Home | Publicaties | SERmagazine | 2017 | september 2017 | Filosoof Henk Oosterling over de toekomst van het onderwijs

Filosoof Henk Oosterling over de toekomst van het onderwijs

Wat kinderen nodig hebben

Als er iets is dat kinderen in 2050 nodig hebben, dan is dat media- en eco-wijsheid. En niet alleen cognitieve vaardigheden, maar ook hart- en handenvaardigheden. De Rotterdamse filosoof Henk Oosterling heeft een uitgesproken visie op de toekomst van onderwijs en op het belang van ‘doendenken’.

Elke van Riel

Het appartement van Henk Oosterling ligt op steenworp afstand van de Erasmusbrug, op het Noordereiland. Aan de muur een grote afbeelding van deze brug. Maar schuifdeuren van hout en rijstpapier, boeddhabeelden, een gong en Oosterse zwaarden maken de sfeer toch vooral Japans. Oosterling was ooit Nederlands kampioen kendo, een Japanse zwaardvechtsport. In zijn visie op onderwijs integreert hij het westerse en oosterse denken.

Hij is net met pensioen. Daarvoor was hij universitair hoofddocent filosofie aan de Erasmus Universiteit en directeur van het door hem bedachte onderwijsvernieuwingsproject Rotterdam Vakmanstad. Daar zet hij zich nog steeds voor in als adviseur. Op vier basisscholen in achterstandswijken krijgen kinderen naast de reguliere lessen ook lessen in de Oosterse vechtsporten judo en aikido en in filosofie, techniek, koken en tuinieren. Het project heeft inmiddels een vervolg gekregen in het (v)mbo.

Op de Bloemhofschool waar het project in 2004 startte, is de Cito-score van ‘zeer matig’ gestegen naar ‘gemiddeld’. In 2014 ging 29 procent van de leerlingen naar havo en vwo. De effecten op de sociale vaardigheden worden nog onderzocht. Het project geniet niet alleen de belangstelling van Nederlandse bestuurders, beleidsmakers en politici, maar ook van bezoekers uit onder meer Japan, Zweden, Indonesië, Engeland en de Franse banlieus.

Wat is uw droom voor het onderwijs in 2050?

‘Dat kinderen leren dat er geen scheiding is tussen wat je met je hoofd, je hart of je handen doet. Het huidige onderwijs legt veel te veel nadruk op de cognitieve vakken. Voor kinderen is het belangrijk om besef te hebben van hun lichaam en te oefenen met praktijksituaties. Dus meer aandacht voor culturele vakken en vakken gericht op lichaamscultuur: sport, nadenken over voedsel en koken. Binnen Vakmanstad noemen we dat doendenken.

Mijn droom is ook dat scholen knopen in een wijknetwerk worden en meer samenwerken met ouders, de overheid en andere stakeholders. En vooral dat het onderwijs in 2050 nieuwe geletterdheden aanbiedt: mediawijsheid en eco-wijsheid. Want wij zijn in deze wereld digitaal en globaal met elkaar verbonden. Wat op globaal niveau gebeurt, heeft effect op lokaal niveau. Samenleven met verschillende culturen wordt nog belangrijker. Rotterdam kent nu al zo’n 178 etniciteiten. Dat vergt intercultureel denken en doen.’

Wat bedoelt u precies met mediawijsheid?

‘Media vervullen een cruciale rol in onze dagelijkse communicatie, interacties en transacties. De media zijn zo snel complexer geworden dat we te weinig inzicht hebben in de effecten ervan. Daarin moeten we dus opgevoed worden. Kinderen leren op school met een computer om te gaan, maar moeten ook leren wat een computer met hen doet. Pesten via een mobieltje heeft een veel groter effect dan iets roepen op het schoolplein. Mediawijsheid gaat dus niet alleen over de instrumentele verhouding tot media, maar ook over de sociaal-culturele dimensie ervan.’

En ecowijsheid?

‘Bij ecowijsheid gaat het om duurzaamheid. De klimaatverandering maakt niet alleen een energietransitie noodzakelijk, maar betekent ook dat we anders moeten gaan delen. Ecowijsheid gaat over vragen als: hoe kunnen we de rechtvaardigheid op mondiaal niveau bevorderen? Hoe gaan we iedereen voeden? Gaan we insecten eten en kunstvlees maken? Moeten we vegetariër worden?

Ecowijsheid heeft drie lagen. Binnen Vakmanstad noemen we dat ECO3. Sustainability is de onderste, fysieke laag. De andere twee lagen zijn sociale en mentale duurzaamheid. Sociale duurzaamheid betekent dat we meer solidair en empathisch over onze relaties nadenken. Niet alleen hier, maar ook in Afrika en Azië. Als je niet wilt dat mensen daarvandaan hierheen komen, is er meer mondiale rechtvaardigheid nodig.

De klimaatverandering betekent ook dat we anders gaan delen
 

Solidariteit heette dat vroeger. Mentale duurzaamheid is nodig, omdat de samenleving snel verandert. De tragiek van het onderwijs is dat docenten uit een wereld komen die voorbij is en moeten opleiden voor een wereld die er nog niet is. Dat vraagt om een leven lang leren.’

