SERmagazine

De kansen en schaduwkanten van digitalisering

Digitalisering raakt ons hele leven: van ons werk en onze privacy tot onze rechtsstaat en de verduurzamingsslag die we met z’n allen willen maken. Hoe zorgen we ervoor dat iedereen een goede plek houdt of krijgt in een samenleving die steeds digitaler wordt?

Tekst: Berber Bijma

Aan het woord:

Anna Gerbrandy
Anna Gerbrandy,
hoogleraar mededingingsrecht UU en SER-kroonlid
Carine van Oosteren
Carine van Oosteren,
senior beleidsmedewerker SER
Joost Farwerck
Joost Farwerck,
ceo en bestuursvoorzitter KPN
 

Dit verhaal in het kort

  • Digitalisering verandert de samenleving en daarmee ook de arbeidsmarkt – voor iedereen.
  • Duurzaamheid en digitalisering zijn transities die meer met elkaar verweven moeten worden.
  • Nederland investeert minder in cyberweerbaarheid dan omringende landen.
  • Er is wetgeving in de maak om digitalisering in goede banen te leiden, maar de ethische discussie daarover is minstens zo belangrijk.

Lees door onder de foto

Reizigers checken zelf hun bagage in op Eindhoven Airport.
Reizigers checken zelf hun bagage in op Eindhoven Airport | Foto: ANP / Rob Engelaar

Digitaliseren móét en heeft potentie, maar zorgen zijn er ook

Digitale toepassingen zijn zó geïntegreerd in ons leven, dat we soms vergeten hoe snel de ontwikkelingen gaan. Nog maar twee jaar geleden was een Teams-vergadering bepaald een uitzondering, Thuisbezorgd.nl begon pas zes jaar geleden serieus te groeien – ongeveer op het moment dat de eerste ‘slimme meters’ hun plek in Nederlandse meterkasten kregen. “Digitalisering maakt het leven beter en efficiënter”, zegt Joost Farwerck, ceo en bestuursvoorzitter van KPN. “Wel of niet digitaliseren is daarom geen keuze. Het móét.”

Tegelijk roept digitalisering ook vragen op, ziet SER-kroonlid en hoogleraar mededingingsrecht Anna Gerbrandy. “Digitalisering heeft potentie én er zijn zorgen. Het heeft geweldige voordelen om overal met elkaar in verbinding te staan, toegang tot veel informatie te hebben en nieuwe technologieën te kunnen toepassen in bijvoorbeeld de gezondheidszorg. Tegelijk leveren precies diezelfde ontwikkelingen vragen op: hoe doen we het veilig, hoe blijven we inclusief, hoe zorgen we voor brede welvaart? We staan pas aan het begin van de spanning tussen die twee kanten van digitalisering.”

Digitalisering als integraal onderdeel van de SER-adviestrajecten

Er is bijna geen domein in ons persoonlijke leven of in de samenleving dat níét wordt beïnvloed door de komst van digitale technologieën, stelt Carine van Oosteren, senior beleidsmedewerker bij de SER. “Digitalisering is een soort duizenddingendoekje. Het loopt overal doorheen.”

‘Digitalisering is een soort duizenddingendoekje. Het loopt overal doorheen’

De SER heeft daarom een werkgroep opgericht die ervoor wil zorgen dat digitalisering integraal onderdeel wordt van de adviestrajecten van de raad (zie kader onderaan ‘SER-werkgroep: structureel aandacht voor digitalisering’). De vier belangrijkste aandachtsgebieden op het gebied van digitalisering zijn volgens de SER: arbeidsmarkt, de positie van de burger, veilige en betrouwbare informatie en duurzame innovatie.

De arbeidsmarkt verandert door digitalisering

Werk verandert door digitalisering, daarover is iedereen het eens. Hoe die verandering er de komende jaren concreet uit gaat zien, is lastiger te voorspellen – juist omdat het deels zal gaan om nieuwe technologieën die op dit moment nog niet bestaan.

“Onderzoeken van bijvoorbeeld McKinsey, het World Economic Forum, het Cultureel Planbureau en de OECD laten allemaal zien dat digitalisering grote effecten zal hebben op de arbeidsmarkt”, zegt Van Oosteren. “McKinsey gaat ervan uit dat zeker 40 procent van de werkenden in Europa nieuwe vaardigheden moet aanleren om bij te blijven in hun werk en dat bijna 10 procent de huidige baan gaat verliezen. Hogeropgeleiden profiteren het meest van digitalisering omdat zij hun kennis het makkelijkst opplussen. Ook mensen die bijvoorbeeld bezorgwerk doen, zullen hun baan wel houden. De middengroep wordt het meest getroffen.”

Met name procesmatig werk verdwijnt

Dat denkt ook Farwerck. Hij ziet niet zozeer werk voor een bepaald opleidingsniveau verdwijnen, als wel een bepaald type werk. “Met name procesmatig werk dat op kantoren plaatsvindt, verdwijnt. Denk aan mensen die bij een bank of verzekeraar iets doen in een klantproces. Dat gaan klanten steeds meer zelf doen. Aan vakmensen, of ze nu monteur of cybersecurityspecialist zijn, hebben we de komende tien jaar juist een enorm gebrek.” Sommige bedrijven zullen enorm krimpen, terwijl ‘andere takken van sport’ juist opkomen, zegt Farwerck. “Een goede match tussen wat komt en wat gaat, is lastig.”

