SERmagazine

6 vragen over (hulp aan) werkende armen

Een baan maar toch niet kunnen rondkomen? Voor 220.000 Nederlanders is het de dagelijkse realiteit. Onder hen zijn werknemers én zelfstandigen. De SER heeft nagedacht over wat we kunnen doen om armoede onder werkenden terug te dringen. Zes vragen en antwoorden.

Tekst: Dorine van Kesteren

Aan het woord:

Peter Koppe
Peter Koppe
SER-beleidsmedewerker
 
 
 

1. Wie zijn die werkende armen?

Wanneer ben je precies arm? Daarvoor bestaan verschillende definities. De SER gaat in de verkenning Werken zonder armoede uit van het ‘niet veel maar toereikend’-criterium van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat beschouwt mensen als arm die onder de grens zitten van 1.135 euro voor alleenstaanden, 1.555 euro voor stellen zonder kinderen en 1.850 euro voor stellen met één kind. Binnen die budgetten zijn basisbehoeften opgenomen als voeding, kleding en wonen, aangevuld met een minimumbedrag voor ontspanning en sociale participatie.

Ongeveer 3 procent van alle werkenden leeft volgens deze definitie in armoede: ruim 220.000 mensen. 125.000 van hen zijn in loondienst en 95.000 werken als zelfstandige. De SER signaleert overigens dat werkenden die net boven deze grens verdienen, dezelfde problemen hebben.

Lees door onder de foto

Stichting Kledingbank in Rotterdam West Delfshaven
Kledingbank in Rotterdam | © ANP / Hans van Rhoon

Een heel diverse groep

De groep werkende armen is heel divers. Het zijn zowel werknemers als zelfstandigen, laag- en hoogopgeleiden, alleenstaanden en mensen met een gezin. “Toch zijn er wel een paar gemene delers”, zegt SER-beleidsmedewerker Peter Koppe. “De werknemers in kwestie hebben vaak laagbetaald en onregelmatig werk. Of het zijn parttimers die te weinig uren maken. De zzp’ers hebben een laag uurtarief. Een deel van hen is hoogopgeleid, zoals bijvoorbeeld kunstenaars en vertalers. Werkende armen hebben verder relatief vaak een laag opleidingsniveau, een migratieachtergrond en wonen vaker in de grote steden of aan de randen van Nederland.”

‘De werknemers in kwestie hebben vaak laagbetaald en onregelmatig werk’

2. Wat kan de landelijke overheid doen?

De rijksoverheid is verantwoordelijk voor de bestaanszekerheid van mensen. Zij kan sturen via sociale vangnetten, arbeidswetten, de belastingen en budgetten voor de uitvoering van beleid. Koppe: “Werk, eventueel in combinatie met inkomensondersteuning, moet voldoende zijn om niet arm te zijn. De SER stelt voor om het besteedbare inkomen van werkende armen te verhogen, zodat zij maandelijks onder aan de streep meer overhouden. Dat betekent dat het verschil tussen het bruto- en nettoloon kleiner moet worden.”

Het helpt ook als er meer inkomensstabiliteit en werkzekerheid komt voor mensen die onregelmatig werken, zoals oproepkrachten. Hiervoor staan maatregelen in het SER-advies over het sociaal-economisch beleid 2021-2025: Zekerheid voor mensen, een wendbare economie en herstel van de samenleving.

Dit advies bevat ook voorstellen om de positie van kwetsbare zzp’ers te verstevigen. Zo moeten zzp’ers met een uurtarief onder de 30 à 35 euro volgens de SER worden beschouwd als werknemers. Dat is alleen anders als een bedrijf kan aantonen dat er sprake is van echt ondernemerschap. Op deze manier wordt het makkelijker om een arbeidsovereenkomst – en dus meer financiële zekerheid – te claimen. De SER vindt ook dat er een breed toegankelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering moet komen voor zelfstandigen. Hiervoor heeft Stichting van de Arbeid in 2020 het voorstel Keuze voor zekerheid gedaan.

