Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2006 | Voorkomen arbeidsmarktknelpunten collectieve sector

Voorkomen arbeidsmarktknelpunten collectieve sector

Advies 2006/04 - 19 mei 2006
De SER heeft in een unaniem advies aan het kabinet zijn grote zorg uitgesproken over dreigende knelpunten op de arbeidsmarkt voor zorg, welzijn en onderwijs. De vergrijzing speelt hierbij een belangrijke rol. In de onderwijssector ontstaat een grote vervangingsvraag doordat veel leerkrachten met pensioen gaan; in de zorgsector neemt de vraag naar personeel toe door een stijgende zorgconsumptie. Een stijgende vraag naar personeel in de collectieve sector kan een druk leggen op de arbeidsmarkt als geheel, waardoor kans op loonopdrijving ontstaat. Een tekort aan personeel zal de dienstverlening nadelig beïnvloeden.
Er is zowel algemeen als gericht beleid nodig om knelpunten te voorkomen: algemeen beleid ter vergroting van de arbeidsparticipatie en bevordering van het opleidingsniveau van de beroepsbevolking, en gerichte maatregelen voor de sector zorg en welzijn.

Download:Volledig advies (1458 kB)Samenvatting (106 kB)

Samenvatting

Dit advies bevat de reactie van de Sociaal-Economische Raad op de adviesaanvraag over het voorkómen van arbeidsmarktknelpunten in de collectieve sector. Hierover hebben de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport – namens het kabinet – op 20 december 2005 advies gevraagd.

Zorg over dreigende personeelstekorten

De raad concludeert op basis van beschikbare ramingen van de ontwikkeling van de arbeidsmarkt dat vooral op middellange termijn structurele spanningen en knelpunten te verwachten zijn voor de collectieve sector. Een aantal onderdelen van de collectieve sector zal reeds op afzienbare termijn te maken krijgen met kwantitatieve en kwalitatieve tekorten aan in het bijzonder hoger opgeleid personeel. Daardoor kan de kwaliteit van de publieke dienstverlening in het gedrang komen en kan er een groeiende (loon)concurrentie ontstaan tussen de collectieve sector en de marktsector.
Vooral de sectoren onderwijs en zorg (inclusief welzijn) kunnen forse knelpunten verwachten.
De vergrijzing speelt hierbij een belangrijke rol.

In de onderwijssector ontstaat een grote vervangingsvraag doordat veel leerkrachten (vervroegd) met pensioen gaan. Vooral in het voortgezet onderwijs is sprake van een urgent probleem. Hier zal binnen 6 à 7 jaar een aanzienlijk deel van het huidige, vergrijsde personeelbestand uitstromen, terwijl de nieuwe aanwas vooralsnog verre van toereikend zal zijn om dit gat op te vullen. In het bijzonder de technische en bètavakken zullen hiervan extra hinder ondervinden. In het primair onderwijs wordt al vanaf 2010 een geleidelijk oplopend tekort aan leraren verwacht.
De raad vindt dit een bijzonder zorgelijk vooruitzicht. Onderwijs is immers hét instrument om mensen in staat te stellen hun bijdrage te leveren aan de alom gewenste ontwikkeling naar een kenniseconomie en om te komen tot een verhoging van de arbeidsdeelname en een verhoging van het kwalificatieniveau van de beroepsbevolking. Hier is dus sprake van een meervoudig probleem.

De sector zorg en welzijn legt nu al een aanzienlijk beslag op de arbeidsmarkt. Dit zal de komende jaren nog verder toenemen als gevolg van een stijgende zorgconsumptie. Dit zal in onderdelen van de sector reeds op middellange termijn leiden tot grote tekorten aan verzorgend en verplegend personeel. Volgens de raad zal de acceptatie van tekortschietende dienstverlening in de zorgsector laag zijn.

In vergelijking met de situatie van enkele jaren geleden, toen delen van de collectieve sector eveneens kampten met ernstige problemen bij de vervulling van vacatures, heeft deze problematiek nu een meer structureel karakter. Zij wordt nog versterkt door het aantrekken van de economie.

Algemeen sociaal-economisch beleid
De raad stelt vast dat de arbeidsmarkt voor de collectieve sector onderdeel uitmaakt van een bredere arbeidsmarkt. De arbeidsmarkt als zodanig is dynamisch van aard en de resultante van een veelheid van factoren. De raad acht algemeen sociaal-economisch beleid nodig om arbeidsmarktknelpunten zoveel mogelijk te voorkomen. Dit is in het belang van zowel de collectieve sector als de marktsector en daarmee van de gehele economie.
Ten aanzien van het te voeren algemeen sociaal-economisch beleid – dat meer uitgebreid aan de orde zal komen in het komend najaar uit te brengen advies over het sociaaleconomisch beleid op middellange termijn – bepleit de raad maatregelen gericht op vergroting van de arbeidsdeelname en verhoging van het kwalificatieniveau van de beroepsbevolking. Zo moeten belemmeringen worden weggenomen om de toetreding tot de arbeidsmarkt te bevorderen en om een uitbreiding mogelijk te maken van het gemiddelde aantal jaarlijks gewerkte uren. Van belang zijn ook preventie van ziekteverzuim en de beschikbaarheid van voorzieningen op het terrein van de combinatie van arbeid en zorg. Daarnaast moet de aandacht blijvend uitgaan naar de bevordering van de arbeidsparticipatie van oudere werkenden, waarvoor een leeftijdsbewust personeelbeleid van belang is. Niet in de laatste plaats is het noodzakelijk de arbeidsmarktkansen voor jongeren en personen behorend tot etnische minderheden te vergroten.

