Home | Publicaties | SER-adviezen | 2000 - 2009 | 2005 | Vereenvoudiging Arbeidstijdenwet

Vereenvoudiging Arbeidstijdenwet

Advies 2005/03 - 18 februari 2005
Er moet een sterk vereenvoudigde Arbeidstijdenwet komen die een goed beschermingsniveau combineert met ruimte voor flexibiliteit.
Afspraken over maatwerk kunnen worden gemaakt op CAO-niveau of in overleg met de ondernemingsraad of de personeelsvertegenwoordiging. Meer flexibiliteit is van belang voor de continuïteit en de kwaliteit van werkgelegenheid binnen ondernemingen en voor werknemers om arbeid en privé te kunnen combineren.

Download:Volledig advies (2581 kB)Samenvatting (280 kB)

Samenvatting

In dit advies doet de Sociaal-Economische Raad voorstellen voor vereenvoudiging van de Arbeidstijdenwet (ATW). De kern van deze wet bestaat uit een stelsel van normen voor arbeids- en rusttijden voor werknemers. Zo bevat de ATW onder meer normen voor de maximale arbeidstijd per dag, voor de minimale wekelijkse rust en voor nachtarbeid. Aanleiding tot het advies vormt een adviesaanvraag van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De raad stelt voorop dat de wettelijke regeling van arbeidstijden ruimte en stimulansen moet bieden voor werkgevers en werknemers om op collectief en individueel niveau concrete afspraken te maken. Afspraken over arbeidstijden spelen immers een belangrijke rol in het Nederlandse stelsel van arbeidsverhoudingen.

Vereenvoudiging
De raad is evenals het kabinet voorstander van vereenvoudiging van de regelgeving op het terrein van arbeids- en rusttijden. Daarbij dienen de beide doelstellingen van de ATW in acht te worden genomen. Deze hebben betrekking op: 1) de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers in relatie tot hun arbeids- en rusttijden; 2) de bevordering van de combineerbaarheid van arbeid en zorgtaken en andere verantwoordelijkheden buiten de arbeid. Ook moet rekening worden gehouden met internationaal-rechtelijke voorschriften.

Bescherming en flexibiliteit
De raad noemt de behoefte van ondernemingen aan flexibiliteit en maatwerk een belangrijk aandachtspunt bij de inrichting van de wet. Tussen enerzijds het belang van ondernemingen bij het flexibel kunnen opereren en anderzijds het belang dat de werknemer heeft bij de bescherming van zijn veiligheid, gezondheid en welzijn en bij bevordering van de combineerbaarheid van arbeid en privé, kan spanning bestaan.

Uiteindelijk gaat het echter om gedeelde belangen. Zo is het voorkómen van gezondheidsproblemen bij werknemers – bijvoorbeeld als gevolg van langdurige nachtarbeid – uiteraard in het belang van de werknemer. Het is ook een werkgeversbelang, alleen al omdat anders het risico toeneemt dat werknemers hun werk daardoor minder goed kunnen doen of uitvallen vanwege ziekte of arbeidsongeschiktheid. Dit gaat gepaard met financiële lasten en kan uiteindelijk ook leiden tot het verlies van gekwalificeerde en ervaren arbeidskrachten.

Omgekeerd is de mogelijkheid tot flexibiliteit bij arbeids- en rusttijden niet alleen te beschouwen als een werkgeversbelang. Ook vanuit het werknemersperspectief kan flexibiliteit voordelen bieden. Zo kan flexibiliteit bijvoorbeeld positief uitwerken bij het aanpassen van arbeids- en rusttijden in verband met onvoorziene omstandigheden in de privésfeer.

In dat verband verwijst de raad met instemming naar de recent verschenen nota Op weg naar een meer productieve economie van de Stichting van de Arbeid. De Stichting wijst daarin op het proces van decentralisatie van de arbeidsvoorwaardenvorming, waarbij beslissingen bewust naar lagere niveaus worden verplaatst om aldus maatwerk te kunnen leveren.
Zij gaat onder meer in op arbeidstijdmanagement als instrument om werkaanbod en personele beschikbaarheid op elkaar af te stemmen, bijvoorbeeld via adequate roosters die aansluiten bij de dynamiek van het arbeidsproces en tegelijkertijd rekening houden met door werknemers gewenste werktijden en arbeidsduur.

Internationale context
De raad is het met het kabinet eens dat de regelgeving van arbeids- en rusttijden niet mag leiden tot een verslechtering van het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid. Zo dient deze regelgeving het flexibel opereren en economisch presteren van ondernemingen niet onnodig te belemmeren. Hierbij spelen overigens ook andere factoren een rol, zoals de fysieke infrastructuur, het opleidingsniveau van de beroepsbevolking en het fiscale regime.

