SERmagazine

6 vragen over de verkenning van een landbouwakkoord

De landbouwsector heeft toekomstperspectief nodig. De opeenstapeling van milieuproblemen en sociaaleconomische uitdagingen vraagt om een integraal en breed gedragen landbouwakkoord. Hoe moet zo’n akkoord eruitzien en hoe moet het tot stand komen? De SER voerde een verkenning uit.

Berber Bijma

Naar duurzame toekomstperspectieven voor de landbouw, zo heet de landbouwverkenning van de SER. Deze kwam tot stand onder leiding van kroonleden Katrien Termeer en Anne Gerbrandy. Commissievoorzitter Termeer schetst de verkenning aan de hand van zes vragen.

Aan het woord:

Katrien Termeer
Katrien Termeer,
hoogleraar bestuurskunde Wageningen Universiteit en SER-kroonlid

1. Waarom eerst een verkenning en niet meteen om tafel voor een akkoord?

“Minister Schouten van Landbouw heeft naar aanleiding van een motie in de Tweede Kamer besloten eerst te laten onderzoeken of een landbouwakkoord zinvol is, in plaats van meteen partijen voor een akkoord bij elkaar te brengen. In de verkenning beschrijven wij de voorwaarden waaraan het proces en het akkoord moeten voldoen om zo succesvol mogelijk te zijn. De verkenning maakt het hele proces en de rol van de politiek daarbij dus transparanter dan wanneer je zonder voortraject zou gaan praten over aan akkoord.”

Lees door onder de foto

De boer is de koeien met restafval aan het voeren
De boer is de koeien met restafval aan het voeren | © ANP / Hans van Rhoon

2. De conclusie is dus dat een landbouwakkoord inderdaad zinvol is?

“Onder bepaalde voorwaarden zeker. Iedereen binnen en buiten de sector voelt de urgentie. Niet alleen om iets te doen aan klimaat, milieu en biodiversiteitsproblemen, maar ook om te werken aan perspectief voor de sector. Agrarische ondernemers en hun medewerkers willen een goede boterham kunnen verdienen met hun werk.

“Een breed gedragen akkoord zorgt ervoor dat de héle landbouwsector aan de slag gaat met de versnelling van een transitie naar een duurzame toekomst. Er gebeurt nu al heel veel goeds, maar niet overal. Met een akkoord zorg je dat iedereen gaat meedoen.

‘Een akkoord zorgt voor continuïteit van beleid en daarmee voor rust’

“Belangrijk is dat een akkoord zorgt voor continuïteit van beleid over meerdere jaren en daarmee voor rust. Je kunt nooit helemaal uitsluiten dat nieuwe kabinetten toch weer veranderingen willen, maar in een akkoord kun je waarborgen inbouwen – ook juridisch en financieel – om te zorgen voor zoveel mogelijk continuïteit. Tuinbouwers, veehouders, akkerbouwers en anderen in de sector moeten investeringen kunnen doen die minimaal een generatie mee gaan. Dat doe je als ondernemer alleen als je voor de langere termijn weet waar je aan toe bent.

“Een akkoord zou bovendien kunnen zorgen voor herstel van vertrouwen. Tussen de overheid en de landbouwsector, tussen boeren en burgers en zeker ook onderling in de landbouwsector. Discussies zijn nu vaak gepolariseerd. Het werken aan een gezamenlijk toekomstperspectief zal hopelijk helpen om tegenstellingen te verkleinen.”

3. Wanneer kunnen de gesprekken over een landbouwakkoord van start?

“Eerst moet de politiek de randvoorwaarden voor het akkoordproces en de normen voor de toekomst van een duurzame landbouw vastleggen. Dat is een belangrijke voorwaarde die wij in de verkenning stellen. Denk aan concrete normen voor bijvoorbeeld CO2, stikstof, die deels al zíjn vastgelegd in Europese regelgeving voor de komende jaren. Maar het gaat ook om normen voor bijvoorbeeld dierwelzijn en biodiversiteit.

