Home | Publicaties | SERmagazine | 2014 | september 2014 | Mariëtte Hamer treedt aan als SER-voorzitter

Mariëtte Hamer treedt aan als SER-voorzitter

‘Samen een stap verder komen’

Met zestien Kamerjaren hoorde ze bij de drie langst zittende Tweede Kamerleden. Op 10 september verhuist ze van het Binnenhof naar het SER-gebouw. Mariëtte Hamer wil de brug slaan tussen sociale partners, kroonleden en de politiek. ‘SER-adviezen moeten niet in de la verdwijnen, maar actief worden verspreid en opgepakt.’

Corien Lambregtse

Nog geen twee weken na haar benoeming tot SER-voorzitter treedt Mariette Hamer al aan in haar nieuwe functie. Ze stond bekend als een ‘fel geëngageerde sociaal-democrate’. Maar als SER-voorzitter is ze er voor iedereen: werkgevers, werknemers en kroonleden. ‘Ik heb mijn PvdA-jas dus meteen uitgedaan, want de functies van Kamerlid en SER-voorzitter zijn niet te combineren. Als SER-voorzitter moet je onafhankelijk zijn.’

Is het SER-voorzitterschap de baan waar u ooit van had gedroomd?

‘Haha, nee, ik heb de SER pas in de politiek goed leren kennen. Vooral nadat ik de sociale dossiers ging doen en in de tijd dat ik fractievoorzitter was. Ik ben bij verschillende sociale akkoorden betrokken geweest. Daardoor ben ik steeds meer gaan zien hoe belangrijk de SER is. Toen Wiebe Draijer dit voorjaar zijn vertrek aankondigde, groeide langzaam de gedachte dat ik die plek heel erg leuk zou vinden. Door mijn jarenlange ervaring spreek ik de taal van de werknemers, van ondernemers en van kroonleden. Ik vind het leuk om die werelden bij elkaar te brengen.’

De werknemers zijn natuurlijk blij met u en uw rode hart. Maar hoe zit het met de werkgevers?

‘Laat ik ze geruststellen: mijn beide opa’s waren zzp’ers. De ene opa had een melkkar, de andere een eenmans-herenkapperszaak. Ik heb dus wel iets van ondernemerschap meegekregen. En voordat ik de politiek inging, heb ik jarenlang leiding gegeven aan een centrum voor volwasseneneducatie. Daar was ook echt wel ondernemerszin bij nodig. Ik ben goed in het zoeken naar wat partijen verbindt. De werkgevers zijn, net als de werknemers, vast en zeker in staat om hun eigen punten naar voren te brengen, ik vind het een uitdaging om partijen bij elkaar te brengen en bruggen te slaan.’

U hebt een reputatie als ras-onderhandelaar. Wat is het geheim van succesvol onderhandelen?

‘Het begint met je verdiepen in de belangen van de tegenstander. Wat wil die tegenstander, wat drijft hem, waar zit hij precies? Vervolgens ga je op zoek naar punten waarin je elkaar kunt vinden. Daar ga je dan naar toe werken. En als het vast dreigt te lopen, kan humor ontzettend helpen.’

U staat ook bekend als vergadertijger.

‘Ik houd zeker niet van oeverloos vergaderen. Als voorzitter van de Vaste Kamercommissie EZ heb ik me er juist voor ingezet om effectiever te vergaderen en sneller besluiten te nemen. Ik ben niet iemand die eindeloos komma’s blijft verschuiven, maar ik weet wel dat een komma soms het verschil kan maken.’

Ik ben niet iemand die eindeloos komma’s
blijft verschuiven, maar een komma kan
soms wel het verschil maken
 

Er is veel kritiek op het eindeloze gepolder en daarmee ook op de vergadercultuur van de SER. Hoe ziet u dat?

‘De laatste jaren is er veel gedaan om de buitenwereld bij adviezen te betrekken en daarmee het draagvlak voor oplossingen te vergroten. Het hangt van de adviesaanvraag af hoeveel tijd er nodig is om een advies op te stellen. De ene keer zal een klein en snel advies voldoende zijn, bij andere vraagstukken is wellicht een verkenning mogelijk, maar een deel van de vraagstukken zal toch meer tijd blijven vergen. Maar ook dan kunnen we samen een deadline stellen en blijven zitten tot we er uit zijn.’

