Home | Publicaties | SER-adviezen | 2010 - 2017 | 2013 | Verbreding draagvlak cao-afspraken

Verbreding draagvlak cao-afspraken

Advies 2013/03: 23 augustus 2013 (Commissie Arbeids- en Ondernemingsrecht)

Het cao-stelsel is van essentieel belang voor de arbeidsverhoudingen in Nederland. Is er voldoende draagvlak en steun voor cao-afspraken en cao-stelsel bij sociale partners? Momenteel wel, maar met het oog op de toekomst moeten cao-partijen (werkgeversorganisaties, vakbonden) blijven werken aan een breed draagvlak voor de cao. Bijvoorbeeld door de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de cao (verder) te vergroten en vooral door werknemers (ook niet-vakbondsleden) meer te betrekken bij het tot stand komen van een cao.

Download:Volledig advies (2205 kB)

Voldoende draagvlak voor cao
Ongeveer 80 procent van de Nederlandse werknemers (ruim 6 miljoen mensen) valt onder een cao. Uit onderzoek blijkt dat werknemers, maar ook werkgevers, cao-afspraken positief beoordelen. Daarbij is er nauwelijks verschil in waardering tussen de leden (van werkgeversorganisaties en vakbonden die de cao afsluiten) en de niet-leden.
Wel bestaat er zorg over de samenhang tussen de organisatiegraad van werknemers en het draagvlak van de cao. Nu is ongeveer 20 procent van de werknemers lid van een vakbond. Daarbij speelt een rol dat in Nederland werknemers die geen lid zijn van een vakbond toch kunnen profiteren van de cao (free riders-effect). De werkgever die is gebonden aan een cao moet deze volgens de wet namelijk toepassen op al zijn werknemers, dus leden en niet-leden.

Zo veel mogelijk werknemers betrekken bij cao-overleg
De SER vindt het noodzakelijk dat zo veel mogelijk werknemers worden betrokken bij het cao-overleg. Dat kan een lage organisatiegraad compenseren en de legitimiteit van de vakbonden in het cao-overleg versterken. De SER constateert dat cao-partijen inmiddels initiatieven hebben genomen om ook niet-leden bij het cao-overleg te betrekken. Hij roept hen op hiermee door te gaan en het proces waar nodig te intensiveren.

Flexibel instrument
Voor de relevantie van de cao – en daarmee ook voor het draagvlak – is nodig dat de cao rekening houdt met ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, zoals de toenemende individualisering en flexibilisering.
De flexibiliteit van het cao-instrument stelt partijen hiertoe ook in staat. In het recente verleden heeft dit geleid tot het inbrengen van nieuwe onderwerpen zoals persoonlijke scholingsbudgetten, inspanningen voor duurzame inzetbaarheid, erkenning van verworven competenties en ‘van werk naar werk’-trajecten. Daarbij is in bijna alle cao’s maatwerk mogelijk.

Veranderingen op de arbeidsmarkt
Een opvallende ontwikkeling op de arbeidsmarkt betreft de opkomst van zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Als ondernemers vallen zij in beginsel niet onder de cao en dit is van invloed op de betekenis van de cao in de desbetreffende sector. Dat geldt ook voor het toegenomen aantal buitenlandse werknemers, waarop ook lang niet altijd de cao’s worden toegepast.
Bij oneigenlijke concurrentie, bijvoorbeeld door schijnconstructies, is handhaving de aangewezen methode om draagvlak voor de cao’s te behouden. Daarover zijn afspraken gemaakt in het recente Sociaal Akkoord en in het Actieplan aanpak schijnconstructies.

Verder is het aan cao-partijen om op nieuwe ontwikkelingen een antwoord formuleren en zo het draagvlak voor de cao te versterken. Een mogelijkheid is om zzp’ers te laten deelnemen aan opleidingen die via een cao zijn geregeld.
Aanleiding voor de adviesaanvraag waren enkele debatten in de Tweede Kamer over het stelsel van cao’s en algemeen verbindend verklaring.
Zie verder: Veelgestelde vragen en Persberichten