Onderzoek naar de regelgeving op het terrein van arbeids- en rusttijden in andere Europese landen laat zien dat landen daarbij een grote variatie vertonen. Dit geldt zowel voor de wijze waarop en door wie de normen worden vastgesteld (overheid, sociale partners of door werkgever en werknemer) als voor de inhoud van de normen. De desbetreffende EG-richtlijn laat hiervoor ook de ruimte.

Wettelijke normen en afwijkingsmogelijkheden
Met het oog op de gewenste vereenvoudiging en transparantie van de regelgeving is de raad met het kabinet voorstander van enkelvoudige normen. Hij acht het daarbij van belang dat het normenstelsel in de ATW mogelijkheden biedt voor flexibiliteit en maatwerk. Daartoe zou de ATW de mogelijkheid moeten bieden om in collectief overleg af te wijken van daarvoor in aanmerking komende wettelijke normen. Deze systematiek stimuleert het overleg tussen werkgevers en werknemers over arbeidstijden en legt meer verantwoordelijkheid voor de normstelling op het decentrale niveau. Dit maakt meer flexibiliteit en maatwerk mogelijk.

De door de raad bepleite mogelijkheid tot afwijking van een aantal daarvoor in aanmerking komende normen ziet op collectieve afspraken. Daarbij gaat het zowel om afspraken tussen CAO-partijen als om (schriftelijke) afspraken tussen de werkgever en het medezeggenschapsorgaan (ondernemingsraad of personeelvertegenwoordiging). Aan een met het medezeggenschapsorgaan overeengekomen afwijking mag geen toepassing worden gegeven voorzover deze zich niet verdraagt met de eventueel van toepassing zijnde CAO.

In aanvulling hierop moet het mogelijk blijven voor specifieke situaties en bepaalde sectoren flexibiliteit en maatwerk te realiseren via afwijkende normstellingen op basis van een algemene maatregel van bestuur (i.c. het Arbeidstijdenbesluit). Bij invoering van de systematiek van normstellingen met afwijkingsmogelijkheden zal de behoefte aan het treffen van afwijkende normstellingen in het Arbeidstijdenbesluit echter afnemen en kan ook de regelgeving in dit besluit worden beperkt. Daarmee kan een substantiële vereenvoudiging en reductie van regelgeving worden gerealiseerd.

Samenhangend normenstelsel
De raad heeft zijn hierboven verwoorde visie op doel en structuur van de ATW uitgewerkt in een samenhangend stelsel van normen voor arbeids- en rusttijden. Hij wijst erop dat de betekenis van een norm mede wordt bepaald door de inhoud van een of meer andere normen. Het pakket van voorstellen vormt dan ook een uitgebalanceerd en integraal geheel.

De voorstellen van de raad hebben zowel betrekking op de ATW als op het Arbeidstijdenbesluit. Zij leiden niet alleen tot een vereenvoudiging van de wet maar tevens tot een vereenvoudiging en een substantiële vermindering van de regelgeving in genoemd besluit. De raad tekent hierbij aan dat hij met zijn voorstellen geen beperkingen voorstaat ten opzichte van de mogelijkheden die het huidige besluit biedt.

De raad gaat bij de voorstellen ook in op de wijze van handhaving van de normen. Uitgangspunt daarbij is dat een belangrijk deel van de normen bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd en eventuele afwijkingen van die norm – onder de voorwaarde van collectief overleg – in het ATB worden geregeld. Een ander deel van de normen is in beginsel de verantwoordelijkheid van betrokken partijen (civielrechtelijke handhaving) waarbij in de meeste gevallen via collectief overleg van die norm kan worden afgeweken.

De voorstellen van de raad hebben betrekking op de volgende onderwerpen: minimumrusttijden, zondagsarbeid, maximumarbeidstijden, nachtdiensten, pauze en consignatie.
Een evenwichtige combinatie van bescherming, flexibiliteit en maatwerk vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt. Dit leidt in het bijzonder bij de normstellingen voor nachtarbeid tot een hoger beschermingsniveau dan voorzien in de kabinetsvoorstellen. Tegelijkertijd biedt het stelsel de nodige flexibiliteit om tegemoet te komen aan specifieke behoeften in bepaalde omstandigheden of sectoren.
Het advies bevat een schema waarin de voorstellen van de raad en de kabinetsvoorstellen naast elkaar zijn gezet.

Werkingssfeer van de wet
De raad gaat in het advies ook in op de werkingssfeer van de ATW. Hij bepleit enige verruiming, opdat voortaan ook leidinggevenden die maximaal driemaal het minimumloon verdienen (nu: tweemaal het minimumloon) onder de werkingssfeer zullen vallen. In geval van deeltijdarbeid dient deze loongrens naar rato te worden toegepast. Verder zal de wet zich ook over leidinggevenden met een hoger loon moeten uitstrekken voor zover zij risicovolle arbeid of nachtarbeid verrichten.