De SER is bezig met een omslag:
de buitenwereld wordt veel meer
bij adviezen betrokken
  

Denkt u dat de SER erin zal slagen om relevant te blijven?

‘De rol van de sociale partners en de kroonleden is belangrijk en uniek. Dit kabinet zou er niet meer zijn zonder het vorig jaar gesloten sociaal akkoord. De uitdaging voor de SER is om ervoor te zorgen dat de adviezen niet in een la verdwijnen, maar daadwerkelijk in praktijk worden gebracht. Wiebe Draijer heeft de buitenwereld meer betrokken bij de totstandkoming van adviezen. Ik zou dat ook graag willen doen voor het traject na aflevering van het advies. We moeten de adviezen dichter bij burgers en politiek brengen, ze breed verspreiden en er met betrokkenen over discussiëren. De SER maakt adviezen voor de politiek, laten we zorgen dat de politiek daar ook concreet wat mee gaat doen.’

Heeft u wel eens gedacht dat de SER te veel op de stoel van de politiek ging zitten en het primaat wilde overnemen?

‘Ik vind een discussie over waar het primaat ligt, bij de politiek of de sociale partners, totaal niet interessant. Interessant is of je er met elkaar uit komt. De politiek heeft de sociale partners de afgelopen jaren bij verschillende kwesties de ruimte gegeven om zelf met oplossingen te komen. Bijvoorbeeld voor de pensioenleeftijd en het ontslagrecht.’

De discussie over waar het primaat ligt, 
is totaal niet interessant
 

Welke belangrijke adviezen zijn er de komende tijd te verwachten?

‘We zitten momenteel volop in de discussie over het pensioenstelsel en de flexibele arbeidsmarkt. We zitten ook volop in de uitwerking van het Energieakkoord. Er staan veel belangrijke punten op de agenda. Ik vertrouw erop dat de sociale partners de bereidheid hebben om samen tot oplossingen te komen. Daarnaast wil ik de politiek ook oproepen om meer gebruik te maken van de mogelijkheid om vraagstukken bij ons neer te leggen. Daar ga ik me in ieder geval voor inzetten.’

Is de SER niet wat te saai voor u?

‘Ik ga heus niet rustig op mijn stoel zitten. Ik heb heel veel zin, energie en ideeën om aan de gang te gaan. Ik verheug me erop om met werkgevers, werknemers, kroonleden samen te werken en ik hoop ook samen met hen op pad te gaan om te kijken hoe dingen in de praktijk gaan. Draijer zei in zijn afscheidsinterview over de nieuwe voorzitter dat het iemand zou moeten zijn die dienstbaar, geduldig en vasthoudend is. Ik geloof dat ik dat ben. Ik wil dienstbaar zijn aan werkgevers, werknemers en kroonleden. Ik wil ook dienstbaar zijn aan de politiek, als ontvanger van de adviezen, en aan de burgers, voor wie de adviezen uiteindelijk worden geschreven. Het is mijn kracht om de verbinding te zoeken. Ik weet dat ik het geduld en de vasthoudendheid heb om het punt te bereiken waar we naar toe willen. Het gaat erom dat we samen een stap verder komen.’

Wie is Mariëtte Hamer?


Mariëtte Hamer (1958, Amsterdam) was sinds 1998 lid van de Tweede Kamer. Van 2008 tot 2011 was zij fractievoorzitter van de PvdA-fractie. De laatste jaren was ze onder meer voorzitter van de Vaste Kamercommissie voor Economische Zaken, Landbouw en Innovatie en tevens woordvoerder op het terrein van sociale zaken, arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en arbeid en zorg. Voor haar politieke loopbaan was ze onder andere hoofd van de afdeling Strategisch Beleid en Beleidsverkenningen bij de directie HBO van het ministerie van OCW, en directeur van een instelling voor volwassenenonderwijs. Hamer studeerde Algemene Taalwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en volgde de Lerarenopleiding (Nederlands en Omgangskunde). In 1984 richtte ze de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb) op, waarvan zij de eerste voorzitter werd.