Commissievoorzitter Henri de Groot over SER-advies Energietransitie en werkgelegenheid: voorkom vertraging door mismatch arbeid

De energietransitie die het kabinet met het Klimaatakkoord in gang zet, gaat gepaard met grote veranderingen in de vraag naar arbeid. Hoe kunnen we daarop inspelen? Het SER-advies Energietransitie en werkgelegenheid: Kansen voor een duurzame toekomst geeft een voorzet. ‘We moeten mismatches voorkomen’, benadrukt Henri de Groot, voorzitter van de Commissie Energietransitie en Werkgelegenheid.
Corien Lambregtse

In het Klimaatakkoord van Parijs is afgesproken de opwarming van de aarde tegen te gaan door van fossiele brandstoffen over te stappen op volledig duurzame energiebronnen, zoals zonne- en windenergie. In de ‘overgangsperiode’ – de periode van energietransitie – wordt het aandeel fossiele energiebronnen, zoals kolen en gas, verder verkleind. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan innovaties om ‘groene’ energie op te wekken en zoveel mogelijk energie te besparen. Denk aan het opwekken van windenergie op zee, de op- en afvang van CO2 en elektrisch vervoer. Het doel is om uiteindelijk tot een volledig duurzame energievoorziening te komen.

Onzekerheid zit onomkeerbare investeringen in de weg


De Nederlandse ambities ten aanzien van de energietransitie reiken ver. Het doel van het Klimaatakkoord, dat voor de zomer gereed moet zijn, is de CO2-uitstoot in 2030 met 49 procent te verminderen ten opzichte van 1990.

Henri de Groot, voorzitter van de Commissie Energietransitie en Werkgelegenheid, legt uit dat de sociale partners het unaniem eens zijn dat de energietransitie ‘moet’ slagen. ‘Alleen dan hebben toekomstige generaties dezelfde kansen als wij.’ Maar dan moeten we wel aan de slag, vindt hij. ‘De invloed van de energietransitie op de arbeidsmarkt is groot. Daarom is een anticiperend arbeidsmarktbeleid nodig.’

Wat is er zo belangrijk aan dit advies?

‘Ik denk dat het belangrijkste van dit advies is, dat de sociale partners elkaar gevonden hebben in de overtuiging dat de energietransitie niet mag mislukken in het belang van toekomstige generaties.

Daarnaast hebben we vastgesteld dat de energietransitie kansen biedt voor Nederland. Wij kunnen als land vooroplopen in de ontwikkeling van nieuwe vormen van energie, nieuwe kennis en technologie. Dat geeft internationale marktkansen. Tegelijkertijd is duidelijk dat de energietransitie grote consequenties heeft voor de werkgelegenheid en de vereiste aard en het niveau van scholing van de Nederlanders. Daarom staan in het advies aanbevelingen voor overheden, sociale partners, onderwijs en werkgelegenheidsinstanties om de knelpunten op de arbeidsmarkt op te lossen en een inclusieve samenleving te bevorderen. Wij vinden dat er passende maatregelen moeten worden genomen voor werknemers die buiten de boot dreigen te vallen.’

Waar zitten de knelpunten precies?

‘De komende jaren gaan er banen verdwijnen in bedrijven in de olie- en gassector: de fossielgeoriënteerde bedrijven. Doordat de vijf kolencentrales in Nederland dichtgaan, verdwijnen er bijvoorbeeld naar verwachting 2.700 banen in de hele kolenketen. Dat lijkt veel, maar als we naar ervaringen in het verleden kijken, zien we dat een groot deel van de werknemers er redelijk snel in slaagt om zelf een nieuwe baan te vinden. Bovendien komen er veel banen bij in bedrijven gericht op ‘groene’ energie. Bijvoorbeeld bij leveranciers van zonnepanelen en windmolens en bij installateurs.

Toch zijn er knelpunten. Die banen komen er niet op hetzelfde tijdstip en in dezelfde regio bij als waar ze verdwijnen. Mensen die in een kolencentrale hebben gewerkt, hebben in een ander bedrijf bovendien andere skills nodig. We moeten zien te voorkomen dat er een mismatch ontstaat tussen vraag en aanbod van arbeid. Dat is een zeer grote opgave.’

Wat gebeurt er bij zo’n mismatch?

‘Bij zo’n mismatch blijven vacatures enerzijds onvervuld en neemt het aantal mensen dat moeilijk een baan kan vinden toe. Als er niet genoeg of niet de juiste mensen beschikbaar zijn om projecten uit te voeren, kan de energietransitie vertraging oplopen. Dat maakt projecten duurder, wat de energietransitie ook weer duurder maakt. Terwijl we er juist voor moeten zorgen dat de kosten van de energietransitie zo laag mogelijk blijven.’

Sociale partners hebben elkaar gevonden in de overtuiging dat de
energietransitie niet mag mislukken


Hebben transities altijd zulke grote gevolgen voor de vraag naar arbeid of is de energietransitie daarin uitzonderlijk?
‘Geen enkele transitie gaat vanzelf. Dat geldt voor de transitie naar een kenniseconomie of circulaire economie, en ook voor de opkomende robotisering. De arbeidsmarkt heeft echter steeds bewezen dat zij in staat is om grote transities op te vangen. Ik ben ervan overtuigd dat dit ook nu zal gebeuren, al lijken de transities op dit moment wel allemaal tegelijk te komen.

Zowel werknemers- als werkgeversorganisaties zien de urgentie van de energietransitie en de arbeidsmarktkansen die daarmee gepaard gaan. Beide hebben er last van als vacatures onvervuld blijven door regionale, sectorale of kwalitatieve mismatches. Er zijn op dit moment in verschillende branches al duidelijk aanwijsbare tekorten aan arbeid. Daarom moeten we investeren in bemiddelings-, onderwijs- en scholingstrajecten.