Inzetten op een leven lang ontwikkelen en brede oriëntatie

Farwerck is betrokken bij De Buitenboordmotor, een netwerk van onder meer bestuurders, ondernemers en wetenschappers dat zich buigt over oplossingen voor de verwachte mismatch. “Grote werkgevers moeten mensen niet pas helpen aan nieuwe vaardigheden of een nieuwe baan als de huidige dreigt te verdwijnen. In plaats daarvan moeten we vanaf het moment dat we iemand aannemen, inzetten op een leven lang ontwikkelen en brede oriëntatie. Bij KPN zijn we daar nu mee begonnen, met ontwikkelmogelijkheden op de vrijdagmiddag. Het is niet zo moeilijk om het mooi te vertellen en op te schrijven, wel om het in de praktijk te brengen. Flexibiliteit zit niet bij iedereen standaard in het DNA. Het gaat dus ook om het doorbreken van taboes, bijvoorbeeld bij werknemers die bij ontslag liever geld meekrijgen dan ontwikkelmogelijkheden.”

Duurzaamheid en digitalisering zijn twee verweven opgaven

Op het gebied van verduurzaming kan digitalisering een grote bijdrage leveren. Het verband tussen die twee wordt echter te weinig gezien, stelde de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) februari dit jaar in het rapport Digitaal duurzaam. De overheid heeft bij digitaliseringsvraagstukken wel aandacht voor eerlijke concurrentie en de positie van de burger, maar stelt geen duurzame kaders aan digitalisering. Tegelijk is in het verduurzamingsbeleid nauwelijks oog voor nieuwe (digitale) spelers, met name op het gebied van dienstverlening. De Rli pleit ervoor, duurzaamheid en digitalisering als twee verweven opgaven te zien, een twin challenge. De overheid kan in de ‘gedigitaliseerde leefomgeving’ veel meer sturen op duurzaamheid.

Farwerck heeft bij KPN digitalisering en verduurzaming de afgelopen jaren al gelijk op zien gaan. “Het dataverbruik van onze klanten verdubbelt elk jaar. We hebben steeds grotere netwerken en datacenters nodig. Toch weten we in diezelfde slag het energieverbruik omlaag te krijgen. We dwingen onze leveranciers ook om energiezuiniger te zijn. Daarnaast gebruiken we steeds meer groene energie, bijvoorbeeld van windparken, en we doen meer met restwarmte.”

Anna Gerbrandy ziet hoe digitale toepassingen kunnen bijdragen aan verduurzaming. “Denk aan precisielandbouw, waarbij je bijvoorbeeld met een drone heel precies meet waar welke voedingsstoffen nodig zijn en dus niets verspilt. Digitalisering kan ook bijdragen aan duurzamer bouwen en wonen. Oog voor de samenhang tussen digitalisering en verduurzaming is heel belangrijk.”

‘Digitalisering kán bijdragen aan verduurzaming, maar deze keuze moeten we als ménsen maken’

Het gedrag van de mens blijft een complexe factor, vindt Farwerck. “In het begin van de coronacrisis hadden we ineens geen files meer, de natuur ontplooide zich, iedereen werd digitaal. Het leek een grote, duurzame sprong vooruit. Maar inmiddels staan we weer gewoon in de file. Digitalisering kán bijdragen aan verduurzaming, maar het is wel een keuze die we als mensen moeten maken.”

De burger kan door digitalisering in het gedrang komen

Gerbrandy doet als hoogleraar mededingingsrecht onderzoek naar de macht van grote techbedrijven en hun invloed op de positie van de burger. “De invloed van bedrijven als Facebook, Google en Amazon gaat veel verder dan dat ze een groot marktaandeel hebben. Facebook geeft jouw netwerk vorm, Google bepaalt welke zoekresultaten jij te zien krijgt. Digitalisering heeft een heel brede invloed op ons leven.”

Als de overheid meegaat in die digitalisering, kan dat enorme risico’s opleveren. Gerbrandy verwijst naar de kindertoeslagaffaire. “Digitalisering gebeurt vaak uit kostenbesparing, of juist om een systeem eerlijker te maken. Maar wat als het systeem ‘nee’ zegt en het niet lukt een mens aan de lijn te krijgen die een andere beslissing mag nemen? Bij de toeslagenaffaire hebben we gezien hoe mensen worden vermalen in de besluitvormingsmachine van de overheid. Dat probleem bestond al, maar kan door digitalisering worden verergerd.”

