Iemand die ik graag citeer, is Arie Groeneveld, voorzitter van de voormalige Industriebond NVV. Vorig jaar kreeg ik een brochure uit december 1974 onder ogen: Fijn is anders. Een pamflet met de uitgangspunten voor het werk van Industriebond NVV, waarin ik Groenevelds stem duidelijk herken.

Het pamflet ademt de tijdgeest van de jaren ’70. De tekst is doorspekt met citaten van wereldberoemde staatslieden, zoals Franklin Delano Roosevelt: ‘Een radicaal is iemand die stevig zijn beide voeten in de lucht heeft.’

Tegelijk is het pamflet zijn tijd ver vooruit. Het roept op tot matiging om onze hulpbronnen te sparen en het milieu te behouden voor onze kinderen. Ook roept het op tot internationaal vakbondswerk om multinationale ondernemingen op wereldniveau het hoofd te kunnen bieden.

Het pamflet is een aanklacht tegen het kapitalisme en kiest stevig positie tegen het poldermodel, in een tijd waarin de relatie tussen vakbonden en politiek nog niet vanzelfsprekend was: ‘We laten ons geen medeverantwoordelijkheid in de schoenen schuiven voor iets dat we niet willen: een kapitalistische maatschappij.’

Nadere lezing van het betreffende hoofdstuk geeft een genuanceerder beeld van de opvatting van de bond over de SER en de Stichting van de Arbeid. Een beeld dat past bij mijn eigen opvattingen over de rol van vakbonden. Een vakbond dient de belangen van zijn leden te vertegenwoordigen en de middelen te kiezen die dat doel het best dienen: krachtdadig verzet, een staking of een bezetting. Maar zeker ook en misschien wel vooral: overleg. Overleg op alle denkbare niveaus.

Tegelijk hoor ik de stem van Arie Groeneveld in het pamflet zeggen dat we als vakbond soms terughoudend moeten zijn in dat overleg. ‘Niet om onze verantwoordelijkheid te ontlopen, maar om die neer te leggen waar zij hoort. U hoort nog van ons.’

Kitty Jong
Vicevoorzitter Dagelijks Bestuur FNV

SERmagazine nr. 12 - december 2017 / nr. 1 - januari 2018
SERmagazine
Raadslid – drs. C.G. (Kitty) Jong