SERmagazine

De sociaaleconomische gevolgen van de Oekraïne-oorlog: alles wordt duurder

De oorlog in Oekraïne heeft enorme impact, wereldwijd en in Nederland. De SER houdt de vinger aan de pols. Wat zijn de gevolgen en de risico’s voor de Nederlandse economie? Wat is er nodig om de pijn eerlijk te verdelen?

Tekst: Corien Lambregtse

Aan het woord:

Olaf Sleijpen
Olaf Sleijpen,
SER- kroonlid namens De Nederlandsche Bank (Foto: © De Nederlandsche Bank N.V.)
Pieter Hasekamp
Pieter Hasekamp,
SER-kroonlid namens Centraal Planbureau (Foto: Henriëtte Guest)
Marieke Blom
Marieke Blom,
hoofdeconoom ING
 

Het menselijk leed is het ergst, maar daarnaast hebben de oorlog in Oekraïne en de sancties tegen Rusland ook grote financiële, economische en geopolitieke impact. Zeker in combinatie met andere geopolitieke ontwikkelingen, zoals de machtsstrijd tussen de Verenigde Staten en China en de aanhoudende coronapandemie. En dan zijn er ook nog de wereldwijde en Europese uitdagingen op het gebied van de groene en digitale transitie.

In de SER-raadsvergadering van 20 mei 2022 werden de sociaaleconomische gevolgen en risico’s van deze ontwikkelingen én de beleidsuitdagingen voor Nederland verkend. Samen met Olaf Sleijpen, SER-kroonlid namens De Nederlandsche Bank, Pieter Hasekamp, SER-kroonlid namens Centraal Planbureau, en Marieke Blom, hoofdeconoom ING.

Gevolg 1: onzekerheid, angst voor recessie

De oorlog in Oekraïne is toprisico-1 in alle economische voorspellingen. Gaat de oorlog zich uitbreiden, hoe lang gaat de oorlog duren, komt er een Europese boycot op olie of gas of sluit Rusland de gastoevoer volledig af? Alle scenario’s hebben grote impact op de energieprijzen, de economie, de financiële markten, de werkgelegenheid en de vluchtelingenstromen vanuit Oekraïne en andere landen. Er zou zomaar een recessie kunnen ontstaan.

Nederlandse economie staat er nog aardig goed voor

Vooralsnog gaan De Nederlandsche Bank, het Centraal Planbureau en de ING echter niet uit van de somberste scenario’s. De Nederlandse economie staat er ondanks alles aardig goed voor. Nederland is binnen Europa een van de landen die het sterkst uit de coronacrisis zijn gekomen.

De Nederlandse economie was net na de coronapandemie aan een flinke groeispurt begonnen. Die opgaande lijn is door de oorlog in Oekraïne onderbroken, maar als de situatie blijft zoals die nu is, blijft de schade beperkt, verwacht Sleijpen (DNB). “Onze ramingen van maart gaan ervan uit dat de economie dit jaar ruim 3 procent zal groeien en volgend jaar met 1,5 procent. Ik verwacht dat we die ramingen iets moeten bijstellen, maar niet veel.”

‘De situatie is totaal anders dan in de jaren 70’

Hij denkt niet aan een recessie, laat staan aan stagflatie zoals in de jaren 70. “In die periode was er sprake van een krimpende economie, stijgende inflatie en hoge werkloosheid en zaten we door de automatische prijscompensatie in een loonprijsspiraal. De huidige situatie is totaal anders. Zonder de oorlog in Oekraïne, zouden we nu in een hoogconjunctuur zitten.” Hasekamp (CPB) zit op dezelfde lijn. “Zelfs als de economie de komende kwartalen licht krimpt, hoeven we ons daarover geen zorgen te maken. We zijn ver af van een langdurige recessie.”

Maar wel grote onzekerheden

Toch houden alle drie economen rekening met grote onzekerheden. Hasekamp: “Als de oorlog in Oekraïne escaleert of als de gas- en olietoevoer volledig wordt stopgezet, zal dat Nederland flink raken. Daarnaast zijn we ook nog niet van corona af. In China is een groot aantal grote steden in lockdown, met grote gevolgen voor wereldwijde aanleverketens. Daar hebben bedrijven veel last van. Het kan zijn dat er een de-globaliseringsbeweging op gang komt, waardoor de wereldhandel krimpt. Dat is zeker een risico voor Nederland, want onze economie is erg afhankelijk van de wereldhandel.”

