie. “Hybride werken vergt maatwerk”, zegt Laagland. Het is mogelijk dat er collectieve afspraken worden gemaakt: op sectorniveau in een cao of op bedrijfsniveau met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging.

“Dat moeten geen gedetailleerde afspraken worden, maar een algemeen kader waarmee leidinggevenden en teams aan de slag kunnen. Denk bijvoorbeeld aan een richtlijn over een minimumaantal dagen per week dat mensen op kantoor zijn. Of aan een visie met factoren die van belang zijn bij de beoordeling of thuiswerken mogelijk is. De exacte invulling hangt vervolgens af van de specifieke functies in de teams en hun werkprocessen.”

Laagland vindt het verstandig als bedrijven, or en bonden ook meteen andere afspraken maken. “Het is belangrijk om ook na te denken over aanverwante kwesties als: hoe gaan we in dit bedrijf om met toezicht en privacy bij thuiswerk? Hoe gaan thuiswerkers om met bedrijfsgeheimen? Hoe geven wij leiding aan mensen die elders werken? Hoe zorgen we dat werknemers niet constant ‘aan staan’ en tijdens pauzes (of na werktijd) ook daadwerkelijk onbereikbaar zijn?”

4. Wat als het niet lukt om afspraken te maken?

De verwachting is dat de meeste werkgevers en werknemers er met elkaar uitkomen. Mensen die werken in een bedrijf waar dit niet lukt of waar überhaupt geen thuiswerkafspraken zijn, geeft de SER de mogelijkheid om terug te vallen op de wet.

Het voorstel is om een nieuw criterium toe te voegen aan de Wet flexibel werken, die geldt voor bedrijven met tien of meer medewerkers. Namelijk: de redelijkheid en billijkheid. “Redelijke en billijke thuiswerkverzoeken van werknemers moeten in principe worden ingewilligd. Deze norm geeft de ruimte om een goede afweging te maken tussen álle belangen: die van de individuele medewerker, het team, collega’s die op locatie werken en de organisatie als geheel.”

‘Onze oproep aan bedrijven: zorg dat er gezamenlijk beleid komt met de or’

GroenLinks en D66 dienden al in januari 2021 een initiatiefwetsvoorstel in dat het recht op thuiswerken moest verankeren. Alleen bij ‘zwaarwegende bedrijfsbelangen’ zou een werkgever een verzoek tot thuiswerken mogen weigeren. Dit gaat te ver, aldus de SER. “De zeggenschap in deze mate bij werknemers neerleggen, past niet bij de gezagsrelatie waarop een arbeidsovereenkomst is gebaseerd. Tegelijk is het niet meer van deze tijd dat alleen de werkgever beslist waar wordt gewerkt, zoals nu het geval is. Daarom vindt de SER dat werknemers meer zeggenschap moeten krijgen: zij kunnen straks een beroep doen op de redelijkheid en billijkheid. Maar het zou het mooiste zijn als de wet niet nodig blijkt te zijn als terugvalbasis. Onze oproep aan bedrijven is dus: zorg dat er gezamenlijk beleid komt met de or.”

5. Niet iedereen kán thuiswerken, toch

Verpleegkundigen, stratenmakers, post- en maaltijdbezorgers: ruim de helft van de werkenden kan (nog) niet vanuit huis werken. Maar, zegt de SER, de voortschrijdende technologisering en digitalisering kunnen het voor meer werkgevers en werknemers mogelijk maken. “De coronacrisis en verschillende onderzoeken hebben duidelijk gemaakt dat thuiswerken ook mogelijk bleek in beroepen waarin dit vroeger lastig leek. Dit kan in de toekomst voor meer groepen gaan gelden.”

Het is wel belangrijk een kloof te voorkomen tussen de thuis- en locatiewerkers in bedrijven. De SER moedigt organisaties dan ook aan te onderzoeken of werk geschikt te maken is voor thuiswerk, zodat bijvoorbeeld ook flexwerkers en mensen met een beperking hybride kunnen werken. “Het is ook goed om afspraken te maken over de momenten dat de thuiswerkers op kantoor zijn, zodat de collega’s die niet thuis kunnen werken, met hen kunnen schakelen.”

6. Wat moet er nog meer gebeuren?

Volgens de SER zijn er nog meer aanpassingen in wet- en regelgeving nodig. Zo besteedt het Arbobesluit wel aandacht aan thuiswerken, maar er rijzen ook vragen. “Het is lastig voor werkgevers om toezicht te houden op een ergonomisch verantwoorde inrichting van de thuiswerkplek. Hoe ver strekt de zorgplicht van de werkgever op het gebied van gezond en veilig werken nu precies? En geldt deze zorgplicht ook als medewerkers ergens anders dan thuis werken? Het zou werkgevers rust en vertrouwen geven als de arboregels daar meer duidelijkheid over gaven.”

Een ander knelpunt is de positie van grenswerkers. Een tijdelijke uitzonderingsregeling met België en Duitsland rondom de fiscaliteit lopen binnenkort af. “Grenswerkers vallen dan weer onder de sociale zekerheid en loonbelasting van hun thuisland als ze meer dan 25 procent van hun arbeidsduur thuiswerken. Dat is een administratieve en financiële ellende en kan thuiswerken in de weg staan.”

De SER adviseert verder om verschillende fiscale regelingen nog eens tegen het licht te houden. De thuiswerkvergoeding van 2 euro per dag bijvoorbeeld: voldoet deze nog nu de prijzen stijgen? “Wij roepen ook op om na te gaan of de fiscale vrijstelling voor arbovoorzieningen minder streng moet, omdat hybride werken aanpassingen aan de werkplek vereist.” Laagland besluit: “Het is zo jammer als wetten en regels een obstakel vormen voor hybride werken, omdat werkgevers en werknemers dan allebei niet profiteren van de voordelen die het biedt.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


SER-advies Hybride werken

De SER beveelt aan om werknemers voldoende zeggenschap te geven over waar en wanneer ze hun werk doen. Het heeft de voorkeur dat werkgevers en werknemers gezamenlijk tot afspraken komen. Als dit niet lukt, moet een thuiswerkverzoek worden getoetst aan de redelijkheid en billijkheid. Zo kan iedereen de kansen van hybride werken benutten. Het SER-advies Hybride werken is de input voor de Agenda voor de toekomst van hybride werken, die het kabinet nog voor de zomer wil opstellen.