Inkomensondersteuning, zoals toeslagen, versimpelen

Het volgende idee is om het toeslagenstelsel en andere vormen van inkomensondersteuning eenvoudiger en effectiever te maken. “Het huidige systeem sluit niet goed aan bij de arbeidsmarkt waarin mensen wisselende inkomsten hebben. Zzp’ers en flexwerkers hebben grote moeite om alle beschikbare steun te krijgen en er gaat veel mis bij het berekenen van de juiste hoogte. Daardoor krijgen zij soms te maken met terugvorderingen – met allerlei financiële ellende tot gevolg als ze de toeslagen al hebben uitgegeven. Het leidt er bovendien toe dat mensen hun recht op inkomensondersteuning laten zitten en onnodig schulden opbouwen.”

‘Zzp’ers en flexwerkers hebben grote moeite om alle beschikbare steun te krijgen’

3. Moet het minimumloon omhoog?

Ja, zegt de SER, want onder de werkende armen zijn heel wat mensen die het minimumloon verdienen. De bijstands- en AOW-uitkeringen, die aan het minimumloon gekoppeld zijn, moeten meestijgen. Koppe: “Verhoging van het minimumloon staat niet op zichzelf: het is belangrijk om dit voorstel in samenhang met andere zaken te bezien. Stel bijvoorbeeld dat iemand hierdoor meer gaat verdienen, maar vervolgens wel toeslagen verliest, dan is het natuurlijk geen vooruitgang.”

De algemene veronderstelling is dat verhoging van het minimumloon kan leiden tot het verdwijnen van banen, maar economen debatteren over de omvang hiervan. Volgens het CPB zijn de gevolgen kleiner dan eerder werd aangenomen. Om de eventuele negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid zoveel mogelijk te beperken, wil de SER de werkgeverslasten van de sociale verzekeringen verlagen. “Dit is ook van belang voor de inclusieve arbeidsmarkt. Denk aan alle mensen met een arbeidsbeperking, die werken in de banenafspraak en van wie een aanzienlijk deel het minimumloon verdient. Die banen moeten wel behouden blijven.”

4. Wat verwacht de SER van gemeenten?

Gemeenten maken eigen beleid om de gevolgen van armoede voor hun inwoners te verzachten. Er zijn allerlei tegemoetkomingen voor minima, zoals kindpakketten, stadspassen voor korting en kwijtschelding van gemeentebelastingen. Een groot deel van de werkende armen maakt hier echter geen gebruik van. Omdat ze niet weten dat die regelingen er zijn of omdat ze denken dat die alleen bedoeld zijn voor bijstandsgerechtigden. Ook schaamte speelt een rol.

‘Vraag door bij iedereen die zich bij enig (gemeentelijk) loket meldt’

Omgekeerd zijn de werkende armen vaak niet goed in beeld bij de gemeente. De SER roept gemeenten dan ook op om deze mensen actiever op te sporen. “Achterhaal waar je hen kunt vinden, lanceer gerichte publiciteitscampagnes. Ga na welke zelfstandigen het langst gebruikmaken van de TOZO-regeling (tijdelijke inkomensondersteuning voor zzp’ers van wie het inkomen tijdens de coronacrisis wegviel); dit is de groep die het financieel moeilijk heeft. Ga samenwerken met werkgevers en andere partijen die kunnen doorverwijzen. Vraag door bij iedereen die zich bij enig (gemeentelijk) loket meldt; ook als de oorspronkelijke hulpvraag niets met armoede te maken heeft, kan het nodig zijn om iemand door te verwijzen naar de juiste hulp.”