Blom (ING) kijkt nog verder dan de oorlog in Oekraïne. “De positie van Rusland is nu heel belangrijk, maar zal door deze oorlog juist verzwakken. De positie van China wordt alleen maar belangrijker. China en de Verenigde Staten strijden om de wereldmacht. De grote vraag is wie er gaat winnen en hoe Europa zich zal positioneren. Ik hoop dat Europa dit moment aangrijpt voor intensievere samenwerking en dat alle Europese landen samen gaan staan voor de Europese waarden.”

Gevolg 2: hoge energieprijzen, hoge inflatie

Sinds de oorlog in Oekraïne is er sprake van een ongekend hoge inflatie: ruim 11 procent ten opzichte van een jaar geleden. Hoofdoorzaak zijn de sterk gestegen energieprijzen. Die lagen volgens het CBS half mei 136 procent hoger dan het jaar ervoor. De verwachting is dat de inflatie dit jaar verder zal stijgen, want inmiddels gaan ook de prijzen van voedsel en andere producten omhoog.

Volgens Blom zitten er echter haken en ogen aan de manier waarop het CBS de stijging van de energieprijzen berekent. “Het CBS kijkt alleen naar de energieprijzen van de afgesloten nieuwe contracten. Als wij naar de overschrijvingen van onze klanten kijken, zien we dat huishoudens gemiddeld 15 procent meer zijn gaan betalen voor energie dan een jaar geleden. Let wel, dit is een gemiddelde. De hogere energieprijs gaat immers pas in bij de afsluiting van een nieuw energiecontract. Ieder half jaar krijgt ongeveer de helft van de huishoudens een nieuw contract.

‘Het risico is dat veel huishoudens onder de armoedegrens zakken’

“Huishoudens met een nog lopend contract betalen een lager bedrag, maar gaan bij een nieuw contract straks ook meer betalen. Het probleem is dat die stijging dan niet meer terug te zien is in de inflatiecijfers, maar wel door steeds meer huishoudens wordt ervaren. Het is belangrijk om daar in het beleid rekening mee te houden. De pijn zit vooral bij de lage en middeninkomens, omdat zij een relatief groter deel van hun inkomen aan energie en voedsel besteden. Het risico is dat veel huishoudens door de hogere prijzen onder de armoedegrens zakken.”

Gericht compenseren en de energietransitie versnellen

Sleijpen: “De vraag voor beleidsmakers is of de energiestijging gecompenseerd moet worden. Als er wordt ingezet op collectief compenseren, schuiven we de rekening door naar toekomstige generaties en verdwijnt de prikkel om sneller te verduurzamen. De overheid kan er ook voor kiezen om de compensatie heel gericht te laten neerkomen bij de mensen die het hardst door de prijsstijgingen geraakt worden, en tegelijkertijd in te zetten op de versnelling van de energietransitie. Die laatste keuze lijkt mij het meest verstandig, al is het niet gemakkelijk om op korte termijn minder afhankelijk te worden van fossiele brandstoffen.”

Hasekamp en Blom zitten op dezelfde lijn: “Laat de hoge energieprijzen vooral hun werk doen om de energietransitie te versnellen, maar doe wel iets voor de huishoudens die het meest te lijden hebben onder de prijsstijgingen. Ga gericht compenseren en vooral ook gericht isoleren, want op het gebied van energiebesparing valt veel te winnen. Juist ook bij de woningen van lagere inkomens.”

Gevolg 3: hogere rentes

De hoge inflatie vraagt een ander monetair beleid. Het is de taak van De Europese Centrale Bank (ECB) om de prijsstabiliteit en daarmee de inflatie te bewaken. De ECB heeft inmiddels besloten de programma’s voor de aankoop van staats- en bedrijfsobligaties (PEP en APP) die tijdens de financiële en coronacrisis in het leven waren geroepen, stop te zetten of af te bouwen.

Het belangrijkste instrument dat de ECB verder kan inzetten tegen inflatie, is renteverhoging. De afgelopen jaren waren de rentes extreem laag. Blom: “Het gevolg daarvan is wel dat een renteverhoging de economie afremt, en dat op een moment dat de economie toch al onder druk staat, zeker in Oost-Europa.”

‘Met de verhoging van de rente gaan we terug naar normaal’

De financiële markten lopen alvast vooruit op het verwachte ECB-beleid. De marktrentes, inclusief de hypotheekrentes en de rentes op bedrijfsobligaties, zijn al flink aan het stijgen. Geen reden voor zorg, vindt Sleijpen: “De marktrentes zitten historisch gezien nog steeds op een laag niveau, met de verhoging van de rente gaan we terug naar normaal.”

