Platformeconomie krijgt vastere vorm. Nieuwe economie heeft regels en vangnet nodig

Steeds meer mensen verdienen geld in de platformeconomie. Maar vangnetten en regels zijn er nog niet. Een gesprek met Koen Frenken en Mies Westerveld over de kansen en risico’s van de platformeconomie. Mies Westerveld en Koen Frenken: ‘De platformeconomie moet het grijze circuit achter zich laten’
Felix de Fijter

Verhuren via Airbnb, schoonmaken via Helpling of een maaltijd aanbieden via Deliveroo. Basis van de platformeconomie zijn websites waar mensen komen om iets aan te bieden of af te nemen. Uit onderzoek van ING (nog niet afgerond) blijkt dat vrijwel elke sector zich leent voor een vorm van ‘platformisering’. Volgens Koen Frenken, hoogleraar Innovatiestudies aan de Universiteit van Utrecht, drijft de platformeconomie op ‘een set van standaarden die mensen gebruiken om economische of sociale interacties te organiseren’. Eén op de acht Nederlanders heeft inmiddels wel eens geld verdiend via een platform. ‘Al was het maar een kwartiertje vertaalwerk via Amazon Mechanical Turk.’ En één op de 25 Nederlanders verwerft er minimaal de helft van z’n inkomen mee.

Begin september hielden SER en CAOP een interne lunchbijeenkomst over de platformeconomie waar naast Frenken ook Mies Westerveld, hoogleraar Arbeidsrecht en sociale zekerheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam, sprak.

Andere regels

‘Platforms zijn op zichzelf niets nieuws’, zegt Frenken. ‘Vroeger waren er gidsen of tijdschriften die als intermediair fungeerden tussen vraag en aanbod. Het verschil met de online platforms van vandaag is dat die zich echt een eigen positie hebben verworven. Dat komt omdat ze zich als e-commercebedrijven manifesteren. Uber presenteert zich niet als taxidienst, maar als internetbedrijf. En voor internetbedrijven gelden nu eenmaal andere regels dan voor andere bedrijven.’

Vrijwel elke sector leent zich voor een vorm van platformisering

Een internetbedrijf kan bijvoorbeeld niet verantwoordelijk worden gehouden voor het aanbod dat de gebruikers erop plaatsen. ‘In Amsterdam mag je als Airbnbverhuurder maximaal vier personen huisvesten. Maar als iemand een huis voor twintig personen aanbiedt, dan wast Airbnb z’n handen in onschuld: daarvoor moet je bij de verhuurder zijn.’

Het slimme van platforms is dat de arbeid niet door henzelf wordt verricht, meent Westerveld. ‘Het platform is slechts een plaats waar vraag en aanbod elkaar vinden. De gebruikers beoordelen elkaar met een rating. Het echte werk, zoals de schoonmaak van de Airbnb-locaties, wordt door anderen gedaan.’

Informeel

In Nederland wordt de platformeconomie ook wel het ‘informele circuit’ genoemd. Westerveld vindt het een wat bedekkende term. ‘Alsof het werk dat er gebeurt eigenlijk niet door de beugel kan. En alsof het niet zo vreselijk omvangrijk is. Maar kijk eens om je heen: er zijn tal van landen waar de meerderheid van de bevolking het merendeel van haar inkomen in die informele economie verdient. We kunnen wel zeggen dat we dat niet moeten willen, maar beter is om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat het werk dat er gebeurt, gepaard gaat met sociale zekerheid, goede arbeidsomstandigheden en bescherming van werknemers.’

Frenken voegt toe: ‘We kunnen wel denken: ach, vroeger werd er ook arbeid verricht in het informele circuit en lieten we ons huis ook schoonmaken… Maar het platform van vandaag is geen onschuldige middle man. Sterker nog: het is een hybride tussen bedrijf, markt en overheid. Platforms handelen niet in goederen en schrijven geen uren, maar ze organiseren een marktplaats en daar verdienen ze geld mee. Het zijn dus bedrijven die de markt organiseren, maar geen vrije markt. Het platform bepaalt wie mee mag doen, door een pre-screening of door mensen van het platform af te kegelen als de reviews van de klanten negatief zijn. En ze bepalen dan ook nog de prijs. Helpling stelt bijvoorbeeld vast dat je 14,90 per uur moet betalen voor schoonmaak. Onderhandelen, ho maar.’