Ook aan voorspellende algoritmes kleven potentiële risico’s. “Algoritmes worden door mensen gevoed. Daar kunnen dus ook alle vooroordelen in zitten die we als mensen hebben. De overheid gebruikt algoritmes nu al voor beleid en acties. Je kunt terechtkomen in de situatie dat iemand vandaag wordt aangesproken omdat het algoritme voorspelt dat zij – of iemand ‘zoals zij’ – morgen iets fout gaat doen. Zulke algoritmes moet je natuurlijk héél voorzichtig vormgeven, op basis van waarden die je vooraf hebt vastgesteld.”

Wetgevingsprocessen rond digitalisering gaan traag

De Europese Unie heeft, onder meer voor de inzet van algoritmen en kunstmatige intelligente, wetgeving in de maak. “In 2020 zijn diverse plannen en ambities geformuleerd”, vertelt Van Oosteren. “Maar wetgevingsprocessen gaan traag, zeker op EU-niveau. En ondertussen gaan de ontwikkelingen zo snel, dat er bijna niet tegenop te wetgeven is.”

Ook Gerbrandy signaleert die trage wetgevingsprocessen, maar stelt: “Als je zaken fout ziet lopen, kun je altijd alsnog wetgeving ontwerpen om dat tegen te gaan. Niemand zag bijvoorbeeld tien jaar geleden het probleem van de macht van Big Tech aankomen. Daar kunnen we nu alsnog iets aan doen. Belangrijk is dat je het eerst, op Europees niveau, eens wordt over de kaders van die wetgeving. Dat gaat om onze fundamentele beginselen over grondrechten, vrijheid, rechtsstaat. We hebben nog geen helder ijkpunt om een goede digitale samenleving vorm te geven. Concreet kun je bijvoorbeeld vastleggen dat systemen geen besluiten mogen nemen waar geen mens aan te pas is gekomen.”

Farwerck vindt die fundamentele discussie belangrijker dan de uiteindelijke wetgeving. “Wetten zijn niet de oplossing voor alle problemen. Belangrijk is de mindset van de mensen die de systemen maken. Zo hebben wij binnen KPN een rode lijn getrokken: wij gebruiken data alleen om onze klanten te helpen – voor niets anders. Zo’n ethische discussie geeft meer richting dan wetgeving.

‘Nederland doet niet genoeg tegen cyberdreigingen’

En dan is er nog de dreiging van cybercriminaliteit. Dit lijkt onzichtbaar, maar mondde recent bijvoorbeeld uit in het wekenlang stilleggen van de VDL-fabrieken. “Cyberweerbaarheid is een rat race”, zegt Joost Farwerck, ceo van KPN. Hij is lid van de Cyber Security Raad, die in de zomer van 2021 pleitte voor een integrale aanpak voor betere cyberweerbaarheid.

“Bij KPN zien wij dagelijks honderden cyberaanvallen, op onze systemen of die van onze klanten. Het kan gaan om criminelen die op geld uit zijn, inmenging van buitenlandse mogendheden of zelfs terroristen die kritieke voorzieningen willen platleggen. Die dreigingen zijn reëel. De Nederlandse overheid en het bedrijfsleven doen daar veel aan, maar niet genoeg. We investeren minder dan omringende landen in het bestrijden van cybercriminaliteit en dreigen daardoor achter te gaan lopen. Bovendien is niet duidelijk wie de regie heeft. Het is aan ons als grote bedrijven om het onderwerp op de agenda te houden, aan de overheid om de regie op zich te nemen.”


Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van het papieren tijdschrift van SERmagazine. Dit verschijnt 5 keer per jaar.


SER-werkgroep Impact Digitale Transitie

De SER bracht de afgelopen jaren verkenningen uit over robotisering, digitalisering en de platformeconomie en de effecten daarvan op de arbeidsmarkt. De werkgroep Impact Digitale Transitie (opgericht najaar 2021) wil ervoor zorgen dat digitalisering een integraal onderwerp wordt bij alle adviestrajecten van de SER.

“Digitalisering was binnen de SER nog geen structureel onderwerp, terwijl het wel voor structurele veranderingen van de samenleving zorgt”, verklaart Carine van Oosteren, senior beleidsmedewerker bij de SER en lid van de werkgroep. “Techniek is vaak een enabler, een cruciale factor in het mogelijk maken van andere ontwikkelingen. In die zin speelt het, net als het onderwerp ‘Europa’, een rol bij zo’n beetje alle adviestrajecten van de SER. De werkgroep wil ervoor zorgen dat digitalisering daarom bij die adviestrajecten expliciet aandacht krijgt en aandacht vragen voor de kansen én schaduwkanten.”

De werkgroep houdt zich ook bezig met het scholingsvraagstuk dat digitalisering met zich meebrengt: nieuwe technologieën maken ‘een leven lang ontwikkelen’ belangrijker dan ooit. De werkgroep wil binnen de SER zorgen voor meer kennis over digitalisering. Daarnaast zal de werkgroep met verkenningen komen en bijeenkomsten organiseren. Van Oosteren: “Er worden al veel bijeenkomsten over digitalisering georganiseerd – dat hoeven wij uiteraard niet dubbel te doen. We zullen binnen het thema digitalisering kiezen voor subonderwerpen waarvoor naar ons idee te weinig aandacht is.”