SERmagazine

Duurzaam werk maakt mensen weerbaar en de economie wendbaar

Over twintig jaar is de helft van de banen die we nu kennen veranderd of verdwenen. Demografische veranderingen, digitalisering en duurzaamheid zetten de arbeidsmarkt op zijn kop. Volgens Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter van de Goldschmeding Foundation, is het hoog tijd om via duurzaam werk in te zetten op een toekomstbestendige en veerkrachtige economie.

Tekst: Corien Lambregtse

Aan het woord:

Aart Jan de Geus
Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter Goldschmeding Foundation voor Mens, Werk en Economie

Tijden veranderen, maar de veranderingen gingen nog nooit zo snel als in deze eeuw. Verschillende transities versterken en versnellen elkaar. Over één generatie ziet de arbeidsmarkt er totaal anders uit dan nu. Dit betekent dat de toekomstige arbeidsmarkt andere kennis en vaardigheden vraagt dan mensen nu in hun opleiding meekrijgen of in hun werk opdoen. Het arbeidsmarktbeleid moet fundamenteel worden bijgesteld. Daar wordt van alle kanten over meegedacht.

Het SER-advies voor de Middellange Termijn (MLT-advies; 2021) zette vanuit de brede-welvaartsgedachte in op ‘Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving’. Een advies dat door het kabinet-Rutte IV grotendeels werd overgenomen. De Goldschmeding Foundation voor Mens, Werk en Economie bracht het afgelopen najaar een notitie uit die daar nauw bij aansluit. De centrale vraag in ‘Werken aan de toekomst’ is hoe werk kan bijdragen aan een toekomstbestendig en veerkrachtige economie.

Die vraag houdt Aart Jan de Geus, bestuursvoorzitter van de Goldschmeding Foundation, misschien al wel zijn hele loopbaan bezig. “De toekomst is natuurlijk onzeker. Maar er zijn ook trends die redelijk voorspelbaar zijn, zoals de vergrijzing, klimaatverandering, de continue digitalisering en de circulaire economie. Door goed naar de werkgelegenheidseffecten van deze trends te kijken, kunnen we ons echt wel voorbereiden op de arbeidsmarkt van de toekomst. We zien nu al een groot gebrek aan vaklieden in de bouw- en energiesector en een tekort aan professionals in de zorg en het onderwijs. We signaleren ook dat door de energietransitie en de digitalisering banen ingrijpend veranderen of zelfs verdwijnen. Het werk en het onderwijs van nu zijn niet klaar voor de economie van de toekomst.”

‘We kunnen de transities niet tegenhouden, maar moeten zorgen dat veranderingen de goede kant uit gaan’

Wat houdt duurzaam werk precies in?

“Duurzaam werk gaat over meer dan nieuwe banen, vaardigheden of duurzame inzetbaarheid. Duurzaam werk gaat over veerkracht; over het opvangen van demografische, ecologische en technologische ontwikkelingen die onze werkgelegenheid, nu en in de toekomst, beïnvloeden. Een toekomstbestendig werkgelegenheidsbeleid zorgt ervoor dat de werkgelegenheid meebeweegt met de ontwikkelingen in de samenleving en de economie. We kunnen de transities niet tegenhouden, we moeten ervoor zorgen dat de veranderingen de goede kant uit gaan. De digitale transitie, mits goed ingezet, kan de transitie naar een duurzame economie versnellen.”

Hoe worden mensen veerkrachtiger?

“Het begint bij de vernieuwing van het onderwijs: van de basisschool tot en met het wetenschappelijk onderwijs. Het onderwijs werkt bijvoorbeeld met programma’s die lang vast staan. Scholen en docenten moeten veel meer ruimte krijgen om nieuwe kennis en vaardigheden op te nemen in het leerprogramma en om te experimenteren met nieuwe lesmethoden. Als Goldschmeding Foundation steunen wij bijvoorbeeld het Circular Skills programma dat samen met het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven innovatieve lesprogramma’s ontwikkelt, onder meer gericht op innovatieve en circulaire bouwtechnieken.

Daarnaast is er veel meer aandacht nodig voor een leven lang ontwikkelen (LLO), zodat mensen wendbaar blijven en makkelijker naar andere banen of sectoren kunnen overstappen. Dit vraagt om coaching en toerusting van werknemers op de werkvloer. Daar zijn regelingen en budgetten voor nodig. De overheid heeft daar met het STAP-budget een klein begin mee gemaakt. De sectorale opleidings- en ontwikkelingsfondsen kunnen daarin ook een belangrijke rol vervullen, door over sectorgrenzen heen te kijken. Het gaat erom dat de ontwikkeling van vaardigheden centraal kom te staan. Denk aan technische of digitale skills, maar ook aan bredere vaardigheden als creativiteit, analytisch denken, improvisatie en empathisch vermogen. Door vaardigheden centraal te stellen, wordt het makkelijker om van de ene sector naar de andere sector over te stappen. Wendbaarheid geeft dus meer werkzekerheid. En die werkzekerheid heeft weer een positief effect op de weerbaarheid. Hoe steviger de bestaanszekerheid en werkzekerheid, hoe beter mensen nieuwe uitdagingen en veranderingen aan durven gaan.”

‘Als werk in de ene sector verdwijnt, moeten mensen kunnen switchen naar een sector met tekorten’

Wat is nodig voor een toekomstbestendig werkgelegenheidsbeleid?