Daar sluit Hasekamp met enige voorzichtigheid bij aan. “Als de stijging van de rentes te hard gaat, kan dat gevolgen hebben voor de financiële markten en voor de huizenmarkt. Maar voorlopig zijn de stijgende rentes een gezonde correctie op een tijd waarin de rentes te laag waren.”

Gevolg 4: hogere productie- en arbeidskosten

Niet alleen burgers, ook bedrijven krijgen te maken met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Daar komen de gevolgen van de opleving van de coronapandemie in China nog bij. Veel bedrijven worstelen met verstoringen in aanleverketens. Kleine verstoringen kunnen grote gevolgen hebben. Als een klein onderdeel van een product niet geleverd kan worden, staat toch het hele productieproces stil. Daarnaast worden bedrijven geconfronteerd met forse prijsverhogingen van grondstoffen en halffabricaten en natuurlijk ook van energie.

Grote krapte op de arbeidsmarkt

De stijging van productiekosten kan tot op zekere hoogte worden verrekend in de consumentenprijzen, maar draagt daarmee wel bij aan de inflatie. En inflatie zet druk op de lonen en daarmee op arbeid. Juist op dat gebied speelt een ander groot vraagstuk: de krapte op de arbeidsmarkt. De werkloosheid was nog nooit zo laag, het aantal vacatures nog nooit zo hoog. Aan het eind van het eerste kwartaal van 2022 stonden er tegenover elke 100 werklozen 133 vacatures; een historisch record. Veel ondernemers ervaren de krapte aan personeel als een belemmering om te groeien.

‘Dit is hét moment voor de transformatie van de arbeidsmarkt’

Opvallend is dat de krapte op de arbeidsmarkt tot nog toe niet tot forse loonstijgingen geleid. De lonen zijn weliswaar iets gestegen, maar lang niet zoveel als de inflatie. Sleijpen, Hasekamp en Blom zien zelfs geen spoor van een loon-prijsspiraal. Zij hopen dat de krapte aan personeel bedrijven een prikkel geeft om juist nu fors te investeren in de verhoging van de arbeidsproductiviteit.

Blom zou het niet gek vinden als de lonen, vooral in sectoren met krapte, wat meer zouden stijgen. Het zou volgens haar helpen om mensen in bepaalde sectoren te behouden, maar ook om de arbeidsmarkt te vernieuwen. “Dit is hét moment voor de transformatie van de arbeidsmarkt. Maar wel in de goede volgorde. De eerste stap is: investeer in robotisering en arbeidsbesparende technologie. De tweede stap: stimuleer de participatie, bijvoorbeeld van deeltijders en van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Er staan nog 1,1 miljoen mensen langs de kant die graag mee willen doen. Benut dat arbeidspotentieel.

“En de derde stap: kijk of en welke arbeidsmigranten kunnen helpen om de tekorten op de arbeidsmarkt op te lossen. Maar laat dit de last resort zijn, niet de first resort. Want anders glipt het momentum voor binnenlandse oplossingen weer weg.”

Hasekamp: “Laten we dit vraagstuk ook gebruiken om naar de sectorenstructuur van onze economie te kijken. Zetten we schaarse arbeid in Nederland productief genoeg in? Zijn bedrijfsmodellen die gebaseerd zijn op laagbetaalde arbeid wel zo toekomstbestendig? Daar moeten we over nadenken. De vraag is welke arbeid we willen.” Het zou zomaar het onderwerp voor een nieuw SER-advies kunnen zijn.


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


Whitepaper Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Rusland en Oekraïne

De oorlog in Oekraïne heeft gevolgen voor ondernemers die werken met metalen en mineralen afkomstig uit Rusland en Oekraïne. Alle bedrijven hebben de plicht om werk te maken van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en misstanden op het gebied van mensenrechten, natuur en milieu tegen te gaan. De vraag is hoe je als bedrijf kunt voorkomen dat je je bijdraagt aan het conflict of aan mensenrechtenschendingen in Oekraine.

De SER-whitepaper Maatschappelijk verantwoord ondernemen in Rusland en Oekraïne laat zien hoe ondernemers invulling kunnen geven aan IMVO. Aan de hand van zeven vragen wordt uitgelegd waar je als ondernemer aan moet denken als je zakendoet met bedrijven in Rusland en Oekraïne. Zoals: Wanneer spreken we over een conflict- en hoogrisicogebied? Hoe komt mijn bedrijf erachter of wij een link hebben met Rusland en/of Oekraïne? Hoe kan mijn bedrijf zich verantwoord terugtrekken uit een land van een leverancier? En wat als terugtrekken geen optie is? Hoe kunnen IMVO-convenanten mijn bedrijf helpen?