SERmagazine

Staatssecretaris Maarten van Ooijen: ‘Ik wil horen wat jongeren er zélf van vinden’

Maarten van Ooijen (31), de jongste staatssecretaris in het kabinet, snapt wel dat jongeren soms het gevoel hebben dat de politiek hen vergeet. “In de grote vraagstukken van deze tijd, van klimaatcrisis tot woningnood, zitten jongeren in de hoek waar de klappen vallen.” In zijn inspanningen voor verbetering wil hij doorlopend met jongeren in gesprek blijven.

Tekst: Felix de Fijter

Of hij zich zorgen maakt om de jongeren in Nederland? Ja, eigenlijk wel, zegt Maarten van Ooijen, staatssecretaris Jeugd en Preventie. Maar sterker dan die zorgen is zijn optimisme, en zijn hoop op verbetering. “Want bij jongeren in Nederland tref je bijna altijd engagement aan. Betrokkenheid ook, en verantwoordelijkheidsbesef. Zo’n grondhouding is misschien wel belangrijker dan dat je de zaken voor jezelf op orde hebt.”

Lees door onder de foto

Staatssecretaris Maarten van Ooijen
Staatssecretaris Maarten van Ooijen | Foto: ANP / Robin Utrecht

Mentale welzijn van jongeren kreeg een opdoffer

Maar wie de cijfers kent, dat weet Van Ooijen ook wel, kan op dat engagement alleen niet vertrouwen. “De coronacrisis en de nasleep ervan hebben het mentale welzijn van jongeren een opdoffer gegeven; hun sociale netwerk is geslonken, het kost hun ook meer moeite om nieuwe contacten aan te gaan.”

‘Door de coronacrisis is hun sociale netwerk geslonken’

En hoewel de coronabeperkingen in elk geval voorlopig achter de rug zijn, is dat niet zomaar weer terug op het oude niveau. “Voor een groot deel wel, daar heb ik goede hoop op, maar juist de jongeren die al kwetsbaar waren vóór de coronacrisis, voor hen zal extra aandacht nodig zijn. Ja, ook vanuit de overheid.”

Mentale overbelasting van jongeren is sowieso een thema dat de afgelopen jaren om aandacht schreeuwt. De impact ervan zag en ziet Van Ooijen ook in zijn eigen omgeving. “Mentale stress kan jongeren opslokken. Jongeren kunnen echt gebukt gaan onder die dikke deken van moeizame gedachten, van vermoeidheid, van het gevoel nooit goed genoeg te zijn.”

Ziet u een oplossing?

“We moeten het gesprek aangaan met elkaar, en daarbij leren open te zijn over onze issues. Als dat nou eens zou lukken, dat je durft te zeggen waar je mee zit, om vervolgens ook van anderen te horen waar zij onder gebukt gaan. Dat kan zo’n opluchting geven. ‘O ja, joh? Heb jij dat ook?’”

Hoe vertaalt u dat naar beleid?

“We zijn nog bezig met de uitwerking van het coalitieakkoord, maar een belangrijk onderdeel van de aanpak, kan ik alvast zeggen, is gezamenlijkheid. Het Jongerenpanel Mentale Gezondheid is van start gegaan, hen ontmoet ik toevallig deze week op de hei. En wat mij betreft is dit panel primair aan zet. Zij zijn de spil waar het om draait in dit thema, niet de overheid met een programma.”

Jongerenorganisaties zeggen weleens dat het lijkt alsof ze in de beleidsvorming en politieke besluitvorming worden vergeten. Kunt u zich dat gevoel voorstellen?

“Ik begrijp dat wel. Al de grote vraagstukken waarmee we worden geconfronteerd, hebben veel impact op jongeren; de klimaatcrisis, de woningnood, de betaalbaarheid van het onderwijs; al die verschillende dossiers raken aan de levens van jongeren. De zoektocht is hoe we jongeren echt gaan betrekken bij de oplossing, en hen daarin ook echt een stem geven. Ik denk echt dat daar een deel van de oplossing zit. Ook als het gaat om het ontzettend complexe vraagstuk van de jeugdzorg en de verbeteringen die daar dringend nodig zijn.”

Nog even over die mentale stress. Het lijkt me voor een jonge staatssecretaris ook een uitdaging die zelf onder controle te houden.

“Zeker. En daar ben ik ook alert op. Als ik merk dat iets mij aangrijpt, als ik ergens mentaal van in de kreukels raak, privé of in mijn werk, dan moet ik opletten. Anders gaat het spoken in mijn hoofd. Mijn recept is: lopen. Wandelen. Het bos in, de wijk in, het groen in. Net zolang totdat ik merk dat er mentaal iets opgelost is. Een tweede is dat ik mijn zorgen of vragen altijd met iemand deel. Iemand die ik vertrouw, een goede vriend, mijn partner, een familielid. Als je woorden moet geven aan wat je dwarszit, helpt je dat ook jezelf weer te herpakken.”

U staat nog aan het begin van uw termijn. Welke doelen hebt u zich gesteld, als het over de positie van jongeren gaat?

“Verschillende. Het is cruciaal dat er belangrijke stappen worden gezet in de hervorming van de jeugdzorg. Dat moet structurele verbeteringen opleveren, over de hele linie. Dan heb ik het bijvoorbeeld over de afbouw van de gesloten jeugdzorg en het echt merkbaar verminderen van de bureaucratie. Een tweede doel zit ‘m in het preventiebeleid. We signaleren een paar verkeerde trends, wat overgewicht onder jongeren betreft bijvoorbeeld, en ook de afname van tabaksgebruik onder jongeren gaat me niet snel genoeg. Bij al die thema’s en in het vormgeven van het beleid daaromheen, is de rode draad dat ik wil weten en horen wat jongeren er zélf van vinden. Zij moeten eigenaar worden van de aanpak.”


Dit artikel verscheen ook in het papieren themanummer van SERmagazine ‘ Geef kinderen en jongeren een stem’.

Ook gratis abonnee worden?


Over Maarten van Ooijen

Maarten van Ooijen (1990) is staatssecretaris Jeugd en Preventie bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het jongste lid in het kabinet-Rutte IV. De ChristenUnie-politicus was tussen medio 2018 en begin dit jaar wethouder in de gemeente Utrecht.