SERmagazine

Leerwerktrajecten voor nieuwkomers: 7 succesfactoren uit de praktijk

Werk is dé manier voor statushouders om een plek te vinden in Nederland. De combinatie van taal, opleiding en werk in de vorm van een leerwerktraject kan hen helpen om duurzaam aan de slag te gaan. Wat maakt zulke trajecten tot een succes? En welke obstakels zijn er? We vroegen het Seyit Yeyden van De Beroepentuin en Bart Colsen van Liemers Perspectief in Zorg en Techniek.

Tekst: Dorine van Kesteren

Aan het woord:

Seyit Yeyden
Seyit Yeyden,
initiatiefnemer De Beroepentuin
Bart Colsen
Bart Colsen,
projectleider Liemers Perspectief in Zorg en Techniek
 
 

Succesfactor 1: werk samen met werkgevers

De Beroepentuin stoomt statushouders klaar om aan de slag te gaan in de energietransitie. Dit doet de organisatie ook voor andere groepen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zoals mensen met een beperking en ex-gedetineerden. “De enorme verduurzamingsopgave zorgt voor langjarige werkgelegenheid. Wij leiden mensen op tot hulpmonteur van zonnepanelen, laadpalen en warmtepompen – beroepen met toekomst”, vertelt initiatiefnemer Seyit Yeyden. De Beroepentuin won onlangs de Award SER Diversiteit in Bedrijf in de categorie midden- en kleinbedrijf.

Het leerwerktraject is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met werkgevers. “Welke kennis en vaardigheden hebben mensen minimaal nodig om aan het werk te gaan als hulpmonteur? En hoe creëren we een leeromgeving waar zij die kunnen opdoen? Die vragen hebben we voorgelegd aan bedrijven. Samen met hen hebben we een gesimuleerde werkomgeving opgezet. Zij voorzien ook in leermeesters, materialen en gereedschappen. Op deze manier stemmen wij vraag en aanbod op elkaar af. En met resultaat: 75 procent van onze deelnemers raakt aan het werk.”

Lees door onder de foto

Leerwerktrajecten voor nieuwkomers
Leerwerktraject voor nieuwkomers | Foto: Jeroen Poortvliet

‘75 procent van onze deelnemers raakt aan het werk’

Liemers Perspectief in Zorg en Techniek werkt samen met werkgevers in de zorg en met bouw-, klus-, installatie- en schildersbedrijven. Bij de regionale sociale dienst, een van de initiatiefnemers, merkten ze dat twee groepen bijstandsgerechtigden met een migratieachtergrond duidelijk de aansluiting misten. “De eerste groep bestaat uit mannen die in het land van herkomst hebben gewerkt in de bouw, maar geen opleiding in die richting hebben. De tweede groep bestaat uit vrouwen met affiniteit met de zorg, maar zonder opleiding of werkervaring. Het mooie is dat dit in Nederland precies twee sectoren zijn met grote personeelstekorten”, zegt projectleider Bart Colsen.

Succesfactor 2: houd de vaart erin

In de Liemers, een streek in Gelderland, duurt het leerwerktraject twaalf weken: een module van vijf weken over leven en werken in Nederland, vervolgens een module van vijf weken rond vaktaal en vakcertificaten en als afsluiting een stage van twee weken bij een werkgever. Bij De Beroepentuin zijn de deelnemers tien weken onder de pannen: eerst twee weken beroepenoriëntatie, daarna acht weken vakinhoudelijke opleiding. Beide trajecten duren dus relatief kort – een bewuste keuze. Yeyden: “Als je de vaart erin houdt, behoud je het enthousiasme en de motivatie bij de deelnemers.”

De vakopleiding is nadrukkelijk gericht op de praktijk, vervolgt hij. “Bij deze doelgroep gaat de kennis van de handen naar het hoofd en terug. Je moet ze niet belasten met te veel theorie. Dat hebben we gaandeweg geleerd. Bijvoorbeeld: na de introductie van een halfuur op de eerste dag niet nog een berg informatie, maar hup, aan de gang. Het gaat echt alleen om de basis. Kandidaten die verdieping of verbreding zoeken, kunnen later verder in een reguliere mbo-opleiding.”