“Het is belangrijk dat overheden, werkgevers en onderwijsinstellingen samenwerken. Als het werk in de ene sector verdwijnt, moeten mensen een switch kunnen maken naar een andere sector waar tekorten zijn. Dit vraagt om een toegankelijke om- en bijscholingsinfrastructuur.
Daarnaast moeten we anders naar arbeidsdeelname en arbeidsefficiëntie leren kijken. De uitdaging is om barrières voor arbeidsdeelname en ontwikkeling weg te nemen, zodat deeltijdwerkers meer uren gaan werken en mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt kansen krijgen om te werken. Ook kunnen HR-afdelingen werkenden stimuleren om hun vaardigheden aan te passen op de beroepen van de toekomst, in de energietransitie, de zorg of reparatiesector.
Waar mogelijk moeten we het werk anders organiseren en processen efficiënter inrichten, bijvoorbeeld in de zorg, waardoor het juiste werk met de juiste mensen kan worden gedaan. Het is ook belangrijk dat we praktische en vitale beroepen veel meer gaan waarderen, ook in financiële zin. Als de samenleving maatschappelijk essentieel en waardevol werk beter gaat belonen, wordt het aantrekkelijker om in die sectoren te werken.”

Welke rol is weggelegd voor werkgevers, werknemers en het onderwijs?

“Werkenden kunnen veerkrachtiger en weerbaarder worden, waardoor ze meer zekerheid ervaren in hun loopbaan en kansen durven grijpen om zich verder te ontwikkelen. Daarin hebben alle werkenden een stap te zetten. Werkgevers kunnen meer innoveren en buiten de kaders denken, over de grenzen van hun sector heen. Grote bedrijven gaan hierin al voorop, bijvoorbeeld door werknemers in het kader van duurzame inzetbaarheid coaching aan te bieden. Als de sectorale O&O-fondsen breder worden ingezet, wordt dit ook mogelijk voor werknemers van mkb-bedrijven. De uitdaging is om werkenden te verleiden om in hun eigen toekomst te investeren.

‘De uitdaging is om werkenden te verleiden in hun eigen toekomst te investeren’

Het onderwijs kan mensen beter toerusten voor de nieuwe arbeidsmarkt, door nieuwe lesvormen en nieuwe inhoud uit te proberen en door de ontwikkeling van vaardigheden en competenties centraal te stellen in plaats van (vak)diploma’s. Dat vraagt goede afstemming en samenwerking met het bedrijfsleven.”

En de overheid, wat kan die doen?

“Het financieel-economisch beleid bevat financiële prikkels die sturend zijn voor de economie. Ons huidige belastingstelsel kent een relatief hoge belasting op arbeid en een lage belasting op grondstoffengebruik en energie. Het wordt tijd om die prikkels andersom te laten werken. Laten we het belastingstelsel gebruiken om de economie een andere richting uit te sturen: richting arbeidsdeelname van mensen die nu nog aan de kant staan, richting minder uitstoot van emissies en meer duurzaam gebruik van materialen. Dat kan door arbeid minder te belasten en grondstoffen en vervuiling op een eerlijke manier te beprijzen.

De Goldschmeding Foundation steunt The Ex’Tax Project (2020): een project voor verandering van het belastingsysteem zodat dit systeem beter aansluit op de uitdagingen van onze tijd. Het project heeft laten zien dat een verschuiving van belasting van arbeid naar grondstoffen niet alleen leidt tot een verhoging van het BBP, meer werkgelegenheid voor laaggeschoolden en meer koopkracht voor lagere inkomens. Het geeft ook de juiste prikkels aan bedrijven om duurzaam met grondstoffen om te gaan. Zo’n majeure wijziging van het belastingstelsel moeten we hier in Nederland alleen niet in ons eentje doen. Het gaat pas werken als landen binnen de Europese Unie een coalitie sluiten en deze hervorming samen steunen. Dan kan de Europese Commissie hiervoor een voorstel doen. Die beweging begint nu binnen Europa op gang te komen.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


Over de Goldschmeding Foundation

De Goldschmeding Foundation voor Mens, Werk en Economie zet zich in om een betere wereld mogelijk te maken waarin mensen meer oog hebben voor elkaar. De foundation ondersteunt projecten die aantoonbaar bijdragen aan blijvende verandering voor een inclusieve arbeidsmarkt, duurzaam werk en een menswaardige economie. Ook doet de foundation onderzoek naar mogelijkheden om blijvende veranderingen op gang te brengen, met name door de samenwerking tussen werkgevers, werknemers, onderwijs en andere relevante partijen te bevorderen. Lees de paper ‘Werken aan de toekomst’.

CV Aart Jan de Geus

Aart Jan de Geus (1955, Doorn) is sinds 2020 bestuursvoorzitter van de Goldschmeding Foundation voor Mens, Werk en Economie. Van 2012 tot 2019 was hij bestuursvoorzitter van de Bertelsmann Stiftung en van 2007 tot 2011 plaatsvervangend secretaris-generaal van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in Parijs. De Geus was namens het CDA minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de kabinetten Balkenende I, Balkenende II en Balkenende III. Daarvoor was hij werkzaam bij het CNV, onder meer als vicevoorzitter. In die hoedanigheid was hij ook lid van het bestuur van de Stichting van de Arbeid en de Sociaal-Economische Raad.