Werkgeversrol

De platforms hebben daarmee net als de overheid een regulerende rol, zegt Frenken. ‘Een platform vraagt niet om diploma’s, maar zij bepalen wel wie ze betrouwbaar en goed genoeg vinden. En als je wordt buitengesloten, heb je geen poot om op te staan. Om die reden zeggen steeds meer vakbonden: platforms zijn werkgevers. Zij bepalen en controleren de kwaliteit van je werk.’

‘De achterliggende vraag is al bijna zo oud als het arbeidsrecht’, haakt Westerveld in. ‘Als er iemand is die arbeid faciliteert én iemand die arbeid verricht, is er dan een arbeidsovereenkomst tussen die twee? Het kan zijn dat een rechter daar een keer ‘ja’ op gaat zeggen, zeker als de platforms meer en meer regels stellen en ook aanbieders weren. Maar dat maakt die platforms nog geen overheid. In andere sectoren van het bedrijfsleven worden ook regels gesteld en mensen beoordeeld.’

Frenken ziet wel degelijk overheidsaspiraties bij de platforms. ‘UberPop zei gewoon: onze chauffeurs hoeven geen vergunning te hebben, wij halen de rotte appels er zelf wel uit. Onze regels zijn zo goed, dat we geen overheidsregulering nodig hebben.’

Westerveld: ‘Sinds de jaren negentig is er vaak tegen het bedrijfsleven gezegd: regel zelf maar toezicht, geef zelf maar keurmerken af. Het verschil is dat de platforms zelf het initiatief nemen. En het grote punt is: we weten niet zeker of ze te goeder trouw zijn. Gaat er straks misschien een doos van Pandora open?’

Zij wil dat niet afwachten. ‘De grote stijging van het aantal zzp’ers heeft ons de laatste jaren verrast. We hebben gezien hoe de prijzen in veel sectoren onder druk zijn komen te staan. Laten we dat bij de platformeconomie voorkomen. Ook voor de platformeconomie moet het vertrekpunt zijn dat werkenden gelijke kansen hebben en aanspraak kunnen maken op deugdelijke arbeidsvoorwaarden en werkomstandigheden. Als het misgaat, mag een vangnet niet ontbreken.’

Vangnet

Hoe moet dat vangnet eruit zien? Dat is volgens Frenken en Westerveld een vraag aan de aanbieders, vragers en de overheid en ook aan de platforms zelf. ‘Ieder van hen heeft een eigen rol te vervullen. In Zweden denken de vakbonden bijvoorbeeld na over een overkoepelend overleg dat platforms keurmerken geeft of sociale zekerheden collectief kan regelen. Op andere plaatsen richten zelfstandigen zelf een platform op om de concurrentie aan te gaan. Ook kun je denken aan een Facebookgroep van vakgenoten die samen de media opzoeken, slechte PR genereren voor onderpresterende platforms en zo een onderhandelingspositie creëren.’

Als mensen tegen elkaar worden uitgespeeld, gaan ze zich organiseren

De overheid organiseert zich inmiddels ook. Frenken: ‘De gemeente Amsterdam zit in een overleg met andere wereldsteden om een gezamenlijke lijn richting Airbnb te bepalen.’

Collectivisering

Volgens Frenken en Westerveld is het ook in het belang van de platforms zelf om het ‘grijze circuit’ achter zich te laten. ‘Hoe meer ze via het platform regelen, hoe lastiger het wordt voor nieuwe platforms om met een concurrerend alternatief te komen.’

Frenken is ervan overtuigd dat de platformeconomie geleidelijk wordt ingepast in het stelsel van sociale zekerheid. ‘Historisch gezien is dat te verwachten. Als mensen tegen elkaar worden uitgespeeld, gaan ze zich organiseren.’

Westerveld verwacht ook dat de organisatiegraad van werknemers in de platformeconomie zal stijgen. ‘Je ziet dat het bij zzp’ers de goede kant op gaat, al heeft dat tijd nodig gehad. We kunnen nog helemaal niet inschatten hoe groot de platformeconomie wordt, maar ik denk ik dat we aan het begin staan van nieuwe vormen van collectivisering.’