‘Beginners en gevorderden zitten door elkaar’

Bij De Beroepentuin stromen iedere week nieuwe deelnemers in. “Aanvankelijk werkten we met vaste groepen die op hetzelfde moment hetzelfde programma doorliepen. Maar dat hebben we losgelaten toen we ontdekten dat de een sneller leert dan de ander. Nu zitten beginners en gevorderden door elkaar. Prima, want dat is ook zo in een bedrijfsomgeving.”

Succesfactor 3: bied de taal doelgericht aan

Ook in het taalonderwijs is de link met de praktijk niet ver weg. “De deelnemers leren de taal die nodig is voor het halen van de officiële certificaten en voor het concrete werk dat zij gaan doen. Het voordeel van deze aanpak is dat het geleerde veel meer beklijft”, zegt Colsen. In de Liemers wordt het taalgedeelte verzorgd door een private taalschool. “Die is gespecialiseerd in de taal bij vakcertificaten, zoals veiligheid voor de bouw en aan- en uitkleden voor de zorg. De zorgmodule hebben ze helemaal op maat voor ons gemaakt.”

Yeyden: “Ieder beroep heeft ongeveer vierhonderd vakjargontermen. Wil je functioneren, dan moet je er daar minimaal vijftig van kennen. Onze kandidaten leren de vijftig meest relevante termen voor hun beroep. Die hebben we samen met taalinstituten geselecteerd.”

Succesfactor 4: zorg voor begeleiding op de werkvloer

Zodra hun basisvaardigheden in orde zijn en ze een veiligheidscertificaat hebben behaald, gaan de kandidaten van De Beroepentuin aan slag met een leerwerkcontract, met uitzicht op een vaste baan. Maar dan stoppen de bemoeienissen van de organisatie niet. Yeyden: “De eerste drie maanden zijn cruciaal. Bij problemen komen wij in actie. Alles kun je oplossen met uitleg voor de werkgever en extra begeleiding voor de kandidaat. Dat laatste doen onze leermeesters. Enkele van hen waren ooit zelf statushouder. Zij kunnen zich dus heel goed inleven in de kandidaten, dat scheelt enorm.”

‘Met een andere culturele achtergrond liggen misverstanden op de loer’

In de Liemers bieden ze eveneens interculturele jobcoaching aan. Colsen: “Als mensen aan het werk gaan, gaat het niet altijd automatisch goed. Zij hebben een andere culturele achtergrond en dan liggen misverstanden op de loer. Zo hebben we weleens meegemaakt dat iemand hulp van de baas ervaarde als gezichtsverlies en vervolgens niet meer kwam opdagen. Onze jobcoaches, die werken bij de taalschool, geven de kandidaten handvatten voor het sociale verkeer op de werkvloer. Denk aan kwesties als: kan ik het zeggen als ik iets niet begrijp? Waarom is het belangrijk dat ik interesse toon in mijn collega’s? Waar kan ik dan zoal over praten? Met redelijk kortdurende begeleiding – een paar maanden meestal – boeken we goede resultaten.”

Succesfactor 5: geef de deelnemers zelfvertrouwen

“De wil om verder te komen is bij bijna alle kandidaten aanwezig. Maar dat alleen is niet genoeg; zij hebben ook zelfvertrouwen nodig”, zegt Colsen. “Door praktische kennis aan te reiken over het leven hier, versterken we hun eigen autonomie. Ook respect speelt een belangrijke rol. Zo krijgen de deelnemers in de eerste fase uitgebreid de tijd om te vertellen hoe de dingen zijn geregeld in hun land van herkomst – Nederland is niet het vanzelfsprekende uitgangspunt. Hierdoor bloeien mensen op. Tot slot zorgt het halen van officiële certificaten voor trots en zelfvertrouwen.”