Persoonlijk, betrouwbaar advies is nodig

Verder vindt de SER dat hulp op het gebied van armoede niet enkel digitaal moet plaatsvinden. “Dit vereist vaardigheden die niet iedereen heeft. Wij pleiten voor een laagdrempelige (fysieke) instantie waar mensen terechtkunnen voor persoonlijk en betrouwbaar advies over financiële vragen en inkomensregelingen zoals toeslagen, belastingen en gemeentelijke voorzieningen.”

Gemeenten mogen volgens de SER ook wat soepeler omgaan met bijstandsgerechtigden die werken naast de uitkering. “Alle inkomsten moeten worden verrekend met de uitkering. Zeker bij onregelmatig en tijdelijk werk kan dit leiden tot ingewikkelde berekeningen, late betalingen en correcties achteraf. Het is dus voor veel mensen lastig is om van tevoren te weten wat er met hun inkomen gebeurt als ze gaan werken. Dit is een gevolg van landelijke wettelijke voorschriften, maar zeker ook van de manier waarop gemeenten deze uitvoeren. Als mensen ook financieel iets overhouden van het werken, dan wordt het interessanter om betaald weer aan de slag te gaan”

5. En van werkgevers?

Werkgevers kunnen armoede signaleren, aldus Koppe. “Medewerkers met financiële problemen en/of schulden hebben vaker last van stress en concentratieproblemen. Dit gaat soms gepaard met een lagere productiviteit en ziekteverzuim. Andere rode vlaggen zijn beslag op het salaris of als mensen voortdurend om een voorschot vragen. Steeds meer werkgevers zijn zich bewust van deze problematiek, maar in de praktijk is het niet gemakkelijk bespreekbaar op de werkvloer. Het zou mooi zijn als werkgevers die veel te maken hebben met werknemers met financiële problemen, een directe lijn hebben met de juiste hulp- en dienstverlening op lokaal niveau. Want dan weten ze naar wie ze hun medewerkers kunnen doorverwijzen.”

‘Steeds meer werkgevers zijn zich bewust van deze problematiek’

Het is ook goed als werkgevers proberen te zorgen voor meer stabiliteit in uren en inkomen. “Dat kan door deeltijdbanen te vergroten voor mensen aan de basis van de arbeidsmarkt. Werkgevers kunnen ook werkvoorraad reserveren voor medewerkers die extra uren willen werken en bij vacatureruimte gericht kijken of er uitbreidingsmogelijkheden zijn voor mensen met weinig uren. Dit moet uiteraard bedrijfsmatig wel mogelijk zijn.”

6. Welke rol spelen ervaringsdeskundigen?

Mensen die zelf hebben meegemaakt hoe het is om een of meerdere baantjes te hebben en toch het einde van de maand niet te halen, beschikken over belangrijke ervaringskennis. “Beleidsmakers kunnen zich vaak geen voorstelling maken van de knelpunten waar werkende armen allemaal tegenaanlopen. Het is nuttig om het perspectief van de doelgroep – werkenden én werkgevers – mee te nemen bij het maken van beleid. Ook bij de hulpverlenende professionals kunnen gesprekken met ervaringsdeskundigen het begrip vergroten.”

De SER heeft bij het opstellen van deze verkenning zelf ook een beroep gedaan op ervaringsdeskundigen. “Zij vertelden hoe het is om niet zelf in je basisbehoeften te kunnen voorzien, geen alternatieven te hebben en vast te zitten in een situatie zonder perspectief. Het komt erop neer dat werk dat te weinig oplevert, slecht is voor het gevoel van waardigheid en het zelfrespect van mensen.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


SER-verkenning ‘Werken zonder armoede’

Armoede onder werknemers en zelfstandigen is hardnekkig. Het kabinet heeft de SER daarom in 2019 gevraagd te verkennen hoe we het aantal werkende armen kunnen terugdringen. In de verkenning Werken zonder armoede stelt de SER voor het besteedbaar inkomen van werkende armen te verhogen, het aantal werkuren te vergroten en de (gemeentelijke) dienstverlening voor werkenden met financiële problemen te verbeteren.