Beleid voor de collectieve sector
Ten aanzien van het beleid voor de collectieve sector, meent de raad dat de aanbevelingen van de zogeheten commissie-Van Rijn (2001) ook nu nog actueel zijn. Deze aanbevelingen betreffen via cao-trajecten te maken afspraken gericht op: verbetering van de wervingskracht, optimalisatie van de inschakeling van personeel en behoud van personeel voor de collectieve sector.

De raad noemt de wervingskracht van (onderdelen van) de collectieve sector een belangrijke factor in het kader van een goede personeelsvoorziening. Deze is afhankelijk van uiteenlopende factoren, zoals: arbeidsvoorwaarden, werkinhoud en loopbaanperspectief. De raad bepleit uiteenlopende maatregelen gericht op het aantrekkelijker maken van het werken in de collectieve sector. Zo zou er voldoende ruimte moeten zijn voor de professionele beroepsuitoefening van werkenden in deze sector. Verder dient er ook meer waardering te komen voor hun professionele kwaliteiten, moeten zij worden gestimuleerd hun talenten te ontwikkelen en daartoe ook worden uitgedaagd door verbetering van loopbaanperspectieven. Dit is ook van belang voor het kunnen behouden van eenmaal aangetrokken personeel. Een dergelijk beleid kan bijdragen aan verbetering van de status van een baan in de collectieve sector en daarmee ook aan een positief imago van de sector.
De raad ziet scholing als een cruciaal instrument voor het zoveel mogelijk voorkomen en oplossen van arbeidsmarktknelpunten. Ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden wijst hij erop dat het voor cao-partijen in de collectieve sector van groot belang is om de beschikking te hebben over een zodanige financiële ruimte dat zij een voldoende concurrerend arbeidsvoorwaardenpakket kunnen samenstellen. Verder pleit de raad voor de inzet van instrumenten gericht op de bevordering van de productiviteit met het oog op een beperking van de vraag naar in het bijzonder hoog opgeleiden in de collectieve sector. Hij vraagt ook aandacht voor de betekenis van goed management voor de verbetering van de productiviteit en de dienstverlening. Uit onderzoek blijkt namelijk dat er grote verschillen zijn in de effectiviteit van onderwijs- en zorginstellingen.

Beleid voor knelpuntsectoren

Meer specifiek beleid is nodig voor sectoren waar de grootste problemen worden verwacht, te weten de sectoren onderwijs en zorg en welzijn. De raad gaat in het advies niet specifiek in op de problematiek en oplossingsrichtingen voor gemeenten en provincies en andere overheidssectoren; deze zullen namelijk de aandacht krijgen in een advies dat de Raad voor het Overheidspersoneel zal uitbrengen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Voor de onderwijssector acht de raad vooral een verbetering van de status en het imago van het werken in het onderwijs noodzakelijk. Werken in het onderwijs moet aantrekkelijker worden om voldoende en gekwalificeerd personeel te kunnen werven. Van belang hiervoor zijn onder meer versterking van de professionaliteit, vergroting van loopbaanperspectieven en verbetering van de arbeidsvoorwaarden. Daarnaast bepleit de raad voort te gaan met bevordering van de zij-instroom en de instroom in lerarenopleidingen.

Bij beleid voor de sector zorg en welzijn dient rekening te worden gehouden met de verschillende omvang, aard en urgentie van knelpunten per deelsector. In de zorgsector moet volgens de raad meer worden geïnvesteerd in scholing en het op peil houden van menselijk kapitaal. Daarnaast ziet hij reële mogelijkheden voor een verhoging van de arbeidsproductiviteit. Daarbij dient de kwaliteit van de zorgverlening op peil te blijven en mag de werkdruk van het personeel niet stijgen. De raad denkt daarbij met name aan het verder doorvoeren van taakherschikking en het inzetten van werknemers in nieuwe functies/ beroepen en aan het anders organiseren van de zorg. Ook wijst hij op de bijdrage die een bevordering van een gezonde leefstijl kan leveren aan beperking van de zorgconsumptie en daarmee aan beperking van de vraag naar personeel in de zorgsector.