De werknemersorganisaties zien daarnaast ook de risico’s voor mensen die door de sluiting van de kolencentrales mogelijk langdurig langs de kant komen te staan. Dit betreft vooral werknemers die worden ingezet voor vervoer, laden, lossen en overslag. Vaak zijn voor die werknemers geen voorzieningen beschikbaar. Om dat probleem op te lossen, stellen we in ons advies voor een kolenfonds in te stellen met voldoende middelen om waar bestaande regelingen onvoldoende blijken te zijn de gevolgen van de sluiting van kolencentrales op een sociaal verantwoorde manier op te vangen. Daarmee voorkomen we dat mensen buiten de boot vallen, bijvoorbeeld omdat ze te oud zijn om elders een reële kans te maken op de arbeidsmarkt.’

Is het arbeidsmarktvraagstuk het moeilijkste deel van de energietransitie?

‘Dat denk ik niet. De energietransitie heeft bijvoorbeeld ook grote gevolgen voor de ruimtelijke ordening. Hoe zorgen we ervoor dat zonnepanelen, windmolens, waterstoffabrieken en andere vormen van energieopwekking op een goede manier in het landschap worden ingepast? Er moeten duizenden kilometers nieuwe leidingen worden aangelegd. De ruimtelijke inpassing van de Betuwelijn, die destijds veel stof heeft doen opwaaien, is een opgave die daarbij verbleekt. SERmagazine 13 Nederland is een klein en zeer dichtbevolkt land. Zelfs in de bodem is het ‘druk’. Het wordt ontzettend complex om alle noodzakelijke infrastructurele aanpassingen goed in te passen.

Wat we moeten beseffen is dat de energie- en klimaatopgave vooral in het belang is van toekomstige generaties. Bij andere transities zijn voordelen vaak direct zichtbaar. Bij het oplossen van het klimaatprobleem hebben de huidige generaties echter nauwelijks baat. Bovendien slaat een belangrijk deel van de baten ook nog eens buiten onze eigen landsgrenzen neer.’

En toch moeten we dringend met het klimaatprobleem aan de gang?

‘De manier waarop wij nu leven en omgaan met schaarse hulpbronnen is niet vol te houden. We zouden veel meer aardbollen nodig hebben dan de ene waarop we leven om onze huidige levensstandaard vast te kunnen houden. Als we zo doorgaan, komt de welvaart van toekomstige generaties onder druk te staan. Wij moeten nu iets inleveren om te voorkomen dat onze kinderen en kleinkinderen in de toekomst minder kansen hebben dan wij. Dat is het eerlijke verhaal.’

Verwacht de SER eigenlijk meer van de overheid dan van de sociale partners zelf?

‘Het is een illusie om te denken dat alleen werkgevers en werknemers het arbeidsmarktprobleem kunnen oplossen. Daarom leggen we in het advies ook een belangrijke taak neer bij de overheid. De overheid moet er tijdig bij zijn om draagvlak voor de transitie te verwerven, zodat het proces soepel kan verlopen en de mensen vertrouwen krijgen en behouden. Dit houdt bijvoorbeeld in dat de Rijksoverheid moet faciliteren in arbeidsbemiddeling, in passende onderwijs- en scholingsvoorzieningen en in aanvullingen op de bestaande programma’s en sectorplannen van overheden, sectoren en ondernemingen.

Maar de belangrijkste rol voor de overheid? Dat is heldere doelen te definiëren en hieraan vast te houden, zodat partijen daarop kunnen gaan anticiperen. Anders ontstaat er onzekerheid. En onzekerheid zit onomkeerbare investeringen in de weg en leidt tot allerlei vormen van uitstelgedrag bij zowel bedrijven als consumenten.

Waarom die heldere doelen zo belangrijk zijn? Helderheid zorgt ervoor dat partijen aan de gang kunnen en hun verantwoordelijkheid kunnen nemen. Werkgevers hebben bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid om werknemers in staat te stellen zich voor te bereiden op veranderende beroepseisen. En werknemers moeten zich naar vermogen inzetten om aan veranderende beroepseisen te voldoen. Kennisinstellingen kunnen hun curricula vernieuwen en eraan bijdragen dat mensen hun leven lang kunnen blijven leren.

In het Energieakkoord van 2013 hebben partijen onder leiding van de SER duidelijke doelen gesteld, dat verwachten we nu ook van de overheid.’

De Groot besluit: ‘We kunnen deze opgave alleen samen voor elkaar krijgen: met de overheid, werkgevers, werknemers, kennisinstellingen en werkgelegenheidsinstellingen. We moeten samen zorgen dat er draagvlak voor komt. Anders bestaat het risico dat we wel “een slag winnen, maar de oorlog verliezen”.’


Wie is Henri de Groot?

Henri de Groot (1971) is hoogleraar regionaal economische dynamiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, en verbonden aan het Tinbergen Instituut en Ecorys. Hij was betrokken bij diverse onderzoeksprojecten van onder meer de Europese Commissie, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en verschillende Nederlandse ministeries en gemeenten. Ook werkte hij samen met het Centraal Planbureau; onder meer op het gebied van klimaatverandering, Europese welvaartstaten, globalisering en met betrekking tot de studie Stad en Land.


SER-voorzitter trekt taakgroep Arbeidsmarkt en scholing

Het SER-advies Energietransitie en werkgelegenheidArbeidsmarkt en scholing in het leven geroepen. Deze taakgroep zal onder leiding van SER-voorzitter Mariëtte Hamer voorstellen doen voor een overkoepelend arbeidsmarktplan.