Colsen en zijn collega’s sturen niet enkel op betaald werk. “Door de focus te leggen op participatie in brede zin, staat er minder spanning op het traject. Het is mooi om te zien dat desondanks – of misschien wel juist daarom – op dit moment 25 procent van de deelnemers een baan heeft. En de rest doet vrijwilligerswerk, heeft een werkervaringsplek of volgt een opleiding. Al deze resultaten zijn waardevol: als mensen maar iets doen wat perspectief biedt.”

Succesfactor 6: maak afspraken over bereikbaarheid

In het begin kon De Beroepentuin de deelnemers niet altijd telefonisch bereiken. Verdraaid lastig als je afspraken wilt maken. Yeyden: “Veel vluchtelingen zijn huiverig om op te nemen als ze een onbekend nummer zien. Wij hebben dit bespreekbaar gemaakt en de deelnemers gevraagd om onze nummers in hun telefoon te zetten of afgesproken dat we altijd eerst een appje sturen voordat we bellen. Simpel, maar heel wezenlijk, want anders krijg je geen contact.”

Succesfactor 7: veranker de werkwijze

Het leerwerktraject in de Liemers wordt gesubsidieerd door de provincie Gelderland en loopt tot mei 2023. Colsen vindt het belangrijk dat de werkwijze al voor die tijd wordt verankerd. Hij denkt dat de nieuwe inburgeringswet, die op 1 januari 2022 in werking treedt, daarbij helpt. “Een van de basisprincipes van de nieuwe wet is dat alle nieuwkomers een duaal traject volgen, waarin het leren van de taal wordt gecombineerd met toeleiding naar een vorm van werk of participatie. Daar komt bij dat de regie straks terugkomt bij gemeenten, waar vluchtelingen de afgelopen jaren zelf verantwoordelijk waren voor hun inburgering. Dit geeft ons meer grip op de verschillende taalaanbieders en meer zicht op de voortgang bij iedere statushouder.”

De Beroepentuin begon ooit in Rotterdam en heeft inmiddels ook vestigingen in Utrecht, Den Haag, Schiedam en Drechtsteden. Het openen van een zesde vestiging staat op de rol, de ambitie is tien. Opschaling vraagt een grote investering, aldus Yeyden. “Een ruimte inrichten, bedrijven in de omgeving werven, samenwerking met onderwijs en overheden tot stand brengen. Het belangrijkste is echter de instroom van kandidaten. De meeste mensen komen bij ons binnen via de gemeenten. Het is dus zaak dat die zicht hebben op hun kaartenbakken en weten wat de statushouders kunnen en willen. Complicatie is dat veel gemeentelijke consulenten momenteel nog steeds thuiswerken door de coronamaatregelen. Alle contacten vinden dus telefonisch of per mail plaats. En dat werkt niet goed voor deze doelgroep.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.

Abonneer nu gratis


De Beroepentuin

SER-kennisdocument

De arbeidsmarktpositie van vluchtelingen met een verblijfsvergunning is zorgelijk. Dat bleek onlangs weer uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Na vijf jaar in Nederland is betaald werk voor slechts een kwart van hen de belangrijkste inkomstenbron. De SER pleit al langer voor een effectievere ondersteuning bij de toeleiding van statushouders naar werk, onder meer in de verkenning ‘Integratie door werk. Meer kansen op werk voor nieuwkomers’ uit 2019.
Nu heeft de SER samen met het ministerie van SZW een kennisdocument uitgebracht dat de succesfactoren van leerwerktrajecten voor deze groep in kaart brengt. De raad interviewde de projectleiders van zeventien initiatieven, in verschillende regio’s en branches. Onder meer over hun aanpak in de praktijk, de werkzame elementen en de mogelijkheden voor opschaling. Over deze bevindingen sprak de SER vervolgens met brancheorganisaties, maatschappelijke organisaties en overheden.
Een van de conclusies: aan succesvolle leerwerktrajecten voor mensen met een migratieachtergrond ligt een aantal bouwstenen ten grondslag. In het bijzonder begeleiding en taalaanbod op maat, goede samenwerking tussen betrokken partijen, aandacht voor inclusie op de werkvloer en expliciete ondersteuning van begeleiders en werkgevers.