Is het in 2050 gewoon geworden om een leven lang te leren?

‘Dat is de vraag. Een leven lang leren veronderstelt namelijk allereerst interesse: je blijft geïnteresseerd in de interacties die je in je professionele leven opdoet en je past nieuwe, al dan niet gepopulariseerde wetenschappelijke inzichten toe in je werk en leven. Helaas, als er in het huidige basisonderwijs iets afgeleerd wordt, dan is het wel de voor deze geïnteresseerdheid benodigde openheid en verwondering.’

Wat zijn de belangrijkste vaardigheden die we in 2050 nodig hebben?

‘De belangrijkste vaardigheden voor de 21ste eeuw zijn 4 c’s: communication, collaboration, critical thinking en creative innovation.

Zou het onderwijs zich vooral op die vaardigheden moeten richten?

‘Skills zijn belangrijk, maar je moet eerst weten: waarom en waartoe doen we iets? Wat voor soort samenleving willen we hebben? Op welke waarden is die gebaseerd? En wat voor soort mensen zijn daarvoor nodig? Over dit soort fundamentele vragen wordt veel te weinig nagedacht. Filosofen kunnen hierin een rol spelen. Zij zijn immers opgeleid om integraal te denken en beschikken over drie van de vier skills: communication, critical thinking en creative innovation. Collaboration is wat moeilijker, want filosofen zijn allemaal eigenheimers. Ikzelf ook.’

Zou filosofie een verplicht vak moeten zijn?

‘Jazeker. Je kunt dit koppelen aan ecowijsheid en mediawijsheid. Kinderen doen veel met mobieltjes, maar in een persoonlijk gesprek dialogiseren, argumenteren, gevoelens uiten en analyseren zijn vaardigheden die je nooit met een mobieltje kunt ontwikkelen. Bij filosofische gesprekken leren kinderen ook naar elkaar luisteren en omgaan met andere meningen. Dat bevordert tolerantie en respect.’

Is leren samenleven een taak voor het onderwijs?

‘Die taak ligt allereerst bij de ouders. Je kunt dat niet aan de school uitbesteden en al helemaal niet aan de overheid. Maar het gezin moet daarin wel gefaciliteerd worden en daar komt de overheid weer binnen. Het onderwijs kan de opvoeding ondersteunen. Dat gebeurt binnen Vakmanstad. School en ouders werken daarin samen.’

Zijn docenten wel toegerust voor het onderwijs waar u van droomt?

‘Nee. Nu zijn we bij het echte probleem: de pabo’s moeten veranderen. Als we het basisonderwijs echt willen transformeren, zullen de pabo’s nu als de sodemieter dingen moeten aanpakken. Dat is moeilijk, want pabo’s zijn gesloten organisaties. Maar je ziet binnen het onderwijs wel een voorhoede ontstaan die nieuwe dingen ontwikkelt. Laten we die voorhoede in ieder geval versterken.’

Hoe kan de overheid dit stimuleren?

‘Door te laten zien dat de overheid zelf ook een lerende organisatie is die openstaat voor nieuwe informatie en daarin meegaat. De overheid is geen ideologisch bepaalde, sturende instantie meer. Soms moet ze louter dereguleren om ruimte te creëren voor andere partijen om creatieve arrangementen te organiseren, zoals dat binnen Vakmanstad gebeurt. Wij zijn zelf ook een lerende organisatie.

Als we het basisonderwijs echt willen transformeren, moeten de pabo’s dingen anders aanpakken
 

We bieden geen model of blauwdruk, maar we ontwerpen wel scenario’s die anderen lokaal kunnen uitwerken.’

Denkt u dat uw droom voor het onderwijs uitkomt?

‘Veel bestuurders en beleidsmakers zijn enthousiast over Vakmanstad. Steeds meer mensen beseffen dat we naar een andere samenleving toegaan en dat het onderwijs ook moet veranderen. Op veel scholen is het vak filosofie ingevoerd. De Raad voor Cultuur hamerde al in 2006 op het belang van mediawijsheid. Het gaat dus de goede kant op, maar het blijft toch nog vaak bij een stukje hier en een stukje daar. Het is niet integraal genoeg.’

Wie is Henk Oosterling?

Henk Oosterling (1952, Rotterdam) komt uit een havenarbeidersgezin. Na de mulo, havo en pedagogische academie deed hij op z’n 22ste staatsexamen gymnasium en studeerde hij filosofie en Japans in Leiden. In 1985 studeerde hij af in filosofie aan de Erasmus Universiteit en in 1996 promoveerde hij er. Beide cum laude. Oosterling was vanaf 2001 universitair hoofddocent filosofie aan de Erasmus Universiteit. In 2007 nam hij voor de helft ontslag om tijd te kunnen steken in de ontwikkeling van Rotterdam Vakmanstad. Hij kreeg hiervoor de Laurenspenning (2008) en de Lof der Zotheid-speld (2016). Zijn jongste boek is het autobiografische Waar geen wil is, is een weg. Doendenken tussen Europa en Japan (2016).

SERmagazine nr. 9 september 2017

SERmagazine in PDF

Inhoudsopgave

Alles over het thema