SERmagazine

‘Voor duurzame ketens zijn samenwerking én wetgeving nodig’

Al jaren zet Shirley Rijnsdorp-Schijvens zich met haar familiebedrijf in voor eerlijke lonen, duurzaamheid en milieu. De bedrijfskledingproducent is aangesloten bij het internationaal MVO-convenant Duurzame Kleding en Textiel. Net als de SER pleit zij voor meer impact door de samenwerking te combineren met wetgeving.

Elke van Riel

In rubriek Eigenwijs portretteren we een koploper met een geheel eigen aanpak. Dit keer: internationaal MVO-koploper Shirley Rijnsdorp-Schijvens

Net als de onderneming van Shirley Rijnsdorp-Schijvens, is een deel van de Nederlandse bedrijven aangesloten bij internationaal MVO-convenanten. Zij werken vrijwillig aan het op orde brengen van hun ketens als het gaat om risico’s voor mens en milieu. Maar hoe kunnen ook de achterblijvende bedrijven worden aangespoord zich in te spannen voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)? In het advies Samen naar duurzame ketenimpact pleit de SER voor de combinatie van verplichten door wetgeving en verbinden via samenwerking. Dit moet zorgen voor een gelijker speelveld én meer impact.

Bij Schijvens Corporate Fashion werken dertig mensen in Hilvarenbeek en vijftig in een atelierfabriekje in Turkije. Ook doet het bedrijf zaken met naaiateliers in Pakistan, India en Bangladesh. Shirley Schijvens is ceo van het familiebedrijf. Ze is daarnaast lid van de stuurgroep van het internationaal MVO-convenant Duurzame Kleding en Textiel.

Lees door onder de foto

Eigenwijs – IMVO-koploper Shirley Schijvens: ‘Voor duurzame ketens zijn samenwerking én wetgeving nodig’
© Kees Bennema

Waarom werkt Schijvens Corporate Fashion vrijwillig aan de internationale MVO-eisen?

“Dat heeft ermee te maken dat we een familiebedrijf zijn. Ik ben de vijfde generatie en wil het bedrijf straks goed doorgeven. Als wat je doet mogelijk niet goed is voor andere mensen of de planeet, dan wil je daar toch niet mee doorgaan? Als ondernemer wil ik wel winst maken, maar ik geloof ook dat alles in balans moet zijn.”

Wat hebben jullie al voor elkaar gekregen op dit gebied?

“Op sociaal gebied was tien jaar geleden de eerste stap het verkleinen van de keten. Die is nu compact en overzichtelijk. Zo zien we waar de problemen zitten, en kunnen we die met elkaar oplossen. Voor leefbaar loon hebben we samen met twee ngo's in de fabrieken in Turkije en Pakistan gevraagd wat mensen een redelijk salaris leek. Dat lag gemiddeld 30 procent boven waar ze op zaten. Verder recyclen we sinds vijf jaar grootschalig. Daarvoor kregen we dit jaar de Circular Award Business 2020.”

En wat gaat lastiger?

“Er moet dringend douanewetgeving komen die de circulaire economie ondersteunt. Dat zou veel tijd en geld schelen. Wij recyclen in Turkije, maar onze afgedragen bedrijfskleding komt daar niet door de douane vanwege antidumpwetgeving. Daarom moesten we een machine kopen die hier eerst alle kleding kapotmaakt en moest ik extra mensen aannemen.”

Wat levert internationaal MVO jouw bedrijf op?

“Het is fijn om dicht bij jezelf te blijven qua waarden. Zo vind ik rechtvaardigheid en goed omgaan met het milieu belangrijk. We hebben er leuke nieuwe klanten en leveranciers bij gekregen met dezelfde vibe. Het team functioneert goed en is er trots op in onze keten te werken. Dat kun je niet in geld uitdrukken, maar je wordt er een blijer mens van en het voelt zinvol.”

Wat gaat goed met het convenant en wat kan beter?

“De samenwerking gaat goed. Er is veel respect onderling en er wordt echt naar elkaar geluisterd. We maken ook veel stappen. Een grote ambitie is leefbaar loon. Ik sta erachter, maar het is geen kattenpis. Want de ambities vanuit het ministerie en de ngo's zijn groot. Helaas doet maar de helft van de markt mee met het convenant.”

Wat is er nodig om die andere helft mee te krijgen?

“Een verplichting is het enige dat helpt, anders hadden ze het allang gedaan. Wat ook helpt, is als de consument naar duurzame kleding vraagt. Die moet dan wel goed voorgelicht zijn. De overheid zou SIRE-achtige voorlichtingsspotjes kunnen maken. En misschien moeten we meer toe naar labels, zodat je als consument duidelijk kunt zien of je een duurzaam artikel koopt.”


Meer lezen? SERmagazine verschijnt ook 5 keer per jaar als papieren tijdschrift.


De SER pleit voor een combinatie van sectorale samenwerking en wetgeving. Wat vind je daarvan?

“Daar sta ik achter. Als ondernemer hecht ik aan vrijheid. Toch vind ik inmiddels echt dat er wetgeving moet komen. Beide aspecten versterken elkaar. Het lijkt nu alsof partijen die niet meedoen met het convenant denken: laat die convenantleden maar lekker in beeld zijn, dan hoeven wij niet met onze billen bloot.”
“Bij ons betalen klanten de echte prijs. Maar dat zorgt voor valse concurrentie. Dat kun je alleen maar tegengaan met wetgeving. Die moet dan niet halfbakken zijn, zodat iedereen er maar gemakkelijk aan mee kan doen. De wetgeving moet écht impact hebben.”


SER-advies Samen naar duurzame ketenimpact

In het advies Samen naar duurzame ketenimpact pleit de SER voor een brede wetgeving op het gebied van internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) in combinatie met samenwerking binnen sectoren. “Met wetgeving alleen komen we er niet”, zegt Mariëtte Hamer, voorzitter van de SER. “Ook de samenwerking binnen de keten is nodig om resultaten te bereiken.”
Katrien Termeer, voorzitter van de SER-commissie Internationaal MVO: “In verschillende landen wordt nu gewerkt aan wetgeving, dat is belangrijk. Als onderdeel van Europa kunnen wij invloed uitoefenen op wat er in andere landen en op EU-niveau gebeurt.”
Naar verwachting presenteert de Europese Commissie in het tweede kwartaal van 2021 een brede wettelijke verplichting rond internationaal MVO.