‘Concrete normen, voor bijvoorbeeld stikstof en dierenwelzijn, zijn een belangrijke voorwaarde’

“Daarbij is ons advies aan het kabinet om bij het vaststellen van de normen niet de randen van bestaande wettelijke kaders op te zoeken. Bij de randvoorwaarden hoort ook dat de politiek de uitkomsten van het akkoord respecteert als die uitkomsten voldoen aan de gestelde randvoorwaarden. Als een volgend kabinet erin gaat shoppen, schaadt dat meteen weer het vertrouwen van de sector.”

4. Wat moet er in het akkoord komen te staan?

“Wij schetsen zeven transitiepaden die in een landbouwakkoord verder kunnen worden uitgewerkt. Die variëren van hightech- of biologische tot maatschappelijke ondernemingen of stoppen met het bedrijf. Ondernemers kunnen niet allemaal precies dezelfde transitie doormaken – dat is ook afhankelijk van het gebied waarin ze zitten.

“De ene onderneming leent zich misschien voor natuur- en landschapsbeheer, de andere voor energieproducerende kassen, een derde voor duurzame circulaire veehouderij of een combinatie met zorg. Ondernemers zouden meerdere transitiepaden binnen hun bedrijf kunnen combineren. In ieder geval moet íedere ondernemer in de sector aan de slag met verduurzaming. In het akkoordproces worden afspraken gemaakt zodat ieder transitiepad mogelijk wordt.

‘We moeten zorgen dat die goede boterham te verdienen ís in de duurzame landbouw’

“Een heel belangrijk element bij ieder transitiepad is het verdienmodel dat erbij hoort. We hebben voor onze verkenning met heel veel partijen uit de landbouwsector gesproken. Regelmatig kregen we te horen: ‘Dat zou ik ook wel willen als ik er een goede boterham mee kon verdienen.’ We moeten er dus voor zorgen dat die goede boterham te verdienen ís in de duurzame landbouw. Ook voor bedrijven die willen stoppen moeten goede afspraken worden gemaakt voor ondernemers en werknemers.”

5. Hoe ziet u de rol van de overheid in deze transitie?

“Belangrijk is dat het komende kabinet eerst de randvoorwaarden vaststelt voor een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouwsector. Daarna kunnen partijen uit de sector zelf aan de slag met een akkoord. Daarnaast is het belangrijk dat de overheid ervoor zorgt dat er niet langer middelen maar doelen worden voorgeschreven. Dat geeft ruimte aan ondernemerschap. Ook dat draagt bij aan het herwinnen van vertrouwen.

‘De overheid kan hindernissen in wet- en regelgeving wegnemen’

“Verder kan de overheid een rol spelen in het wegnemen van hindernissen in bestaande wet- en regelgeving die verduurzaming in de weg staan. Dat geldt bijvoorbeeld voor bepaalde regels op het gebied van mest en pacht. En uiteraard moet de overheid geld reserveren om de transitie de komende tien tot vijftien jaar te ondersteunen.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.


6. Hoe gaat het verder nu deze verkenning er ligt?

“Wij hopen dat onze verkenning wordt meegenomen in de formatie en in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Als een nieuw kabinet in het najaar de randvoorwaarden voor een akkoord kan vaststellen, kan er naar onze verwachting ongeveer een jaar later een landbouwakkoord liggen.

“Omdat sommige problemen zo urgent zijn dat langer uitstel niet mogelijk is, moeten daar nu al knopen over worden doorgehakt. De stikstofproblematiek kan bijvoorbeeld niet nog een jaar blijven liggen, maar wat ons betreft is dat de enige uitzondering. We pleiten ervoor dat alle andere onderwerpen die te maken hebben met een duurzame toekomst voor de landbouw, in onderlinge samenhang worden besproken. Juist die integraliteit biedt rust en perspectief.”